Kirstin: herseninfarct

Nadienacht-1.jpg

 

 

 

Kirstin is auteur van het boek: 

"Na die nacht'

Een roman n.a.v haar ervaringen.

Op 15 augustus 2014 werd ik ’s avonds om 19.30 uur zelf getroffen door een herseneninfarct. Zonder enig voorteken kon ik ineens niet meer praten en zelfs niet meer schrijven. De woorden kwamen wel leesbaar op papier, maar het raakte kant noch wal.

Mijn dochter belde voor me naar de huisartsenpost en vertelde de doktersassistente wat er aan de hand was.

De assistente van de spoedeisende hulp raadde me aan om een paracetamolletje te nemen en na een kwartier even terug te bellen om te vertellen hoe het was.

 

Mijn dochter vertelde haar een kwartier later dat er niets was gewijzigd in mijn situatie. De assistente raadde me daarop aan dat ik maar in de auto moest stappen en zelf naar het ziekenhuis moest rijden. Mijn man, die op dat moment in de trein zat richting huis, kon dan wel later komen.

 

Uiteraard vond ik dat niet zo’n goed idee. Een halfuur later bracht mijn man me naar het ziekenhuis. Ik kon inmiddels weer praten. Daar werd ik direct opgehaald door de arts, die het meteen niet vertrouwde. Ik moest testjes doen en mocht even later weer in de wachtkamer gaan zitten, om te wachten tot de neuroloog me zou onderzoeken.

 

In de wachtkamer werd ik weer overvallen door hevige duizeligheid en wederom kon ik niet uit mijn woorden komen. Gelukkig was dat na een aantal minuten weer over.

De neuroloog dacht aan migraine. Ze wist het ook niet zo goed. Ik was 46, verder goed gezond, maar mijn bloeddruk was wat aan de hoge kant. Ze besloot even te gaan overleggen met haar collega’s en verliet de kamer weer.

 

Op dat moment stokte mijn spraak weer. Mijn man, die naast me zat, liep weg en kwam even later met een heel stel verpleegkundigen en artsen terug. Er ontstond enige stress: ik kon niet vertellen wat er aan de hand was, mijn hand en been bewogen niet meer en mijn mond hing scheef.

 

Ik werd direct naar de CT-kamer gereden voor een scan en eenmaal terug op de spoedeisende hulp probeerde men een infuus aan te brengen. Dat lukte op dat moment niet. Er was echter geen tijd om te blijven proberen, daarom werd ik met spoed weggereden om naar de afdeling te gaan. Het ging helemaal niet goed met me, al had ik dat zelf helemaal niet in de gaten. Want ondanks het feit dat ik rechts niet meer kon bewegen en dat ik niet kon praten, voelde ik me prima. Geen hoofdpijn, geen duizeligheid: niets!

 

Onderweg in de lift viel het me nog op dat we niet naar de intensive-care afdeling gingen en ik dacht op dat moment nog dat het dan ook wel niet zo erg zou zijn.

Ik kwam op de stroke-unit terecht, waar direct opnieuw werd geprobeerd een infuus aan te brengen. Met veel moeite lukte dat en werd direct gestart met trombolyse. Helaas bleek ik allergisch voor het medicijn trombolyse, wat werd toegediend. Mijn keel zwol op. Erg eng, maar niet gevaarlijk. Het zou na een paar uur vanzelf weer verdwijnen. Wat heb ik een angst gehad dat ik zou stikken. De wetenschap dat ik bijna was gestorven door de herseninfarcten kwam pas na een aantal weken.

 

Ik heb 24 uur op de stroke-unit gelegen, verbleef daarna nog een week in het ziekenhuis en heb toen vijf weken in een revalidatiekliniek doorgebracht. Het was allemaal een stuk ernstiger dan dat ik dacht. Ik bleek acht dode plekken te hebben in mijn hersenen, waarvan een aantal vrij groot. Dat was het gevolg van meerdere TIA’s en herseninfarcten. We hebben het nooit in de gaten gehad, tot die 15e augustus. De oorzaak is nooit gevonden.

 

Tijdens mijn tijd in de revalidatiekliniek viel het me op hoe jong mijn medepatiënten waren. De gedachte dat een beroerte alleen iets is wat oudere mensen overkomt, is volledig achterhaald. In deze tijd, waarin veel wordt gerookt en gedronken en vooral ongezond wordt gegeten, zijn de meeste NAH (Niet Aangeboren Hersenletsel) patiënten jonger dan 50 jaar. Drukte, stress, de pil … het zijn allemaal factoren die een rol kunnen spelen.

 

Ik heb veel patiënten gezien, tijdens die vijf weken in de revalidatiekliniek. Allerlei gradaties aan handicaps kwamen naar voren. Mensen, die vooral onhandig waren geworden, die moesten leren hun fijne motoriek weer te gebruiken. Mensen die helemaal opnieuw moesten leren bewegen, moesten leren praten. Ook mensen zoals Melanie, uit dit verhaal. Mensen, die compleet zichzelf niet meer waren, maar veranderden van karakter. Die geen interesse meer hadden in de wereld om hen heen. Geen interesse meer in zichzelf.

 

Eenmaal thuis moest ik alsnog revalideren op het ZGT in Almelo. Fysiotherapie, logopedie, ergotherapie. Er moesten testen afgelegd worden om te zien wat ik nog kon en wat niet meer. Zeer vermoeiend. Dan merk je pas wat er gebeurd is. Al snel kreeg ik een vrijbrief van de logopedie, omdat ik eigenlijk taalvaardiger bleek dan de behandelaars. Ook de ergotherapeut gaf het na een aantal sessies op: niet te houden door mijn energie en wil om te genezen. Na een aantal weken mocht ik ook stoppen met de fysiotherapie. 

 

Mijn herstel thuis ging prima. Als gezin kregen we er steeds meer vertrouwen in dat alles wel goed zou komen. Het was een proces van loslaten, van uitproberen en soms terugvallen en van overwinnen. 

De grootste overwinning kwam na de eerste controle van de CVA verpleegkundige bij mijn huisarts: mijn bloedwaarden waren zo goed geworden, dat de kans dat ik ooit weer een herseninfarct zal krijgen minder dan een procent is. 

 

Daar werk ik hard voor. We eten gezond, leven gezond, bewegen heel veel (lang leve de hond, die telkens uit moet). We wandelen heel veel, omdat het gewoon leuk en gezond is. Daarbij blijf ik schrijven en pak steeds meer op, om mijn hersenen flink te laten werken. 

 

Maar het allerbelangrijkste is optimisme en positiviteit. Zonder dat had ik het nooit gered. Ik ben er vanaf het eerste moment vanuit gegaan dat ik beter zou worden, maar dat ik dat zelf in de hand had. Je mag jezelf af en toe best even zielig vinden, als je jezelf daarna dan maar weer een flinke schop onder je gat geeft en de schouders er weer onder zet. Aan klagen heb je niets en daar schiet niemand iets mee op.

 

Gezondheid is een kostbaar goed. Let op jezelf, wees lief voor jezelf en pas op jezelf. Denk na over wat je eet, denk na over wat je doet. En geniet van elke dag. Het kan zomaar je laatste zijn. Die boodschap wil ik jullie als lezers graag meegeven.

 

Mijn dank gaat uit naar de geweldige artsen en verplegers van het ZGT in Almelo en alle medewerkers, die me fantastisch hebben geholpen tijdens mijn weken in Revalidatiecentrum Roessingh in Enschede. 

Kirstin.

Nawoord van de redactie: Kirstin heeft een roman geschreven naar aanleiding van dit  eigen verhaal. 
Zie pagina boek aanraders.
ELLESSYvoorzijdeomslagNadienacht.jpg              


beroerte3.jpg