Prikkelbaarheid / Boos worden

De term 'het korte lontje' betekent dat iemand snel geïrriteerd raakt en snel boos kan worden. Emoties lopen snel op en het kan zelfs eindigen in een explosieve woede-uitbarsting. Dit is vaak het gevolg van overbelasting op dat moment.


Bij 10 tot 40% van de mensen met niet-aangeboren hersenletsel komen gedragsveranderingen zoals geagiteerd gedrag, onrust en agressie voor. Het verschil is simpel: bij geagiteerd gedrag, onrust, prikkelbaarheid (agitatie) doet iemand dit niet bewust of expres. Bij agressie doet iemand dit juist wél bewust en met opzet. Zie woordverklaring onderaan deze pagina*

     

    Is iemand met hersenletsel bewust agressief?
    Agressief gedrag na hersenletsel komt vaak door schade aan bepaalde delen van de hersenen die emoties en gedrag regelen. Een belangrijk gebied daarbij is de frontale kwab. Dit deel van de hersenen helpt bij het oplossen van problemen, logisch nadenken en het onder controle houden van impulsen. Normaal gesproken zorgt de frontale kwab er ook voor dat de amygdala, een belangrijk centrum voor emoties, wordt afgeremd.

     

    Al deze functies van de frontale kwab zijn allemaal nodig om iemands gedrag te reguleren. Als de frontale kwab beschadigd is, kan dit gedrag veranderen. Mensen kunnen dan sneller agressief worden en hebben moeite om ongepast gedrag onder controle te houden. Dit gaat vaak samen met risicovol gedrag en slechte beslissingen. Ook andere delen van de hersenen kunnen een rol spelen bij agressie na hersenletsel. Lees meer op onze pagina over agressie na hersenletsel.

    Is het boos worden echt onvoorspelbaar?

    Hoewel agressief gedrag onvoorspelbaar lijkt wordt het regelmatig veroorzaakt door emotioneel of fysiek ongemak.

    De frustraties van de veranderingen door het hersenletsel kunnen iemand zó onder druk zetten dat een 'explosie' kan volgen.
    Iemand kan zich zo onwaardig voelen, zich afhankelijk voelen en geen controle meer over het leven ervaren, sneller een belediging of verwijt bespeuren dat dat al genoeg kan zijn voor een agressieve uitbarsting.

    Voorbeelden van lichamelijke ongemakken:

    • de intense vermoeidheid (neurofatigue of organische vermoeidheid/ hersenmoeheid), de fysieke moeite die het kost om alleen al jezelf te wassen of aankleden pijn door het hersenletsel in het lichaam, een volle blaas of honger, een lage bloedsuiker, zintuiglijke prikkels als licht, geluid (achtergrondgeluid, omgevingsgeluiden), te drukke omgeving (teveel bezoek?) of wordt er teveel gevergd?  Een te warm of te koude omgeving etc.

    Voorbeelden van emotionele ongemakken:

    • depressieve stemming ten gevolge van het hersenletsel, te hoge (niet haalbare onrealistische) doelen van een revalidatie en/ of herstel, de verwachtingen die niet uitkomen, moeite om hulp te vragen, schaamte over lichamelijke gevolgen zoals veranderingen in het uiterlijk, spasmes, verlamming, onhandigheid of haperend spreken. 


    Wie de meeste triggers kan herkennen en voorkomen is al een heel eind in het helpen leren beheersen van agressie.


    Deze tekst is een korte samenvatting van onze speciale pagina over agressie na hersenletsel.

     

    Sneller geprikkeld / boos worden

    Een veel gehoorde klacht is dat mensen veel sneller 'geprikkeld' (boos worden) raken. Dit mag niet verward worden met het begrip 'overprikkeling'. Het kan wel bij sommigen een gevolg van overprikkeling zijn, maar kan ook voortkomen uit overbelast zijn, uit frustratie en uit een verminderde remfunctie op de emoties. Het kan ook voortkomen uit een versterkte karaktertrek waar iemand voor het letsel al sneller geagiteerd reageerde. 

     

    Het is te vergelijken met een gezond iemand die niet alleen moet multitasken in vijftien taken, maar daarbij ook moet autorijden in dikke mist met 180 km en tegelijkertijd een muziekstuk moet analyseren waar de halve noten en valse noten zitten, en hoeveel driekwartsnoten er in zitten.

     

    Dat is onmogelijk.. die mens zal misschien geagiteerd reageren. Als daarbij de kinderen op de achterbank een vraag stellen over het jaartal dat Karel de Grote stierf...zal het ongeveer vergelijkbaar zijn met iemand met hersenletsel die overbelast is en sneller gefrustreerd...  Die mens kan minder hebben en kan sneller opvliegend reageren.

    Prikkelbaarheid

    Onderaan deze pagina hebben we de woordverklaring van prikkelbaarheid beschreven. In het kort gezegd  is de meest gebruikte term het het afreageren op prikkels uit de omgeving. Soms is het emotionele labiliteit door een lichamelijke oorzaak.


    Hersenletsel en gedrag

    Prikkelbaarheid komt vaak voor bij mensen met hersenletsel en kan leiden tot kortaf of boos gedrag.


    Dat kan meerdere oorzaken hebben:

    © Hersenletsel-uitleg

    Prikkelbaar of overprikkeling?
    De term prikkelbaarheid wordt helaas te vaak verward met overprikkeling, een neurologische klacht, die ontstaat doordat het brein de veelheid van informatie niet meer kan filteren of prikkels kan remmen (inhibitie).

    Er zijn meerdere hersenstructuren betrokken bij het doorgeven en decoderen en filteren van prikkels uit de omgeving en uit het lichaam zelf. Daarnaast zijn de grote hersencellen en tussencellen (interneuronen) en zenuwbanen betrokken en signaalstoffen (neurotransmitters) die prikkels door moeten geven en neurotransmitters die prikkels moeten remmen.

    Als deze fine-tuning van de hersenen en neurotransmitters niet voldoende werkt door hersenletsel kan het wel in situaties leiden tot prikkelbaarheid, maar dit gebeurt lang niet bij iedereen met overprikkelingsklachten*. [*bron enquêtes hersenletsel-uitleg en persoonlijke informatie die verstrekt is aan ons] Het is dus geen synoniem voor overprikkeling. Hoogstens zou je prikkelbaarheid als één van de mogelijke gevolgen kunnen zien bij overprikkeling. 



    Kort lontje
    Er wordt vaak gesproken over 'het korte lontje' bij hersenletsel. Het lijkt daarmee wel of dat synoniem is aan het hebben van hersenletsel. Dat is het niet. Er zijn heel veel mensen met hersenletsel die geen 'kort lontje' hebben. Wij vinden deze term daarom een stigmatiserend label, dat we liever niet willen gebruiken.

    Met de term 'het korte lontje' wordt wel de emotionele prikkelbaarheid bedoeld die snel opstapelt, zelfs explosief kan worden bij woede-uitbarstingen. Meestal toch als gevolg van overbelasting in dat moment.

    Frustratie kan snel oplopen en als iemand geen time out kan nemen of niet kan aanvoelen dat een time out nodig is, is niet-medicamenteuze interventie een belangrijke eerste stap. Daarnaast is het belangrijk om een passende, prikkelarme omgeving te creëren die agressie overbodig kan maken. Indien nodig kan medicatie worden ingezet om het neurotransmittersysteem te beïnvloeden. Agressie is moeilijk te behandelen maar goed te voorkomen.

     

    Doe een stapje terug en bekijk het eens van een afstandje in rust. Time-out. Wat waren de triggers en hoe kan je het samen voorkomen.

    Professionele hulp?

    Hersenletsel kan dus grote impact hebben op emoties en gedrag. Deze veranderingen kunnen niet alleen frustrerend zijn voor de persoon zelf, maar ook voor de omgeving.

    Mogelijk kan professionele hulp een waardevolle oplossing bieden. Gespecialiseerde begeleiding, therapie of medicatie kunnen ondersteunen bij het beter reguleren van emoties, het herkennen van triggers en het ontwikkelen van effectieve strategieën. Het doel is om meer rust, balans en controle te creëren in het dagelijks leven, wat belangrijk is voor alle gezinsleden.

    Lees op onze pagina wat een neuropsychiater doet en hoe zij te werk gaat.



    Psychomotorische therapie kan wellicht ook raadzaam zijn.

    Psychomotorische therapie is een non verbale therapievorm waarbij het ervaren, oefenen en experimenteren centraal staat. Een veel gehoorde overtuiging van mensen is dat een impulsdoorbraak vanuit het niets komt. De therapie is gebaseerd op de overtuiging dat het oplopen van spanning en emoties voorafgaat aan een impulsdoorbraak. Door hier bewust van te worden kunnen mensen met hersenletsel nog voor hun impulsdoorbraak leren om anders te reageren dan ze zich nu aangeleerd hebben.

    Woordverklaringen

    * Woordverklaring Agitatie en Agressie

    Agitatie
    Agitatie is 'niet-intentioneel' gedrag waarbij innerlijke rusteloosheid leidt tot ondoelmatig en sterk repeterend gedrag (Verenso, 2008).
    Niet-intentioneel betekent dat iemand dit niet bewust of met een bedoeling doet.

    Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

    • motorische agitatie: rondlopen, niet stilzitten, aan deuren rammelen, tikken, spullen verplaatsen;
    • verbale agitatie: continu praten, mompelen, mopperen;
    • vocale agitatie: jammeren, schreeuwen, roepen, zingen, repetitieve geluiden.

    Agressie
    Agressie is daarentegen 'intentioneel' gedrag (Verenso, 2008). Intentioneel betekent dat iemand dit bewust en met een bedoeling doet.
    Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

    • verbale agressie: schelden, vloeken, beschuldigen, dreigen;
    • handelende agressie: slaan, duwen, schoppen, vernielen, gooien, dreigen, automutilatie.

    * Woordverklaring Prikkelbaarheid

    De definitie van prikkelbaarheid is in drie delen op te splitsen:


    1) Taalkundig is het het afreageren op prikkels uit de omgeving. In de zin van toenemende irritatie, boosheid tot agressie. Als neuropsychologen en cognitief therapeuten of ergotherapeuten deze term gebruiken, bedoelen ze het gedrag van de persoon die afreageert met boosheid.

     

    2) Medisch is het het kunnen opwekken van energie in zenuwcellen, de irritatie en irritabiliteit van de huid, de darmen, de luchtwegen, de spieren die spiersamentrekkingen kan geven.
    Sommige neurologen noemen 'verhoogde prikkelbaarheid van de hersenen' waarmee zij doelen op teveel reageren van de hersenen op gewone stimuli/ signalen met ziek worden. Zoals bij epilepsie, migraine, hersenschudding in de acute fase etc. Vaak gepaard gaan met neurovegetatief disfunctioneren (zoals overgeven, lichtschuw, hoofdpijn etc).

     

    3) Het kan ook emotionele labiliteit betekenen, bijvoorbeeld bij:

    • ochtend humeurigheid,
    • menstruatie, PMS (Pre menstrueel syndroom),
    • in de overgang, na een bevalling,
    • bij een rouwperiode,
    • bij een depressie,
    • burn-out, bij angst, 
    • Post traumatische stresstoornis (PTSS),
    • bij psychiatrische aandoeningen,
    • bij een te snelle werking van de schildklier (Hyperthyreoïdie),
    • bij het Syndroom van Prader-Willi (genetische afwijking),
    • bij baby's met een waterhoofdje (Hydrocefalus),
    • bij baby's en peuters met een middenoorontsteking, of andere aandoening,
    • bij overmatig cafeïnegebruik,
    • bij dementie,
    • hypofyseafwijking waardoor iemand extreem veel gaat drinken en veel moet plassen (diabetes insipidus) etc. etc.