Blog ambulanceverpleegkundige

Als donderslag bij heldere hemel

De dag die zo routinematig begon als altijd. Mw had zich gedoucht en aangekleed. Tijdens het aankleden voelt ze zich plots niet goed. Dat niet goed voelen bestaat uit draaierigheid, duizeligheid en misselijkheid. Even rusten helpt niet. Wellicht komt het doordat ze nog niet gegeten heeft. Echter de klachten nemen snel in hevigheid toe. Ze voelt zich enorm beroerd. De misselijkheid slaat om in hevig braken. Er is geen hoofdpijn. De wereld om haar heen draait rond. In dusdanige hevigheid dat ze binnen enkele minuten tot niets meer in staat  is. 

 

Mw ligt op haar zijde. Is wel goed aanspreekbaar, en ligt stil met gesloten ogen. Ze voelt  zich intens ziek.

Bij onderzoek is de ademweg vrij, de ademhaling is normaal. Ze heeft een regulaire polsslag 70 min en de bloeddruk is 140/70. 

In de D is mw aanspreekbaar.  Ze heeft geen centrale neurologische uitval. Dus geen beeld van krachtsverlies, verlamming of afasie. Lopen lukt niet door de extreme draaiduizeligheid. Er zijn geen oorsuizingen of gehoorverlies. De pupillen zijn rond, gelijk en reactief op licht. Er is geen dwangstand en geen nystagmus (snelle horizontale oogbewegingen). De glucose is verhoogd. Later blijkt dit te komen door de stressreactie van het lichaam. 

 

Wat is er aan de hand. 

Is hier sprake van vertigo (draaiduizeligheid)? Minder waarschijnlijk omdat er dan vaak  sprake is van nystagmus, die nu echter ontbreekt. Is het een symptoom van de ziekte van Ménière. Er is dan vaak ook sprake van gehoorverlies en oorsuizingen. Dit is nu minder waarschijnlijk.

We zien dit beeld van acute draaiduizeligheid ook bij een cerebrovasculair accident (CVA)/beroerte in het achterste stroomgebied van de hersenen. 

Het is zo niet te duiden. 

Vanuit de neurologie is de inzet om laagdrempelig deze patiënten te presenteren op de SEH voor verder neurologisch onderzoek.

Vanuit de ambulancezorg is het belangrijk om de routing goed in gang te zetten.  Mw krijgt een infuus en een middel om het braken te remmen.

Beloop:

Mw wordt naar de SEH (Spoedeisende hulp) gebracht. Vrij snel volgt na een eerste onderzoek door de SEH arts een CT-scan. Hier wordt gelukkig geen bloeding of ruimte innemend proces gezien. Wel behoudt de radioloog enige twijfel over een klein gebied wat mogelijk tekenen van ischemie vertoont. Het ECG vertoont geen acute afwijkingen. Er zijn geen ritmestoornissen. Dit is belangrijk omdat atriumfibrilleren (onregelmatige hartslag) stolsels kan veroorzaken die in de bloedbaan kunnen komen en op die manier een bloedvat afsluiten.

Mw. gaat direct met antistollingsmiddelen beginnen en wordt op de Brain care unit opgenomen.  

Daar worden alle vitale parameters goed bewaakt.

Op een later moment zal poliklinisch een MRI-scan gemaakt worden.

Voor nu volstaat de behandeling met antistollingsmiddelen.

 

Een uur of 14-15 na het ontstaan van de eerste klachten begint zich herstel af te tekenen. De duizeligheid en misselijkheid nemen af. Een bijna weldaad voor Mw, na zolang zo beroerd te zijn geweest. Ze knapt goed op in zoverre, is weer mobiel en er is geen centrale neurologische uitval. Als de neuroloog de volgende dag Mw ziet, wordt er opnieuw lichamelijk onderzoek gedaan. In de loop van de middag is de situatie dusdanig hersteld dat Mw naar huis mag.  En dat is natuurlijk al fijn.

 

Verdere beloop:

Er lijken dus geen restverschijnselen. Echter de schijn bedriegt.

Snel wordt duidelijk dat alles anders is geworden. Snelle vermoeidheid, een beperkte actieradius en klachten van licht worden in het hoofd bij te veel prikkels. Een ongrijpbaar iets. Je hebt er geen invloed op. 

Bij de controle en uitslag van de MRI vraagt de neuroloog hoe de afgelopen 14 dagen verlopen zijn. Hier worden de bovengenoemde klachten benoemd. Ze geeft aan dat de MRI geen aanvullende duidelijkheid geeft wat er gebeurd is. Aanvankelijk is er opluchting. Dit is echter van korte duur.  De neuroloog geeft aan dat met wat nu de klachten zijn in combinatie met hoe het begonnen is, er sprake is van een CVA in het achterste stroomgebied. In dit geval een TIA (Trans ischemic Attack). Een tijdelijke doorbloedingsstoornis in de hersenen. De gevolgen en het herstel kunnen zijn zoals bij een aantoonbaar herseninfarct. 

Dit valt zwaar. Ook al had ze bemerkt dat het in het dagelijks leven niet meer ging zoals voorheen.

Mw is verpleegkundige van beroep. Ze zou het liefste zo snel mogelijk aan het werk gaan. Echter voorlopig is dit nog geen optie.

Ze blijft niet stilzitten. Fysiotherapie en ergotherapie worden ingezet.

Vooral zet ze zelf de schouders eronder. Balans zoeken in mentale en fysieke belasting. Ze staat er positief in en wil vooruit. De ene dag lukt het beter als de andere. 

Ze gaat af en toe naar de afdeling waar ze werkt.  Ze wil in verbinding blijven. Ze ontvangt veel ondersteuning vanuit haar afdeling. Hier is ze dankbaar voor. Ze werkt al meer dan 38 jaar als verpleegkundige in het ziekenhuis, waar ze nu als patiënt was. Aan de buitenkant is niets aan haar te zien. Zoals bij zoveel mensen met niet aangeboren hersenletsel (NAH). 

Voor de buitenwereld lijkt niets veranderd. “Je ziet er goed uit”. Dat klopt. Dat is de buitenzijde. In het brein is het een ander verhaal.

 

Haar man is ambulanceverpleegkundige en was thuis op het moment dat het gebeurde. Het acute beeld is iets wat hij vaker gezien heeft. Laagdrempelig worden deze patiënten ingestuurd. Ineens zit hij hier in een andere rol. In de rol van partner. Toch schiet die actie modus meteen aan.

Overlegt met SEH arts, regelt ambulance en prikt zelf het infuus.

Later komen daar de zorgen en verdriet bij. Ook voor de rest van het gezin.

Het is een vreemde gewaarwording. Het lijkt onwerkelijk wat er gebeurd is.  

Die ambulanceverpleegkundige ben ik. De Mw is mijn echtgenote.

 

We zijn royaal 2 maanden verder.

Fysiek is er een positieve ontwikkeling in belastbaarheid. Mentale belasting gaat soms beter en ook dagen minder. Functionerend zoals voorheen is er nog niet. We hopen op een herstel wat te zijner tijd kan resulteren om therapeutisch iets te kunnen gaan doen. Het is een weg van geduld, maar ook frustratie en zorg. Zorg die we gelukkig samen kunnen delen.

 

We staan er samen als gezin positief in.  Gelukkig is er geen centrale uitval. Het had erger kunnen zijn. Dat beseffen we ons heel goed. Elementen die maken dat we ook dankbaar zijn. 

 

Dank aan de website Hersenletsel-uitleg.nl dat ik mijn verhaal hier mocht delen.

 

John.

 

Volg John met andere blogs op social media!
Facebook: ambulanceverpleegkundige in praktijk
Instagram: ambulanceverpl_in_praktijk