Home » Informatie » NPO neuropsychologisch onderzoek

NPO neuropsychologisch onderzoek

Woord vooraf:
Omdat een zo betrouwbaar mogelijk beeld van het cognitieve functioneren moet worden verkregen, kunnen we op deze pagina niet de afbeeldingen van de test laten zien. Het zou in het nadeel kunnen zijn van de persoon met hersenletsel die binnenkort zo'n NPO test moet doen, als diegene "beter scoort" omdat hij of zij heeft kunnen oefenen.

Een neuropsychologisch onderzoek, afgekort NPO , kan verborgen schade aan het brein aan het licht brengen. Het onderzoekt psychologische verschijnselen en functies met een veronderstelde neurologische achtergrond. Het kan soms gevolgen van hersenletsel in kaart brengen dat een MRI of CT scan niet kan.

 

Een neuropsychologisch onderzoek wordt aangevraagd wanneer er klachten zijn op het gebied van:

  • het cognitief functioneren, zoals veranderingen in aandacht, geheugen, waarneming, taal, denken, tempo en uitvoeren van handelingen;
  • gedrag en emoties, zoals initiatiefverlies, verminderde sociale vaardigheden, agressiviteit, angst, depressiviteit, vijandig gedrag en persoonlijkheidsveranderingen.

 

Wat houdt het neuropsychologisch onderzoek in? Bij het onderzoek worden de klachten door middel van een gesprek in kaart gebracht. In het gesprek wordt ook geprobeerd inzicht te krijgen in het functioneren zoals het was voor de klachten.

 

Daarnaast krijgt men een aantal tests en soms ook vragenlijsten. De tests zijn meestal een soort puzzels en quizvragen. De tests meten onder andere intelligentie, korte- en lange termijngeheugen, concentratievermogen, werktempo, waarneming, taalvaardigheid, ruimtelijk inzicht en planning.

 

Ook wordt gekeken hoe lang iemand nodig heeft om een test te doen. De snelheid van informatie verwerken van het brein wordt gemeten. Tevens wordt getest of iemand schade heeft in het zien, of alles wel gezien wordt. Dan wordt bekeken of iemand twee dingen tegelijk kan doen of de tijd kan bewaken, of er misschien een tijdsbesefstoornis is. Specifieke hersengebieden geven specifieke schade en daar zijn weer specifieke tests en puzzels voor.

 

Daarom zijn sommige tests voor de ene mens makkelijk, maar voor de andere moeilijk. De vragenlijsten brengen klachten over angst of somberheid goed in kaart. Het onderzoek kan ook informatie geven over de aard van veranderingen in het denken, maar ook de locatie van het letsel in de hersenen.

 

De test is niet meer betrouwbaar als mensen vooraf onze site hebben bekeken. Dat kan erg in het nadeel van de te testen persoon zijn. Daarom laten we slechts een enkele afbeelding zien. Ga niet oefenen!

Een neuropsychologisch onderzoek duurt gemiddeld drie uur, maar dat kan afwijken. Als de testpersoon bijvoorbeeld minder belastbaar is, wordt de test in twee keer gedaan. De testpersoon geeft altijd aan wat hij nog aankan.

 

Inhoud:

  • Anamnese (=voorgeschiedenis; kort of lang naar gelang het doel van het NPO)

  • Beschrijving medische beeldvorming

  • Testobservaties

  • Beschrijving van emoties en gedrag

  • Sociale cognities, zoals klachten op gebied van depressie/angst, gevoelens van insufficiëntie, vijandigheid.

  • Test(s) voor symptoomvaliditeit, waarmee vastgesteld kan worden of bij patiënten sprake is van cognitief onderpresteren.

 

Piekprestatie

Men moet beseffen dat een NPO onder optimale omstandigheden plaatsvindt, zonder afleidende factoren. In deze situatie kan soms een piekprestatie worden neergezet die in het dagelijks leven wellicht niet gehaald kan worden.

 

Disharmonisch profiel
Een neuropsychologisch onderzoek kan een disharmonisch intelligentieprofiel aan het licht brengen, iets wat bij veel mensen met hersenletsel voorkomt. In de nieuwste WAIS (Wechsler Adult Intelligence Scale) worden deze testen niet meer gebruikt.
Enerzijds kan iemand verbaal sterk zijn maar op uitvoerende taken heel slecht scoren, zoals niet kunnen plannen of overzien.


De cognitie wordt gemeten met een intelligentietest. Lees meer over cognitieve problemen na hersenletsel. Lees meer over moeite hebben met de uitvoerende taken ofwel executief disfunctioneren.

Geheugen

De persoon die getest wordt krijgt een kort verhaal te horen. Nadat het verhaal vertelt is moet de kandidaat het verhaal zo gedetailleerd mogelijk na vertellen. Na een half uur van andere opdrachten moet hij of zij uit het geheugen het verhaal nogmaals zo gedetailleerd mogelijk vertellen. Daarna stelt de onderzoeker ja/nee vragen over het verhaal.

De persoon die getest wordt krijgt vier keer een raster te zien met daarin een aantal patroontjes. Ieder raster blijft een aantal seconden in beeld en daarna krijgt de kandidaat kaartjes met daarop dezelfde patroontjes en andere patroontjes die er erg op lijken.

 

Hij of zij moet de juiste patroontjes uitkiezen en die op de juiste plek in een raster leggen. Na een half uur van andere opdrachten moet hij of zij uit het geheugen nogmaals de juiste patroontjes op de juiste plek leggen in het raster. Daarna krijgt de kandidaat een aantal patronen te zien en moet hij of zij aangeven welke patroontjes eerder getoond zijn en op de juiste plek staan.


Woordenkennis, begrijpen
Heeft iemand begrip van sociale situaties van woordbegrippen, algemene principes, is er algemene kennis en kan die kennis nog toegepast worden?



In een NPO zit meestal ook een Stroop kleurentest , genaamd naar dhr. Stroop die deze test bedacht.

In deze taak worden kleurwoorden gedrukt in tegenstrijdige inktkleuren. Zo wordt bijvoorbeeld het woord ROOD gedrukt met gele inkt. De opdracht is om in een hele serie van zulke woorden steeds de kleur van de inkt te benoemen. De neiging om het woord zelf op te lezen moeten we daarbij dus onderdrukken. We tonen nu slechts 18 woorden maar de test bevat er véél meer...

stroop-test-1.png

 

Gekleurde kaarten met verschillende symbolen

Een test die veel wordt gebruikt binnen het neuropsychologische onderzoek is met gekleurde kaarten om stoornissen in cognitieve flexibiliteit op te sporen. Omdat de kaarten telkens volgens een ander selectiecriterium moeten worden gesorteerd is flexibiliteit van het brein tijdens het wisselen van taak goed vast te stellen.

 

Bij een neuropsychologische test wordt ook altijd dubbel getest of iemand slechter presteert dan verwacht. Er kunnen namelijk factoren zijn waardoor iemand slechter wil presteren, of bepaalde klachten wil versterken, maar het kan ook hersenletsel juist aantonen. 

 

Symptoomvaliditeitstests (SVT’s) zijn neuropsychologische tests waarmee vastgesteld kan worden of bij patiënten sprake is van cognitief onderpresteren.

 

Executieve functies (regelfuncties)

De executieve functies worden getest: plannen, initiatief nemen, geconcentreerd werken onder tijdsdruk, rationele beslissingen maken, niet impulsief te werk gaan e.d. 

  • Taakinitiatie (op gang brengen van..  en op tijd..)
  • Aandacht richten en volgehouden aandacht
  • Emotieregulatie
  • Werkgeheugen
  • Inhibitie (kunnen remmen /onderdrukken of beheersen van gedachten, emoties)
  • Zelfinzicht
  • Cognitieve Flexibiliteit
  • Time management
  • Planning
  • Doelgericht gedrag

 Zie meer op de pagina executieve functies.

Met dank aan C. Joosten, neuropsycholoog van www.sitagre.nl en de neuropsycholoog van team Hersenletsel-uitleg

 

Wie ansichtkaarten wil bestellen met de Strooptest, steunt ons werk! Kijk op de pagina 'leuke ansichtkaarten'. Alvast dank!