Executief disfunctioneren / Executieve functiestoornissen

Onder executieve functies (EF) worden de hogere controlefuncties van de hersenen verstaan. Ze besturen het handelen en gedrag, helpen bij het stellen van doelen en het verwerkelijken daarvan. Ze helpen ook bij het in balans houden van eisen, behoeften en plichten.

 

Er worden veel verschillende processen onder executieve functies verstaan. ‘Executieve functies’ is dan een ook zogenaamd ‘paraplubegrip’. De executieve functies ontwikkelen zich vanaf de geboorte tot aan de leeftijd van ongeveer 23 jaar. Deze ontwikkeling vindt vaak plaats in zogenaamde spurten. Als een kind of jongere in deze periode hersenletsel oploopt, heeft dat direct gevolg op deze ontwikkeling en dus op gedrag. 

De executieve functies kunnen door middel van een neuropsychologisch onderzoek (NPO) onderzocht worden. ©Hersenletsel-uitleg=Kopieer niet onze tekst!

 

 Hieronder een overzicht van een aantal veel voorkomende executieve functies:

  • Impulsiviteit: Het vermogen om na te denken voor iets gedaan wordt. 

  • Inhibitie: Het vermogen om een impuls te kunnen onderdrukken of afremmen van een impuls. Dit spelt ook een belangrijke rol bij het kunnen volhouden van gerichte aandacht.  (doen/gedrag)

  • Volgehouden aandacht  (doen/gedrag)
  • Doelgericht gedrag  (doen/gedrag)
  • Flexibiliteit: De vaardigheid om je aan te passen aan veranderende omstandigheden. Maar ook het herzien van je plannen als zich er belemmeringen of tegenslagen voordoen, zich nieuwe informatie aandient of er fouten worden gemaakt. Problemen met flexibiliteit kunnen leiden tot persevereren.  (doen/gedrag)

  • Taakinitiatie: Het vermogen om zonder uitstel en op een efficiënte manier aan een taak te beginnen. (doen/gedrag)

  • Werkgeheugen: De vaardigheid om informatie in het geheugen te houden bij het uitvoeren van complexe taken en te sorteren wat relevant is en wat niet relevant is om te onthouden. (denken/cognitie)
  • Planning: De vaardigheid om een plan te maken, een doel te bereiken of een taak te voltooien. Beslissen wat belangrijk is en wat niet. (denken/cognitie)

  • Organisatie: Het vermogen om systemen te ontwikkelen en te onderhouden om op de hoogte te blijven van informatie of benodigde materialen. (denken/cognitie)

  • Timemangement: De vaardigheid om tijd in te schatten, hoe lang iets duurt, hoe je de tijd het beste kunt verdelen en hoe je op tijd kunt werken. (denken/cognitie)

 rxe.jpg

Problemen met executieve functies na hersenletsel

Executief disfunctioneren is als (enkele of meerdere van) bovengenoemde functies niet meer lukken door hersenletsel. Omdat executieve functies bij veel dagelijkse activiteiten een rol spelen, kunnen er na hersenletsel veel problemen ontstaan.

Een aantal problemen die kunnen voorkomen bij iemand met executief disfunctioneren (NB: ieder letsel en ieder mens verschilt):

  • geen activiteiten meer kunnen organiseren

  • impulsief gedrag

  • niet meer flexibel kunnen omgaan met veranderingen (zie ook persevereren)

  • obsessief gedrag (zoals steeds tellen, zingen, tikken of hetzelfde gedrag vertonen)

  • moeite hebben met adequaat reageren in sociale interacties

  • problemen met emotieregulatie

 

Hersengebieden betrokken bij executief functioneren

Uit neurofysiologisch en neurocognitief onderzoek blijkt dat executieve functies vooral gerelateerd zijn aan de (pre)frontale hersenschors /(pre) frontale cortex.

 

Wanneer er schade is aan de prefrontale cortex is wordt er soms ook gesproken over een ‘frontaalsyndroom’. Bij een frontaalsyndroom zijn er vaak een verzameling van klachten, waaronder problemen met executieve functies.

De laatste jaren uit nieuw onderzoek dat diepere hersengebieden zoals bijvoorbeeld het striatum ook een rol spelen bij executieve functies. Niet alle problemen met executief functioneren zijn dus aan de (pre)frontale hersenschors toe te schrijven.

 

Tips om je executieve functies te verbeteren

  • Plan veeleisende taken op de tijden waarop je energieniveau en alertheid optimaal zijn.

  • Plan taken in een eenvoudige stap-voor-stap benadering.  

  • Neem regelmatig rustpauzes, haal diep adem en maak tijd voor lichamelijke en geestelijke ontspanning. Hierbij is te denken aan een koffiepauze, even praten met vrienden, een dutje doen, of een stukje wandelen.

  • Maak gebruik van planning en geheugen app's (pictogenda, pictoplanner, remember the milk, Assist helpt, de werk app).

  • Maak aantekeningen en bewaar die op vaste plaatsen. 

  • Praat af en toe eens hardop om gedachten en acties te monitoren.

  • Oefen verschillende strategieën om te bepalen welke het meest effectief is in verschillende situaties. Vraag dan aan jezelf wat je afleidt, waardoor je aandacht afzakt en noteer dat. Noteer ook wat je wel moet doen om een strategie te laten werken. Of wat je volgende keer anders moet doen.

 

Ook voor de naasten kan het soms lastig zijn om te weten hoe je moet omgaan met iemand met executief disfunctioneren. Hieronder een aantal algemene tips: 

  • probeer duidelijk grenzen en structuur aan te geven

  • leg plannen, taken en acties goed uit. Soms hoort hierbij het herhalen van stappen.

  • Taken kunnen frustraties oproepen als het niet goed lukt. Besef dat angst voor falen of schaamte of angst voor boosheid van anderen ook mee kan spelen en geef steun. 

  • Vermijd discussies en strijdpunten, blijf rustig. Probeer uit de eigen emotie te blijven en blijf uit een machtsconflict. Als het toch uit de hand loopt, neem even een time out, dan wijs je de persoon niet af maar je geeft jezelf en de persoon even rust en afleiding. Probeer daarna met vriendelijkheid terug te komen.

  • Geef rust in huis, ook qua geluiden en andere storende prikkels. Prikkelarm biedt meer rust.

PDF
Executief functioneren ontwikkeling bij kinderen
PDF [184.3 KB]
Download (154 downloads)