P-Q-R

P

Paniekaanvallen Bij een paniekstoornis of gegeneraliseerde angststoornis is de angst niet gericht op een specifiek voorwerp, activiteit of situatie. Bij een fobie is dit duidelijk wél het geval.
--
Paraparese betekent een verzwakking van de onderste ledematen. 
 
Paraplegie Verlamming aan beide zijden, bijvoorbeeld van beide benen of van beide armen. Het meest komt de verlamming van beide benen voor door een dwarslesie van het ruggenmerg bij een ongeval. Beschadiging van de wervelkolom betekent in veel gevallen ook beschadiging van het ruggenmerg, en indien het verband van het ruggenmerg in het dwarse vlak verbroken is dan een paraplegie ontstaan.
 
Parese Spierzwakte, gedeeltelijke of onvolledige verlamming, waardoor de kracht van een spier of spiergroep is verminderd. Een onvolledige verlamming kan optreden doordat slechts een deel van de verzorgende zenuw is uitgevallen of doordat niet alle spiervezels zijn gestoord. Ook spreekt men van een paretische arm of een paretisch been indien een aantal spieren geheel of gedeeltelijk is uitgevallen, maar voldoende spierfunctie bewaard is om een zwakke beweging te bewerkstelligen.
--
Parkinson – ziekte van  een chronische, langzaam erger wordende hersenaandoening, het gevolg van een beschadiging van zenuwcellen (de substantia nigra of zwarte stof) in de basale kernen van de hersenen. De cellen produceren dopamine., een stof die nodig is voor de overdracht van signalen van de zenuwen naar de spieren. Als de zenuwcellen door de beschadiging niet genoeg dopamine produceren, ontstaan de verschijnselen van de ziekte van Parkinson.
 

Partiële epilepsie of focale epilepsie, is een type epilepsie waarbij de kenmerkende aanvallen zich beperken tot een bepaald lichaamsdeel (focale aanvallen). Er is sprake van een plaatselijke stoornis in één hersenhelft. Partiële epilepsie ontstaat als het hersengebied dat in verbinding staat met het betreffende lichaamsdeel, niet goed werkt. De massale ontlading van een groep zenuwcellen vindt dan plaats in een apart deel van de hersenen, zonder dat beide hersenhelften meedoen.
Aanvallen zijn hevige spasmen (spiersamentrekkingen) of een serie schokkende bewegingen van armen, benen, romp of gezicht. 

 

PEG-sonde is een slang die via de buikwand naar de maag wordt gebracht. Met de sonde wordt sondevoeding , vloeistoffen en medicijnen veilig en doeltreffend rechtstreeks in de maag gespoten. Een patiënt krijgt een sonde als hij lang of blijvend sondevoeding nodig heeft.
In tegenstelling tot een neussonde is een PEG-sonde niet voor iedereen zichtbaar. Ook raakt een PEG-sonde minder snel verstopt. Daardoor is hij soms jaren te gebruiken. PEG staat voor Percutane Endoscopische Gastrostomie.
 
Perirhinale cortex zijn twee gebieden in de mediale slaapkwab die betrokken zijn bij waarneming en geheugen van het zien (visuele info); de herkenning van omgevingsinfo (Brodmanngebieden 35 en 36)
 
--
Persoonlijkheid de karakteristieke manier waarop iemand denkt, voelt, handelt, omgaat met zichzelf en de wereld tegemoet treedt. In de meeste definities wordt persoonlijkheid dan ook aangegeven als ‘datgene wat elk mens uniek maakt’.
 
 
Persoonlijkheidsstoornissen bepaalde aspecten van de persoonlijkheid wijken af van wat als normaal wordt gezien. Maar het is moeilijk om een definitie te geven van wat normaal is, en wat als abnormaal beschouwd moet worden. Over het algemeen wordt aangenomen dat er sprake is van een stoornis wanneer iemand zelf of zijn omgeving last heeft van zijn afwijkende gedachten, gevoelens en gedragingen. Persoonlijkheidsstoornissen zijn starre en duurzame patronen die frequent en in allerlei verschillende situaties optreden. Iemand met een persoonlijkheidsstoornis beseft vaak niet dat zijn persoonlijkheid afwijkt, maar merkt wel dat er problemen zijn in het dagelijkse leven.
 
Pia Mater zie ook zacht hersenvlies Over alle windingen en spleten, groot en klein, van de structuren van het centrale zenuwstelsel bevindt zich dit vlies. Het is een dun vlies dat de verschillende hersenstructuren bijeenhoudt. Aan de niet-hersenkant van het zachte hersenvlies bevindt zich de subarachnoïdale ruimte.
--

Plots gehoorverlies  het gedeeltelijke of volledige onvermogen geluid waar te nemen in één of beide oren. Gehoorverlies kan aangeboren zijn of in de loop van het leven optreden. Wanneer gehoorverlies binnen een periode van drie dagen of minder is sprake van plots gehoorverlies. Soms treedt dit ook op bij multiple sclerose, een ziekte die wordt gekenmerkt door afsterven van de zenuwen, en bij de ziekte van Ménière en tal van andere oorzaken zie de link.

 

Post Anoxische Encephalopathie Situatie van verminderd functioneren van de hersenen na zuurstofgebrek door: Hartstilstand of Infarct of hartritmestoornissen of Verdrinking of Shock of Longproblemen of een
Intoxicatie.(vergiftiging)

 

Postcommotioneel syndroom Langdurige klachten na een hersenschudding. Dit syndroom houdt een aantal weken tot maanden aan, maar soms langer. De persoon voelt zich meestal enigszins verward, heeft hoofdpijn en is abnormaal slaperig. Er kunnen duizeligheid, concentratieproblemen, vergeetachtigheid, depressie, gebrek aan gevoelens of emoties en angst optreden. In de tussentijd kan de patiënt moeite hebben met werken, studeren en het onderhouden van sociale contacten.

 

Postencefalitisch syndroom  Landurige klachten van gedragsverandering na hersenontsteking. Tot de symptomen behoren malaise, apathie of avolitie en prikkelbaarheid, er kunnen veranderingen optreden in het eet-, slaap- of seksueel gedrag en de patiënt kan problemen krijgen met het sociaal inzicht. Ook kunnen er klachten van neurologische aard zijn, zoals verlamming, afasie en doofheid.

 

Posttraumatische Amnesie (PTA) Gat in geheugen Van het ongeval en van enige tijd daarvóór kun je je soms niets meer herinneren. Meestal komen de herinneringen tot vlak voor het ongeval snel weer terug. Ook kan het zijn dat je je niets meer kunt herinneren van de periode ná het ontstaan van het letsel: dit is posttraumatische amnesie (PTA) die enige tijd kan aanhouden. Omdat de hersenen gedurende deze tijd geen informatie opslaan, verdwijnt de PTA achteraf meestal niet. Het heeft dan ook geen zin om te blijven zoeken naar deze herinneringen. Hoe ernstiger het traumatisch hersenletsel, hoe langer het bewustzijnsverlies en de PTA duren.

 
Posttraumatische stress-stoornis Verschijnselen die kunnen optreden na een stressvolle situatie zoals een ernstige trauma of ongeval. Men ziet de verschijnselen vooral na gijzeling, oorlogsomstandigheden, zeer ernstige ongevallen (Bijlmer-ramp) e.d.
De reactie kan relatief kort (na enkele dagen) of relatief lang na de gebeurtenis optreden (van 6 tot 9 maanden) en wordt vooral gekenmerkt door:
- emotionele vervlakking;
- onverschilligheid;
- apathische reacties;
- angstaanvallen;
- slaapstoornissen;
- 'flash-backs' van de gebeurtenis.
 
PTSS = afkorting van bovenstaande Post Traumatische Stress Stoornis De aandoening ontstaat als gevolg van ernstige stressgevende situaties, waarbij sprake is van levensbedreiging, ernstig lichamelijk letsel of een bedreiging van de fysieke integriteit. Deze situaties zijn voor de persoon traumatisch.
 
Problemen met eten en drinken bij dementie. Eetproblemen komen vaak voor bij mensen met dementie. Ze eten te weinig of juist te veel. Daardoor vallen ze af of komen ze aan. Mensen met een dementie kunnen onhandig zijn of knoeien. Hiervoor schamen ze zich soms.
Ook voor verzorgers zijn eetproblemen moeilijk. Patiënten houden bijvoorbeeld de mond dicht, duwen of slaan een lepel weg, spugen eten uit of laten het uit de mond lopen. Ook draaien ze soms het hoofd weg en lopen ze van tafel weg.

Eetproblemen kunnen het gevolg zijn van:

  • lichamelijk klachten als tandpijn, misselijkheid, buikpijn en verlies van smaak. Mensen met dementie kunnen deze klachten niet goed aangeven
  • andere ziekten of medicijnen
  • slikproblemen of kauwproblemen (vaak)
  • apathie
  • depressie
Niet willen eten Eetproblemen zijn dan het gevolg van:
  • een doodswens
  • een teken van verzet; de patiënt wil bijvoorbeeld niet geholpen worden of de verzorger geeft het eten te gehaast
  • waanbeelden ; de patiënt denkt bijvoorbeeld dat het eten vergiftigd is
Niet meer weten hoe De patiënt:
  • kan het eten of drinken niet vinden
  • heeft geen honger- en/of dorstgevoel meer
  • herkent het eten niet
  • begrijpt aanwijzingen van verzorgers niet
  • heeft apraxie; hij weet bijvoorbeeld niet meer hoe hij een vork of mes moet gebruiken
 
 
--
Prosopagnosie van Grieks prosopon = gezicht en agnosia = onwetendheid) of gezichtsblindheid is een specifieke vorm van agnosie. Personen die lijden aan deze aandoening, hebben problemen bij het herkennen van gezichten, soms zelfs hun eigen gezicht in de spiegel. Hun gezichtsvermogen is intact en ze hebben in principe geen problemen om voorwerpen of vormen te herkennen. Zie ook ons filmpje.
 

Proprioceptie

is het vermogen om de positie van het eigen lichaam en lichaamsdelen waar te nemen. Ook deze informatie uit verschillende zintuigcellen kunnen het brein overprikkelen en de persoon zelfs zeeziek of 'dronken' laten voelen, alsof het evenwicht verstoord is.

Q

Quadriparese (of tetraparese) betekent een verzwakking van alle vier de ledematen. Wanneer er sprake is van een volledige verlamming van alle vier de ledematen, spreekt men van quadriplegie of tetraplegie.
--
Quadriplegie Verlamming van alle vier de ledematen. Quadriplegie komt in het algemeen slechts voor na volledige doorsnijding van het ruggenmerg in het bovenste gedeelte van het halsruggenmerg, dat wil zeggen boven het niveau waar de zenuwcellen voor de armspieren zijn gelegen.
Een dergelijke ernstige beschadiging van het ruggenmerg is meestal het gevolg van een ongeval, waarbij de wervelkolom zodanig werd beschadigd dat door afgebroken botdelen of door verschuiving het ruggenmerg in het halsgedeelte doorgesneden is. Omdat dan tevens de belangrijkste ademhalingsspieren niet meer werken moet speciale beademingsapparatuur de patiënt in leven houden.
 

R

Revalidatie richt zich op het voorkomen, verminderen en genezen van ziekte of verwonding bij mensen met een functionele beperking of lichamelijk letsel. Tijdens revalideren leert iemand vaardigheden die nodig zijn om sociaal en psychologisch zo normaal 'mogelijk' te functioneren. Het doel is om de beperkingen te verlichten. Hierdoor wordt de patiënt hopelijk onafhankelijker en verbetert zijn kwaliteit van leven.
 
 
Retrograde amnesie is geheugenverlies van oude herinneringen vanaf letsel
 
Risicofactoren Beroerte CVA 

Onbeïnvloedbare risicofactoren

  • leeftijd (hoe ouder men wordt hoe hoger de kans op een CVA)
  • geslacht (volgens de statistieken hebben mannen meer kans op een CVA dan vrouwen)
  • familiaire voorgeschiedenis (erfelijkheid)