Home » Gevolgen » Niet-zichtbare gevolgen » Emoties en gedragveranderingen

Emoties en gedrag

Voorwoord:

De gevolgen van hersenletsel zijn voor iedereen verschillend, afhankelijk van de plaats van beschadiging in de hersenen, de ernst van de beschadiging. Ieder letsel verschilt!

N.B.! Emotionele- en gedragsveranderingen door lichamelijke oorzaken kunnen soms pijnlijk verwoord aanvoelen worden en 'van binnen uit' door de getroffene ook totaal anders beleefd worden. Onderstaande opsomming blijven observaties van buitenaf. Lees meer over het nadeel van opsommingen....

 

De gevolgen van hersenletsel op het gebied van gedrag en emotie kunnen velerlei zijn en kunnen worden onderverdeeld in psychiatrische stoornissen (bijvoorbeeld depressie), gedragsproblemen (bijvoorbeeld agressie), persoonlijkheidsveranderingen (bijvoorbeeld egocentrisme). 

 

Verandering op het emotionele vlak 

Angst kan opspelen of problemen met de verwerking of aanvaarding van het hersenletsel, afgevlakte of juist versterkte heftiger emoties. Diegene kan bijvoorbeeld sneller boos zijn of depressieve gevoelens hebben, een ander kan de emotie niet meer tonen. Weer een ander lijkt juist een overmatige vrolijkheid te hebben.

 

Emoties kunnen meer aan de oppervlakte liggen waardoor de persoon met hersenletsel sneller in tranen geraakt. Dat wil niet altijd zeggen dat diegene verdrietig of somber is, maar een licht gevoelde emotie als medeleven, ontroering, frustratie, moeheid, overprikkeling kan al leiden tot tranen in de ogen. Er zijn zeven oorzaken van huilen na hersenletsel. Lees meer over de verschillen tussen het huilen.

 

Ongecontroleerd huilen in huilbuien

Als het huilen of lachen in aanvallen komt en onvrijwillig en oncontroleerbaar komt heet dat dwanghuilen of  Pseudobulbair effect. (PSA) Het is belangrijk dit goed te onderscheiden en te diagnosticeren omdat medicatie hier verlichting in kan brengen. PSA lijkt op een depressie maar iemand heeft niet het verdriet of enorme zwaarmoedigheid zoals bij een depressie. Lees meer..


Overprikkeling

In tranen geraken kan komen door vermoeidheid en door zintuiglijke en cognitieve, zelfs emotionele overprikkeling; doordat het brein anders reageert. Weet dat velen zich hiervoor generen, het niet kunnen veranderen. Een enkeling lacht het weg. Vragen waar de tranen voor staan, schept duidelijkheid.

 


Overbelasting 

Vroeger werden mensen met hersenletsel gelabeld als emotioneel 'labiel'. Iemand kan zo intens moe en overbelast zijn door het hersenletsel en kan dan niets anders meer doen dan huilen. Alleen als de vermoeidheid huilbui leidt tot in slaap vallen kan het opluchting geven, anders niet. Vergelijk het hebben van hersenletsel met een oude batterij die te langzaam oplaadt en snel leeg is.

  • NB! overprikkeling huilen en vermoeidheid huilen kunnen samenvallen.

Huilen kan een onderliggend degeneratief lijden verhullen van MS, ALS, vasculaire dementie, Alzheimer, PB of Parkinson.

 

Als de persoonlijkheid enorm veranderd is en alle emoties vergroot aanwezig lijken, en/of ongepast geuit, kun er gedacht worden aan neuropsychiatrie.

veranderdeemoties.jpg 

Mensen met hersenletsel kunnen zich schamen voor wie ze geworden zijn door het letsel en kunnen minder zelfvertrouwen ervaren dan voorheen. Ze kunnen zich tot last voelen.

Weer anderen lijken een verminderd invoelend vermogen te hebben, anderen juist een groter invoelend vermogen en milder zijn. Geen letsel is gelijk aan het andere.

 

Spanning, emoties, veel prikkels van buitenaf; iets wat net nog leuk was, kan ineens teveel worden en dat hangt samen met vermoeidheid. 'Moodswings', stemmingswisselingen kunnen zomaar optreden. De hersenen krijgen het even niet meer 'bij-elkaar-gedacht'. Verlies van overzicht kan volgen en daarmee soms verlies van zelfbeheersing. 

 

Ook warm weer kan er voor zorgen dat iemand anders in zijn vel steekt en zelfs geïrriteerd kan reageren. Mensen met neurologische aandoeningen kunnen fysiek en in cognitie reageren op zomerse temperaturen...lees meer.

 

Gedragsmatige veranderingen

Niemand krijgt een handleiding bij het letsel mee; alles wat permanent beschadigd is, zal met vallen en opstaan ontdekt moeten worden. Bijna ieder mens met hersenletsel zal zich proberen terug te vechten naar het 'oude en bekende niveau'. Maar elk letsel brengt schade mee. Welke schade? De schade wordt mettertijd herkenbaar of kan worden geïnventariseerd met bijvoorbeeld een klachtenlijst NAH. 

 

Iemand voelt zich ondertussen  wel op de tenen lopen als iets niet meer goed lukt.
Ongemerkt worden dan al wel signalen afgegeven aan de omgeving die iets interpreteert als geïrriteerdheid of stress. Pas na verloop van tijd kan de persoon met letsel doorkrijgen dat hij /zij:

  • geen tijdsbesef meer heeft
  • geen overzicht meer heeft
  • niet goed meer kan plannen
  • snelheid niet meer kan inschatten
  • impulsief is en de gevolgen niet doordenken kan
  • oriëntatie verminderd is, (waar heb ik dit gelegd of waar is nou die straat?) waar iemand nog volkomen intelligent kan zijn.
  • de handen vol heeft aan het eigen 'hoofd boven water houden', daardoor minder oog heeft voor de ander. Het kan dan lijken dat diegene minder empathisch is. Iemand kan ook letterlijk minder empathisch worden

 

  • De persoon met hersenletsel lijkt een ander mens dan voor het letsel; hij, zij is niet meer de oude. De basisstemming kan veranderd zijn.
  • Iemand kan na het hersenletsel moeite hebben met balans vinden tussen ontspanning en inspanning.
  • Het komt voor dat bij dezelfde persoon de ene dag alles goed gaat en de volgende dag alles tegen lijkt te zitten en alles mislukt. 
  • De éne mens is chaotischer of heeft geen rem, blijft herhalen en vastzitten in een emotie (persevereren) een ander neemt geen initiatief meer. Er zijn verschillende uitingen van ontremmingen; zie filmpje: "Ze zeggen dat ik zo veranderd ben.."
  • Het gedrag kan veranderen door onzichtbare gevolgen van hersenletsel.
  • Als iemand verminderd ziekte-inzicht heeft kan dat leiden tot gevaarlijk gedrag of een zelfoverschatting.
  • Als iemand niet kan leren van ervaringen of niet kan generaliseren kan dat ook leiden tot overmoedig gedrag.
  • Iemand kan zichzelf ook kan onderschatten en niet meer iets durft door te weinig zelfvertrouwen. Onzekerder gedrag kan optreden, doordat door het hersenletsel alles moeizamer gaat.

Helaas kan ook de omgeving de persoon met hersenletsel fors onderschatten of overschatten. Leer de mens kennen!

 
Verstoorde controle over gedrag

Door het letsel (bijvoorbeeld frontaal letsel) kan er verstoorde controle  zijn op eigen gedrag:

  • ongeduldig,
  • impulsief,
  • roekeloos,
  • rusteloos,
  • gejaagd worden,
  • sneller geïrriteerd of agressief,
  • geen grenzen ervaren,
  • ontremd gedrag in bijvoorbeeld versterkte emotie, eetbuien, geld uitgeven,
  • geen grenzen ervaren in het goeddoen, 
  • passiever gedrag,
  • zelfredzaamheid kwijt,
  • minder /geen initiatief nemen,
  • zich terugtrekken,
  • moeilijk op gang komen aan het begin van de dag. Een prikkel van buitenaf, lijkt dan de remedie.

 

Karakterveranderingen kunnen plaatsvinden

Karaktertrekken kunnen sterker aanwezig zijn dan voor het letsel maar mensen kunnen ook echt veranderen. Iemand kan 'sociaal onaangepast' of agressief gedrag vertonen. Iemand kan door het letsel veel gaan vloeken of een veranderde vorm van humor hebben. Anderen kunnen zachter, milder worden.

 

Gedragsveranderingen van rechterhersenhelft en frontaalletsel 

Over het algemeen geeft letsel in de rechterhersenhelft en in het voorhoofd (frontaal letsel) meer gedragsverandering en persoonlijkheidsverandering dan in de linkerhersenhelft. Letsel in de linkerhersenhelft geeft daarentegen kans op afasie, wat de communicatie bemoeilijkt en iemand kan frustreren.

 

Voorbeelden van gedragsverandering als direct gevolg van hersenletsel: 
  • Gedrag dat voortkomt omdat de mens met hersenletsel en diens omgeving nog niet doorheeft waar de valkuilen liggen van het letsel. Iemand heeft bijvoorbeeld geen tijdsbesef meer. Diegene heeft dat nog niet door en zal dan wat gestrest met 'tijd' omgaan; anderen opjagen in tijdsdruk, bang zijn altijd te laat te komen, iets àf willen hebben ongeacht de vermoeidheid. Er komt geen gebruiksaanwijzing mee met het letsel. Iemand moet door de tijd heen doorkrijgen wat er kapot is. Dat kan al fikse irritatie geven bij de omstanders die wel het gedrag observeren maar de reden niet herkennen of invoelen.
  • Te veel gedrag waardoor iemand motorisch onrustig is of niet stil kan zitten. Verbaal onrustig zijn en te veel of te luid praten. Iemand kan ontremd zijn bij eten en drinken en daardoor almaar doorgaan of is in seksueel opzicht ontremd
  • Te weinig gedrag met als gevolg initiatiefverlies, niet op gang kunnen komen of onverschillig zijn. Ook de afwezigheid van emotionele reacties valt hieronder.
  • Sociaal onaangepast of onfatsoenlijk gedrag. 
  • Depressieve stemming. 
  • Niet kunnen stoppen met emoties als lachen of huilen; dwanglachen of dwanghuilen.
  • Op zichzelf gericht gedrag, egocentriciteit, dat iemand voor het letsel niet vertoonde. 
  • Snelle en onvoorspelbare stemmingswisselingen; emotionele labiliteit. 
  • Claimend gedrag. Vaak gezien in combinatie met persevereren.
  • Veranderd gedrag in intimiteit of seksualiteit.
  • Achterdocht bijvoorbeeld als gevolg van een verstoorde geheugenfunctie.
  • Geagiteerd gedrag bijvoorbeeld als gevolg van overprikkeling ten gevolge van mentale vermoeidheid  (treedt versneld op bij mentale traagheid). Bij overprikkeling is het een uiting van onvermogen, dat er niet gevlucht kan worden voor de drukte of voor de ziekmakende prikkels.
  • Agressief zijn in woorden of handelingen of allebei. 
  • Fysieke agressie bijvoorbeeld wanneer verbale uitingen van frustratie bijvoorbeeld door afasie niet mogelijk zijn. 
 
Voorbeelden van gedragsverandering als indirect gevolg van hersenletsel: 
 
  • Gedrag en emoties die te verklaren zijn als een invoelbare reactie op het hersenletsel dat overkomen is. Voorwaarde is dat iemand inzicht heeft in de gevolgen van het hersenletsel. 
  • Gedrag dat kenmerkend is voor het verwerken van verlies van functies, vaardigheden en toekomstperspectief. Het kan gaan om emoties als ontkenning, boosheid, angst, depressie, opstandigheid of juist onverschilligheid. Vaak treden deze emoties pas op aan het einde of na de revalidatie.   

Zorg altijd voor de veiligheid van alle betrokkenen! bepraat het met mensen die je vertrouwt. Ga zo nodig naar een neuropsycholoog met verstand van hersenletsel. MAAK HET BESPREEKBAAR!

 

PDF
Richtlijn behandeling van neuropsychiatrische gevolgen van niet aangeboren hersenletsel (2007).pdf
PDF [416.6 KB]
Download (1340 downloads)


Wilt u meer weten over gedragsveranderingen na hersenletsel? Bestel dan de Zorgwijzer Gedragsveranderingen

Met dank aan brainfact hersenletsel: http://www.brainfact.nl/hersenletsel