Hersenletsel en cognitie


Waarnemen, denken, onthouden van kennis en toepassen en begrijpen

Cognitie is afgeleid van het Latijnse woord 'cognoscere', wat kennen/weten betekent. Het is ook een begrip uit de neuropsychologie. Het betreft dan de hersenfuncties die nodig zijn voor waarnemen, denken, onthouden van kennis en deze kennis op een goede manier toepassen en begrijpen.

 

Inleiding:

Concentratiestoornis, geheugenproblemen, vermoeidheid,(hersenmoeheid/neurofatigue) minder snel denken. Het zijn enkele voorbeelden van cognitieve klachten die patiënten met hersenletsel kunnen ervaren. Deze gevolgen kunnen soms wel maanden of jaren na een hersenletsel duidelijk worden.

moe.large.jpg

Cognitieve problemen komen voor op gebied van weten, waarnemen en begrijpen. Moeilijkheden met het geheugen, de concentratie en de denksnelheid komen het meest voor.

 

De cognitie wordt gemeten met een intelligentietest. Bij mensen met hersenletsel wordt het gemeten met een neuropsychologisch onderzoek. Er wordt o.a. een totaal IQ (TIQ) gemeten. Dit is verdeeld over een verbaal deel (VIQ), gericht op verbale kennis en vaardigheden, en een performaal deel (PIQ), gericht op handelingsgericht denken. Met het performaal IQ wordt bekeken of iemand praktisch kan omgaan met problemen, plus er wordt gekeken naar motoriek en naar ruimtelijk inzicht.

Zie filmpje, klik hier..(wel gemaakt voor kinderen).

 

Bij mensen met hersenletsel kunnen door het letsel erg gróte verschillen bestaan tussen het VIQ en het PIQ en dan wordt gesproken over een disharmonisch intelligentieprofiel /verbaal performaal kloof; Vp kloof of Pv kloof. (Overigens kan dit ook voorkomen bij hoogbegaafden en autistiforme aandoeningen.) Om de invloed van het hersenletsel in het NPO vast te stellen wordt de score afgezet tegen de normscore van gezonde mensen waarin leeftijd en opleidingsniveau worden meegewogen.

 

 

  • Basiscognitie = aandacht, leren, geheugen, waarneming, denken en  taal.
  • Metacognitie = beoordelingsvermogen, redenatievermogen en  realiteitszin.
  • Sociale cognitie = emotie, praktische taalvaardigheden en  empathie.
                                                

 



Na een hersenletsel kunnen er problemen zijn op cognitief gebied. Op één of meerdere cognitieve vlakken kan men problemen hebben:

  • Bewustzijn
  • Begrip
  • Intelligentie
  • Concentratie
  • Oriëntatie in tijd, plaats, persoon en ruimte
  • Voorstelling
  • Zelfwaarneming
  • Probleemoplossend vermogen
  • Beslissingsvermogen
  • Geheugen

 

Problemen

  • Aandachts-/concentratieproblemen
  • Vertraging bij het verwerken van informatie (mentale traagheid/tempo)
  • Verminderd intellectueel functioneren (soms alleen op deelgebieden)
  • Geheugenproblemen , leervermogen aangetast
  • Oriëntatieproblemen in persoon, plaats, tijd en ruimte
  • Visueel-ruimtelijke problemen
  • Problemen met het coördineren van dagelijkse en/of complexe handelingen (apraxie)
  • Problemen met het herkennen van zaken, waarnemen
  • Taalproblemen
  • Problemen met het rekenen
  • Problemen met de uitvoerende functies

 

cognitie-en-gedrag-en-emotie.large.jpg

 

Problemen met aandacht en concentratie

  • het richten van de aandacht ergens op (een gesprek, een activiteit, een oefening).
  • het vasthouden van de aandacht op de activiteit.
  • het verdelen van de aandacht. Als dit moeilijk gaat, is het bijna niet mogelijk om twee dingen tegelijk uit te voeren. Een gesprek voeren tijdens het afwassen lukt bijvoorbeeld niet meer. Maar ook een gesprek volgen met meerdere personen wordt moeilijk. 

Lees meer op de pagina aandacht en concentratie. En lees over de hersengebieden die betrokken zijn bij het geheugen.

 

Neglect

Neglect is een stoornis die vooral voorkomt bij beschadiging in de rechterhersenhelft (met uitvalsymptomen links). Er is geen "aandacht" waarneming voor de aangedane (meestal linker)kant: mensen "negeren" de aangedane zijde en de ruimte daaromheen: Deze kant wordt niet waargenomen, niet gevoeld of niet gezien.

 

Lees meer.. op de pagina over neglect

   

 

Mentale traagheid

Veel mensen met hersenletsel klagen erover dat denken trager gaat en veel meer tijd en aandacht kost. Als alles in het hoofd trager verloopt, lijkt de buitenwereld een versneld afgespeelde film.

Het kost dan ook veel energie om dat allemaal te volgen. Als er veel tegelijk wordt gezegd of gedaan, kan iemand het tempo al snel niet meer aan. Mentale bezigheden als een boek lezen of geld overmaken, nemen veel tijd in beslag en zijn vermoeiend. De wereld gaat te snel...

 

Een vertraagd tempo bij het verwerken van informatie kan merkbaar zijn wanneer er opvallend veel tijd verloopt voordat de patiënt reageert op een vraag of opdracht. Door dat vertraagde tempo zijn mensen met hersenletsel extra gevoelig voor tijdsdruk, en kunnen zij het gevoel hebben tijd tekort te komen.

 

Vertraagde informatieverwerking kan een negatieve invloed hebben op andere aandachtsfuncties (bijvoorbeeld bij het verdelen van de aandacht), op het geheugen (bijvoorbeeld bij het opslaan van informatie), of op de organisatie en planning van gedrag.

 

Hierdoor kunnen er problemen ontstaan bij allerlei ogenschijnlijk eenvoudige alledaagse taken en activiteiten zoals bij werk en studie, bij het koken, in het verkeer en bij sociale activiteiten. Overprikkeling (cognitieve overprikkeling) kan ook een gevolg zijn van vertraagde informatie verwerken. Er vindt meestal een stapeleffect plaats tussen verschillende overprikkelingsvormen.

 

 

Problemen met het geheugen

Nieuwe informatie onthouden kost veel meer tijd dan voorheen en blijft vaak niet goed hangen.

Dit heeft ook te maken met aandachtsproblemen en mentale traagheid. Daarnaast gaat het opdiepen van informatie uit het geheugen moeilijker.

Verder komt het voor dat mensen na een beschadiging bepaalde voorwerpen niet meer herkennen of zich bepaalde gezichten niet meer kunnen herinneren.

Inmiddels is bekend dat door het oefenen met allerlei geheugenspelletjes nauwelijks iets in het dagelijks leven verandert.

 

Door het gebrek aan generalisatie (het overbrengen van trainingseffecten in de oefensituatie naar het dagelijks leven), moeten de trainingen altijd gericht worden op datgene dat men graag wil leren.

 

Het vergeten van boodschappen, het kwijtraken van sleutels, het vergeten van afspraken, enzovoort, kan daarom niet worden opgelost door kaartspelletjes en computertrainingen.

Geheugentrainingen hebben dus niet het effect dat het geheugen verbetert. Het is niet zo dat je automatisch beter gaat onthouden na een geheugentraining. Je leert door allerlei geheugentrucjes om dingen beter te onthouden (strategietraining/compensatietraining).

 

De meeste geheugentrainingen komen neer op de volgende zaken: meer aandacht, meer tijd, meer herhaling, meer verbanden (leren) leggen, meer in beelden leren denken (visuele ondersteuning) en beter en meer organiseren:

  • Aandacht
  • Tijd
  • Herhaling
  • Associëren of  Koppelen (verbanden leggen )
  • Visualiseren (plaatjes koppelen in je geheugen)
  • Organiseren

Lees meer over de verschillende geheugens en over de hersengebieden die nodig zijn voor het geheugen. Een goede site over geheugentraining is van neuropsycholoog Feri Kovács. Klik hier: 

 

Problemen met handelen; apraxie

Apraxie is een cognitieve stoornis, waarbij mensen handelingen niet goed meer kunnen uitvoeren.

Een vork wordt bijvoorbeeld gebruikt om soep mee te eten. Een tandenborstel wordt gebruikt om de haren mee te kammen.

Of een handeling wordt omgedraaid; bij het aankleden wordt eerst de pantalon aangedaan en dan de onderbroek eroverheen.

Vaak zijn handelingen die bestaan uit meerdere stappen het moeilijkst. Voorbeelden hiervan zijn koffiezetten of telefoneren. Lees meer over..apraxie

 

 

Problemen met oriëntatie

Dit betekent dat iemand niet goed weet welke datum het is, of waar hij precies is. Ook de ruimtelijke oriëntatie is slechter: iemand weet de weg naar huis niet meer precies. Lees meer ... over onzichtbare gevolgen.

  
 

 

Problemen met plannen en organiseren

Als iemand iets wil ondernemen, moet hij dat plannen. Het gaat dan niet alleen om moeilijkere taken als de boodschappen doen, maar ook om een eenvoudige activiteit als telefoneren. Het vermogen om te plannen en organiseren is vaak aangedaan na hersenletsel.


Een taak uitvoeren lukt misschien wel, maar die moet dan wel duidelijk zijn. “Zorg jij vanavond voor het eten?”, is veel te complex.

Voor het eten zorgen bestaat namelijk uit verschillende deeltaken: het verzinnen van een gerecht, het recept erbij zoeken, een boodschappenlijst maken, naar de winkel gaan, omgaan met geld, het eten koken, meerdere pannen, meerdere garingstijden, en zorgen dat dit op tijd klaar is.

Lees meer over...onzichtbare gevolgen

 

 

Geen inzicht in de beperkingen

Vooral mensen met hersenletsel aan de rechterkant van de hersenen (uitvalsymptomen links) kunnen een opvallend slecht inzicht in hun mogelijkheden en beperkingen hebben. 

Iemand weet wel dat diegene bijvoorbeeld een beroerte heeft gehad, maar ervaart de beperkingen niet zoals de omgeving. Hierdoor kan de revalidatie moeizaam verlopen: als iemand niet weet wat hij mankeert, kan hij er ook niet aan werken en trainen.

Deze mensen beseffen bijvoorbeeld niet dat lopen niet meer lukt zonder stok en vallen dan. Of iemand ziet niet in dat autorijden te gevaarlijk is. Het boekje  "HEB IK EEN PROBLEEM DAN?" van Arno Prinsen is een aanrader.

 

Problemen met begrijpen van geschreven en geschreven taal 

Afasie is de term voor een taalstoornis.

Bij mensen met afasie is het gebruik van de taal verstoord. Spreken, schrijven en lezen kan beperkt zijn. Ook het begrip wat  een ander zegt kan verstoord zijn.

Hoe het taalvermogen is aangetast, verschilt per persoon. Sommige mensen met afasie kunnen geen woord uitbrengen.

 

Anderen praten honderduit, maar zijn niet te volgen. Weer anderen kunnen alleen niet zo goed op het juiste woord komen.

 

Nog subtieler is de taalstoornis waarbij mensen geen figuurlijke spraak meer begrijpen en alles letterlijk nemen. Een gezegde als: “Je heb boter op je hoofd”, zal tot vreemde blikken leiden.

 

 

letterlijknemenvantaal.jpg

 

Gevolgen op emoties en gedrag

Niet alleen de cognitieve vaardigheden kunnen aangedaan zijn bij hersenletsel. Vaak zijn er ook problemen met emoties en gedrag. Hiermee omgaan is niet alleen voor de  getroffene moeilijk, maar ook voor de omgeving. Je hersenen dat ben je zelf...!

depressief.large.jpg

Depressie

Het leven kan na hersenletsel compleet anders zijn. Dit is vaak moeilijk om te accepteren. Iemand moet misschien in een rolstoel verder, kan niet meer naar huis of kan zijn werk niet meer doen.

Deze verlieservaringen kunnen leiden tot veel verdriet, dat vergelijkbaar is met rouwen. Iemand kan depressief worden.
Een depressie brengt veel psychisch lijden met zich mee. Maar ook het lichamelijk functioneren verslechtert erdoor.

 

 

Sneller geprikkeld

Een veel gehoorde klacht is dat mensen veel sneller 'geprikkeld' (impulsief /agressief) raken. Dit mag niet verward worden met het begrip 'overprikkeling'. Het kan wel een gevolg van overprikkeling zijn, maar ook voortkomen uit overbelast zijn, uit frustratie en uit een verminderde remfunctie op de emoties. Het kan ook voortkomen uit een versterkte karaktertrek waar iemand voor het letsel al sneller geagiteerd reageerde.  

 

Het is te vergelijken met een gezond iemand die niet alleen moet multitasken in vijftien taken, maar daarbij ook moet autorijden in dikke mist met 180 km en tegelijkertijd een muziekstuk moet analyseren waar de halve noten en valse noten zitten, en hoeveel driekwartsnoten er in zitten.

 

Dat is onmogelijk.. die mens zal misschien geagiteerd reageren. Als daarbij de kinderen op de achterbank een vraag stellen over het jaartal dat Karel de Grote stierf...zal het ongeveer vergelijkbaar zijn met iemand met hersenletsel die overbelast is en sneller gefrustreerd...  Die mens kan minder hebben en kan sneller opvliegend reageren.

 

Sneller in tranen

Tranen kunnen los zitten zonder dat er sprake is van verdriet of van huilen; bij geringste emotie kunnen tranen stromen, wat veelal zelf ook als hinderlijk wordt ervaren. De remfunctie op de emoties kan verminderd functioneren. 

 

Lees meer...over overprikkeling

Lees meer... over onzichtbare gevolgen

 

impuls.large.jpg

Moeite om de impulsen te beheersen

Mensen kunnen het moeilijker vinden om hun impulsen te beheersen. De rem is er af. Iemand vloekt bijvoorbeeld sneller als iets niet lukt. Maar ook kan iemand ongeremd eten en snoepen. Iemand kan op het gebied van seks ongeremd zijn. Lees ook over veranderde relaties, intimiteit en seksualiteit.

 

Weinig initiatief tonen

Het is vaak moeilijk voor de omgeving als iemand helemaal geen initiatief meer neemt en nergens zin of interesse in lijkt te hebben.

Soms komt dit voort uit een depressie, maar het kan ook vanuit de hersenbeschadiging zelf komen. Vooral bij mensen met een beroerte voor in de hersenen (frontaal) komt dit voor. Mensen kunnen dan ook emotioneel heel vlak zijn.

 

Beperkte flexibiliteit

Na een beroerte kunnen mensen vaak niet meer zo goed met veranderingen omgaan. Als iets niet loopt zoals verwacht, kan diegene helemaal uit zijn doen raken. Onverwacht bezoek of een tegenslag zijn dan bijvoorbeeld moeilijke zaken.
 

Afhankelijker

Sommige mensen gaan zich steeds afhankelijker opstellen van hun partner of andere naasten. Ze laten hen de gesprekken voeren, dingen regelen en fysieke handelingen doen. De partner neemt gaandeweg steeds meer over, zodat het gedrag nog erger wordt.

 

Moeheid en beperkte belastbaarheid

1-nah-en-moe.large.jpg

De meest gehoorde klacht na hersenletsel is (ernstige) moeheid en toegenomen behoefte aan slapen. Vaak is het zelfs de belangrijkste klacht die mensen hebben.

De moeheid is zo ernstig dat het mensen beperkt in hun dagelijkse activiteiten en sociale contacten.

Vaak is de moeheid een combinatie van fysieke en mentale vermoeidheid. Als door het hersenletsel het slaap-centrum ook aangetast is, is de vermoeidheid dubbelop. Lees meer op de pagina moeheid na hersenletsel, neurofatigue...

 

 

1-file000130612348.large.jpg

Hersenletsel herkennen /neuropsychologisch onderzoek

Vermoed u hersenletsel bij uzelf of bij een ander? Lees meer..

Wilt u meer lezen over een neuropsychologisch onderzoek?


bronnen Grondslagen van de neuropsychologie Luria, Aandachtsstoornissen. Een neuropsychologisch handboek Eling& Brouwer, Omgaan met hersenletsel Palm, hersenletsel-uitleg.nl, Attention, mental speed and executive control after closed head injury, Spikman hersenstichting.nl, Cognitive psychology Neisser, New York, M.T. Banich (2004). Cognitive Neuroscience and Neuropsychology. 2e editie. Houghton Mifflin Cie en J.B.M. Kuks, J.W. Snoek, H.J.G.H. Oosterhuis. Klinische Neurologie 15e druk, Bohn Stafleu Van Loghum, Houten, 2003, ISBN 90-313-4028-6