De ZOEKFUNCTIE zie je op je mobiel als je het MENU aanklikt = 3 streepjes ( Icoontje) Bovenin het menu.

Visuele gevolgen van hersenletsel

Tekst staat onder dit
Sub menu:

Geen oogletsel maar hersenletsel

De hersenen spelen een erg belangrijke rol om alles goed te kunnen zien. Een beschadiging aan het brein kan daarom niet alleen leiden tot geheugenproblemen, maar ook tot visuele klachten.


Als de verwerking van visuele prikkels in de hersenen verminderd of verstoord verloopt, spreekt men van een visuele verwerkingsstoornis.

Ook kunnen er klachten zijn doordat één van de drie specifieke hersenzenuwen de oogspieren niet of niet goed aansturen door het hersenletsel.

 

Een groot hersennetwerk dat zich verder uitstrekt dan alleen de occipitale “visuele” hersenschors, verwerkt de door de ogen aangeboden beelden. Beschadiging door niet aangeboren hersenletsel, zoals een beroerte of ongeluk of abnormale ontwikkeling kan leiden tot uiteenlopende visuele stoornissen leiden.

 

Bijvoorbeeld:

  • niet meer kunnen lezen na ongeluk, ongeval,
  • visuele overprikkeling,
  • het niet kunnen herkennen van objecten of bekende personen,
  • maar één ding tegelijk zien, 
  • dubbel zien,
  • een deel van het gezichtsveld kan wegvallen,
  • vlekken in het gezichtsveld,
  • wisselend scherp zien, (denk aan CVI!)
  • refractieproblemen (niet scherp kunnen zien)
  • informatie van het ene oog kan sneller worden verwerkt dan van het andere oog
  • vertraagde informatieverwerking van het visuele systeem. Daardoor kan iemand een boom blijven zien, terwijl de boom allang uit zicht is bijvoorbeeld. Zie bij 'vastzetten beeld' hieronder.
  • fixatie disparatie problemen, waarbij de ogen niet goed samenwerken  fixatiedisparatie
  • door niet kunnen fixeren kan lezen moeilijk of onmogelijk zijn
  • visuele overprikkeling.

 

Er is niets mis met de ogen maar er is een beschadiging van de visuele hersengebieden of de zenuwbanen die ernaar toe leiden.
Bepaalde visus-problemen kunnen ook een gevolg kunnen zijn van evenwichtsuitval, evenwichtsbeschadiging of bepaalde evenwichtsziekten.

Problemen met het zien kunnen leiden tot forse moeheid, hoofdpijn, pijn rondom /in het oog en 'zeeziek of dronken' voelen. Mensen kunnen het gevoel hebben dat de ogen op hol slaan.

Citaat 1: "Door mijn herseninfarct mis ik een kwart van mijn zicht. In het begin vulden mijn hersenen dat kwart zelf in en zag ik dus vreemde zaken in mijn linker zichtveld, ook bewoog de volledige linkerkant, terwijl rechts stil bleef (denk aan gezichten, schilderijen, wegen, trottoirs). Dat verdween na verloop van tijd. Ik kon destijds ook geen gedrukte tekst lezen (nu gelukkig weer wel). Mijn zicht blijft troebel alsof ik “mist” in m’n ogen heb. Hoe verder weg ik kan kijken, hoe duidelijker het wordt".

Citaat 2: Ik had last van wat ik noem
'vastzetten beeld'. Bij dat vastzetten is het niet meer mogelijk om een ander beeld te zien, dus je ziet bijvoorbeeld een boom en als je vervolgens verder loopt blijf je die boom zien.


Soms gaat dit fenomeen vooraf aan letsel door een verminderde hoeveelheid zuurstof in het bloed.

 

Klachten kunnen zijn:

  • Niet kunnen lezen.
  • Visuele overprikkeling o.a. voor licht en beweging.
  • Dubbelzien of spierzwakte van oogspieren (diplopia) (dubbele beelden, die door de hersenen als afzonderlijk gezien worden, dansen door elkaar).

  • Blefarospasme (van het Griekse βλέφαρον, ooglid, en σπασμός, kramp) of ooglidkramp. Het geeft spontane samentrekkingen van de ooglidspieren waardoor iemand steeds opnieuw moet focussen.
  • Geen dieptezicht.
  • Gezichtsvelduitval voor de helft (hemianopsie) of een kwart zien (kwadrantopsie), delen zien of alleen aan de randen zien (concentrische beperking) of de onderste helft zien.

(linkszijdige hersenschade leidt tot uitval van de rechterhelft van het gezichtsveld, en schade bovenin leidt tot gezichtsvelduitval onderin-gespiegeld dus.)

  • Geen kleuren meer zien.

  • Maar één ding tegelijk kunnen zien.

  • Lichtovergevoeligheid (photofobia).

  • Wazig, niet duidelijk kunnen zien, ondanks goede brilcorrectie

  • Wisselend scherp zien, (denk aan CVI!)
  • Refractieafwijking  (niet scherp kunnen zien)
  • Informatie van het ene oog wordt sneller verwerkt dan van het andere oog.
  • 'Vastzetten beeld'. Bij dat vastzetten is het niet meer mogelijk om een ander beeld te zien, dus je ziet bijvoorbeeld een boom en als je vervolgens verder loopt blijf je die boom zien. Gefragmenteerd zicht door vertraagde informatie verwerking. Soms gaat dit fenomeen vooraf aan letsel bij een verminderde hoeveelheid zuurstof in het bloed.
  • Moeite afstanden juist in te schatten. (denk aan CVI!)

  • Geen gezichten /gezichtuitdrukkingen meer herkennen  lees meer...pagina prosopagnosie.

  • gestoord visueel geheugen.

  • Vlekken in het beeld zien (scotoma) of 'visual snow' alsof er ruis of lichtflitsen in het beeld gezien worden.
  • Gestoorde ruimtelijke inschatting (oriëntatie) en bewegen in een ruimte ten opzichte van mensen en voorwerpen.
  • Moeite met schatten van afstanden of snelheid, maar ook verkeerd afstand schatten bij het nemen van afstapjes / trap.
  • Fixatie disparatieproblemen, waarbij de ogen niet goed samenwerken.
  • Door niet kunnen fixeren kan lezen moeilijk of onmogelijk zijn, (mogelijk op te vangen middels passend lezen, Daisyspeler voor luisterboeken).
  • Convergentie-insufficiëntie waarbij je niet op korte afstand kan kijken omdat de oogspieren niet goed naar de neus draaien.
  • Mensen met MS kunnen beschadigde oogzenuwen hebben en het syndroom van Uhthoff hebben. Dat wil zeggen dat klachten tijdelijk Verergeren onder invloed van vermoeidheid of warmte zoals warm weer, verhoogde lichaamstemperatuur bijvoorbeeld door een warm bad of lichamelijke inspanning. De problemen met het zien nemen dan toe in de vorm van waziger zien of dubbel zien tot de afkoeling komt.
  • Visuele overprikkeling is een gevolg van schade in de hersenen, waarbij iemand zo veel details bewust waarneemt, dat dat gewoon teveel is voor het brein. Het licht kan als te fel worden ervaren. De lichtweerkaatsing is zo opvallend aanwezig dat iemand zich daar niet voor kan afsluiten.
    Het zien van letters van tekst die te dicht op elkaar staan of het zien van een beeldscherm, kan binnen zeer korte tijd ziekmakend zijn. Bij visuele overprikkeling kan iemand zo veel details bewust en versterkt waarnemen dat dat gewoon teveel is voor het brein. Het zien van drukke patronen of kleuren, veelheid aan gezellige spulletjes in huis, of het zien van bewegingen kan eveneens leiden tot visuele overprikkeling. Bij visuele overprikkeling kan iemand de balans verliezen.

 

Het soort klachten dat iemand heeft, is sterk afhankelijk van de plaats van de beschadiging in de hersenen.

Bij hersenletsel is zelden sprake van een visuele stoornis alleen, zie overige pagina's over gevolgen.

Praktische gevolgen

 De visuele klachten kunnen beperkingen geven bij:

Waar zit het letsel? 

Visuele klachten bij hersenletsel kunnen in meerdere gebieden voorkomen afhankelijk van de symptomen:

File:Four lobes.gif

 

 File:Fusiform gyrus animation.gif

 

De meeste visuele klachten komen voort na een beschadiging in de occipitaalkwab, zo ook apperceptieve agnosie dat meestal in de rechterhelft van de occipitaalkwab is =rood  in het plaatje hieronder:

 File:Cerebrum - occipital lobe - animation.gif

 

Oogspieren en 3 specifieke hersenzenuwen

Elk oog heeft zes oogspieren die door verschillende hersenzenuwen  (III, IV en VI) worden aangestuurd vanuit de hersenen. Normaal gesproken kan het oog daardoor in alle richtingen draaien. 

Naar binnen kijken wordt adductie genoemd. Naar buiten kijken heet abductie. Naar boven kijken heet elevatie en naar onder kijken depressie. Naar binnen draaien heet intorsie. Naar buiten draaien wordt extorsie genoemd.

Wanneer één van deze drie hersenzenuwen minder of geen informatie doorgeeft, werken één of meerdere oogspieren niet goed. Er is dan sprake van onvermogen om naar een bepaalde kant te kijken blikverlamming of blikparese). Er kunnen dubbelbeelden en andere klachten ontstaan.

Uitklapmenu:

Hersenzenuw III (nervus occculomotorius):

  • stuurt de bovenste rechte oogspier aan (musculus rectus superior)
  • stuurt de onderste rechte oogspier aan (musculus rectus inferior)
  • stuurt de onderste schuine oogspier aan (musculus obliquus inferior)
  • stuurt de middelste rechte oogspier aan (musculus rectus medialis)
  • stuurt het bovenooglid aan (levator spier of musculus levator palpebrae)
  • stuurt de spieren aan die de pupil vernauwen en beïnvloedt het scherpstellen van de ooglenzen (accommodatie).

Verlamming

Klachten

Dubbelzien bijvoorbeeld doordat:

  • Het oog staat /kijkt naar buiten (abductie). De binnenste oogspier wordt niet aangestuurd. De buitenste oogspier wel.
  • Het kijken naar binnen is beperkt richting neuskant). De binnenste oogspier wordt niet aangestuurd.
  • Het omhooglijken (elevatie) gaat niet of is beperkt. De bovenste oogspier wordt niet aangestuurd.
  • Het omlaagkijken (depressie) gaat niet of is beperkt. De onderste oogspier wordt niet aangestuurd.

Het bovenste ooglid valt dicht /hangt af (ptosis).

De pupil kan verwijd staan. Het scherpstellen van de ooglens is moeizaam (accommodatie).

Klachten kunnen wisselen per patiënt omdat  er verschillende zijtakjes bestaan van deze oogzenuw. Het hangt van debeschadiging van een specifieke tak af welke functie van de ogspier uitvalt.

Hersenzenuw IV (nervus trochlearis):

  • stuurt de bovenste schuine oogspier aan (musculus obliquus superior)

Verlamming

Er is een verticale oogstandsafwijking. Meestal staat het oog daarbij iets hoger dan normaal.

Het oog kan niet goed naar beneden kijken wanneer die persoon naar de neuskant kijkt.

Klachten

Iemand ziet twee beelden schuin boven elkaar.
Het beeld kan genkanteld zijn.

Klachten kunnen af en toe bij vermoeidheid optreden of continu aanwezig zijn.

Soms kantelt iemand het hoofd om de klachten te verminderen. Dat wordt torticollis genoemd of abnormale hoofdstand.

Hersenzenuw VI (nervus abducens)

  • stuurt de buitenste rechte oogspier aan  (musculus rectus lateralis) Deze spier zorgt ervoor dat iemand naar de buitenkant opzij kan kijken. Dus dat het oog naar buiten gedraaid kan worden (abductie).

Verlamming

Het aangedane oog kan niet of moeizaam naar buiten gedraaid worden. Het kijkt naar binnengedraaid naar de neuskant (esotropie). De  binnenste rechte oogspier werkt nog wel en trekt het oog naar binnen.z

Komt voor bij letsel in de pons (onderdeel van de hersenstam). Zie voor meer info over het syndroom van Millard Gubler of ventrale pontine syndroom https://www.hersenletsel-uitleg.nl/gevolgen-per-hersengebied/hersenstam#msg

Klachten

Dubbelzien.

Soms kantelt iemand het hoofd om de klachten te verminderen. Dat wordt torticollis genoemd of abnormale hoofdstand. Iemand draait het hoofd naar de kant van het aangedane oog.

Convergentie-insufficiëntie

Wanneer de ogen niet goed naar de neus draaien, is de oorzaak vaak een combinatie van verminderde samenwerking en verminderde werking van de binnenste oogspieren. Je kan dan niet naar het puntje van je neus kijken.


De genoemde oogproblemen noemt men convergentiestoornis of convergentie-insufficiëntie. Het bewegen van de oogspieren naar de neus heet convergentie. Daarmee kan je op korte afstand kijken. Dat is belangrijk voor het werk achter een computer, lezen, schrijven en voor veel dagelijkse taken.

Klachten kunnen zijn:

  • hoofdpijn (boven de ogen of op het voorhoofd). De ogen zij sneller vermoeid door ingespannen dichtbij kijken
  • dichtbij alles wazig zien
  • dichtbij dubbelzien
  • bij het lezen bewegende of dansende letters zien.

Hulp?

Het probleem van dubbelzicht waardoor visuele overprikkeling ontstaat, zou mogelijk door een oogarts of door een optometrist met ervaring in functionele neurologie met kennis van NAH teruggebracht kunnen worden, afhankelijk van de klachten.

Bijvoorbeeld door Eye 4 Vision in Ridderkerk. Soms kan een chiropractor met ervaring in functionele neurologie ook hulp bieden bijvoorbeeld Blaauw in Gouda.
Voor overige hulp zijn Bartiméus en Visio de kennisexperts.

 

 

Koninklijke Visio aan het woord:

Meer dan 50% van de mensen met NAH heeft een waarnemingsstoornis!

Door de toenemende bewustwording van revalidatiemogelijkheden voor mensen met NAH bij zowel verwijzers als cliënten en hun familie, neemt het aantal aanmeldingen van cliënten met cerebrale visusstoornissen toe bij Koninklijke Visio. Zo geven veel cliënten met NAH dat ze hinder hebben van wazig zien, een verminderd vermogen om contrasten te zien of een veranderde lichtbehoefte en/of lichthinder hebben.

 

Cliënten krijgen bij Koninklijke Visio een speciaal traject  om de waarnemingsstoornissen bij NAH (perceptie maar ook ander klachten zoals lichthinder) beter in kaart te brengen. 

 

-Intake

Brengt in kaart waar de problemen liggen op het gebied van activiteiten en participatie. Met daarbij aangevuld een speciale NAH vragenlijst. Dit is een vragenlijst met uitspraken over problemen die met het gezichtsvermogen te maken hebben, of over gevoelens over het gezichtsvermogen.

 

-Visueel Functieonderzoek 

Een groot gedeelte van de cliënten met NAH geeft aan dat er hinder is van wazig zien, een verminderd vermogen om contrasten te onderscheiden, stoornis in licht- en /of donkeradaptatie, een veranderde lichtbehoefte en / of lichthinder. Deze klachten kunnen mogelijk (deels) op basis van lagere orde visuele functies geobjectiveerd worden.

 

-Visueel perceptie problematiek onderzoek 

Dit brengt in kaart welke beperkingen en hulpvragen de cliënt heeft.  Op basis van internationale inzichten is een aantal korte neuropsychologische testen geselecteerd, die met behulp van een laptop op een grote tablet worden aangeboden. De testbatterij heeft als doel te screenen op mogelijke visuele perceptiestoornissen.

 

-Lichthinderklachten 

Deze kunnen worden onderzocht in het lichtlaboratorium van Visio.

 

-Behandeling

Een behandeling kan volgen waarin het ook mogelijk is dat er uitgebreider onderzoek noodzakelijk is door bv. de neuropsycholoog of een ergotherapeut van Visio . Een behandeling kan het volgende inhouden:

  • Een ergotherapeut geeft training en advies om de mogelijkheden op het gebied van mobiliteit, huishouden, verlichting, vrije tijd, werk en computergebruik te vergroten. Er is aandacht voor hulpmiddelengebruik gericht op compenseren.

  • Een (neuro)psycholoog leert iemand omgaan met cognitieve beperkingen of geeft therapeutische begeleiding bij depressie.

  • Een maatschappelijk werker helpt een cliënt en zijn naasten met emotionele verwerking.

  • Ook biedt Visio wetenschappelijk onderbouwde kijktrainingen aan voor mensen die als gevolg van hersenletsel ook een visuele beperking hebben gekregen. Bij hemianopsie en/of kwadrantanopsie is het mogelijk om met oogsprongen (saccades) te leren werken. Ook wanneer een cliënt niet in staat blijkt te revalideren, kunnen waardevolle tips en adviezen worden gegeven gericht op het inrichten van diens omgeving, en voor de bejegening door naasten.

     

    Met dank aan Marion Kuper, Koninklijke Visio

    Foto hieronder:' test-tablet' om waarnemingsproblematiek te meten.

 

Deze pagina is in samenwerking met Koninklijke Viso en Hersenletsel-uitleg.nl gemaakt. Lievenbergziekenhuis neurologie voor de tips.