Thalamus 

image

Woord vooraf: Het brein werkt als één geheel samen. Hersenfuncties lopen verspreid door de hersengebieden en komen voort uit de uitwisseling tussen de gebieden. Toch zijn er wel klachten aan te wijzen per hersengebied.

Wil je alleen de korte samenvatting? Volg dan deze link: https://www.hersenletsel-uitleg.nl/gevolgen-per-hersengebied/thalamus#samenvatting

 

Thalamus: meest bedrade gedeelte van de hersenen

De thalamus is een belangrijk schakelstation diep in de hersenen. Vrijwel alle zintuiglijke informatie – zoals wat je ziet, voelt en hoort – wordt via de thalamus doorgestuurd naar de hersenschors. Daarnaast speelt de thalamus een belangrijke rol bij beweging, aandacht, bewustzijn, geheugen en emoties.

Thalamus  is afgeleid van het Griekse woord voor slaapkamer; θάλαμος

De Thalamus is het gele gedeelte op de tekening hierboven, is een belangrijke hersenkern en wordt gerekend tot de tussenhersenen, samen met de hypofyse en hypothalamus. Het is het meest 'bedrade' gedeelte van de hersenen. Letsel in de thalamus kent dan ook grote gevolgen.

Poort naar de hersenschors

De verbindingen van de thalamus naar de hersenschors (cortex) lopen ook weer terug van de hersenschors (cortex) naar de thalamus.

Dat wordt het het Thalamo-cortico-thalame circuit genoemd. Het resultaat hiervan is dat kleine thalamus-letsels hersenschors syndromen kunnen 'nabootsen' en dat in sommige syndromen de specialisatie van de hersenhelft te herkennen is. 

 

Als poort naar de hersenschors moet de thalamus veel zintuiglijke prikkels doorgeven (behalve geur), maar moet ook prikkels filteren waardoor je je als je gezond bent kunt 'afsluiten' voor bepaalde prikkels. Het is daarmee één van de zogenoemde "filters" (prikkelfilter).

De thalamus wordt ook in verband gebracht met waken, slapen, bewustzijn, waakzaamheid (alertheid), motoriek, emoties die verband houden met een gebeurtenis en met akinetisch mutisme. Dat is een syndroom, een gevolg van hersenletsel waarbij de persoon niet meer of verminderd spreekt (mutisme) en niet  of verminderd beweegt (akinesie). De persoon kan je met de ogen volgen maar lijkt verder apathisch.

 

De belangrijkste thalamuskerngroepen

Net zoals een huis van verschillende kanten bekeken kan worden, kun je ook de thalamus vanuit verschillende richtingen bestuderen. Elke afbeelding laat andere anatomische onderdelen beter zien:

Uitgebreide info:

Symptomen per kerngroep van de thalamus

Hier bespreken we waar het letsel zich in de thalamus bevindt, wat deze groep zenuwcellen doet en welke symptomen daarbij horen.

  • Anterieure kern(en) (voorin) (AN (Anterior Nuclei) helpen bij het opslaan van nieuwe herinneringen en het leren.  Deze kernen zijn vooral betrokken bij het Papez-circuit en spelen een rol bij het episodisch geheugen (de levensgebeurtenissen, het levensverhaal.
    Bij schade zie je onvermogen tot het inprenten van informatie (anterograde amnesie) en geheugenstoornissen.

  • Mediodorsale (mediale dorsale) (MD of MDN) kern is belangrijk voor executieve functies als doelgericht en flexibel plannen, controleren en aanpassen van handelingen, logica, de strategie en het oplossen van problemen, aandacht en geheugen.

    Bij schade zie je dat een gat in het geheugen met verzinsels (anterograde amnesie) wordt opgevuld. Vergeten van de volgorde (volgorde amnesie). Er is schade bij de executieve functies: uitvoerende functiestoornisssen/ (executieve functiestoornissen).

  • Laterale dorsale kern (LD) De kern is verbonden met het limbisch systeem (begrijpen en verwerken van emoties en reguleren van emoties), de gyrus cinguli (verwerken o.a. van emotionele prikkels en emotionele weerstand tegen pijnprikkels) en de hippocampus (het vormen van herinneringen). Daardoor speelt hij een rol bij aandacht, motivatie, geheugen en doelgericht gedrag, uitvoeren van plannen.
    Bij schade kunnen de volgende gevolgen optreden:
    • Verminderde aandacht en concentratie.
    • Minder motivatie of initiatief (apathie).
    • Moeite met plannen en organiseren van handelingen.
    • Verminderde cognitieve flexibiliteit (moeite om van strategie te veranderen).
    • Problemen met ruimtelijke oriëntatie en ruimtelijk geheugen.
    • Lichte geheugenstoornissen, vooral bij het onthouden van nieuwe informatie.
    • Trager denken en handelen.

    Een enkel letsel van de LD-kern is echter zeldzaam. De klachten ontstaan meestal als onderdeel van een groter letsel van de dorsale of posterieure thalamus. Daardoor zijn de symptomen vaak minder uitgesproken dan bij beschadiging van de mediodorsale kern (MD) of de voorste thalamuskernen (AN), die we hierboven benoemden, die een grotere rol spelen bij geheugen en executieve functies.

  • Laterale posterieure kern (LP) helpt de hersenen om visuele informatie te combineren en de aandacht te richten op wat belangrijk is in de omgeving.

    Een enkel LP-infarct is zeldzaam, waardoor de klachten vaak samen voorkomen met letsel van omliggende kernen.
    Mogelijke gevolgen van letsel zijn:

    • moeite met het richten of vasthouden van de visuele aandacht
    • problemen met het verwerken van complexe visuele informatie
    • moeite om voorwerpen of gebeurtenissen in de ruimte goed te overzien
    • verminderde oog-handcoördinatie bij visuele taken
    • soms visuele neglect (vooral bij uitgebreid letsel van de rechter hersenhelft, meestal in combinatie met schade aan de wandbeenkwab (pariëtale cortex) of andere thalamuskernen).


  • Pulvinar (bestaat zelf weer uit meerdere subkernen) is onder andere belangrijk voor visuele aandacht, het zien van beweging, en het koppelen van informatie van belangrijke hersengebieden.
    • Sensorische verwerking. Het pulvinar helpt bij het samenvoegen van informatie van verschillende zintuigen, zoals zien, horen en voelen. Dit zorgt ervoor dat de hersenen een duidelijker beeld van de omgeving krijgen.

    • Visuele verwerking. Het pulvinar werkt samen met de visuele delen van de hersenen. Het ontvangt informatie van de superieure colliculi (een deel van de middenhersenen) en helpt bij het verwerken van visuele reflexen. Het helpt de aandacht te richten op belangrijke visuele details zoals kleur, vorm of locatie. Het helpt bij minder belangrijke informatie weg te filteren. Het werkt daarin samen met andere hersengebieden, zoals de pariëtale- of wandbeenkwab. Focus je bijvoorbeeld op de kleur rood of iets rechts in je gezichtsveld, dan versterkt het pulvinar deze eigenschappen in visuele gebieden. 

     

    Bij schade aan het pulvinar kunnen de visuele reflexen verstoord zijn, wat kan leiden tot problemen met het richten van de aandacht op belangrijke visuele details. Schade aan het rechter pulvinar geeft linkszijdige ruimtelijke verwaarlozing / niet opmerken (neglect

    Zie verderop bij de uitgebreide bespreking van het pulvinar. Schade aan het  linker pulvinar geeft woordvindingsstoornissen.

  • Ventrale anterieure kern (VA) (voorste kern) helpt bij het aansturen van bewegingen via verbindingen met de basale ganglia, dat zijn de basale kernen die belangrijk zijn voor beweging, evenwicht, houding en oogbewegingen. De info over mogelijke gevolgen bij letsel is samengevoegd met die van de kerngroep VL hieronder.

  • Ventrale laterale kern (VL) is belangrijk voor het opstarten en sturen van bewegingen.

Schade aan de ventrale anterieure en ventrale laterale kernen van de thalamus
(de belangrijkste schakelkernen voor beweging) 
kan ervoor zorgen dat iemand tijdelijk veel minder beweegt, (akinesie of hypokinesie zonder parese) terwijl de spierkracht normaal blijft. Ook kan iemand een arm of been aan één kant van het lichaam minder spontaan gebruiken, zonder dat er sprake is van een verlamming. Dit wordt motorische verwaarlozing (motor neglect) genoemd.

  • Ventrale posterolaterale kern (VPL) is belangrijk bij het overbrengen van de informatie van gevoel, zoals aanrakingen, druk en lichaamshouding (proprioceptie voor de balans) in het lichaam uit romp, armen en benen naar de hersenschors. Het verwerkt: tast, pijn, temperatuur, vibratie: positiezin (proprioceptie). Deze informatie gaat naar het belangrijkste deel van je hersenen dat emoties verwerkt.

    We bespreken de gevolgen van letsel van de ventrale posterolaterale kern samen met die van de ventrale posteromediale kern (VPM).

Beschadiging geeft dezelfde gevolgen als bij VPM hieronder:

  • Hemihypesthesie: verminderd gevoel aan één lichaamshelft.
  • Hemihypalgesie: verminderde pijngevoeligheid.
  • Verminderde temperatuurzin.
  • Verminderde vibratie- en positiezin.
  • Verminderde smaak (vooral bij VPM-letsel).
  • Gevoelsstoornissen van het gezicht (VPM).
    • brandende pijn;
    • stekende of schietende pijn;
    • prikkende of tintelende sensaties;
    • pijn in arm, been en/of gezicht aan de tegenovergestelde lichaamszijde;
    • pijn bij lichte aanraking (allodynie);
    • overmatige pijnreactie (hyperalgesie);
    • verergering door kou, warmte, weersveranderingen, beweging of stress.Gevoelsstoornissen van arm, been en romp (VPL).

      Na weken tot maanden kan een deel van de patiënten centrale thalamische pijn ontwikkelen ofwel syndroom van Déjerine-Roussy (zie speciale pagina).

       

  • Ventrale posteromediale kern (VPM) ontvangt gevoelsinformatie uit het gezicht via de hersenzenuwen. Het verwerkt smaak. Deze kern is belangrijk om de informatie van het gevoel van het gezicht en de smaak naar de hersenschors te brengen. Deze informatie gaat naar het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor gevoelens.


    Een letsel van de VPL/VPM veroorzaakt meestal uitval aan de tegenovergestelde lichaamshelft (contralateraal). Gevolgen zie VPL.



  • Intralaminaire kernen (ILN) met belangrijkste kernen:
    • CM = Centromediane kern (Centromedian nucleus)
    • Pf = Parafasciculaire kern (Parafascicular nucleus)
      Samen vaak aangeduid als het CM–Pf-complex zijn belangrijk als alarmfunctie, houden je wakker en vol aandacht/ alert. Ze helpen bij het filteren van prikkels, pijnbeleving en bij autonome lichaamsfuncties (lichaamsfuncties je onbewust aanstuurt zoals de ademhaling, temperatuur en hartslag). 

    Bij schade zie je apathie en concentratiestoornis.
    Bij bilateraal letsel van vooral de MD-kern en de intralaminaire kernen (ILN, vooral het CM–Pf-complex) kunnen mensen slaperigheid, sufheid of zelfs coma geven. Dit gebeurt omdat de activering van de hersenschors ernstig verstoord raakt. Deze kernen zijn een belangrijk deel van het opstijgende reticulaire activeringssysteem (ARAS), dat cruciaal is voor het behouden van ons bewustzijn.


  • Midlijnkernen (midline nucleï) (MN) behoren tot de mediale (middenlijn) thalamuskernen. Ze liggen langs de derde hersenventrikel en hebben verbindingen met het limbisch systeem, de hypothalamus en de prefrontale cortex. Ze zijn betrokken bij emoties, motivatie, geheugen en het bewustzijn.

    De afzonderlijke midlijnkernen hebben ook eigen afkortingen, zoals:

    • PVT = Paraventricular nucleus
    • RE = Nucleus reuniens
    • RH = Rhomboid nucleus.

    Schade aan de midlijnkernen kan leiden tot:

    • Emotionele vervlakking of verminderde emotionele beleving.
    • Verminderde motivatie (apathie).
    • Stoornissen in aandacht en waakzaamheid.
    • Lichte geheugenstoornissen, vooral bij het opslaan en ophalen van nieuwe informatie.
    • Verminderde stressverwerking en emotionele regulatie.
    • Bij uitgebreid of bilateraal letsel: verminderd bewustzijn, slaperigheid (somnolentie) of verwardheid.

    Omdat de midlijnkernen sterk samenwerken met de mediodorsale kern (MD) en de intralaminaire kernen (ILN), treden beschadigingen vaak niet geïsoleerd op. De klachten zijn daarom meestal onderdeel van een uitgebreider mediale thalamussyndroom.

  • Reticulaire kern (TRN = Thalamic Reticular Nucleus) is een dun laagje om de thalamus, dat de doorstroom van informatie regelt, en het ritme van de hersenactiviteit beïnvloedt.
    • filtert sensorische informatie voordat deze de hersenschors bereikt
    • bepaalt welke prikkels belangrijk zijn en welke worden onderdrukt
    • regelt aandacht en concentratie
    • helpt bij het schakelen tussen slaap en waken
    • speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van slaapspoeltjes (sleep spindles) tijdens de niet-REM-slaap. Slaapspoeltjes zijn korte hersengolven die optreden terwijl we slapen, vooral tijdens de lichte slaap. Ze komen voor met een frequentie van 12 tot 16 Hz en duren meestal maar een paar seconden. Je vindt ze vooral terug in de NREM-slaap, vooral in de tweede fase van de slaapcyclus. Onderzoek laat zien dat ze helpen bij het verwerken van informatie en het onthouden van dingen, wat cruciaal is voor leren en denken.
    • remt en synchroniseert de activiteit van andere thalamuskernen.

    Schade aan de reticulaire kern kan leiden tot:

    • verminderde aandacht en concentratie;
    • moeite met het filteren van prikkels (overgevoeligheid voor geluid, licht of aanraking);
    • slaapstoornissen door een verstoorde slaap-waakregulatie;
    • verminderde alertheid;
    • problemen met het richten en vasthouden van de aandacht;
    • stoornissen in de synchronisatie van hersenactiviteit.

    Bij uitgebreider letsel kunnen ook deze gevolgen optreden:

    • cognitieve stoornissen
    • verwardheid
    • verminderde informatieverwerking

    De Reticulaire kern (TRN) wordt ook in verband gebracht met verschillende neurologische en psychiatrische aandoeningen, waaronder:

    • epilepsie (vooral absences)
    • schizofrenie
    • ADHD attention deficit hyperactivity disorder
    • en sommige slaapstoornissen.

Epithalamus en metathalamus; de aangrenzende delen van de thalamusregio zijn nauw verbonden met de thalamus, maar hebben ieder een eigen anatomische en functionele rol. De epithalamus omvat ook de habenulaire kernen hieronder:

  • Habenulaire kernen (habenula) (HB) behoren anatomisch tot de epithalamus en niet tot de thalamuskernen. Ze bestaan uit een:
    • mediale habenulaire kern (MHb)
    • laterale habenulaire kern (LHb)
    De habenulaire kernen vormen een schakel tussen het limbisch systeem en hersenstamkernen die betrokken zijn bij afgifte van dopamine, een belangrijk stofje om goed te bewegen, en geluksstofje dat vrijkomt als beloning.  Betrokken bij de afgifte van serotonine- en noradrenaline. Ze helpen om te motiveren, aandacht houden en leervermogen, bij emoties en het vermijden van onaangename situaties. 
    Beschadiging van de habenulaire kernen alléén, is zeer zeldzaam, waardoor het exacte klinische beeld bij mensen minder goed bekend is dan dat van andere thalamuskernen. Mogelijk kan bij schade het gedrag beïnvloed worden, wat kan leiden tot een verminderde motivatie en initiatief. Daarnaast kunnen er stoornissen optreden in de verwerking van beloningen en straffen, evenals moeite met het leren van negatieve ervaringen of fouten. Schade geeft niet zozeer uitvalsverschijnselen zoals verlamming of gevoelsverlies.

  • Epithalamische kernen (epithalamus EpiTh) De epithalamus is een onderdeel van de tussenhersenen (diencephalon) en ligt boven en achter de thalamus. Hoewel de epithalamus nauw met de thalamus verbonden is, worden de epithalamische kernen anatomisch niet tot de thalamuskernen gerekend. De belangrijkste epithalamische kernen zijn de habenulaire kernen (zie hierboven). Ze vormen een schakel tussen het reguleren de afgifte van dopamine, serotonine en noradrenaline; zijn betrokken bij:
    • emoties;
    • motivatie;
    • beloning en straf;
    • leren van fouten en negatieve ervaringen;
    • stressreacties;
    • besluitvorming;
    • via verbindingen met de pijnappelklier zijn ze belangrijk voor het ondersteunen van de biologische klok; het dag en nacht/ waak en slaapritme.

      Schade aan de epithalamische kernen kan leiden tot:

      • verminderde motivatie (apathie)
      • emotionele ontregeling
      • stemmingsstoornissen (bijvoorbeeld depressieve klachten)
      • moeite met het verwerken van beloning en straf
      • verminderd leren van fouten of negatieve ervaringen
      • stoornissen in stressverwerking
      • lichte aandacht- en geheugenstoornissen
      • mogelijk verstoring van het slaap-waakritme wanneer ook de epifyse of haar verbindingen betrokken zijn.

        LET OP! Letsels van de epithalamische kernen alléén zijn zeer zeldzaam. Daarom is het ziektebeeld minder duidelijk omschreven dan dat van de klassieke thalamuskernen, zoals de MD-, VA-, VL- of intralaminaire kernen.

  • Geniculate lichamen (corpora geniculata) behoren anatomisch tot de metathalamus, een onderdeel van het diencephalon (tussenhersenen). 

    • Laterale geniculate lichaam = LGN (Lateral Geniculate Nucleus) of CGL (Corpus Geniculatum Laterale) is het schakelstation van de visuele informatie (zien). Speelt een rol bij kleur-, contrast-, vorm- en bewegingswaarneming.

      Gevolgen van beschadiging:


    • Mediale geniculate lichaam = MGN (Medial Geniculate Nucleus) of CGM (Corpus Geniculatum Mediale) is het schakelstation van de auditieve informatie (horen). Speelt een rol bij geluidsherkenning en lokalisatie van geluid.

      Gevolgen van beschadiging

      • Moeite met het verwerken van geluiden
      • Problemen met het lokaliseren van geluid
      • Verminderd spraakverstaan, vooral in een rumoerige omgeving
      • Zelden volledige doofheid, omdat beide oren informatie naar beide hersenhelften sturen.

      Ezelsbruggetje:

      • LGN = Light → zien.
      • MGN = Music → horen.

Korte samenvatting

De thalamus herbergt meer dan 50 afzonderlijke kernen, die zijn georganiseerd in functioneel diverse kerngroepen. Elke groep is verbonden met specifieke symptomen die kunnen optreden bij letsel. In de tekst hierboven gaan we uitgebreid in op gevolgen van letsel per kerngroep.

Deze kernen fungeren als schakelstations, waarbij informatie uit andere delen van het zenuwstelsel wordt doorgegeven aan specifieke gebieden in de hersenschors (cortex).


Thalamus31.png

Samenvatting van de mogelijke gevolgen van beschadiging van de thalamus

Problemen met wakker zijn, waakzaamheid en bewustzijn
Het thalamo-cortico-thalame circuit, dat zijn alle verbindingen tussen de hersenschors en de thalamus, wordt in verband gebracht met ontwaken, en waakzaamheid en het bewustzijn. Schade aan een deel van de thalamus wordt geassocieerd met risico van coma


Gevoelsstoornissen

Schade in een deel van de thalamus kan leiden tot gevoelsstoornissen(sensibiliteitsstoornissen) en pijn in de tegenovergestelde lichaamshelft. Beschadigingen hier kunnen ook bewegingsstoornissen (motorische stoornissen) zoals bewegingsarmoede geven. 

 

    Twee specifieke kernen: het pulvinar achterin de thalamus en een kern midden onderin, de nucleus reticularis thalami, hebben deels overlappende functies:

    Het pulvinar, een kern achterin de thalamus:

    • Sensorische verwerking. Het pulvinar helpt bij het samenvoegen van informatie van verschillende zintuigen, zoals zien, horen en voelen. Dit zorgt ervoor dat de hersenen een duidelijker beeld van de omgeving krijgen.

    • Visuele verwerking. Het pulvinar werkt samen met de visuele delen van de hersenen. Het ontvangt informatie van de superieure colliculi (een deel van de middenhersenen) en helpt bij het verwerken van visuele reflexen. Het helpt de aandacht te richten op belangrijke visuele details zoals kleur, vorm of locatie. Het helpt bij minder belangrijke informatie weg te filteren. Het werkt daarin samen met andere hersengebieden, zoals de pariëtale- of wandbeenkwab. Focus je bijvoorbeeld op de kleur rood of iets rechts in je gezichtsveld, dan versterkt het pulvinar deze eigenschappen in visuele gebieden. 

     

    Bij schade aan het pulvinar kunnen de visuele reflexen verstoord zijn, wat kan leiden tot problemen met het richten van de aandacht op belangrijke visuele details.

    Ook een ander deel van de thalamus, de nucleus reticularis thalami, helpt waarschijnlijk om de hersenen te laten focussen op de belangrijkste details van wat je ziet.

     

    • Aandacht en focus Zoals we net al schreven bij 'verwerking van visuele prikkels' helpt het pulvinar ons de aandacht erbij te houden. Het zorgt ervoor dat we ons kunnen concentreren op wat belangrijk is en minder afgeleid raken door andere zoals visuele prikkels om ons heen. 

    • Ruimtelijk inzicht. Dit deel van de hersenen helpt ons te begrijpen waar dingen zich bevinden en hoe we ons door een ruimte bewegen. Dit is belangrijk voor het plannen van zaken en navigeren.  

    • Geheugen en leren. Onderzoek laat zien dat het pulvinar ook een rol speelt bij leren en onthouden, vooral als het gaat om dingen die we zien en visuele herinneringen. 
    • Omgaan met emoties. Het pulvinar helpt ons bij het verwerken van emotionele prikkels. Dit speelt een rol bij hoe we met emoties omgaan en hoe we contact maken met anderen.

    Let op! Als het Pulvinar beschadigd is raakt het één en waarschijnlijk meerdere van deze functies!

    Overige vermelde problemen na letsel in de thalamus zijn:

    • gezichtsvelduitval,
    • verminderde smaak,
    • verminderd pijngevoel,
    • verminderde gevoel in één kant van het lichaam,
    • bewegingsarmoede,
    • woordvindingsproblemen.

    Klachten zijn afhankelijk van de plaats van het letsel in de thalamus.

    Gedragsveranderingen

    Afhankelijk van de plaats van het thalamusletsel kunnen de klachten bestaan uit:

    • apathie,
    • persevereren: niet kunnen stoppen van een gedachte of handeling: 'niet los kunnen komen van wat de geest bezighoudt en voortduren van een handeling' (perseveraties),
    • persoonlijkheidsveranderingen kunnen optreden,
    • overprikkeling is één van de meest gehoorde klachten,
    • het belangrijk maken van niet-verwante informatie,
    • geheugenverlies.

    Het syndroom van Déjerine-Roussy / Thalamisch pijnsyndroom

    Thalamische pijn treedt op na een beroerte (CVA) in de thalamus.
    De pijn is dan voelbaar aan de andere kant van het lichaam dan waar de beroerte plaatsvond, dus in één lichaamshelft.

    De pijn kan plaatselijk zijn of in een groter gebied voelbaar in de benen, armen, of in het gezicht.

    De pijn kent brandende, stekende en prikkende, tintelende sensaties. Veranderingen in het weer of bepaalde bewegingen of activiteiten kunnen het verder verergeren.

    Kenmerken:

    • brandende pijn;
    • stekende of schietende pijn;
    • prikkende of tintelende sensaties;
    • pijn in arm, been en/of gezicht aan de tegenovergestelde lichaamszijde;
    • pijn bij lichte aanraking (allodynie);
    • overmatige pijnreactie (hyperalgesie);
    • verergering door kou, warmte, weersveranderingen, beweging of stress.


    Lees meer op: https://www.hersenletsel-uitleg.nl/gevolgen/lichamelijke-gevolgen/pijn#thalamischepijn

     

    Tekst gecontroleerd door: P.A.W. Frima-Verhoeven Neuroloog van Hersenletsel-uitleg en van Brein Poli 

    Download hieronder Engelstalige info over de gevolgen van een thalamus beroerte door Emmanuel Carrera en Julie Bogousslavsky . M.D.

    Thalamus and behavior

    PDF – 706,0 KB 4355 downloads

    Bronnen:

    Cairns, H., RC Oldfield, JB Pennybacker, D. Whitteridge: akinetische mutisme met epidermoïd cyste op de 3e ventrikel . In: Brain . Volume 64, 1941, p 273-290.

    Carrera, E., & Bogousslavsky, J. (2006). The thalamus and behavior: Effects of anatomically distinct strokes. Neurology, 66(12), 1817–1823. https://doi.org/10.1212/01.wnl.0000219679.95223.4c

    Eyskens, E., Feenstra, L., Meinders, A., Vandenbroucke, J. P., & Van Weel, C. (1997). Codex Medicus (10e ed.). Maarssen, Nederland: Elsevier Gezondheidszorg.

    File:Thalamus3.PNG - Wikimedia Commons. (2007, 20 januari). Geraadpleegd van https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Thalamus3.PNG

    Haaxma, R. (2013). Neurologie van cognitie en gedrag in hoofdlijnen. Houten, Nederland: Springer Media.

    Herrero, M., Barcia, C., & Navarro, J. (2002). Functional anatomy of thalamus and basal ganglia. Child's Nervous System, 18(8), 386–404. https://doi.org/10.1007/s00381-002-0604-1

    Hersenletsel uitleg | Hersenletsel-uitleg.nl. (z.d.). Geraadpleegd van https://www.hersenletsel-uitleg.nl/

    Kuks, J. B. M., Snoek, J. W., Oosterhuis, H. G. J. H., & Fock, J. M. (2003). Klinische neurologie (15e ed.). Houten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.

    Palm, J. (2012). Omgaan met Hersenletsel. Assen, Nederland: Van Gorcum.

    Schuurman, P. R., Bosch, D. A., Bossuyt, P. M., Bonsel, G. J., Van Someren, E. J., De Bie, R. M., . . . Speelman, J. D. (2000). A Comparison of Continuous Thalamic Stimulation and Thalamotomy for Suppression of Severe Tremor. New England Journal of Medicine, 342(7), 461–468. https://doi.org/10.1056/nejm200002173420703

    Sherman, S. M. (2005). Thalamic relays and cortical functioning. Progress in Brain Research, , 107–126. https://doi.org/10.1016/s0079-6123(05)49009-3

    Thalamus. (z.d.-a). Geraadpleegd van http://medicaltextbooksrevealed.s3.amazonaws.com/files/11185-53.pdf

    Thalamus. (z.d.-b). Geraadpleegd van http://zlab.rutgers.edu/modules/teaching/docs/Thalamus/Thalamus%20Lecture.pdf

    Thalamus. (z.d.-c). Geraadpleegd van http://www.neuroanatomy.wisc.edu/coursebook/thalamus.pdf

    Wikipedia-bijdragers. (z.d.). Bestand:Thalamus3.PNG - Wikipedia. Geraadpleegd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Thalamus3.PNG

    Zesiewicz, T. A., Elble, R., Louis, E. D., Hauser, R. A., Sullivan, K. L., Dewey, R. B., . . . Weiner, W. J. (2005). Practice Parameter: Therapies for essential tremor: Report of the Quality Standards Subcommittee of the American Academy of Neurology. Neurology, 64(12), 2008–2020. https://doi.org/10.1212/01.wnl.0000163769.28552.cd

     

    "Thalamus3" door Original uploader was Albert Kok at nl.wikipedia - Originally from nl.wikipedia; description page is/was here.. Licentie Publiek domein via Wikimedia Commons.