Slikstoornis / dysfagie na hersenletsel

Door het hersenletsel kunnen mensen tijdelijk of structureel problemen hebben om eten en drinken en speeksel of medicijnen weg te slikken en in de maag te krijgen. Dat heet ook wel dysfagie. De ernstigste vorm van een slikstoornis kan optreden na hersenstamletsel. Ook bij neurodegeneratieve aandoeningen als MS, Parkinson, Huntington, dementie komen slikstoornissen voor alsook na een beroerte, hersentumor, traumatisch hersenletsel en vele andere soorten hersenletsel.


Complexe samenwerking van hersenen en spieren.

Er zijn zes hersenzenuwen en 32 spieren nodig om goed te slikken. Dat vereist een goede samenwerking en dat hapert nog al eens na het hersenletsel.


Gevaar

  • verslikken, stikken
  • luchtweginfecties, longontstekingen (aspiratiepneumonie)
  • ondervoeding
  • uitdroging
  • vergrote kans op doorligwonden(decubitus) door slechte voedingstoestand
  • vermoeidheid door het eten
  • slikangst
  • verminderd zelfbeeld
  • verhoogde kans op overlijden

De kans is groot dat iemand zich herhaaldelijk verslikt en luchtweginfecties oploopt als eten of drinken in de longen/luchtwegen terechtkomt. Een longontsteking als complicatie kan iemand fataal worden. Iemand kan door de slikproblemen ook ongewild gewicht verliezen en ondervoed of uitgedroogd raken.

 

De volgende klachten kunnen duiden op een slikstoornis:

  • Een droge mond.
  • Langzaam kauwen.
  • Met eten spelen in de mond.
  • Voedsel dat in de wangzak of tegen het gehemelte achterblijft.
  • Speeksel of voedsel dat uit de mond loopt.
  • Keelschrapen na het slikken.
  • Het gevoel dat eten of medicatie blijft zitten na het slikken (globusgevoel)
  • Het slikken doet pijn.
  • Moeite hebben met het beginnen van slikken.
  • Het gevoel dat eten blijft steken in de keel of achter het borstbeen.
  • Regelmatig verslikken.
  • Hoesten of kuchen tijdens, voor of na het eten of drinken.
  • Ontstekingen van de longen of luchtwegen door het verslikken.
  • Een borrelend, pruttelend, rochelend stemgeluid of borrelende ademhaling.
  • Gewichtsverlies zonder af te willen vallen of tekenen van uitdroging.
  • Brandend maagzuur, zuurbranden, boeren of eten opgeven.
  • Moeten niezen tijdens het eten of drinken. Soms loopt eten of drinken via de neus naar buiten.
  • Een loopneus tijdens het eten of drinken.
  • Herhaaldelijk moeten slikken om het eten of drinken ‘weg te krijgen’.
  • Moe na het eten of drinken.

 

De onderzoeken

  • Een verpleegkundige of logopediste kan een watersliktest doen.
  • Een logopediste kan mensen met slikstoornissen onderzoeken in welke fase van het slikken het fout gaat. Orale inspectie met wattenstaafje, tongspatel en lampje.
  • De logopedist kan ook een FEES (Flexibele Endoscopische Evaluatie van het Slikken) onderzoek doen met een kijkbuisje in de neus. Tijdens dit onderzoek moet de patiënt verschillende dingen eten/drinken met verschillende dikte en van verschillende substantie.
  • Een KNO-arts kan met een flexibel camerabuisje, pijnloos in de keel kijken en onderzoekt de keelholte en strottenhoofd. Dit onderzoek heet een laryngoscopie.
  • Een KNO-arts kan ook het FEES (Flexibele Endoscopische Evaluatie van het Slikken) onderzoek doen met een camerabuisje door de neus.
  • Een Maag-Darm-Lever(MDL)-arts kan een onderzoek met een cameraslang de slokdarm onderzoeken. Dit onderzoek heet een oesofagoscopie. Hierbij wordt de keel verdoofd.
  • Op de röntgenafdeling kan een slikfoto of slikvideo gemaakt worden. Daarop kan te zien zijn dat eten of drinken in de keelholte blijft steken of dat er een overloop is in de luchtpijp.
  • Op de röntgenafdeling kan een VFES (= videofluoroscopic evaluation of swallowing)onderzoek gedaan worden waarbij contrastmiddel gedronken wordt.

 

Hulp

  • De logopediste kan slikrevalidatie geven. Sliktechnieken of compensatietechnieken  aanleren of een dieet aan laten passen. Zie ook bij "Tips."
  • Elektrische stimulatie van de keelholte/ slokdarmhoofd / farynx lijkt een veelbelovende nieuwe benadering te zijn voor de behandeling van slikmoeilijkheden /dysfagie. De elektrische stimulatie van de keelholte, prikkelt de zenuwen die de slikfunctie regelen.
  • Als het slikken echt niet meer gaat kan sondevoeding een manier zijn om tóch eten en drinken binnen te krijgen. Dat kan een maagsonde zijn via de neus of een PEG-sonde zijn (= Percutane Endoscopische Gastrostomiesonde).
    Dit buisje wordt chirurgisch via de buikwand tot in de maag gestoken. Soms word sondevoeding aanvullend aan de gewone voeding gegeven.
  • Een ergotherapeut kan advies geven over aangepast materiaal als bekers en borden met opstaande rand en lepels met aangepast handvat. Tuitbekers kunnen soms juist NIET goed zijn omdat iemand niet kan zien hoeveel er nog in het glas zit.
  • Een diëtiste kan advies geven over voedingsbehoefte en voedingsconstitentie.
  • Een fysiotherapeute (in België kinesitherapeut) kan ademhalingsoefeningen en spier-ondersteunende oefeningen geven.


Tips

  • IJskoud drinken of eten is makkelijk te slikken. Hoewel te warm of te koud eten erg onaangenaam kan zijn.
  • Dik het drinken eventueel aan.
  • Gepureerd eten, gemalen eten of lepelbaar eten als vla en pap.
  • Smeuïg eten is gemakkelijker weg te krijgen.
  • Eet rustig met kleine hapjes.
  • Leid de persoon die een slikstoornis heeft niet af tijdens het eten of drinken.
  • Laat de persoon met de slikstoornis zoveel mogelijk rechtop zittend eten.
  • Ondersteun de verlamde kant.
  • Bied het eten aan  aan de gezonde kant, dus niet aan de aangedane /verlamde kant.
  • Zorg, indien nodig, dat er een passende gebitsprothese is.
  • Eet meerdere kleine maaltijden per dag.
©word geen dief van onze teksten, tegen een kleine donatie geven we u gewoon toestemming, blijven we goede samenwerkingspartners en heeft uw organisatie een schoon geweten.
  • Neem pas een volgende hap als de mond leeg is.
  • Spoel de mond niet na met drinken na vast voedsel.
  • Stop onmiddellijk met eten en drinken bij verslikken - probeer de voeding op te
    hoesten, ga in geen geval achterover liggen.
  • Blijf na het eten nog minstens een kwartier rechtop zitten.
  • Zaadjes, vliesjes, korreltjes geven grotere kans op verslikken, ook kruimelig eten zoals een hardgekookt ei of cake.
  • Controleer of de mond goed leeg is na de maaltijd.
  • Geef goede mondhygiëne, tandenpoetsen, poetsen van de tong, mondspoelmiddel (pas op verslikken!). Een slechte mondhygiëne kan ook een longontsteking geven, als alsnog voedselresten in de luchtpijp terechtkomen. Een slechte mondhygiëne kan ook andere ontstekingen geven. Mondhygiëne voor en na het eten. Vooraf omdat je dan goed de mond kan inspecteren of er nog etensresten zijn achtergebleven.
  • Houd de mond vochtig met lippenbalsem.
  • Leer als mantelzorger "de Heimlich manoeuvre", om tijdens het verslikken te helpen. Als dat niet helpt bel 112.

©word geen dief van onze teksten, tegen een kleine donatie geven we u gewoon toestemming en heeft uw organisatie een schoon geweten.

De Heimlich manoeuvre:

verslikkennahersenletsel.jpg

Relevante informatie:
www.logopedie.nl/site/slikstoornissen_bij_volwassenen/
www.dysfagie.com/dysfagie.html
www.ehbo.nl/tips/verslikking/

https://encyclopedie.medicinfo.nl/dysfagie

https://www.uzgent.be//nl/home/Lists/PDFs%20patienteninformatiefolders/Slikstoornissen-CVA.pdf

https://www.moeilijkslikken.nl/oorzaken-slikstoornissen/beroerte


Kalf, H. (2008). ‘Slikstoornissen bij volwassenen – een interdisciplinaire benadering’. Bohn Stafleu van Loghum.
Logemann, J.A. (2010). ‘Slikstoornissen’. 2e druk. Pearson Assessment and Information.