V-W-X

V

Vaardigheden en competenties

 

Vaatziektes 

Een vaatziekte kan zowel in de slagaders als in de aders voorkomen. De meest bekende aandoening van de slagaders is slagaderverkalking of atherosclerose . Atherosclerose kan leiden tot etalagebenen , en tot een hart- of herseninfarct.
Ook een aneurysma komt regelmatig voor. Dat is een uitstulping van een slagader, bijvoorbeeld van de grote lichaamsslagader (aorta). Deze uitstulping kan gaan scheuren. Een andere vaatziekte die zowel in de aders als in de slagaders kan voorkomen is trombose . Hierbij wordt een bloedvat afgesloten door een stolsel.

Een CVA (Cerebro Vasculaire Aandoening) is een afwijking in de bloedvaten van de hersenen. Vaak wordt de term beroerte gebruikt. Een beroerte kan zowel een hersenbloeding als een herseninfarct zijn. Soms wordt een beroerte vooraf gegaan door een TIA (Transient Ischemic Attack). Dat is een kort moment van uitvalsverschijnselen, zoals verlamming.

 

Vasculaire dementie Bij vasculaire dementie ontstaat de schade aan de hersenen door verminderde doorbloeding. Dit hangt meestal samen met slagaderverkalking (atherosclerose).Er zijn twee vormen van vasculaire dementie:

  • Dementie door meerdere beroertes (multi-infarct dementie):
    Atherosclerose kan een beroerte veroorzaken (een Cerebral Vasculair Accident: CVA). Hierbij sterft een gedeelte van de hersenen af. Een klein aantal grote of een groot aantal kleine CVA’s kan zo leiden tot vasculaire dementie.
  • Dementie door beschadiging hersenstof (subcorticale dementie):
    Atherosclerose kan leiden tot microscopisch kleine beschadigingen aan de witte stof in de hersenen. Als er veel beschadigd is, veroorzaakt dit vasculaire dementie. Dit wordt ook wel de ziekte van Binswanger genoemd.

 

Ventrale frontale cortex zijn de onderste gebieden van de hersenschors aan de frontale kwab, de voorzijde van het hoofd. 

 

Ventrale route naar frontale kwab = De route van info via onderkant van het hoofd naar de frontale kwab, voorkant van het hoofd; is o.a. voor het kort onthouden van objecten.
 
Vermoeidheid Iedereen is weleens moe. Van vermoeidheid is sprake als er een aanhoudend gevoel van zwakte, uitputting of een gebrek aan energie is die iemand beperkt in zijn dagelijkse leven. Vermoeidheid bij hersenletsel is een veel gehoorde klacht. De dagenergie is vaak al na 2 uren op.
 
 
Vertebralis-basilaris insufficiëntie of Vertebralis-basilaris syndroom Onvoldoende bloedtoevoer naar de hersenen via het systeem van de wervelslagaders. De aandoening wordt gekenmerkt door stoornissen van het evenwichtsapparaat en de kleine hersenen. De verschijnselen zijn:korte aanval van duizeligheidal of niet valneiging; loopstoornissen; vegetatieve verschijnselen.(misselijkheid, bleek zijn, zweten)
In het begin treedt vaak volledig herstel op; in latere stadia blijven er vaak restverschijnselen van neurologische aard.
 
 
Verslikken Slikken is een zeer complexe beweging, die grotendeels automatisch verloopt. Er zijn veel structuren betrokken bij de slikbeweging. Slikken is een samenspel van lippen, gebit, tong, wangen, speekselklieren, gehemelte, keelholte, strottenklepje en strottenhoofd en slokdarm.
Maar liefst 32 spieren en 6 hersenzenuwen zijn betrokken bij de slikbeweging. 
 
 
Visuele stoornissen en blindheid Mensen zien als het licht dat op het oog valt via het hoornvlies en de lens een beeld vormt op het netvlies. De oogzenuw geeft dat beeld door aan de hersenen. Blindheid is meestal het gevolg van een afwijking van het oog of van de zenuw. O.a. een beschadiging van het gezichtscentrum in de achterste hersenschors door bijvoorbeeld een beroerte (corticale blindheid) en tal van andere oorzaken.
 

 

Vitamine B12 bevordert de vorming en groei van normale rode bloedcellen in het menselijk lichaam. Het draagt ook bij aan de celdeling en een goede werking van het zenuwstelsel. Vitamine B12 speelt ook een rol bij de stofwisseling van foliumzuur . Een vitamine B12-tekort kan ontstaan door een veganistische voeding , een gebrek aan intrinsic factor of het medicijn metformine. Dat is een medicijn dat gebruikt wordt bij diabetes mellitus type 2. Vitamine B12 komt alleen voor in dierlijke voedingsmiddelen zoals vlees, eieren en melk.
In het laatste deel van de dunne darm wordt vitamine B12 uit de voeding gehaald en opgenomen in het bloed. Hiervoor is een eiwit uit de maag nodig. Dit eiwit wordt ‘intrinsic factor’ genoemd.

Naarmate we meer vitamine B12 binnenkrijgen, wordt er minder vitamine B12 opgenomen. Er is daarom geen bovengrens aan te geven. Uit veiligheidsoverwegingen wordt wel de richtlijn van maximaal vijf keer de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) gebruikt. www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/vitamine-b12.aspx www.vitamine-info.nl/
 
 
Vitamine B12-tekort Mensen met een tekort aan vitamine B12 krijgen bloedarmoede omdat het aantal rode bloedcellen afneemt. Ze hebben last van duizeligheid, bleek zien en vermoeidheid. Ook hebben ze weinig eetlust en kan de tong branderig en pijnlijk aanvoelen.
Als het vitamine B12-tekort langer aanhoudt, wordt ook het zenuwstelsel aangetast. Patiënten klagen dan over krachtsverlies en vreemde gevoelens in de handen en voeten. Dit kunnen tintelingen zijn, een brandend gevoel of het gevoel op watten te lopen. Vaak lopen ze onzeker en vallen ze sneller.
Ze hebben verder last van psychische klachten, zoals geheugenproblemen, concentratiestoornissen en stemmingswisselingen.
 

Voeding: kunstmatig toegediend Sondevoeding (parenterale voeding) is een vloeibare voeding die via een sonde wordt toegediend. Een sonde is een dun, buigzaam slangetje dat meestal via de neus in de maag of in de dunne darm wordt ingebracht. Soms is het mogelijk zelf een neus-maagsonde in te brengen. Aan het uiteinde van de sonde zitten kleine openingen, waardoor de sondevoeding geleidelijk in de maag of dunne darm druppelt. Sondevoeding kan ook per sonde worden toegediend door een slangetje dat rechtstreeks door de huid in de maag of in de dunne darm terechtkomt. We noemen dit een PEG-sonde (Percutane Endoscopische Gastrostomie). Voor deze techniek wordt meestal gekozen als de sonde niet door de slokdarm ingebracht kan worden of als er langdurig sondevoeding nodig is.

 

W

Wernicke-afasie is een vorm van afasie. Afasie is een stoornis in de taal. Mensen kunnen dan niet meer normaal spreken, schrijven en lezen. Ook begrijpen ze minder goed wat anderen zeggen. Hoe het taalvermogen is aangetast, verschilt per persoon. Mensen een Wernicke-afasie hebben vaak ernstig aangetast taalbegrip. Het begrijpen van gesproken taal is moeilijk voor hen. Ook lezen en schrijven geeft problemen.
Opvallend is dat mensen met een Wernicke-afasie zich vaak minder bewust zijn van de fouten die ze maken in de taal. Ze begrijpen dan ook niet waarom hun gesprekspartner ze niet kan volgen.
Bij een Wernicke-afasie is er minder vaak sprake van een halfzijdige verlamming dan bij bijvoorbeeld een Broca-afasie of globale afasie. Dat komt door de locatie van het hersenletsel.
 
Wernicke-Korsakov Het syndroom wordt veroorzaakt door een ernstig tekort aan vitamine B1 (thiamine). Dit ontstaat meestal door langdurig alcoholmisbruik in combinatie met ondervoeding. Zo’n tekort heeft schadelijke gevolgen voor de hersenen en hersenfuncties. 

Als complicatie van een alcoholverslaving kan het syndroom van Wernicke-Korsakov optreden. Dit is een combinatie van twee syndromen, die zeer vaak samen voorkomen en dezelfde oorzaak hebben:

  • Wernicke-encefalopathie ofwel de ziekte van Wernicke.
  • Syndroom van Korsakov.

De ziekte van Wernicke begint meestal heel plotseling. Het is vaak een voorbode voor het ontstaan van het syndroom van Korsakov. Als het tijdig behandeld wordt, kunnen de symptomen weer verdwijnen. De symptomen zijn:

  • Loopstoornissen. Mensen met de ziekte van Wernicke lijden aan ataxie. Hun bewegingen zijn ongecontroleerd en hun evenwicht is verstoord. Vaak lopen ze met een breed ‘gangspoor’. Er treden vaak valpartijen op.
  • Dubbel zien. De oogspieren werken niet goed meer. Ook kan de oogbol onregelmatig bewegen (nystagmus).
  • Slikstoornissen.
  • Sufheid, tot coma aan toe.

Symptomen syndroom van Korsakov:

    • Geheugenstoornissen: mensen kunnen nieuwe informatie niet meer onthouden. Dit worden ook wel stoornissen in het kortetermijngeheugen genoemd. In de loop der tijd kunnen ze ook oudere herinneringen niet meer terughalen.
    • Desoriëntatie in tijd: mensen weten de datum of het tijdstip van de dag niet meer.
    • Confabuleren: mensen vullen de gaten in hun geheugen op met eigen verhalen. Dit zijn geen bewuste leugens, ze geloven hun eigen verzinsels.
    • Hallucinaties: mensen zien en horen dingen die er niet zijn.
    • Inactiviteit en apathie: Mensen met het syndroom van Korsakov liggen vaak veel op bed. Ze kunnen niets meer plannen of maken activiteiten niet af. Ze hebben anderen nodig die hen helpen om structuur in de dagen aan te brengen.
    • Daarnaast zijn er vaak depressieve kenmerken en karakterveranderingen
 
Whiplash een letsel van de nekwervelkolom. ‘Whiplash’ betekent letterlijk 'zweepslag'. Bij een whiplash maakt het hoofd een plotse slingerbeweging ten opzichte van de romp. Dit moet niet verward worden met een ‘zweepslag’ van de spieren, dat is een spierscheuring.

Het letsel van de nekwervelkolom bij whiplash komt door het overstrekken van de zachte nekweefsels. Whiplash heet ook wel flexie-extensietrauma of nekverstuiking.

Bij een whiplash kan het overstrekken van het weefsel van de nek zo ernstig zijn dat de weke delen zoals spieren, banden en pezen scheuren. Daardoor kunnen de nekwervels gaan verschuiven. Soms kunnen door het ongeval gebieden in de hersenstam, ruggenmerg en hersenzenuwen beschadigd raken. Heel zelden breken botten.

Een whiplashletsel wordt ingedeeld in verschillende graden, van graad 0 (helemaal geen nekklachten) tot IV (gebroken nek). Dat is afhankelijk van de klachten, het lichamelijk onderzoek en beeldvormend onderzoek van de nek, ruggenmerg en hersenen. Geschat wordt dat jaarlijks zo’n 15.000 tot 30.0000 mensen een whiplash doormaken. Zo’n twintig tot dertig procent van deze mensen krijgt langdurige klachten. www.whiplashstichting.nl

 
Whiplash video
 
 
Woordvindingsproblemen Bij een amnestische afasie kennen mensen de betekenis van de woorden. Ze kunnen een gebaar of tekening maken ter verduidelijking, als ze niet op het woord kunnen komen. De problemen doen zich vooral voor met het zien van verbanden in een groter geheel.
Soms maakt iemand met een amnestische afasie klankverwisselingen. Bijvoorbeeld ‘lomp’ in plaats van ‘lamp’ of ‘spade’ in plaats van ‘spatel’. Soms gebruiken zij ook een woord dat in dezelfde betekenissfeer ligt. Bijvoorbeeld ‘jas’ in plaats van ‘trui’.
Mensen met een amnestische afasie zeggen vaak: “Ik weet het wel, maar kan het niet zeggen of “Het ligt op het puntje van mijn tong”. 
  • Geef mensen met een amnestische afasie de tijd en onderbreek ze niet te snel.
  • Moedig ze aan om het op een andere manier te zeggen. Of te omschrijven wat ze bedoelen.
  • Als iemand stress heeft of moe is, gaat praten minder goed. Probeer een veilige en rustige omgeving te creëren.
  • De meeste mensen met afasie zijn snel afgeleid en kunnen geen gesprek voeren in een rumoerige omgeving. Bedenk dat mensen met een amnestische afasie het beste functioneren als het rustig is en ze met weinig mensen hoeven te praten.
  • Geluidsfragmenten: http://www.medicinfo.nl/%7B5e4fa186-ddd3-4158-aea1-6b2eb9f8d933%7D#amnestisch2