Geschiedenis van gek tot overprikkeld

Voortschrijdend inzicht. Overprikkeling bij hersenletsel echt begrijpen? 

"Iets begrijpen is het eerst doorleven".

 

Geschiedenis van heelkunde tot heden

 

Gekken, dolhuyzen, 'tussen je oren' en vakgebied psychiatrie

Eeuwenlang werd iedereen met afwijkend gedrag gezien als 'gek' 'gestoord' en ingedeeld als onschuldig gek of gevaarlijke gek en dan opgesloten in zogenaamde dolhuyzen.

Met de opkomst van de psychiatrie werden ziektebeelden onderscheiden en konden mensen beter behandeld worden, hoewel nog niet altijd sprake was van een menswaardige benadering.

 

Pas sinds de jaren negentig van de vorige eeuw worden mensen met zware fysieke gevolgen en gedragsveranderingen na hersenletsel anders gezien en behandeld dan mensen met een verstandelijke beperking. Het kan nog wel voorkomen dat zij tezamen verpleegd worden in verpleeghuizen en zelfs instellingen voor verstandelijk beperkte mensen. De managers van hersenletselorganisaties zijn vaak nog geschoold binnen de 'Z' ofwel 'de zwakzinnigenzorg'.

 

De psychiatrie heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt sinds halverwege vorige eeuw. Nu zijn er middels internationale afspraken snelle eenduidige diagnoses te stellen dankzij de DSM classificatie (Diagnostic Statistic Manual). De behandeling is mensgerichter en menswaardiger. Hersenletsel echter blijkt lastig in hokjes in te delen..

 

Vakgebied neurologie

Het vakgebied neurologie splitste zich midden vorige eeuw af van de het vakgebied zenuwarts /psychiater en ging zich puur richten op de hersenfuncties en de hersenaandoeningen en letsels per locatie in het brein. Zo kon ook het feit zich voordoen dat klachten soms als psychisch werden afgedaan als het niet aantoonbaar was met de inmiddels in opmars zijnde scantechnieken. De techniek gaf immers de mogelijkheid in het brein te kijken nog voor de persoon dood op de snijtafel lag om van te leren.

 

Vakgebied neuropsychologie

Jarenlang zijn de gevolgen van hersenletsel door observaties van de professionals beschreven, waarbij logischerwijze de fysieke gevolgen het meest bekend waren. Daarin is een verschuiving opgetreden toen de neuropsychologie en de neuropsychologische diagnostiek ingezet kon worden om onzichtbare gevolgen in kaart te brengen.

Per hersengebied en per hersenletsel konden specifieke kenmerken en overeenkomsten gedocumenteerd worden.

 

Cognitieve gevolgen emotie en gedragsveranderingen

Cognitieve gevolgen als verandering in aandacht, geheugen, waarneming, taal, denken, denktempo, overzicht behouden, plannen en structuur aanbrengen konden zo gemeten en per breinlocatie ingedeeld worden. Observaties van de emoties en het gedrag volgden evenals kenmerkende verschijnselen als geringe belastbaarheid, verhoogde vermoeidheid en prikkelbaarheid.

 

Neurologen, nog steeds opgeleid in de functie van de hersenen en neuropsychologen hadden zo ieder hun afgebakende werkgebied. Neurologen zijn in de acute fase de behandelaar en zien hun patiënt daarna nog op controles tot de fysieke klachten gestabiliseerd zijn en de patiënten òf weer thuis òf bij revalidatiecentra terecht konden. Het leidt te ver om nu de ontwikkelingen binnen de revalidatiezorg te benoemen waar vakgebieden bijkwamen als ergotherapie, logopedie, cognitief therapeut. Binnen de neuropsychologie zijn de verschillen tussen de opleidingen nog zo groot en kan een afgestudeerd neuropsycholoog nog kiezen voor gedragsbehandeling en klinische neuropsychologie en onderzoek.

Superspecialisaties ontstonden. Ook binnen de neurologie was nu een keuze mogelijk om nog gedragsneuroloog te worden met een andere studieachtergrond dan een psychiater.

 

De term Prikkelbaarheid

'Prikkelbaarheid' is een observatie van het gefrustreerd raken van de hersenletselgetroffene en negatieve uitingen als irritatie, verbale en fysieke uitingen daarvan in verschillende gradaties.

Het is een neuropsychologische beschrijving die jarenlang een negatief stempel drukte op de verschillende hersenletselgetroffenen en ze eigenlijk over één kam scheerden.

 

Ervaringsdeskundigheid de patiënt aan het woord

Sinds een tiental jaren is de ervaringsdeskundigheid aan een opmars begonnen en de mens met hersenletsel kwam zelf aan het woord. De patiënt als partner in het onderwijs werd een begrip.

Met de introductie van social media bleken de 'lotgenoten' zich sterk te verenigen en bleken snel herkenning en erkenning te vinden waar ze die niet eerder zo ontmoet hadden bij 'professionals'.

 

Toen kwam er ook meer en meer oog voor de onzichtbare gevolgen van hersenletsel die verrassend genoeg bijna bij alle getroffenen voorkwamen, ongeacht de aard van het letsel.

 

Opstand tegen gevestigde mening van neurologen en hun diagnostiek

Met de opkomst van social media kwamen mensen met elkaar in contact en hoorden schokkende gelijkenissen in hun verhaal zoals het feit dat neurologen nog steeds een MRI scan van de hersenen als bijna 'heilig' beschouwen, waar zo de ervaring blijkt, veel hersenletsel niet zichtbaar gemaakt kon worden met deze diagnostische beeldvorming.

 

De roep om functionele MRI's ( fMRI's) en PET scans wordt sterker evenals de roep om andere onderzoeken als quantum EEG, waar wel afwijkingen op te zien waren.

Meer en meer waarde wordt gehecht aan de neuropsychologische onderzoeken (NPO) waar de onzichtbare gevolgen in beeld gebracht kúnnen worden. Let wel...ook hier geldt dat de observaties die verkregen worden bij een NPO van grote waarde zijn. Dat de interpretaties van die observaties weer afhankelijk zijn van de ervaring en deskundigheid van de persoon die het NPO afneemt en van de persoon die het NPO beoordeelt.

 

Letselschade- en arbeidsongeschiktheid strijd

Helaas is deze maatschappij niet geheel vrij van de invloed van de financiële invloed die verzekeraars hebben. Niet elk onderzoek kan betaald worden. De maatschappij zou failliet zijn als elk medisch- en neuropsychologisch onderzoek én een second opinion bij twijfel vergoed zou worden.

Daar ligt een gevaar in besloten waar letselschade rechtszaken en arbeidsongeschiktheidsgeschillen gevoerd worden met inzichten die in de praktijk soms achterhaald zijn.

 

Op het moment dat vakgebieden zo'n superspecialisatie ontwikkelen als binnen de neurologie gebeurt, missen ze daarmee de kennis die de andere vakgebieden als de neuropsychologie wel hebben. Maar ook vakgebieden als ergotherapeuten en revalidatieartsen hebben hun eigen superspecialisaties en deskundigheid.

De kennis en visie van neurologen wordt van oudsher meer geloofd dan van het jongere vakgebied neuropsychologie. Een neurologisch onderzoek als een MRI heeft meer bewijslastwaarde dan een NPO of mentaal duur belastbaarheid onderzoek (MDBO). Om het nog onbekende begrip overprikkeling maar niet te noemen. Dat is nog niet voldoende gedocumenteerd om wetenschappelijk erkend te zijn en daardoor herkend te worden als een ernstig invaliderend onzichtbaar én zichtbaar gevolg van hersenletsel.

 

Overprikkeling

Overprikkeling is een beperking die bij vele hersenletselgetroffenen voorkomt maar die eeuwenlang miskend is en nóg niet juist gedocumenteerd is.

De organisatie Hersenletsel-uitleg heeft met haar Project Overprikkeling een wereldwijde primeur. Het is het eerste project dat in zes talen vertaald, mensen bewust maakt van de klachten van overprikkeling, deze klachten inventariseert, gegevens analyseert van de doelgroep en er naar streeft deze goed te documenteren in samenwerking met vertegenwoordigers van de van oudsher gewaardeerde beroepsgroepen maar juist ook met het horen van de klachten van mensen die hier aan lijden. Juist de ervaringsdeskundigheid van mensen met overprikkeling bij hersenaandoeningen en hersenletsel moet gehoord worden. Deze kennis moet meegenomen worden.

 

Grootschalig doelgroeponderzoek moet toegepast worden, zoals hier op deze site en in de besloten Facebook groep.

Deze gegevens zullen geanonimiseerd wetenschappelijk beschreven worden.

 

Pas dan zullen internationale afspraken gemaakt worden en zullen deze klachten niet langer als psychisch, psychiatrisch worden afgedaan. In de tussentijd is de belangstelling voor dit onderwerp al zo groot dat dat op basis van de observaties van professionals, maar helaas ook door kwakzalvers al 'behandelingen' en 'trainingen' worden aangeboden. 

 

Eén tipje van de sluier

Het woord prikkelbaarheid is door de mensen met overprikkeling ontleed. De frustratie die optreedt bij overprikkeling, leidt niet zoals altijd gedacht als eerste tot boosheid. Het eerste fenomeen bij overprikkeling is niet meer kunnen denken, overspoeld worden door informatie afkomstig van cognitieve processen en van de zintuigen. Het brein stopt met denken. Dat is zichtbaar in mimiek, ademhaling en gedrag. Met name één locatie in het brein de amygdala, zal vanaf hier persoonsafhankelijk de 'primaire' reactie vanaf hier overnemen met vluchtgedrag, bevriezen of vechten.

 

"Fight Flight or Freeze" is een begrip uit de psychologie dat nu weliswaar wordt 'toegepast' op het beschrijven van 'overprikkeling'. Echter dit fenomeen kan NIET puur psychologisch verklaard worden omdat er ook neurologische uitval voorkomt. We zijn te ver gespecialiseerd in de vakgebieden om het nog als geheel te kunnen overzien.

 

Om het 'vluchten bevriezen en vechten' bij overprikkeling eventueel vóór te zijn is het van wezenlijk belang om individuele kennis van de eigen overprikkelingsvormen te hebben. Welke vormen van overprikkeling heb je? Welke triggers herken je? Hoe uit je je? Wat is jouw uitingsvorm en waar vind je rust tot je kan herstellen?

 

Vluchten – direct weg willen uit de overprikkelende situatie en je afwenden van prikkels zoals licht, geluid, beweging, patroon, geur, aanraking, houding van het lichaam.

 

Bevriezen – tranen laten stromen, zonder de emotie erbij te voelen. Contactvermijdend gedrag, knipperen met de ogen, hoge ademhaling, wegrakingen in bewustzijn, passief gedrag , zwijgen, uitval van de functies, uitval van aansturen van de spieren etc.

 

Vechten – boosheid, gefrustreerd zijn  verbaal uiten, gooien en smijten met voorwerpen en fysiek uiten naar mensen of dieren. Uit onderzoek is gebleken dat de kleinere verbale uitingen van irritatie en frustratie als snauwen en kortaf zijn, vele malen meer voorkomen dan schelden en vloeken. Het minst van alles komt fysiek geweld voor. Mensen zeggen dit niet te kennen als passend bij hun gedrag van vóór het letsel. Het is dus niet een versterking van emotie dat vóór het letsel al voorkwam.

 

Daarnaast komen emotionele uitingen voor zoals versterkt (mee-)voelen. Geen beschermlaagje meer hebben in voelen. Uitputtende moeheid en het brein niet meer tot rust krijgen.

De enige therapie die zich nu bewezen heeft is RUST. Rust tot het brein zich kan herstellen. 

 

De allesoverstijgende moeheid is het grootste probleem van overprikkeling. Naast het onbegrip.

Ja, hersenletsel zit letterlijk tussen de oren. Maar wie dat nu nog beweert leeft met de kennis van 1700.

Collages49.jpg