Motorische schors of motorische cortex
De motorische schors (bewegingsschors) ligt in de voorhoofdskwab of frontale kwab en wordt onderverdeeld in:
- De premotorische schors (premotorische cortex) Verantwoordelijk voor programmering van bewegingen. Op de afbeelding met de nummers. Nr. 6 (Brodmanngebied 6)
- De primaire motorische schors (primair motorische cortex). Verantwoordelijk voor uitvoering van bewegingen. Op de afbeelding met de nummers Nr. 4 (Brodmanngebied 4, soms ook M1 genoemd).
Zie ook uitleg hieronder:
Primaire, secundaire en tertiaire motorische schors
De motorische hersenschors is verdeeld in drie belangrijke gebieden: de primaire, secundaire en tertiaire motorische hersenschors. Elk van deze gebieden heeft unieke functies en verantwoordelijkheden.
De primaire motorische hersenschors, ook wel bekend als de M1-regio, bevindt zich in de frontale kwab van de hersenen en is direct verantwoordelijk voor het initiëren van vrijwillige bewegingen. Hier worden signalen gegenereerd die de spieren aansteken om specifieke bewegingen uit te voeren, zoals het tillen van een arm of het lopen.
De secundaire motorische hersenschors (ook bekend als de premotorische of premotor cortex) speelt een belangrijke rol bij het plannen en coördineren van complexe bewegingen. Dit gebied helpt bij het integreren van sensorische informatie, waardoor we fijne motorische vaardigheden kunnen uitvoeren, zoals schrijven of piano spelen.
Tot slot is de tertiaire motorische hersenschors betrokken bij de hogere cognitieve functies die van invloed zijn op beweging. Dit gebied zorgt ervoor dat we ons bewust zijn van onze lichaamshouding en beweging in de ruimte, en stelt ons in staat om bewegingen aan te passen op basis van eerdere ervaringen en leerprocessen. Kortom, de primaire, secundaire en tertiaire motorische hersenschors werken samen om onze bewegingen effectief en soepel te laten verlopen.
Homonculus (motorische deel = blauw en sensorische deel = groen)
Op de afbeelding hieronder wordt de primaire motorische schors weergegeven in het blauw. Deze representatie van lichaamsdelen in de motorische en sensorische hersenschors noemen ze ook wel een homunculus; latijn voor mannetje. Je kan in de afbeelding ook een heel gek mannetje zien.
De motorische homunculus is dus een soort overzicht dat laat zien welke delen van de hersenen verantwoordelijk zijn voor de beweging van bepaalde lichaamsdelen. Het geeft in verhouding aan hoeveel zenuwcellen bezig zijn met specifieke lichaamsgebieden.
Sommige lichaamsdelen, zoals handen en het gezicht, zijn groter afgebeeld. Dit betekent dat we hier beter controle en precisie over hebben.
In vergelijking zijn de benen en voeten kleiner afgebeeld, wat laat zien dat we daar minder precieze controle over bewegingen hebben. Deze weergave illustreert niet alleen de hoeveelheid spieren, maar ook de complexiteit en fijnheid van de bewegingen die wij uitvoeren.
Het nut van de homonculus
Het begrijpen van de motorische homonculus kan patiënten helpen in te zien hoe hun bewegingen worden aangestuurd door de hersenen. Dit laat ook zien welke delen van het lichaam kwetsbaar kunnen zijn bij aandoeningen zoals een beroerte of neurologische ziekten.
Ze kunnen merken hoe behandelingen en oefeningen helpen bij hun spieren en zenuwen. Bovendien maakt het het voor patiënten eenvoudiger om met hun zorgverleners te praten over hun problemen en over de verwachtingen.
Zijn de verwachtingen haalbaar? Zijn de verwachtingen te hoog gegrepen?
Dit zorgt voor een persoonlijkere en effectievere behandeling.
Apraxie
Een bijzondere vorm van apraxie, die zich uit in moeite met het uitvoeren van alledaagse handelingen, staat bekend als linkerzijdige ideomotorische apraxie. Bij ideomotorische apraxie begrijpt de persoon wel waarvoor een voorwerp dient, maar kan hij niet de juiste bewegingen bedenken die daarbij horen. Dit kan voortkomen uit letsel aan de hersenbalk (corpus callosum) of aan het rechter premotorische gebied.
Letsels in de prefrontale en premotorische cortex en de linker inferieure kunnen leiden tot pariëtale kwab met ideatoire apraxie. In dit geval heeft de persoon moeite met het correct onthouden van de juiste volgorde van handelingen.