Siemon

Ik ben Siemon Vroom en kreeg in 2007 een beroerte. Sindsdien ben ik half-gehandicapt en heb last van afasie. Als ervaringsdeskundige met een beperking erger ik mij dood aan hulpmiddelen met een hoog ziekenhuisgehalte. Douchestoeltjes en toiletverhogers roepen mij reeds van verre toe: “Gehandicapt!” Dat kan anders. Ik ben een site met praktische hulpmiddelen begonnen. Ik maak filmpjes over éénhandige hulpmiddelen en blog over mijn leven:

Siemon-Vroom-weerhandig.jpg

Blog over Afasie

Mijn goede vriend gaat dichterbij zitten in de volle kroeg. Anders verstaat hij mij niet. Ik spreek moeilijk, vooral als ik moe ben. Zachter, onduidelijker, meer naar woorden zoekend. Het is ’s avonds om elf uur. Ik had al in mijn bed moeten liggen, maar ik word moe van moeten. Ik ‘moet’ zoveel, even uit de band springen dan maar. Morgen zien we wel verder. We praten over het begrip ‘begrip’.

Onbegrip

"Ik begrijp mijzelf niet eens, hoe moet ik begrip vragen van een ander?” Maar stiekem zoekt iedereen begrip van een ander. En daarvoor is het handig als je praat. De gemiddelde mens spreekt zo’n 120 woorden per minuut. Ik 80, als ik mijn best doe, met voorlezen. Als ik echter uit mijn hoofd praat hoogstens 40. Maar waarom dan? Ik heb een vorm van afasie waar ik elk woord moet verzinnen. En het verzinnen van woorden en in een behoorlijke zin plaatsen met goede werkwoordsvormen is een dingetje voor mij. Ik zal je meenemen in mijn gedachtenproces.

 

Hebt of heeft  

Eerst moet ik op de woorden komen. ‘Hoe heet dat ding (of mens) ook alweer’ is een veel gehoorde gedachte in mijn hoofd. Dan moet ik dat onthouden en de woorden er omheen verzinnen. En tenslotte de werkwoorden nog. Wat is de vervoeging van dat werkwoord. De één gaat automatisch goed, de ander is een ramp zoals het werkwoord ‘hebben’. Is het nu ‘hebt’ of ‘heeft’. Ik doe het nog regelmatig fout en ik leer daar niet van. Ik zet alle woorden dan in mijn hoofd op de goede volgorde.

 

ABN 

Ik ben een typisch geval van een social climber. Waar alle neefjes en nichtjes naar de LTS of huishoudschool gingen kreeg ik een gymnasium advies. En ik ging naar een gymnasium waar de hele elite van Amsterdam huisde. Mijn plat Amsterdamse tongval werd na 3 maanden vervangen door ABN. Zo zijn pubers, gevoelig voor peer group pressure.

 

Geduld 

Maar nu heeft mijn flexibiliteit in taal een nadeel. Mijn accent bleef foutloos na mijn beroerte, mijn woordkeuze niet. Als ik praat komt mijn oud Amsterdams naar boven in de woorden die ik kies. Blijkbaar een makkelijker vakje om te openen in mijn hersenen. Een kakmeneer die een Amsterdamse woordkeus heeft. Dus als ik wat weet wat ik wil zeggen moet ik het ook nog vertalen naar ABN. Een dubbele opgave. Ik zeg ook botte dingen, terwijl ik het vriendelijk bedoel. Daar moet mijn omgeving maar aan wennen, anders zeg ik 10 woorden per minuut, er is ook een grens aan het geduld van de luisteraars.

 

Poesten 

En dan moet het nog uit mijn strot komen. Ik heb bijvoorbeeld nog les gehad om de ‘ts’ combinatie maken. Zoals ‘tanden poeTSen’ in plaats van het door mijn zoon gehoorde ‘tanden poesten’. Daar heeft hij me veel mee gepest toen hij nog niet het besef had dat ik toen echt niet anders kon. Dus dat is ook een dingetje. En dan heb ik nog maar één zin gezegd. Geen wonder dat ik kapot ben van het praten na een uur. Het lijkt wel topsport met hindernissen. En dat ik maar aan één ding kan denken is ook niet zo verwonderlijk. Ik word bijna een fan van alle afasiepatiënten!

 

Persoonlijke noot:

Als een gemiddeld mens 300 woorden per minuut kan verwerken, ik die al zo’n beetje kwijt bent aan dat proces van een zin vormen, is het dan logisch dat je de draad kwijt raakt als iemand (ik noem geen namen, vriendin Petra…) van de hak op de tak een gesprek voert? Wie de schoen past

 

Bekijk in Siemon's internetshop wat er meer voor handigheidjes zijn. Of kijk bij onze pagina handige hulpmiddelen.

 

Siemon demonstreert in de filmpjes hoe je weer handig kan worden met één hand: