Veranderde vriendschappen

Michaela geeft ons een inkijkje in de emoties en gedachten hoe vriendschappen kunnen veranderen door hersenletsel.

Verliezen

 

Eén voor één vallen ze af: mijn vrienden en kennissen. 6 jaar geleden werd ik op 39 jarige leeftijd getroffen door hersenletsel. Met flink wat restverschijnselen zit ik inmiddels arbeidsongeschikt thuis.

 

Mijn vrienden zijn mensen met ‘snelle levens’ en overvolle agenda’s.
Ik ben eigenlijk altijd moe, heb last van duizeligheid en evenwichtsproblemen. Ik heb continu een zeeziek gevoel. Ik kan niet tegen omgevingsprikkels, ben zeer snel overprikkeld. Met name geluid en drukte putten me uit. Verder heb ik problemen met aandacht, concentratie en inspelen op onverwachte gebeurtenissen.

 

Dat betekent dat contact met mij nooit spontaan of ongedwongen kan. Samen winkelen of sporten zit er niet meer in. Zelfs voor een rondje wandelen geldt dat ik me moet concentreren op het lopen en niet tegelijk kan bijkletsen. Etentjes, de kroeg, een verjaardag geven allemaal te veel prikkels. Dat kan ik niet meer aan. Ik kan niet meer autorijden en reizen is erg inspannend. Wie mij wil zien zal bij mij langs moeten komen.

 

En mocht iemand langs willen komen, dan zijn er ook nog enkele randvoorwaarden:

  • Kom alleen; in gesprekken met meerdere mensen raak ik de draad snel kwijt.

  • Kom op de afgesproken tijd; mijn energie is zo beperkt dat ik een strakke dagindeling heb met veel rustmomenten. Verandert de planning dan heb ik daar vaak meerdere dagen last van.

  • Blijf niet langer dan 1,5 uur; misschien is het niet direct aan mij te merken, maar mijn energie is echt op. Ga ik over die grens dan lig ik de rest van de dag overprikkeld, verward met hoofdpijn en misselijk op bed.

 

Als je alles optelt moeten vrienden en kennissen veel moeite doen mij te zien. Moeite voor iemand met wie ze niet veel meer gemeen hebben. En andersom geldt dat net zo goed. Elke afspraak vergt van mij een enorme concentratie en kost bergen energie. Terwijl ook ik voel dat we weinig meer delen. Het is logisch dat we steeds minder afspreken. De afstand voelt groot. Het enige dat ons nog bindt zijn de gezamenlijke herinneringen.

Tel daarbij op dat onze maatschappij (en dus ook mijn vrienden, en ook ikzelf voordat ik m'n CVA (beroerte) kreeg) sterk is gericht op succes en de maakbaarheid van het leven. Mijn leven is niet maakbaar meer, mijn letsel blijft. Met alle beperkingen die daarbij horen. We lijken te leven in twee parallelle werkelijkheden.

 

Als ik verdrietig ben is het niet zo zeer over het verwateren van contacten en vriendschappen. Ik treur om het verlies van ‘hoe mijn leven en de vriendschappen hadden kunnen zijn, als ik geen hersenletsel had gekregen’.

bestfriends.jpg