S-T-U

S

Sensibiliteitsonderzoek Pijn, tintelingen en gevoelloosheid zijn de voornaamste klachten van mensen met een aandoening van het sensibele (gevoels-)zenuwstelsel. Nagegaan wordt of de klachten uit het perifere ("buitenzijde") zenuwstelsel, de zenuwwortels, of hoger gelegen gebieden (het ruggenmerg en de hersenen) voortkomen. Zo kan worden bepaald op welk onderdeel van het zenuwstelsel zich een probleem voordoet. 
--
Sensorische ataxie Iemand met ataxie beweegt zijn armen, benen en romp schokkerig en ongecontroleerd. Daardoor maakt hij een onhandige indruk. Ook de spraak kan aangedaan zijn. De patiënt kan moeiten hebben met het duidelijk uitspreken van woorden. Deze verschijnselen lijken op de symptomen van dronkenschap. Ook kan iemand met ataxie moeite met slikken hebben. Hij kan zich daardoor verslikken. Daarnaast ziet hij vaak dubbel. Mensen met ataxie hebben geen last van karakter- of gedragsveranderingen. Het evenwicht lijkt vooral aangetast als iemand met deze klachten de ogen sluit of als het donker is. Ook kunnen zenuwbaanpijnen of gevoelsklachten optreden. Mensen hebben dan bijvoorbeeld last van een verminderde tastzin en tintelingen. Ook kunnen ze het gevoel hebben op watten te lopen.
 
Sensorische regio's zijn zintuiglijke hersengebieden betrokken bij: horen, ruiken, zien, proeven en voelen.
--
Shaken Baby Syndroom Door het heftig schudden, om een baby die huilt stil te krijgen, kunnen er ernstige hersenbloedingen ontstaan omdat de hersenen op en neer bewegen, bloedvaten die naar het hersenvlies toegaan komen door het schudden op spanning waardoor ze kunnen knappen. Daardoor ontstaan hersenbloedingen. De kinderen die het schudden overleven, hebben vaak blijvende schade. Bijv. lichamelijke en geestelijke handicap, epilepsie, soms blindheid of slechthorendheid.
 
Sinustrombose Een cerebrale sinustrombose is een zeldzame vorm van beroerte. Bij een cerebrale sinustrombose raken een of meerdere grote aders (sinussen) in de hersenen verstopt door een stolsel.
--
Slaapmiddelen slaapmiddelen werken maar tijdelijk en iemand raakt snel aan het gebruik ervan gewend. Als ze langer worden gebruikt, werken ze steeds minder waardoor iemand steeds meer slaapmiddelen nodig heeft om te kunnen slapen. Dit wordt tolerantie genoemd. Daarnaast kan iemand verslaafd raken aan het gebruik van slaapmiddelen. Door de afhankelijkheid van deze middelen is slapen zonder slaapmiddelen dan niet meer mogelijk en voelt men zich niet meer prettig zonder. Hoe langer iemand slaapmiddelen gebruikt, hoe moeilijker het wordt ermee te stoppen. Tolerantie voor en afhankelijkheid van slaapmiddelen kunnen al binnen een paar weken optreden.
 
Slikstoornissen  Er is sprake van een dysfagie oftewel slikstoornis wanneer er een structureel probleem bestaat met het verplaatsen van speeksel, voedsel en/of drank van de mond naar de maag. Het gevaar van een slikstoornis is dat voeding niet in de slokdarm terechtkomt, maar in de luchtpijp en longen. Dit wordt verslikking of aspiratie genoemd. Dit kan tot een acute afsluiting van de luchtpijp leiden, waardoor iemand dreigt te stikken. Ook kan aspiratie leiden tot een ernstige longontsteking (aspiratiepneumonie).
 
Sociale cognitie Cognitieve functies zijn de mentale activiteiten die zorgen voor bewustzijn, begrip, intelligentie, concentratie, oriëntatie, voorstelling, zelfwaarneming, probleemoplossend vermogen, beslissingsvermogen en geheugen.
De verschillende cognitieve functies zijn onderverdeeld in drie categorieën. Dit zijn basiscognitie, metacognitie en sociale cognitie.
Sociale cognitie gaat over hoe mensen zichzelf en anderen waarnemen, hoe zij deze waarnemingen uitleggen en welke gevolgen dit heeft voor hun eigen gedrag en dat van anderen. Sociale cognitieve functies beschrijven niet alleen wat mensen denken en voelen en hoe ze zich gedragen, maar zoekt vooral naar de reden van dit alles. Sociale cognitie omvat emotie , praktische taalvaardigheden en empathie .
 

Spasme Krachtige, onwillekeurige samentrekking van een spier of spiergroep.

--

Spasticiteit Onwillekeurige samentrekking van spieren, optredend door verlies van remmende (inhiberende) invloed van zenuwbanen van de hersenschors naar de hersenstam en het ruggenmerg, waardoor ontremming van reflexmechanismen ontstaat. Treedt op bij centrale verlammingen (paralysen of paresen) en kan zeer hinderlijk zijn.

--

Spierverslappende middelen Spieren kunnen verstijven door letsel of ziekte, zoals aandoeningen van de hersenen en het ruggenmerg (bijvoorbeeld multiple sclerose, de ziekte van Parkinson). Deze aandoeningen kunnen met veel pijn gepaard gaan. Een andere belangrijke indicatie voor spierverslappende middelen (met name botulinetoxine) is de behandeling van pijnlijke spierspasmen.
--
 
Sporten na een beroerte Bij het revalideren na een CVA, leren mensen hun lichaam en de mogelijkheden ervan opnieuw kennen. Dit gebeurt via sport en spel. Door oefenen en stimuleren kan het volgende verbeteren:
  • balans, spierkracht, evenwicht ,conditie, zintuiglijke functies ,denken ,dagelijkse activiteiten ,omgaan met de beperkingen en sociale omgang.
 
Spraakstoornis Moeilijkheid bij het spreken. Kan voorkomen o.a. na hersenbeschadiging.
--
 

 

Subarachnoïdale bloedingen (vaak afgekort als SAB) is een bloeding rond of in de hersenen onder het spinnenwebvlies(arachnoidea). Meestal treden deze bloedingen op vanuit een aneurysma (abnormale verwijding in een deel van het vaatstelsel)van een slagader die onder de hersenen loopt. Iemand voelt een 'knapje'en de 'ergste hoofdpijn ooit'.Een subarachnoïdale bloeding is een medisch spoedgeval. Sterftekans is groot.

 

Subdurale bloedingen een bloeding die ontstaat tussen het harde hersenvlies en het spinnenwebvlies. In deze ruimte lopen kleine bloedvaatjes die kunnen scheuren als gevolg van een schedeltrauma. Dit leidt tot het ontstaan van een hematoom (bloeduitstorting). Dit hematoom kan door zijn groei druk uitoefenen op de onderliggende hersenen. Met als gevolg dat de bloedvoorziening bekneld wordt, wat leidt tot uitvalsverschijnselen.

 

Syndroom van Wernicke /Korsakov een ernstige vorm van hersenschade, die gekenmerkt wordt door geheugenstoornissen. De oorzaak van het syndroom van Korsakov is een ernstig vitamine B1-tekort, dat ontstaat bij langdurig alcoholgebruik in combinatie met slechte voeding. Ook kan de lever zo beschadigd raken dat deze de vitamine B1 (ook thiamine genoemd) niet meer kan omzetten.

T

Taal: en hersenen Mensen hebben twee hersenhelften. Bij de geboorte zijn beide helften gelijk. Als mensen ouder worden gaan de hersenhelften zich specialiseren in bepaalde functies.
Bij rechtshandige mensen is de linker hersenhelft de dominante hersenhelft. In de dominante hersenhelft zit het bewuste taalgebruik opgeslagen.
Ook in de niet-dominante hersenhelft zit een taalgebied. Daar zijn de volgende zaken opgeslagen: onbewuste taal, de eerste geleerde woordjes, zinnetjes en het automatische taalgebruik. Bijvoorbeeld kinderliedjes, gebeden en krachttermen.
 
Taaldominante hersenhelft De hersengebieden voor spraak, het centrum van Broca en het centrum van Wernicke, bevinden zich in de taaldominante hersenhelft (hemisfeer); bij ongeveer 95% van de bevolking is dit de linkerhersenhelft.
 
Taalstoornis: afasie Bij mensen met afasie is het gebruik van de taal verstoord. Ze kunnen niet meer normaal spreken, schrijven en lezen. Ook begrijpen ze slecht wat anderen zeggen. Hoe het taalvermogen is aangetast, verschilt per persoon. Sommige mensen met afasie kunnen geen woord uitbrengen. Anderen praten honderduit, maar zijn niet te volgen. Weer anderen kunnen alleen niet zo goed op het juiste woord komen.

Er zijn vier hoofdvormen: globale afasieWernicke-afasie,  Broca-afasie,  amnestische afasie.

 
Thrombus zie trombus zie trombose bloedstolsel
 

TIA Afkorting voor transient ischemic attack (Eng.); kort durende stoornis in de bloedvoorziening in een veelal klein gebied van de hersenen. In het algemeen acht men deze TIA's een gevolg van afsluiten van kleine bloedvaten door micro-bloedstolsels.

 

 
 
 

Tips voor geheugentraining

 

 Tremor Onwillekeurige trillingen komen bij ieder mens in zeer geringe mate en ongemerkt voor. Deze normaal aanwezige trillingen heten fysiologische tremor. Deze trillingen zijn bijvoorbeeld zichtbaar bij het vooruit steken van de handen. De trillingen kunnen verergeren bij stress en vermoeidheid.
Als de trillingen hevig zijn en het normale dagelijks functioneren beïnvloeden of aanleiding geven tot gêne, wordt gesproken van een abnormale tremor. Dit is dan een bewegingsstoornis die op zichzelf kan staan. Het kan ook voorkomen bij bepaalde aandoeningen, zoals de ziekte van Parkinson.

  • Essentiële tremor. Dit is een aandoening van het zenuwstelsel. Het is één van de meest voorkomende neurologische bewegingsstoornissen. 5 procent van de mensen boven de 40 jaar heeft een essentiële tremor.
  • Tremoren veroorzaakt door (genees)middelen. Deze tremoren ontstaan door een abnormale reactie van de hersenen of spieren op bepaalde (genees)middelen.
  • Intentietremor. Deze tremor treedt op bij het uitvoeren van een doelbewuste handeling. Het verergert naarmate het doel wordt genaderd.
  • Onwillekeurige trillingen met onbekende oorzaak. In dat geval wordt van idiopathische tremoren gesproken. 50 procent van deze tremoren is erfelijk. Dit heet een familiaire tremor.

 

Trombus bloedstolsel in een bloedvat. Bloedstolsel dat zich vormt op en vastzit aan de beschadigde binnenzijde van een bloedvat (endotheel) en aldus trombose veroorzaakt; zie ook embolus /embolie. (Bij embolie raakt het bloedpropje los en schiet door naar de longen, het hart of de hersenen. Het bloedpropje noemt men dan embolus).

Trombose Ook in de bloedvaten kan het bloed stollen. Er komen dan bloedpropjes in de bloedvaten. Dit heet trombose.

Zonder behandeling kan trombose twee soorten problemen geven:

  • Het bloedpropje wordt zo groot dat het bloedvat verstopt raakt. Er kan dan geen bloed meer door de ader.
  • Het bloedpropje raakt los en schiet door naar de longen, het hart of de hersenen. Dit heet embolie.

 

U

Uitdroging ontstaat als er veel vocht verloren gaat of als er te weinig vocht wordt ingenomen. Dit gaat vaak samen. Vochtverlies kan optreden door:

 braken en diarree, veel zweten door koorts, extreme hitte of overmatige lichamelijke inspanning, brandwonden of andere grote open wonden, veel plassen bij een ontregelde suikerziekte of diabetes insipidus, of door het gebruik van plasmiddelen.

Bij mensen die niet genoeg vocht innemen, kunnen snel uitdrogen. Dit komt bijvoorbeeld voor als het dorstmechanisme niet goed werkt (bij ouderen), als mensen misselijk zijn en overgeven of als zij afhankelijk zijn van anderen (baby’s, zieken).

 Verschijnselen: donkere urine en minder plassen -dorstgevoel- droge mond en lippen - duizeligheid (bij opstaan) of neiging tot flauwvallen - hoofdpijn - snelle ademhaling - slaperigheid of prikkelbaar - verwardheid - sufheid tot coma - diepliggende ogen - koude, klamme of zelfs blauwe handen en voeten - hartritmestoornissen - spierkrampen.

Specifiek bij jonge kinderen kan daarbij nog optreden: - huilen zonder tranen - ingezakte fontanel - inactief zijn, slecht drinken - huidplooien die blijven staan als deze worden opgepakt tussen duim en wijsvinger.

 

Uremische encefalopathie Algemene term voor degeneratieve veranderingen in de hersenen, zonder dat micro-organismen een rol spelen. Bij ernstige aandoeningen van de lever (cirrose) of nieren kunnen bepaalde afbraakproducten in de bloedcirculatie terechtkomen. De belangrijkste ziekteverschijnselen zijn: diffuus niet functioneren van de hersenen ;  concentratiestoornissen; gedragsveranderingen; verwardheid; sufheid; 

eventueel stupor en coma.