Joost: dissectie met herseninfarcten

Mijn infarcten

In 2021, toen ik 42 was, heb ik een dubbel herseninfarct gehad door een dissectie (scheurtje in de binnenwand) van de linker arteria vertebralis (wervelslagader). Hierdoor is er hersenweefsel afgestorven in de linkerant van de kleine hersenen en de rechter occipitaalkwab, rechter temporaalkwab en het rechter thalamus-gebied (de tussenhersenen).

Wat zie je als je binnen in mijn schedel kan kijken?

Middels 3 animaties door mij gemaakt, maak je een kleine reis door mijn brein om inzicht te geven in welke hersengebieden het hersenletsel zit. 

  1. In de axiale animatie klim je vanuit mijn ruggengraat via het ruggenmerg en de hersenstam naar het dak van mijn schedel.
  2. In de sagitale animatie ga je mijn linkeroor in en mijn rechter oor uit.
  3. In de coronale animatie reis je van mijn achterhoofd door mijn brein naar mijn voorhoofd.


Binnenin mijn brein zie je dat er letsel is in mijn Linker kleine hersenen, tegen de achterzijde van mijn schedel, boven de nek. Daarnaast zie je schade in de rechter Occipitaalkwab, rechter Temporaalkwab en de rechter Tussenhersen ädiencephalon) met daarin o.a. de Thalamus.

De Occipitaalkwab ligt ook helemaal achterin het hoofd direct boven de kleine hersenen. Voor de Occipitaalkwab ligt de Temporaalkwab langs de hele zijkant van je hoofd, langs de oren tot vlak achter de ogen. De Tussenhersenen liggen centraal in het brein bovenop de hersenstam die bestaat uit de Medula Oblongata (verlengde merg) de Pons en het Mesencefalon (de middenhersenen).

Het totaal van de scans kan je downloaden in downloaden in pdf, met een legenda welk hersengebied waar zit.
Er staat wel copyright op (staat op laatste beeld van ieder filmpje) voor iedereen die deze beelden wil gebruiken. Gebruiken mag, maar met naamsvermelding. 

PS: Als je hier geen video's ziet (kan aan de browser liggen) klik dan op de linkjes hieronder.

De filmpjes duren even voor ze starten.

Links is de neus en rechts het achterhoofd

8 = cerebellum (kleine hersenen)

Mijn eerste infarct was waarschijnlijk in deze kleine hersenen. Het ging namelijk gepaard met een ontzettende draaiduizeligheid. Dit past bij een infarct in de Kleine Hersenen Daarna kon ik wel lopen, maar wat wiebelig. Ik schatte de ernst niet goed in en ben op bed gaan liggen. In de avond raakte ik halfzijdig links verlamd na een tweede infarct. Of deze ook weer plaatsvond in de Linker Kleine Hersenen of alleen in de rechter grote Hersenen, met daarbij de Thalamus is onduidelijk. Zowel de rechter Grote Hersenen als de linker Kleine Hersenen sturen de linker lichaamshelft aan. En de thalamus is ook betrokken bij de motoriek.

 

Door het infarct in mijn linker kleine hersenen heb ik nu in ieder geval nog altijd moeite met de aansturing van mijn linker lichaamshelft. In de eerste weken na mijn infarcten kon ik ook niet of moeilijk plassen en droog eten doorslikken. Ook dit had waarschijnlijk te maken met schade in mijn kleine hersenen.

 

Door intensieve revalidatie heb ik mijn linkerarm, -hand, -voet en -been weer aan de praat gekregen. Wel heb ik nog altijd moeite met de aansturing en mijn balans. Ik loop met een wandelstok en een Enkel Voet Orthese (EVO) om niet door mijn enkel te klappen (ik ben ook nog hypermobiel in al mijn gewrichten) en om betere passen te kunnen maken. Wanneer ik de EVO niet draag verzwik ik soms mijn enkel of overstrek ik mijn knie. Het vraagt continue focus om dit te voorkomen. Dubbeltaken zorgen dat ik die focus lang niet altijd heb. Ook is het gevoel in mijn voet-, enkel- en beengewrichten verstoord (daarover meer bij de Thalamus) waardoor ik niet doorheb dat ik mijn voet verkeerd neerzet. Door een lichte spasme draait mijn voet soms naar binnen. De EVO voorkomt dit en biedt me zekerheid en minder angst tijdens het lopen.

 

De balansoefeningen bij fysiotherapie moeten altijd meerdere keren worden voorgedaan voor ik ze door heb. Ik moet daarna ook zelf even op gang komen voordat alles in de juiste volgorde gaat. Het denken hierover kost me veel energie en tijd. Ook bij het lopen moet ik altijd even opgang komen. Ik ben een soort diesel zeg maar. Herhaling is voor mij erg belangrijk. Zodra ik opgang ben en een ritme heb te pakken gaat het redelijk goed. Wel heb ik nog altijd een zeer beperkt uithoudingsvermogen.

 

De fijne motoriek in mijn hand is ook beperkt. Ik kon wel binnen een maand  mijn veters strikken en objecten in mijn hand beetpakken. Rechthouden zonder te schokken is nog wel iets anders. Mijn telefoon kan ik tegenwoordig ook redelijk met links vasthouden. Maar een klein voorwerp tussen mijn vingers klemmen en vast houden gaat erg moeizaam.

 

De aansturing van mijn arm en schouder gaat vaak schokkerig en kost veel energie en focus. Vooral in mijn schouder, schouderblad, onderarm en hand heb ik veel extra spierspanningen. Bij het concentreren op een handeling maak ik een vuist van mijn linkerhand. Vooral tijdens het lopen. Ook mijn onderarm spant zich dan extra aan en draait met de elleboog een beetje naar binnen. Een soort lichte spastische beweging. Ook mijn schouderblad heeft de neiging snel aan te spannen en mijn schouder schokt regelmatig op en neer als ik zit of lig.

Rechter Occipitaalkwab

Links is de neus en rechts het achterhoofd

7= occipitaalkwab (achterhoofdskwab)

Door schade in mijn rechter Occipitaalkwab heb ik diverse visuele beperkingen gekregen. Ik heb blikvelduitval (hemianopsie) in het linker bovenkwadrant, maar ook centraal in mijn zicht (de binnenste 10 graden). Als ik recht vooruit kijk is de linkerbovenhoek afgesneden, waardoor ik bijvoorbeeld stoplichten, verkeersborden, of laag hangende takken en luifels niet zie.

 

De centrale uitval zorgt dat ik alles verder dan een halve meter wazig zie. Ook is het voor mij altijd schemerig. In de verte zie ik niks, omdat deze uitval precies op de horizon zit. Auto’s of andere voertuigen die enkele tientallen meters voor me rijden klonteren samen. Ik zie dan geen onderscheid meer. Soms vallen sommigen zelfs tijdelijk weg in een verborgen zwart gat. Dit heb ik met alles waarop ik focus. Dus ook met delen tekst, getallenreeksen, foto’s en andere afbeeldingen.

 

In het eerste jaar was ik niet in staat om te tekenen achter mijn computer, terwijl ik architect en ontwerper ben. Ik zag weinig details en ik werd snel moe van het kijken. Gelukkig lukt het me nu, ruim 2 jaar na mijn infarcten steeds beter om weer wat te tekenen. Zoals het maken van deze animatie. Dit lukt niet dagelijks, en soms weken of maanden niet, of maar een uurtje per dag. Maar blijven oefenen is mijn motto. Die hersenen maken soms toch nieuwe verbindingen aan.

 

Wanneer ik te veel om me heen zie kost het kijken me nog veel meer energie. Ik loop bijvoorbeeld niet meer graag buiten, omdat je daar vaak onbegrensde ruimtes hebt. Daarom kijk ik buiten vaak naar de grond voor me. Het inperken van wat ik zie. Ik heb dit ook in grote ruimtes  binnen. Mijn hersenen verwerken niet alles wat te zien. Ik voel me op dit soort plekken, maar ook als ik buiten loop, vaak dronken in mijn hoofd.

 

Ook kan ik niet meer goed tegen zon- en daglicht. Een zonnebril helpt daarin niet altijd. Bij te veel zonlicht van voren of de zijkant wordt alles voor me een zwart silhouet. Ik herken dan niet wie of wat op me afkomt.

Van stoeptegels die schots en scheef liggen raken mijn hersenen ook in de war en dan kunnen de tegels soms beginnen te dansen. Daar schrik ik dan weer van omdat het lijkt alsof er een ravijn zich voor me opent. Buiten lopen is echt geen hobby meer van me.

Rechter Temporaalkwab

Vier afbeeldingen:
Links de neus en rechts het achterhoofd.
Zwarte gebieden:

4 = tussenhersenen met thalamus, hypothalamus, hypofyse en epifyse (pijnappelklier)

6 = temporaalkwab (slaapkwab)

7 = occipitaalkwab (achterhoofdskwab) met o.a. visuele schors

Donker blauw gebied is uitdijende ventrikel door dat omliggend hersenweefsel is afgestorven

Lichtblauw gebied is hersenvocht

Door de schade in de rechter temporaalkwab vergeet ik vaker wat iemand kort geleden tegen me heeft gezegd, of wat ik in een artikel heb gelezen. Gek genoeg onthoud ik wel wat ik heb meegemaakt. De revalidatieperiode heb ik een jaar later zeer gedetailleerd kunnen  opschrijven.

 

Ook ben ik wat sneller boos op iemand of instanties en reageer wat impulsiever. Dit werd eigenlijk al vrij snel duidelijk in het ziekenhuis en revalidatiecentrum waar ik me aan allerlei zaken ergerde. Alleen was ik me dat toen nog niet bewust en zeker niet van de link met schade in deze Temporaalkwab.

 

Ik heb altijd al veel gepraat, maar schijn nog meer te praten dan vroeger. Door de schade in mijn rechter temporaalkwab is mijn linker temporaalkwab waarschijnlijk dominanter geworden. Deze linker temporaalkwab is verantwoordelijk voor taal. Maar is ook veel meer gericht op details en het duiden van alles. Hier ben ik dan ook de hele dag druk mee. Ik heb daardoor weinig rust in mijn hoofd, dit kost me veel energie.

 

Maar dit verklaart waarschijnlijk ook waarom ik precies wilde weten in welke hersengebieden ik schade heb opgelopen en hoe dat te koppelen is aan al mijn klachten en beperkingen. Ik wil dat begrijpen om het te kunnen accepteren. Daarom heb ik al mijn hersenscans bij het Erasmus MC opgevraagd en ben ik me flink gaan verdiepen in de anatomie van de hersenen. Dat geeft uiteindelijk geleidt tot deze animaties. Ik merk ook dat ik nog veel meer dan voorheen wil communiceren. Kennis en ervaringen die ik heb delen met anderen.

 

Het continue willen duiden en verklaren zorgt er waarschijnlijk ook voor dat ik in mijn hoofd nooit rust hebt. Ook dit is een kenmerk van de linker temporaalkwab die bij mij nu dominant is. Een neuroanatomist (jill Bolte Taylor) uit Amerika die zelf ooit een beroerte in haar linker Temporaalkwab had ervaarde precies het tegenovergestelde. Bij haar werd rechts dominant. Haar taalcentrum was uitgeschakeld en daarmee ook het stemmetje in haar hoofd dat ze van nature had. Zij ervaarde eindelijk rust in haar hoofd (maar had wel moeite om alles om haar heen te snappen).

 

Dat denken in details en kennisdeling had ik voorheen ook wel. Als ontwerper was ik al veel gericht op de details. Meer dan het grotere verhaal. En ik was ook al docent geworden om mijn kennis over te dragen. Maar toch merk ik dat die behoefte nog groter is en ook veel persoonlijker dan vroeger.

Omdat de verbinding vanuit de Occipitaalkwab met de ogen, en de Thalamus ook via de Temporaalkwab loopt, heeft de schade in deze Temporaalkwab waarschijnlijk ook invloed op de registratie van wat ik zie.

Rechter Tussenhersenen en Thalamus

Links is de neus en rechts het achterhoofd

4 = tussenhersenen met de thalamus, hypothalamus, hypofyse en epifyse (pijnappelklier)

Met de schade in mijn rechter Tussenhersenen is met name ook de rechter Thalamus getroffen. De Thalamus is de meterkast of schakelkast van je hersenen. Het is via ontelbaar vele draadjes verbonden met veel verschillende hersengebieden. Het regelt alle impulsen uit je zintuigen en is daarmee een soort filter. Ook geeft de Thalamus de informatie door vanuit de kleine hersenen naar de motorische hersenschors.

 

Bij mij is de Thalamus vol getroffen. De schakelkast is zeg maar ontploft.  Zoals ik al aangaf is ook de Thalamus betrokken bij de motorische aansturing. Waarschijnlijk heeft het tweede infarct plaatsgevonden in het gebied van mijn rechter Occipitaalkwab, Temporaalkwab en Tussenhersen (met de Thalamus) omdat alle klachten en beperkingen die ik na het tweede infarct heb passen bij deze hersengebieden. Door het raken van de Thalamus ben ik waarschijnlijk linkszijdig verlamd geraakt.  En de combinatie met de schade in de linker Kleine Hersenen maakt de motorische aansturing extra moeilijk en verklaard dit mijn sterk verminderde motoriek.

De thalamus is dus ook verbonden met de Occipitaalkwab en regelt daarmee óók de visuele prikkels. Mijn overgevoeligheid voor fel licht (lamp en zonlicht) lijkt o.a. door de schade in de Thalamus te komen. Maar ook het voorbeeld van de dansende stoeptegels en het dronken gevoel dat ik heb wanneer ik in grote ruimtes ben waar veel te zien is (binnen/buiten) zou door de Thalamus kunnen komen. Dit geldt trouwens ook voor mijn gezichtsvelduitval. Dit kan zowel door schade aan de Occipitaalkwab als de Thalamus ontstaan. Misschien is dat ook wel de reden dat ik zowel uitval in het linker bovenkwadrant heb, als centraal in mijn blikveld. De één veroorzaakt door de de Thalamus en de ander door de Occipitaalkwab.

Naast visuele overprikkeling heb ik ook last van overprikkeling door geluid. Voor als ik moe ben komen alle geluiden om me heen ongefilterd even hard binnen. Op zo’n moment zijn zingende vogels buiten al een probleem. Maar vooral als mensen door elkaar heen praten, of verschillende groepen om me heen met elkaar praten kan ik niet meer focussen op 1 persoon en wordt ik letterlijk gek in mijn hoofd. Ik word stik nerveus en moet de ruimte dan zo snel als mogelijk verlaten. Het maakt me ook doodmoe. Om die reden sta ik niet meer alleen in een klas, maar focus ik me vooral op het 1 op 1 begeleiden van studenten. Maar ook kom ik nauwelijks meer op sociale plekken. Dit kost me te veel energie.


Pijn en gevoelsstoornissen

Ik heb ook flinke gevoelsstoornissen overgehouden aan het letsel in de Thalamus. Na nu blijkt heb ik zowel last van het Thalamus Pijnsyndroom (syndroom van Déjerine-Roussy) en een verstoorde Proprioceptie. Bij het Thalamisch Pijnsyndroom wordt een lichte aanraking al als pijnlijk ervaren. In de eerste weken na je infarct ben je gevoelloos. Ik had geen of nauwelijks gevoel in mijn linker ledematen, maar ook niet op mijn rug. Na een paar weken begon het gevoel steeds meer terug te komen, mijn gezicht, schouder, arm, hand en been begonnen te tintelen. Achteraf gezien was dit met name na aanraking door kleding, of door het liggen op mijn kussen m.b.t. mijn gezicht.

Deze tintelingen hielden lang aan, soms de hele dag. Ook het water van het zwembad zorgde in het revalidatiecentrum voor tintelingen. Bij testjes met een wattenstaaf en satéprikker voelde bij mij beiden als zeer scherp aan. Zelfs als ik niet werd geprikt of aangeraakt voelde ik het prikken doorgaan.

 

Na 2 a 3 maanden kreeg ik steeds vaker pijn in mijn grote teen en in de bal van mijn voet. Alsof er een nijptang op stond. In het begin leek dit vooral na belasting bij fysiotherapie en fitness te ontstaan, maar sinds dat ik thuis woonde heeft een een 3-daagse cyclus aangehouden. Ik heb nu al 2 jaar iedere 3 dagen pijn in mijn grote teen en voet. De ene keer heftiger dan de andere, maar het is er altijd. Gedurende de dag neemt het toe. Tintelingen bij wakker woorden en stekende en pijnen vanaf de middag. Tot ik slaap. Als ik een nacht minder dan 2 uur aan een slaap houdt het een dag langer aan en verschuift de hele cyclus.

 

Ik ben er ondertussen achter dat de dikte en strakheid van mijn sok invloed heeft op de hevigheid. Met een dunne slappe sok heb ik minder pijn. Dan blijft het lang bij tintelen. Ook heeft de lengte van mijn teennagel invloed. Na het knippen van mijn teennagel is de pijn minder hevig en begint het ook later op de dag pas. Soms pas in de avond. Een millimeter te lange nagel kan een groot verschil in pijn veroorzaken. Waarschijnlijk drukt hij dan net iets meer in mijn vel. Wat vroeger geen pijn gaf, maar nu plots hevige pijn.

Soms lijkt het ook alsof de tenen in mijn schoen over elkaar heen kruisen, zoals je dat ook met je vingers kan. In werkelijkheid zitten ze gewoon netjes recht vooruit naast elkaar. Mijn brein denkt alleen iets anders. Dat maakt lopen extra lastig.

Al deze pijnen in mijn voet en tenen kunnen tegelijkertijd plaatsvinden met een gevoelloze voetzool. Of ik voel dan enkel een rand van mijn voetzool, alsof ik op de zijkant van mijn voet loop. Deze combinatie maakt de interpretatie van van je werkelijk voelt, maar dus ook hoe ik werkelijk mijn voet neerzet. Zeer lastig. Mijn EVO helpt me hierbij. Daardoor weet ik dat wat ik ook voel, die voet staat plat op de grond en je kan je enkel niet verzwikken.

De avond voor deze pijndag begint mijn voet al een beetje te branden. Alsof mijn lichaam zich volgens de biologische klok alvast klaarmaakt voor de transitie naar de pijndag.

Mijn hand tintelt ook nog vaak. Eigenlijk bij elke aanraking van een object. Papier heeft hij een hekel aan. Maar ook de achterzijde van mijn e-reader vindt hij niet leuk. Mijn been heeft dat weer met bepaalde stoffen. Badstof joggingbroeken die ik in het revalidatiecentrum veel droeg zorgden na een paar maanden voor veel tintelingen en brandend gevoel op mijn bovenbeen. Ook jeans kon ik lang niet dragen. Hele gladde of soepele stoffen ook niet. Gedurende een jaar heb ik bijna alleen maar mijn outdoor wandelbroeken van Fjällraven gedragen. Die stof beviel wel. Het laatste jaar kan ik gelukkig wel weer jeans verdragen en een dunnere stof van mijn nieuwe trainingsbroek.

Ik heb dus ook last van een verstoorde proprioceptie. Dit is een ander woord voor positiezin. Nog steeds vaag, maar het houdt in dat je normaal precies weet in welke stand jij een arm, been, voet, teen, of vinger houdt. Gestrekt of gebogen, verspreidt of recht vooruit.  Je weet gewoon in welke positie die zich bevindt. Ook met je ogen dicht. Jouw gewrichten geven deze informatie door.

 

Bij mij is dit verstoord. Met name in mijn been en voet. Dit is wel anders dan wat ik schreef over de kruisende tenen. In dit geval mis ik het gevoel in mijn gewrichten. Ik heb bij het staan bijvoorbeeld niet door dat ik mijn linkerbeen een stuk naar de zijkant heb geplaatst. In het ziekenhuis heb ik zo wel eens met mijn been hangend naast mijn bed geslapen. Voordat ik mijn EVO had zette ik mijn voet regelmatig scheef neer en verzwikte ik hem. Met de EVO weet ik dat dit niet meer kan.

 

Bij een verstoorde proprioceptie past ook dat je ledematen soms loodzwaar kunnen aanvoelen. Dit heb ik ook. Iedere 3 dagen, de dag nadat ik pijn in mijn voet en tenen heb, voelt mijn linkerbeen loodzwaar aan. Het lijkt alsof er iemand aan mijn been hangt die ik mee moet slepen. Op deze dag kost lopen me ook veel meer energie en gaat minder vloeiend. Natuurlijk is dit been niet zwaarder dan op de andere dagen. Dat weet ik ook, maar mijn hersenen interpreteren het wel zo waardoor de hele aansturing veel meer concentratie kost, maar ook veel meer kracht.

 

Als ik een tijdje loop gaat dit soms wel soepeler. Maar daarna als ik even pauze heb gehouden voelt hij daarna weer loodzwaar aan.  Op mijn andere 2 dagen kan mijn been soms ook loodzwaar aanvoelen op momenten dat ik echt moe ben. Vaak wat later op de dag of in de avond.

 

Met mijn arm heb ik hetzelfde. Ook deze voelt vaak loodzwaar aan, maar houdt in tegenstelling tot mijn been geen 3-daagse cyclus aan. Hij voelt eigenlijk vaker zwaarder aan en soms wordt hij later op de dag juist lichter en soepeler. Maar niet altijd. Het zorgt er alleen voor dat de inzet van mijn arm een stuk lastiger is. Zoiets als aardappels schillen of afwassen is op deze dagen echt topsport.

Een andere bijwerking van een verstoorde proprioceptie, waar ik pas laat achter kwam, is dat je bij beweging van je bovenlichaam duizelig kan voelen, of in ieder geval een soort licht in je hoofd. Vanaf het revalidatiecentrum ben ik vaak licht in mijn hoofd geweest als ik moest gaan lopen, maar ook als ik rechtop in mijn rolstoel zat. De artsen en behandelaren hadden echter geen verklaring voor dit dizzy gevoel.

 

Pas nadat vorig jaar een fysiotherapeute me vertelde dat ze vermoedde dat mijn proprioceptie is verstoord, n.a.v. het gebrek aan gevoel in mijn gewrichten, ben ik zelf gaan lezen wat dit is. Zo kwam ik erachter dat deze duizelingen symptomatisch zijn. Daarmee vielen er vele kwartjes. Geen medicijnen als oorzaak, geen nieuwe infarcten. Dat werd de eerste maanden nog vaak gedacht.

Vermoeidheid
Tenslotte is één van de grootste beperkingen die ik aan mijn infarcten heb overgehouden mijn extreme vermoeidheid /neurofatigue). Dit viel al op tijdens de revalidatie. Ik was te moe voor de therapieën. Maar ook voor het ontvangen van bezoek. Ondertussen kan ik wel iets meer aan, maar ik kan nog altijd niet meer dan 8 uur per week werken. En dan nog verspreidt over 2 of 3 dagen.

Waar ik vroeger soms 80 uur in een week werkte en dan nog energie over had voor bijvoorbeeld een lange wandeling. Mijn interne accu lijkt nog maar 10 % te zijn van mijn oude accu. Alle klachten en beperkingen kosten me waarschijnlijk zoveel extra energie, dat de accu snel leeg is en ook nauwelijks oplaadt. Een uurtje rust is niet voldoende. Eerder regelmatig (iedere 1 á 2 maanden) een week extra rust.

Nog meer visuele problemen/ CVI

Naast de opgesomde visuele problemen herken ik een groot aantal die onder cerebrale visus stoornissen vallen ofwel CVI.

Bijvoorbeeld een verminderd visueel geheugen, moeite met het overzicht krijgen in een vreemde of veranderde ruimte (visuele ruimtelijke oriëntatie) en crowding.

Vooral het eerste jaar na mijn infarcten had ik last van Crowding. Het kost mij veel moeite om in een drukke omgeving losse onderdelen te herkennen.  Bij een test voor crowding bij Koninklijke Visio werden om de beurt letters op een andere plek van het beeldscherm getoond. Dat continu oplichten is een vorm van afleiden. Vooral de letters in het midden van het beeldscherm miste ik. Nu merk ik nog dat ik bij het kijken naar een voetbalwedstrijd op tv continu de bal kwijt ben. Zeker wanneer ik veel spelers bij elkaar zie, zie ik niet wie wat doet. Het beeld is te druk. Er zijn te veel spelers om op te letten. Mijn ventrale blikvelduitval speelt hier ook een rol in denk ik. Alles waar ik op focus wordt onscherp of valt echt weg.


Mijn verminderde visuele oriëntatie betreft onder andere mijn oriëntatie in gebouwen. Ik onthoud routes in een gebouw niet meer goed. Ik loop nog regelmatig een verkeerde gang in. Bijvoorbeeld in het ziekenhuis waar ik de poliklinische revalidatie heb gehad. Of bij het oefenen met OV, met vertrek vanuit de hoofdingang ziekenhuis, liep ik straal de verkeerde richting op, terwijl ik 2 á 3 keer per week daar met de taxi kwam en in de week ervoor ook nog een keer met oefenen vanaf de tram naar de ziekenhuisingang had gelopen.


Bij Koninklijke Visio moest ik wekelijks oefenen met kijken, altijd in dezelfde gang en oefenruimte aan die gang. Iedere week vergat ik weer aan welke zijde van de gang de oefenruimte was. Ook herkende ik steeds niet naar welk uiteinde van de gang ik moest lopen om het juiste trappenhuis in te gaan. Probleem was dat alles in die gang op elkaar leek. Voorzijde en achterzijde, links en rechts met zelfde soort deuren. Een ander herkent bijvoorbeeld de nummers van een ruimte of een poster bij een deur die er altijd hangt. Ik registreer dat soort kleine details niet meer. Maar ik vergat dus ook steeds dat ik bijvoorbeeld elke week aan de linkerzijde van de gang moest zijn, i.p.v. rechts.


Ik denk dat mijn slechte visus waardoor ik niet alles om me heen goed zie, een rol speelt bij het onthouden van de route. Ik heb dit ook in de taxi als we door Rotterdam rijden. Ik ken de stad goed, maar als ik nu even niet oplet waar we rijden, kan ik me na een tijdje niet meer oriënteren. Weet ik niet meer in welke we straat, buurt of wijk we zijn. Ik zie buiten te weinig herkenningspunten en ik ont hou ze ook niet meer. Ik vermoed dat het een combinatie is van onthouden en goed kunnen zien. Voor een architect die gewend is ruimtelijk te denken en die altijd overal de weg wel vond en onthield, is dit nog wel een dingetje voor me. Ik ben getraind om routes te maken en te herkennen. Ik heb nooit een probleem met oriëntatie gehad. Ik geef zelfs les over hoe je herkenbare routes in een stad kan maken. Maar daarvoor moet je wel goed kunnen zien.


Het stukje gezichtsherkenning valt misschien deels onder CVI. Ik onthoud gezichten niet meer goed. Vooral met nieuwe mensen heb ik echt een probleem. Ik kan een paar uur later het gezicht al niet meer herkennen. Het is niet zo dat iedereen op elkaar lijkt. Het is meer registratie in combi met geheugen. En iemand die ik wel ken moet binnen een meter of 10  a 15  zijn wil ik die persoon herkennen. Vaak herken ik iemand eerder aan de stem, silhouet of de manier van lopen, dan aan het gezicht. De schade aan het centrale blikveld zal ook hier mede oorzaak van zijn. Pas een jaar na dato bleek bij VISIO dat ik ook centrale blikvelduitval had.

 

Bij onderzoek bleken er problemen te zijn met oogbewegingen. Zij noemde dit shooting. Mijn ogen kunnen soms te ver doorschieten. Bijvoorbeeld bij het lezen van tekst die in kolommen achter elkaar staat, zonder omlijningen. Mijn ogen schieten dan naar de verkeerde plek door. Zo kan het zijn dat ik bijvoorbeeld bij een lijst van activiteiten met een stukje daarachter de tijden dat ik er moet zijn, ik de verkeerde tijd aan een activiteit koppel. Ik kom dan te laat of juist te vroeg. Gelukkig bestaan hiervoor speciale leeslinialen.


Joost v. D.


Nawoord van deze site:
Joost heeft de geweldige animaties gemaakt van de hersenscans, waardoor wij erg enthousiast werden. Je kan Joost @studioJoost op Instagram volgen via deze link.

Joost deelt ook veel via zijn Linkedinprofiel.
Het totaal van de scanafbeeldingen kan je downloaden in pdf formaat. Er staat wel copyright op (staat op laatste beeld van ieder filmpje) voor iedereen die deze beelden wil gebruiken. Gebruiken mag, maar met naamsvermelding. 

Voorproefje:

OVERZICHT LETSEL SCANS AXIAAL SAGITAAL copyright Joost
PDF – 32,2 MB 246 downloads