G-H-I

G

Geheugen  Expliciete geheugen = bewuste geheugen: feitenkennis. Impliciete geheugen = onbewuste geheugen: vaardigheden, gewoonten, en aangeleerde reacties.

Emotionele geheugen = gevoel dat bij je herinnering op komt. Episodisch geheugen =autobiografische herinneringen, levensverhaal. Korte termijn geheugen = werkgeheugen.

Lange termijn geheugen = geheugen voor langere tijd opgeslagen -levensverhaal, aangeleerde reacties, gewoonten en gedrag, emoties aan lang geleden, vaardigheden .

Amnesie = geheugenverlies.

 

Geheugenpoli  Is bedoeld voor mensen met klachten over hun geheugen. Op zo’n poli(kliniek) werkt een team van behandelaars. Samen proberen ze duidelijk te krijgen wat de oorzaak is van de geheugenproblemen. De oorzaak kan een vorm van dementie zijn, maar dat hoeft niet.
 
Geheugentraining  Het geheugen is geen spier die we kunnen verbeteren met oefeningen. Geheugentraining voorkomt dementie bijvoorbeeld niet. Ook als het geheugen achteruit gaat door bijvoorbeeld een beroerte, helpt het niet om eindeloos geheugenspelletjes te doen.
Wel is het belangrijk om het brein en het geheugen actief te houden. Ook bestaan er technieken om dingen gemakkelijker te onthouden. Verder is het mogelijk om het geheugen te ondersteunen met zogenaamde compensatie strategieën. Soms helpt ‘cognitieve revalidatie’
 
 

Gezond eten Afwisseling is de beste houvast om gezond te eten. Zorg voor variatie in het menu. Groente hoort bij gezonde voeding. Het Voedingscentrum adviseert om tweehonderd gram groente per dag te eten.Wissel ook af met de bereidingswijze: kook, bak, wok, grill, pureer of maak een gerecht in de oven.

 
Gezond toiletgedrag Het is van groot belang altijd de tijd te nemen om naar het toilet te gaan. Hoe rustiger het toiletbezoek, hoe effectiever. Wanneer de blaas voor iets meer dan de helft gevuld is, is er een gevoel van aandrang om te plassen. Deze drang kan het best nog even onderdrukt worden. Wanneer hier namelijk steeds aan toegegeven wordt, gaat de vullingsmogelijkheid van de blaas steeds meer achteruit en gaat iemand steeds vaker naar het toilet. Maar het plassen regelmatig te lang uitstellen, is ook niet goed. De blaas kan daardoor overprikkeld raken. Of hij kan op de lange termijn te veel gerekt worden waardoor goed uitplassen bemoeilijkt wordt en er urine in de blaas achterblijft. Achterblijvende urine kan leiden tot blaasontstekingen. Bovendien raakt de blaas erg snel geprikkeld, waardoor er na korte tijd opnieuw plasdrang zal ontstaan.
 
Gezwel hersenen Ontstaat wanneer lichaamscellen door ongecontroleerde celdeling gaan woekeren. Bij een hersentumor is het onderscheid tussen goedaardig of kwaadaardig minder van belang: ook een goedaardig gezwel neemt ruimte in de schedel in waardoor hersenweefsel in de verdrukking raakt..lees ook:

 

Globale afasie Moeite met het begrijpen van taal en kunnen niet of nauwelijks spreken. Met een globale afasie is lezen en schrijven nauwelijks mogelijk. Vaak is er wel één zin die of woord dat ze herhaaldelijk uitspreken. Bijvoorbeeld: "Die, die, die", "Het is me wat", "Ja, ja". Opmerkelijk is dat mensen deze uitspraken doen met de intonatie die bij de situatie past Klik hier voor geluidsfragment. Zie ook onze pagina Afasie.

 
Goed innemen van medicijnen Verkeerd gebruik van medicijnen kan gevaarlijk zijn. Wanneer medicijnen niet op de juiste manier worden ingenomen, kunnen ze hun werking missen of de gezondheid in gevaar brengen. Een 65-plusser is 7 keer zo gevoelig voor bijwerkingen als iemand die jonger is dan 30 jaar. Dat komt omdat in een ouder wordend lichaam veranderingen optreden. Neem nooot medicijnen van een ander en als u al voorgeschreven medicatie heeft, vraag dan de apotheek of uw arts welke zelfzorgmiddelen daar niet bij kunnen.
 

Goede van vis Vis bevat namelijk goede omega-3-vetzuren die veel gezondheidsvoordeel opleveren. Het is daarom aan te raden twee keer in de week vis te eten waarvan minstens één keer vette vis. Vissoorten die de voorkeur hebben zijn forel, haring, poon, zalm en sardines. Makreel en paling zijn weliswaar vet maar zijn geen voorkeursproducten omdat ze ook veel verzadigd vet bevatten. Wissel de verschillende vissoorten af. Het gebruik van supplementen met visolie wordt niet aangeraden.

 
Goede vetten 

Er zijn verzadigde vetten en onverzadigde vetten.

In olie, margarine in een kuipje, flessen met vloeibare margarine zitten vooral onverzadigde vetten. Onverzadigde vetten heb je wel nodig. Deze vetten worden van planten gemaakt en zijn essentieel. Dat betekent dat je lichaam ze niet zelf kan maken. Je hebt ze nodig voor de opbouw van je cellen en je weerstand.

Bovendien breekt de goede cholesterol (HDL) uit onverzadigde vetten de slechte cholesterol (LDL) uit verzadigde vetten af en verlaagt daarmee het cholesterolgehalte in het bloed. Onverzadigde vetten zitten ook in vis, noten, mayonaise en plantaardige oliën (olijfolie).

Van verzadigde vetten heb je zo min mogelijk nodig. Deze vetten laten de hoeveelheid slecht cholesterol (LDL) in het bloed stijgen. Dit is niet goed voor de gezondheid omdat teveel LDL in het bloed de kans op hart- en vaatziekten vergroot.Verzadigde vetzuren hebben een groter effect op het bloedcholesterolgehalte dan cholesterol uit de voeding. Verzadigde vetten zitten vaak verborgen in voedingsmiddelen zoals volle zuivelproducten en vette vleessoorten. Maar ze zitten ook in roomboter, margarine in een wikkel, koekjes, chocolade en gebak.

H

Haemorrhagia cerebri =hersenbloeding bloeding in de hersenen, ontstaat door een scheuring in de wand van een bloedvat, meestal op basis van slagaderverkalking. Door een ziekelijke verandering in de vaatwand (meestal op basis van atherosclerose), maar ook door verhoogde bloeddruk, kan in de vaatwand een zwakke plek ontstaan.

 

Hartritmestoornis filmpje

 

Hartritmestoornis Er is er iets mis met de vorming van de elektrische prikkel of met de geleiding van die prikkel. Er zijn verschillende afwijkingen:

  • het hart klopt te snel
  • het hart klopt te langzaam
  • het hart klopt onregelmatig
  • de boezems en kamers werken niet goed samen

Bij ritmestoornissen kunnen soms stolseltjes in het hart ontstaan, die kunnen doorschieten naar de bloedvaten van de hersenen en daar een TIA of herseninfarct kunnen veroorzaken.

 

Hemianopsie halfzijdige blindheid oftewel uitval van een gedeelte van het gezichtsveld, houdt in dat men blind is voor de linker- of rechterhelft van het gezichtsveld. Als het voor beide ogen optreedt, spreekt men van bilaterale hemianopsie. Hemianopsie kan verschillende vormen aannemen afhankelijk van de plaats waar een beschadiging of afwijking in de optische zenuwbanen van het netvlies naar de visuele schors optreedt. Bij hemianopsie is er vaak met het oog zelf niets mis.

 

Hemiparese gedeeltelijke halfzijdige verlamming. Aan één kant van het lichaam.

Hemiplegie halfzijdige verlamming Niet goed kunnen bewegen aan één kant van het lichaam door hersenaandoening.Been, voet, arm en/of hand.

 

Hemorragisch CVA (hersenbloedingen) ontstaan wanneer een bloedvat in de hersenen openbarst. Als dit gebeurt krijgen de hersencellen die normaal door dit bloedvat van bloed worden voorzien geen voedingsstoffen en zuurstof meer en sterven af. Het bloed dat uit het bloedvat vloeit duwt het normale hersenweefsel weg. Door de samendrukking van hersenweefsel dat hierdoor kan optreden treedt verdere beschadiging op.

 

Herkennen van een CVA 

FAST-test (Face-Arm-Speech-Time-test) is een snelle test om een CVA bij iemand te herkennen. Hieronder staat aangegeven hoe deze test wordt uitgevoerd:

  • Face (gezicht): vraag aan de persoon om te lachen of de tanden te laten zien. Als de mond scheef staat of een mondhoek naar beneden hangt, kan dit duiden op een CVA.
  • Arm (arm): vraag aan de persoon om beide armen op te tillen en voor zich uit te strekken met de binnenzijde van de hand naar boven. Als een arm wegzakt of rondzwalkt kan dit duiden op een CVA. Vraag aan de persoon om de ogen te sluiten, dit voorkomt dat men visueel gaat corrigeren als een arm begint weg te zakken.
  • Speech (spraak): vraag aan de persoon of aan omstanders of er verandering in het spreken is opgetreden. Als de persoon onduidelijk begon te spreken of niet meer uit de woorden kon komen, kan dit duiden op een CVA. Ook kunt u de persoon vragen tot 10 te tellen; wanneer hij cijfers herhaalt, verkeerd uitspreekt of bij een bepaald cijfer blijft steken, kan dit het gevolg zijn van een CVA.
  • Time (tijd): Probeer van de persoon zelf, indien deze nog kan spreken, of van omstanders te weten te komen hoe lang deze verschijnselen zich al voordoen. Dit is van belang voor de hulpdiensten in verband met de verdere behandeling van het CVA.

Hoe eerder een CVA behandeld wordt, hoe groter de kans is op herstel.

 


 
Hersenstam

Deel van de hersenen, gelegen tussen het ruggenmerg en de grote hersenen

 

 
Hersentumor

Gezwel in de hersenen (zowel betrekking hebbend op goedaardige en kwaadaardige tumoren)

 

 
hersenventrikels  holtes in de hersenen gevuld met hersenvocht (liquor)

 

Hersenabces Een afgekapseld ontstekingsproces met ophoping van etter. Hersenabcessen kunnen zowel door uitbreiding van een ontstekingsproces in de buurt van de hersenen ontstaan als door het binnendringen van bacteriën na verwondingen van de schedel of de hersenen.

 

Hersenaneurysma Plaatselijke verwijding van een bloedvat in de hersenen. Het bloedvat vertoont meestal een zakvormige uitstulping op basis van een aangeboren misvorming. Ter plaatse is de vaatwand minderwaardig en kan gemakkelijk barsten waardoor een bloeding ontstaat.

 
Hersenbloeding (beroerte) Bloeding in de hersenen, ontstaan door een scheuring in de wand van een bloedvat, meestal op basis van slagaderverkalking. Door een ziekelijke verandering in de vaatwand (meestal op basis van atherosclerose), maar ook door verhoogde bloeddruk, kan in de vaatwand een zwakke plek ontstaan.
 
Hersencysten Met vocht gevulde abnormale ruimten in de hersenen.  

Een bekende groep hersencysten zijn de arachnoïdale cysten. Deze cysten zijn gevuld met hersenvocht (liquor). Het hersenvocht in de cyste is niet afkomstig van de normale liquorruimten, maar het vocht wordt door de wand van de cysten zelf afgescheiden

 
Hersendegeneratie Verval van het hersenweefsel, uiteindelijk resulterend in het verdwijnen van hersencellen. Achteruitgang of degeneratie van zenuwweefsel kan optreden door o.a.:- afsluiting van een bloedvat; - zuurstoftekort vlak voor, gedurende of vlak na de geboorte;
- erfelijke aandoeningen;- ontstekingsprocessen;- celwoekering bij hersengezwellen.
 
Hersenfilmpje EEG Hersencellen zenden zwakke elektrische signalen uit. Een betrouwbare en niet belastende methode om deze elektrische activiteit te registreren is een hersenfilmpje, ofwel een elektro-encefalografie (EEG). Een hersenfilmpje is een methode om de hersenfunctie te onderzoeken om zo achter de oorzaak van de klachten te komen.
 
Herseninfarct Afsluiting van een bloedvat in de hersenen door o.abloedprop of aderverkalking, waardoor het hersengebied dat bloed zou krijgen van dit bloedvat geen voeding en zuurstof krijgt en afsterft. Zie beroerte en CVA
-
Hersenkamers (ontwikkeling)In de ontwikkeling en groei van de hersenkamers of hersenventrikels kunnen net als bij andere delen van het zenuwstelsel drie fasen worden onderscheiden. Dit zijn de embryonale fase (van de bevruchting tot de achtste week), de foetale fase (van de negende week tot de geboorte) en de neonatale fase (eerste vier weken na de geboorte).
 
Hersenkamers (structuur)De hersenkamers (ventrikels) vormen een systeem van vier onregelmatig gevormde holten binnen de hersenen. Ze staan met elkaar in verbinding door middel van kanalen en openingen. Ze bevatten een helder, waterig vocht dat de hersenvloeistof of cerebrospinale vloeistof wordt genoemd.
 
Hersenkneuzing 

Een hersenkneuzing is een ernstige vorm van traumatisch hersenletsel waarbij het hersenweefsel beschadigd is geraakt, in tegenstelling tot een hersenschudding waarbij er geen hersenweefsel beschadigd is.

Er is bij een hersenkneuzing altijd bewustzijnsverlies van minsten vijftien minuten en het bewustzijnsverlies is ook dieper dan bij een hersenschudding. Een andere naam voor hersenkneuzing is hersentrauma en contusio cerebri. 

-
-
Hersenletsel – frontaal syndroom Frontaal syndroom is de naam voor de aandoening die ontstaat als gevolg van beschadiging van de frontaalkwab van de hersenen. Bij een frontaal syndroom kan iemand zijn gedrag niet goed meer regelen. Hierdoor verandert zijn persoonlijkheid. De fontaalkwab regelt gedrag, maar ook plannen, organiseren, initiatieven nemen en bijsturen van gedrag. Dit worden de zogenaamde uitvoerende of executieve functies genoemd. Mogelijke symptomen:
  • Apathie en gebrek aan initiatief.
  • Terugtrekken uit sociale contacten.
  • Zelfverwaarlozing.
  • Geen activiteiten meer kunnen organiseren.
  • (Sociale) situaties niet goed meer kunnen beoordelen.
  • Ontremd gedrag, bijvoorbeeld ongepaste opmerkingen maken (decorumverlies), mateloos eten, koopwoede of seksuele ontremming.
  • Impulsief gedrag.
  • Niet meer flexibel met veranderingen kunnen omgaan.
  • Obsessief vasthouden aan bepaalde gedragspatronen (bijvoorbeeld steeds tikken, zingen of tellen).
  • Prikkelbaar zijn.
  • Agressie.
  • Achteruitgang van de taal: de patiënt komt minder goed op woorden en spreekt minder.
  • Vaak ontbreekt het inzicht in deze problemen.
 
Hersenletsel door een ongeval is elke vorm van hersenletsel dat is veroorzaakt door een externe kracht. Het letsel kan plaatselijk (focaal) zijn of verspreid (diffuus ). Het letsel ontstaat doordat het hoofd de slag opvangt (primair hersenletsel) of daarna (secundair hersenletsel). Er bestaan verschillende vormen van hersenletsel: er kan een kneuzing optreden (contusie), scheuring (laceratie) of bloeding (hemorragie) epiduraal of subduraal.
 
Hersenletsel: en coma Coma is een diepe toestand van bewustzijnsverlies als gevolg van een hersenbeschadiging. Het lijkt of de persoon in een diepe slaap ligt. Het verschil met slapen is dat iemand die in coma is, niet wakker gemaakt kan worden. De persoon heeft in de beginfase (ook wel acute fase genoemd) de ogen gesloten, maakt nauwelijks tot geen bewegingen, reageert niet of nauwelijks op aanspreken en moet kunstmatig gevoed worden. Soms moet de persoon zelfs kunstmatig beademd worden.
 
Hersenschudding Een hersenschudding wordt veroorzaakt door een harde val, klap of stoot tegen de schedel.Een hersenschudding kan tijdelijk het geheugen en het beoordelingsvermogen aantasten. Ook de onwillekeurige reacties op prikkels en de spiercoördinatie kunnen aangedaan zijn. Het slachtoffer heeft een kortdurend geheugenverlies. Hij kan zich niet meer herinneren wat er direct voor en na het ontstaan van het letsel is gebeurd. Mogelijk is hij verward en praat hij onduidelijk. Soms raakt het slachtoffer kortdurend bewusteloos.
  
Hersentumor Het hersenweefsel is opgebouwd uit hersencellen of neuronen, die liggen in bindweefsel of glia. Hersentumoren ontstaan vrijwel altijd uit het bindweefsel en heten daarom gliomen. Gliomen worden onderscheiden in astrocytomen en oligodendrogliomen.
Zie onze pagina over Hersentumor 
 
Hersentumor (oligodendroglioom) is een zeldzame hersentumor. Hij ontstaat in een speciaal type cellen van de hersenen en het ruggenmerg (oligodendrocyten). Deze cellen produceren het geleidingslaagje dat om zenuwvezels zit (myelineschede).
 
Hersentumor bij kinderen is een kwaadaardige hersentumor die ontstaat in de ependymcellen. Deze hersencellen bekleden de binnenkant van de hersenholten (ventrikels) en het centrale kanaal van het ruggenmerg. Patiënten hebben last van een toegenomen druk in de schedel. Die ontstaat omdat de hersenen door de harde schedel niet kunnen uitwijken.
 
Hersenvliesontsteking is een ontsteking van de beschermende vliezen rondom de hersenen en het ruggenmerg (het verlengde van de hersenen in de wervelkolom). Meningitis kan door zowel bacteriën als door virussen worden veroorzaakt.
 

 

Hersenletsel door een ongeval Van een kneuzing is sprake wanneer hersenweefsel en de binnenste twee van de in totaal drie hersenvliezenbeschadigd zijn door stomp geweld op de schedel . Hierbij kan het erboven gelegen schedelbot ook gebroken zijn. De kneuzing kan zich bevinden op de plaats waar de schedel is geraakt of op de plaats ertegenover, waar de hersenen door de klap tegen de binnenkant van de schedel zijn geslagen.
Bij een scheuring zijn de twee binnenste vliezen samen met het hersenweefsel gescheurd. Als het trauma ernstig is, treedt scheuring of uitrekking van de zenuwbanen in het hersenweefsel op. Er is dan sprake van een wijdverspreide beschadiging van de uitlopers van zenuwcellen (axonen). Kneuzingen en scheuringen doen zich vaker voor aan de voorkant en zijkanten van de hersenen dan aan de achterkant, omdat het weefsel daar in aanraking komt met benige uitsteeksels aan de binnenkant van de schedel.
Bij bloedingen in het hersenweefsel zijn type, omvang en plaats afhankelijk van de ernst van het ongeval.

Hippocampus deel van de hersenen ter hoogte van de slapen waar zich een belangrijk onderdeel van het geheugen bevindt.

 
 
Hoofdpijn - spanningshoofdpijn Spanningshoofdpijn is een doffe pijn aan beide kanten van het hoofd. Deze pijn wordt vaak omschreven als een strak gevoel rond het hoofd en de nek. Gevoelige spieren van rug, nek, schouders en hoofdhuid. Mogelijk raakt een zenuw bekneld door verharde spieren in de nek.
  
Hoofdpijn- clusterhoofdpijn Clusterhoofdpijn (ofwel Hortonsyndroom) is de naam voor een aandoening met ernstige hoofdpijn aan één kant van het hoofd. De hoofdpijn treedt in aanvallen op en gaat samen met een tranend oog en een verstopte neus. De aanvallen treden meestal op in periodes (clusters) van enkele maanden, vandaar de naam. Tijdens zo’n cluster kunnen per dag wel acht aanvallen optreden. Sommige mensen hebben echter bijna continu deze ernstige hoofdpijn.
 
Hoog cholesterol Driekwart van het cholesterol wordt door de lever gemaakt uit verzadigde vetten. Een kwart haalt het lichaam uit voeding. Het is nodig voor de bouw van lichaamscellen en de vorming van geslachts- en bijnierschorshormonen. Daarbij speelt het een belangrijke rol in de spijsvertering.
Meer dan de helft van de Nederlandse bevolking heeft een te hoog cholesterolgehalte (vetgehalte van het bloed). Vaak zijn leefwijze en voedingspatroon de oorzaak. Een verhoogd cholesterolgehalte kan leiden tot hart- en vaatziektes ook in de hersenen.
 
Hoog cholesterol - erfelijk Familiaire hypercholesterolemie (FH) is één van de mogelijke oorzaken van een hoog cholesterol. Het is een erfelijke aandoening. Binnen sommige families komen veel mensen voor die vanaf de geboorte een hoog cholesterolgehalte hebben. Hierdoor ontstaan al op jonge leeftijd (tussen de twintig en veertig jaar) hart- en vaatziektes, zoals een hartinfarct of een beroerte.
 

Huntington-dementie Dementie als onderdeel van een uitgebreide degeneratie van de hersenen. De ziekte van Huntington wordt via een enkel autosomaal dominant gen overgeërfd. Geheugenstoornissen (verminderd vermogen nieuwe informatie te leren of zich eerder geleerde informatie te herinneren); één (of meer) van de volgende cognitieve stoornissen:
- afasie (taalstoornis);
- apraxie (verminderd vermogen motorische handelingen uit te voeren ondanks intacte motorische functies);
- agnosie (onvermogen objecten te herkennen of thuis te brengen ondanks intacte sensorische functies);
- stoornis in uitvoerende functies (dat wil zeggen plannen maken, organiseren, logische gevolgtrekkingen maken, abstraheren).

 

Hypoxie zuurstofgebrek lichaamsdeel of weefsel

.

Hersenen bewegingsstoornissen: van Friedreich een zeldzame, erfelijke aandoening die het zenuwstelsel beschadigt. Er is een afwijking in een gen op chromosoom 9. Het lichaam produceert hierdoor niet genoeg van een bepaald eiwit. Door dit tekort raken cellen in het ruggenmerg, de zenuwbanen en de kleine hersenen beschadigd. Ook andere lichaamscellen kunnen aangedaan zijn, bijvoorbeeld in het hart of de alvleesklier. De eerste verschijnselen zijn meestal moeilijk lopen of een verandering in het looppatroon. Later kunnen mensen met AvF ook problemen krijgen met het bewegen van de romp en de armen. Onwillekeurige trillingen, spierzwakte, gevoelstoornissen in handen+voeten, spasmen, krampen en dysartrie, onduidelijk en traag spreken.
 
Hersen achteruitgang: 
frontotemporale dementie 

zijn twee delen van de hersenen aangetast: de frontaal- en temporaalkwab . Bij mensen met deze vorm van dementie is vooral het gedrag en de taal verstoord. Ze hebben minder last van vergeetachtigheid. De patiënten kunnen onbeleefd en sociaal onacceptabel gedrag vertonen en normale verantwoordelijkheden ontlopen. FTD begint vaak al op jongere leeftijd, tussen de veertig en zestig jaar. Bij veertig procent van de gevallen is FTD erfelijk.

Er zijn drie vormen van frontotemporale dementie:

  • de ziekte van Pick
  • progressieve afasie
  • semantische dementie
 
Hersenen: achteruitgang van de functie van het zenuwstelsel: spraak en taalstoornissen: afasie Bij mensen met afasie is het gebruik van de taal verstoord. Ze kunnen niet meer normaal spreken, schrijven en lezen. Ook begrijpen ze slecht wat anderen zeggen. Hoe het taalvermogen is aangetast, verschilt per persoon. Sommige mensen met afasie kunnen geen woord uitbrengen. Anderen praten honderduit, maar zijn niet te volgen. Weer anderen kunnen alleen niet zo goed op het juiste woord komen.
 
dysartrie 

een spraakstoornis waarbij de spieren die nodig zijn voor de ademhaling, de stem en de uitspraak zijn aangetast. Mensen met dysartrie zijn vaak moeilijk te verstaan. Ze spreken bijvoorbeeld:

  • onduidelijk
  • met ‘dubbele tong’
  • een te zachte stem
  • een geknepen stem
  • een hese stem
  • monotoon
  • te veel door de neus (open-nasaal)
Soms valt de stem weg (afonie).
Hersenen  bloedvaten De hersenen maken ongeveer twee procent van het lichaam uit. Maar ze gebruiken een kwart van alle beschikbare energie. Ook wat zuurstof betreft zijn het grootgebruikers. Zo’n twintig procent van de beschikbare zuurstof is voor de hersenen.
Een goede doorbloeding is nodig om energie en zuurstof naar de hersenen te vervoeren. Als de bloedtoevoer stopt, treedt al snel bewusteloosheid op. Dat gebeurt bijvoorbeeld door een hartstilstand
-
Hersenen (structuur) De hersenen liggen in de schedel en zijn opgebouwd uit zo’n honderd miljard zenuwcellen (neuronen). Elke zenuwcel heeft veel uitlopers (axonen) die in verbinding staan met een groot aantal andere zenuwcellen. Hierdoor zijn er ontelbaar veel verbindingen in de hersenen. Bundels zenuwuitlopers vormen samen zenuwbanen.

De hersenen liggen goed beschermd in de schedel. Onderin de schedel zit een opening (foramen magnum) waar de hersenen overgaan in het ruggenmerg.
De hersenen worden omgeven door drie vliezen (meningen):

  • Het buitenste hersenvlies is het harde hersenvlies (dura mater).
  • Het middelste hersenvlies is het spinnenwebvlies (arachnoïdea).
  • Het binnenste hersenvlies is het zachte hersenvlies (pia mater).
 
Hersenen en zenuwen: bewegingsstoornissen De coördinatie van de bewegingen wordt geregeld vanuit de kleine hersenen (het cerebellum). Hiervandaan wordt informatie via het ruggenmerg naar de zenuwbanen gestuurd om bewegingen bij te sturen. Om een beweging goed te kunnen maken, hebben de hersenen ook informatie nodig over de stand van de gewrichten en spieren. Dit wordt binnen de neurologie propioceptie of ook wel gnostische sensibiliteit (het diepe gevoel) genoemd. Deze informatie komt via de gevoelszenuwen en het ruggenmerg in de (kleine) hersenen aan. Vooral het achterste gedeelte van het ruggenmerg (de achterstrengen) is bij deze informatie betrokken. Als er ergens in dit systeem iets afwijkt of beschadigt, kan ataxie ontstaan. Bij cerebellaire ataxie zijn de kleine hersenen betrokken. Bij sensorische ataxie is het diepe gevoel (de gnostische sensibiliteit verstoord.
 
 
Hersenen: aandoeningen overgang zenuw-spier 

De zenuw-spierovergang is het station tussen zenuwen en de spieren die door deze zenuwen worden aangestuurd. Zenuwimpulsen worden via deze overgang doorgegeven om de betreffende spieren te laten samentrekken. De medische term is neuromusculaire overgang.
Bij aandoeningen van de zenuw-spierovergang zijn er afwijkingen in de structuur of functie van die overgang. Het gevolg is dat de prikkels niet goed worden doorgegeven en spieren niet goed worden aangestuurd.
Aandoeningen van zenuw-spierovergang en spieren:

 

Hersenfilmpje Hersencellen zenden zwakke elektrische signalen uit. Een betrouwbare en weinig belastende methode om deze elektrische activiteit te registreren is een hersenfilmpje, ook wel een elektro-encefalografie (EEG) genoemd. Een EEG is niet schadelijk en niet pijnlijk, maar het aanbrengen van de elektroden op het hoofd kan een beetje hinderlijk zijn, omdat de hoofdhuid met een krabbertje een beetje ruw moet worden gemaakt. Ook kunnen er lijmresten in het haar blijven plakken.
 
Hersenletsel – frontaal syndroom  is de naam voor de aandoening die ontstaat als gevolg van beschadiging van de frontaalkwab van de hersenen. Deze frontaalkwab, ook wel voorhoofdskwab genoemd, ligt aan de voorkant van de hersenen. 

Bij een frontaal syndroom kan iemand zijn gedrag niet goed meer regelen. Hierdoor verandert zijn persoonlijkheid. Mogelijke symptomen:

 Apathie en gebrek aan initiatief.

  • Terugtrekken uit sociale contacten.
  • Zelfverwaarlozing.
  • Geen activiteiten meer kunnen organiseren.
  • (Sociale) situaties niet goed meer kunnen beoordelen.
  • Ontremd gedrag, bijvoorbeeld ongepaste opmerkingen maken (decorumverlies), mateloos eten, koopwoede of seksuele ontremming.
  • Impulsief gedrag.
  • Niet meer flexibel met veranderingen kunnen omgaan.
  • Obsessief vasthouden aan bepaalde gedragspatronen (bijvoorbeeld steeds tikken, zingen of tellen).
  • Prikkelbaar zijn.
  • Agressie.
  • Achteruitgang van de taal: de patiënt komt minder goed op woorden en spreekt minder.
  • Vaak ontbreekt het inzicht in deze problemen.

I

Incontinentie  een aandoening waarbij de urine of ontlasting niet kan worden opgehouden. Men heeft dan de beheersing over de blaas of de beheersing over de sluitspier van de anus verloren.

Impliciete geheugen is het onbewuste geheugen: vaardigheden, gewoonten, en aangeleerde reacties 

Ischemisch CVA ander woord voor herseninfarct

(herseninfarcten) ontstaan door een plotseling verminderde bloedtoevoer naar een gedeelte van de hersenen. Dit kan op verschillende manieren, onder andere:

  • kleine bloedvaatjes in de hersenen zelf kunnen verstopt raken. Dit duidt men aan met de Engelse benaming small vessel disease. Een van de oorzaken hiervan is beschadiging van deze bloedvaatjes door langdurige hoge bloeddruk. Een andere oorzaak is aderverkalking van de kleine vaten (microatheroma).
  • in een van de grotere aanvoerende bloedvaten, zoals een halsslagader, kan als gevolg van aderverkalking of dissectie een stolsel (trombus) ontstaan en de bloedtoevoer afsluiten.
  • in het hart kan zich een stolsel vormen (bijvoorbeeld als gevolg van atriumfibrilleren of een ontsteking van het hart) dat vervolgens door de bloedstroom naar de hersenen wordt vervoerd en daar een afsluiting veroorzaakt.
  • door een plotselinge lage bloeddruk of door ernstige vernauwing van een slagader kan het vóórkomen dat zuurstofrijk bloed onvoldoende weet door te dringen naar de hersengebieden die aan het verste uiteinde van een bloedvat liggen. Dit veroorzaakt een zogenoemd waterscheidingsinfarct.
  • bij sinustrombose kan de bloeddoorstroming van de hersenen zodanig belemmerd raken dat een herseninfarct ontstaat. Dit noemt men veneuze infarcering. Het principe is hetzelfde als bij een trombosebeen.
  • door een verhoogde stollingsneiging of een ontsteking van de bloedvaten kunnen bloedvaten verstopt raken.