Functionele Neurologische Stoornis - FNS

 

Samenvatting

FNS is een neurologische aandoening waarbij de werking van het zenuwstelsel is verstoord.

  • De klachten zijn echt en worden niet expres veroorzaakt.

  • FNS is meer dan de vroegere conversiestoornis.

  • FNS wordt vastgesteld op basis van positieve kenmerken bij neurologisch onderzoek.

  • Een normale MRI bewijst niet dat iemand FNS heeft.

Krachtsverlies, verlamming, spierschokken (myoclonieën), aanvallen of plotseling vallen zijn op zichzelf geen bewijs voor FNS. Deze klachten kunnen ook voorkomen bij andere neurologische ziektebeelden.

 

👉 LET OP bij hersenletsel en zintuiglijke overprikkeling of het hersenletsel gerelateerd Ziektebeeld Zintuiglijke Overprikkeling h-ZZO
Neurologische verschijnselen zoals krachtsverlies, spraak- of loopproblemen, spierschokken (myoclonieën) en tijdelijke uitval zijn op zichzelf geen positieve kenmerken van FNS. Bij h-ZZO kunnen tijdens zintuiglijke overprikkeling bestaande hersenletselklachten verergeren of hersenletselklachten optreden die daarvoor niet of nauwelijks aanwezig waren. Ook bij iemand met hersenletsel mag FNS daarom niet uit het symptoom zelf worden afgeleid.

Belangrijk bij mensen met hersenletsel, zintuiglijke overprikkeling en h-ZZO

Bij h-ZZO kunnen tijdens een episode van zintuiglijke overprikkeling bestaande neurologische en cognitieve hersenletselklachten tijdelijk verergeren. Ook kunnen hersenletselklachten optreden die daarvoor niet of nauwelijks aanwezig waren.

Juist een bezoek aan een ziekenhuis of SEH kan gepaard gaan met veel zintuiglijke belasting: licht, geluid, beweging, gesprekken, onderzoeken en meerdere mensen in dezelfde ruimte. Bij iemand met h-ZZO kan daardoor de belastbaarheid worden overschreden en kunnen klachten tijdens het ziekenhuisbezoek toenemen of ontstaan.

Krachtsverlies, spraakproblemen, loopproblemen, myoclonieën, gevoelsstoornissen of andere neurologische verschijnselen zijn op zichzelf geen positieve kenmerken van FNS.

Ook wanneer iemand bij zintuiglijke overprikkeling neurologische klachten krijgt, maar niet voldoet aan de afkapscore voor h-ZZO, betekent dit niet dat deze klachten daarom functioneel zijn. De klachten zelf zijn geen positieve kenmerken van FNS.

Bij iemand met hersenletsel moet daarom worden onderzocht of neurologische klachten tijdens een staat van OVERPRIKKELING samenhangen met het hersenletsel en h-ZZO, en of er daadwerkelijk positieve klinische kenmerken zijn die voor FNS pleiten.

👉Acute neurologische uitval: eerst een CVA uitsluiten

Bij plotseling ontstane neurologische uitvalsverschijnselen, zoals krachtsverlies of verlamming aan één zijde, een scheve mond, spraakproblemen of plotselinge problemen met zien, moet altijd eerst aan een CVA worden gedacht en moet dit met spoed medisch worden beoordeeld.

Een functional stroke mimic is een presentatie waarbij de klachten op een beroerte lijken, maar uiteindelijk als functioneel worden geduid. Het vermoeden van FNS mag er niet toe leiden dat onderzoek naar een mogelijk CVA wordt overgeslagen of vertraagd.

Belangrijk is bovendien dat neurologische klachten op zichzelf geen positieve kenmerken van FNS zijn.

Wat is FNS?

FNS is een neurologische aandoening waarbij problemen ontstaan in het functioneren van het zenuwstelsel, zonder dat deze klachten volledig worden verklaard door beschadiging of ziekte van het zenuwstelsel.

De klachten kunnen bijvoorbeeld bestaan uit problemen met bewegen, lopen, voelen, zien of spreken. Ook kunnen aanvallen, schokken, tremoren of krachtsverlies voorkomen.

FNS is de bredere benaming voor wat vroeger conversiestoornis werd genoemd. Psychische problemen, stress of een psychologisch trauma zijn niet nodig om de diagnose FNS te stellen.

In 2026 is een vernieuwde Nederlandse zorgstandaard voor FNS gepubliceerd. Deze beschrijft een brede visie waarbij biologische, psychologische en sociale factoren een rol kunnen spelen.

FNS heeft geen vastgestelde enkelvoudige oorzaak of volledig opgehelderd onderliggend mechanisme. Er bestaan verschillende verklaringsmodellen en gevonden associaties, maar dat is iets anders dan weten waardoor FNS ontstaat.

 

Juist daarom is voorzichtigheid belangrijk wanneer klachten ook kunnen passen bij andere neurologische ziektebeelden die nog onvoldoende als differentiaaldiagnose zijn onderzocht.



Hoe wordt FNS vastgesteld?

FNS wordt niet vastgesteld omdat artsen geen andere oorzaak kunnen vinden.

De diagnose FNS wordt gesteld op basis van positieve klinische kenmerken die bij neurologisch onderzoek passen bij FNS. De klacht zelf — bijvoorbeeld krachtsverlies, trillen, schokken, loopproblemen of een aanval — is geen positief kenmerk van FNS.

Wat zijn positieve kenmerken van FNS?

Een positief kenmerk is iets wat de arts tijdens het onderzoek ziet en wat juist past bij FNS.

Het is dus niet de klacht zelf. Krachtsverlies, trillen, schokken of vallen zijn geen positieve kenmerken van FNS.

Voorbeelden zijn:

  • Bij spierzwakte kan de kracht veranderen als dezelfde spier op een andere manier wordt getest. Bij de Hoover-test kan een been bijvoorbeeld eerst zwak lijken, maar automatisch wel kracht leveren bij een andere beweging.

  • Bij een tremor kan het trillen duidelijk veranderen of stoppen wanneer de aandacht wordt afgeleid. Bij iemand met FNS die last heeft van trillen, kan de neuroloog soms het trillen tijdelijk laten stoppen door afleiding te bieden.

  • Een tremor kan het ritme gaan volgen dat met een ander lichaamsdeel wordt uitgevoerd. Dit heet entrainment.

  • Bij functionele spierschokken of myoclonieën kunnen de bewegingen duidelijk veranderen door afleiding of tijdens verschillende opdrachten.

  • Bij een functionele loopstoornis kan het looppatroon sterk veranderen of verbeteren bij bijvoorbeeld achteruitlopen, een andere loopsnelheid of afleiding.

  • Bij functionele gevoelsuitval kan het gebied met minder gevoel een patroon hebben dat niet past bij de zenuwen of gevoelsbanen in het lichaam.

  • Bij functionele visuele uitval kunnen tijdens onderzoek reacties of gezichtsveldpatronen worden gevonden die niet passen bij de gemelde visuele uitval.

  • Bij functionele aanvallen kijkt de arts naar een combinatie van kenmerken tijdens de aanval, zoals het verloop, de duur, de bewegingen en de reactie op de omgeving.

Niet ieder positief kenmerk past bij iedere vorm van FNS. De arts kiest het onderzoek dat past bij de klachten.

Iemand heeft dus niet FNS omdat die persoon bijvoorbeeld spierschokken (myoclonieën), krachtsverlies of aanvallen heeft. 

Er moeten één of meer positieve kenmerken zijn die passen bij de betreffende vorm van FNS en die in de klinische context de diagnose ondersteunen.

Belangrijke onbeantwoorde vraag

Voor zover bekend is niet onderzocht of deze positieve kenmerken van FNS daadwerkelijk onderscheidend zijn bij mensen met hersenletsel en ernstige zintuiglijke overprikkeling, met of zonder h-ZZO.

Bij ernstige zintuiglijke overprikkeling kunnen neurologische klachten ontstaan of verergeren. Daarom blijft een belangrijke vraag:

Hoe zeker is een FNS-diagnose bij iemand met hersenletsel en ernstige zintuiglijke overprikkeling, zolang niet is onderzocht of de positieve kenmerken van FNS daadwerkelijk onderscheidend zijn van klachten die tijdens zintuiglijke overprikkeling kunnen optreden?

 

Welke klachten kunnen bij FNS voorkomen?

De klachten kunnen heel verschillend zijn. Vaak komen meerdere klachten tegelijk voor. Op de bestaande pagina werden onder andere genoemd:

  • loopstoornissen;

  • zwakte van armen of benen;

  • functionele aanvallen, wegrakingen of black-outs;

  • tremoren, trillingen en schokkende bewegingen;

  • verlammingsverschijnselen;

  • een doof of veranderd gevoel;

  • veranderd gevoel in arm, been of gezicht aan één zijde;

  • spasmen in het gezicht;

  • hoofdpijn;

  • gehoorklachten;

  • visuele klachten, zoals wazig of dubbel zien;

  • vermoeidheid;

  • slaapproblemen;

  • cognitieve problemen;

  • chronische pijn.

Deze klachten zijn op zichzelf geen bewijs voor FNS. De diagnose wordt gebaseerd op positieve kenmerken die bij FNS passen.

Waardoor ontstaat FNS?

FNS heeft niet één bekende oorzaak. Bij sommige mensen is er een herkenbare aanleiding, bijvoorbeeld een ongeval, ziekte, migraineaanval, operatie of narcose. Bij anderen is geen duidelijke aanleiding aanwezig.

Psychologische of sociale factoren kunnen bij sommige mensen een rol spelen, maar zijn niet noodzakelijk om FNS te kunnen vaststellen.

 

Verschil met hersenletsel-gerelateerd Ziektebeeld Zintuiglijke Overprikkeling (h-ZZO)

Het hersenletsel-gerelateerd Ziektebeeld Zintuiglijke Overprikkeling (h-ZZO) is in 2021 beschreven en gepubliceerd op basis van onderzoek bij mensen met hersenletsel. Daarna is het ziektebeeld in vervolgonderzoek verder onderzocht.

Bij h-ZZO kunnen zintuiglijke prikkels zó ontregelend worden dat neurologische, lichamelijke en cognitieve klachten ontstaan of bestaande hersenletselklachten tijdelijk verergeren.

Voorbeelden zijn problemen met denken, spreken of bewegen, krachtsverlies, myoclonieën, tijdelijke halfzijdige uitval, tijdelijke halfzijdige aangezichtsparese en drop-attacks.

De ernst en duur verschillen sterk. Ook het herstel kan dagen, weken of maanden duren en in ernstige gevallen langer.

Waarom kan verwarring met FNS ontstaan?

Sommige klachten kunnen zowel bij FNS als bij h-ZZO en ernstige zintuiglijke overprikkeling voorkomen. Maar dezelfde klacht betekent niet dezelfde diagnose.

Een myoclonie, krachtsverlies, halfzijdige uitval of een drop-attack is op zichzelf geen positief kenmerk van FNS.

Voor de diagnose FNS moet worden gekeken naar de eerder beschreven positieve klinische kenmerken die daadwerkelijk voor FNS pleiten.

Bij het onderscheid moet naar het hele klinische beeld worden gekeken, waaronder wat de klachten uitlokt, het verloop en herstel, de neurologische bevindingen en eventuele positieve kenmerken van FNS.

FNS en hersenletsel kunnen naast elkaar bestaan. Daarom moeten beide mogelijkheden zorgvuldig worden beoordeeld.

Worden h-ZZO en ernstige zintuiglijke overprikkeling gemist bij mensen met hersenletsel die de diagnose FNS krijgen?

Voor professionals: differentiële diagnostiek FNS en h-ZZO

Uitgangspunt voor de differentiatie

Een overlappend symptoom is op zichzelf niet diagnostisch voor FNS of h-ZZO. Bij FNS is de moderne diagnostische benadering gebaseerd op positieve klinische neurologische kenmerken die passen bij het betreffende functionele fenotype. Bij h-ZZO moet de presentatie worden beoordeeld binnen het bredere klinische patroon, waaronder de relatie met zintuiglijke overprikkeling, het ontstaan en verloop van neurologische, lichamelijke en cognitieve verschijnselen en de herstelduur.

FNS en een andere neurologische aandoening kunnen bovendien naast elkaar bestaan. Het onderscheid vraagt daarom om beoordeling van het volledige klinische beeld en niet alleen van de naam of aard van één symptoom.

Overlappende klinische presentaties

Klinische presentatie FNS h-ZZO Waar zit het onderscheid?
Krachtsverlies / parese Kan voorkomen Kan voorkomen Krachtsverlies zelf is niet onderscheidend. Bij FNS zijn positieve tekenen van functionele zwakte relevant, zoals Hoover-teken, give-way/collapsing weakness of andere aantoonbare inconsistenties; bij h-ZZO wordt het verschijnsel binnen het bredere patroon van zintuiglijke overprikkeling en herstel beoordeeld.
Hemiparese / halfzijdige uitval Kan voorkomen Kan voorkomen Beoordeel neuroanatomische congruentie, neurologisch onderzoek en eventuele positieve FNS-tekenen. Tijdelijke halfzijdige uitval binnen h-ZZO moet niet uitsluitend op grond van het symptoom als functioneel worden geclassificeerd.
Aangezichtsparese / faciale presentatie Functionele faciale zwakte of spasme kan voorkomen Tijdelijke halfzijdige aangezichtsparese beschreven Bij functionele faciale presentaties kunnen specifieke positieve patronen worden gezien. De aanwezigheid van een faciale asymmetrie of parese op zichzelf is niet voldoende voor FNS.
Myoclonieën / schokken Kan voorkomen Kan voorkomen Myoclonus zelf is geen positief FNS-teken. Bij functionele jerks zijn onder meer variabiliteit, distractibility/suppressibility, entrainment en in geselecteerde gevallen neurofysiologische kenmerken relevant.
Tremor Kan voorkomen Kan voorkomen Bij functionele tremor zijn onder meer entrainment, distractibility/suppressibility en karakteristieke variabiliteit positieve kenmerken. Tremor als symptoom alleen is niet diagnostisch.
Aanvalsgewijze verschijnselen Functionele aanvallen kunnen voorkomen Aanvalsgewijze neurologische/cognitieve verschijnselen kunnen voorkomen Bij functionele aanvallen is de semiologie en waar nodig ictale video-EEG-beoordeling belangrijk. Bij h-ZZO wordt het verschijnsel in relatie tot zintuiglijke overprikkeling, klinisch patroon en herstel beoordeeld.
Vallen / drop-attacks Kan voorkomen Kan voorkomen Plotseling vallen is op zichzelf niet diagnostisch voor FNS. Differentieer op basis van anamnese, semiologie, neurologisch onderzoek, positieve FNS-kenmerken en het bredere klinische patroon.
Loopstoornissen Kan voorkomen Kan voorkomen Functionele loopstoornissen kunnen positieve patronen tonen, zoals duidelijke taakafhankelijke variabiliteit, verbetering bij afleiding of specifieke incongruente gangpatronen. Loopproblemen op zichzelf zijn niet onderscheidend.
Gevoelsstoornissen Kan voorkomen Kan voorkomen Bij functionele gevoelsstoornissen kunnen niet-neuroanatomische of intern inconsistente patronen worden gevonden. Sensorische klachten binnen h-ZZO moeten in samenhang met zintuiglijke overprikkeling en overige verschijnselen worden beoordeeld.
Visuele verschijnselen Kan voorkomen Kan voorkomen Bij functionele visuele uitval kunnen positieve onderzoeksbevindingen of incongruente gezichtsveldpatronen aanwezig zijn. Visuele klachten op zichzelf onderscheiden FNS niet van h-ZZO.
Spraak- / taalproblemen Kan voorkomen Kan voorkomen Functionele spraak- en stemstoornissen kunnen taakafhankelijke inconsistenties of karakteristieke patronen tonen. Bij h-ZZO worden spraak-/taalproblemen beoordeeld binnen het totale klinische en temporele patroon.
Cognitieve problemen Kunnen voorkomen Kunnen voorkomen Cognitieve klachten zijn op zichzelf niet onderscheidend. Bij functionele cognitieve stoornissen kunnen specifieke discrepanties of paradoxale prestaties aanwezig zijn; bij h-ZZO is de relatie met zintuiglijke overprikkeling, episodeverloop en herstel relevant.
Autonome / lichamelijke verschijnselen Kunnen samengaan met FNS Kunnen voorkomen Autonome of lichamelijke symptomen zijn op zichzelf niet diagnostisch voor één van beide beelden en moeten in de volledige klinische context worden geïnterpreteerd.
Vermoeidheid / uitputting Kan voorkomen en is een frequente comorbide klacht Kan zeer prominent zijn Vermoeidheid of uitputting is niet op zichzelf onderscheidend. Bij h-ZZO zijn ernst, relatie met zintuiglijke overprikkeling en duur van herstel onderdelen van het bredere klinische patroon.

Positieve FNS-kenmerken: diagnostische laag naast het symptoom

Voor de differentiële diagnostiek is het essentieel om het klinische symptoom te scheiden van het positieve FNS-teken. Paresen, tremor, myoclonieën, aanvallen, gevoelsstoornissen, visuele klachten of loopstoornissen zijn fenotypen en zijn niet op zichzelf positieve tekenen van FNS.

  • Functionele zwakte: onder meer Hoover-teken, hip-abductor sign, drift without pronation, give-way/collapsing weakness en andere reproduceerbare inconsistenties, met interpretatie in klinische context.
  • Functionele tremor: onder meer entrainment, distractibility/suppressibility en karakteristieke variabiliteit.
  • Functionele myoclonus/jerks: onder meer variabiliteit, distractibility/suppressibility of entrainment; klinische neurofysiologie kan in geselecteerde gevallen ondersteunen.
  • Functionele loopstoornis: positieve incongruente of intern inconsistente gangpatronen en verandering bij specifieke taken of afleiding.
  • Functionele gevoels- of visuele stoornis: positieve onderzoeksbevindingen die niet passen bij verwachte neuroanatomische of fysiologische patronen.
  • Functionele aanvallen: diagnose op basis van de combinatie van kenmerkende semiologie; waar geïndiceerd is ictale video-EEG de referentiestandaard voor differentiatie van epileptische aanvallen.

Geen enkel zwak of geïsoleerd teken moet buiten de klinische context worden geïnterpreteerd. De diagnostische waarde verschilt per teken en per FNS-fenotype; convergerende positieve bevindingen verhogen de diagnostische zekerheid.

h-ZZO: klinische laag naast het symptoom

Bij h-ZZO staat niet één afzonderlijk neurologisch symptoom centraal, maar het bredere klinische patroon waarin zintuiglijke overprikkeling gepaard kan gaan met:

  • algemene neurovegetatieve disbalans (autonome zenuwstelsel), met een fight-, flight- of freeze-reactie;
  • kortdurende of langdurige verergering van bestaande neurologische en cognitieve hersenletselklachten;
  • kortdurend of langdurig optreden van neurologische en cognitieve hersenletselklachten die daarvoor niet of niet duidelijk aanwezig waren.

Er kunnen enkelvoudige klachten optreden of combinaties van neurovegetatieve, neurologische, cognitieve en emotionele hersenletselklachten.

Belangrijk voor de interpretatie:
Met fight-, flight- en freeze-reacties worden hier neurovegetatieve en neurologische responspatronen bedoeld, niet de psychologische betekenis die vaak aan deze termen wordt gegeven. Deze responsen kunnen zich in uiteenlopende neurologische verschijnselen uiten; een drop-attack kan bijvoorbeeld één van de verschijningsvormen binnen een freeze-respons zijn.

De symptomen kunnen paroxysmaal optreden: ze kunnen plotseling ontstaan en na verloop van tijd afnemen of verdwijnen.

Bij de beoordeling zijn onder meer van belang: de relatie met zintuiglijke overprikkeling, aard en combinatie van de verschijnselen, het verloop, de herstelduur en de totale ziektelast en gevolgen voor het functioneren.

Voor het systematisch in kaart brengen van dit klinische beeld van h-ZZO is een specifiek diagnosticum ontwikkeld.

Kern voor collegiale beoordeling

De centrale vraag is niet alleen óf een verschijnsel bij FNS kan voorkomen, maar of bij de individuele patiënt positieve kenmerken aanwezig zijn die de diagnose FNS ondersteunen. Wanneer hetzelfde verschijnsel ook binnen het beschreven h-ZZO-patroon voorkomt, is het symptoom zelf onvoldoende om de etiologische classificatie te bepalen.

Engelstalig filmpje

Meer informatie over FNS

Voor actuele informatie over FNS:

Download

ZORGPAD FNS 2026 Stroomschema FNS pdf

PDF – 35,6 KB

Boek: Tussen de oren?
Misverstanden over functionele neurologische stoornis (FNS)

Auteur: Rien Vermeulen Joop Bouma

Bronnen

  • Aybek S, Perez DL. Diagnosis and management of functional neurological disorder. BMJ. 2022;376:o64. Dit is een belangrijke moderne review: FNS als rule-in-diagnose op basis van positieve klinische kenmerken.
  • Daum C, Hubschmid M, Aybek S. The value of ‘positive’ clinical signs for weakness, sensory and gait disorders in conversion disorder: a systematic and narrative review. Journal of Neurology, Neurosurgery & Psychiatry. 2014;85:180–190.
  • Mavroudis I, Franekova K, Petridis F, et al. Positive Clinical Signs in Functional Neurological Disorders: A Narrative Review and Development of a Clinical Decision Tool. Brain Sciences. 2025;15:997. Deze recente review behandelt meer dan 60 positieve klinische kenmerken bij verschillende FNS-presentaties.
  • Akwa GGZ. Zorgstandaard Functioneel Neurologische Symptoomstoornis (FNS). 2026.
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Richtlijn Somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis. 2026.
  • Schüsler-van Hees, M., van Schaaijk, A., & Van Haastrecht, J. A. P. (2021). Hoe beïnvloedt overprikkeling het leven van mensen met Niet Aangeboren Hersenletsel? Onderzoeksbureau Soffos.
  • Stone J, Carson A, Duncan R, et al. Symptoms ‘unexplained by organic disease’ in 1144 new neurology out-patients: how often does the diagnosis change at follow-up? Brain. 2009;132:2878–2888.