Thalamus

De Thalamus is het gele gedeelte op de tekening hierboven, is een belangrijke hersenkern en wordt gerekend tot de tussenhersenen, samen met de hypofyse en hypothalamus. Het is het meest 'bedrade' gedeelte van de hersenen. Letsel in de thalamus kent dan ook grote gevolgen.

Inleiding
Woord vooraf: Het brein werkt als één geheel samen. Hersenfuncties lopen verspreid door de hersengebieden en komen voort uit de uitwisseling tussen de gebieden. Toch zijn er wel klachten aan te wijzen per hersengebied.
Wil je alleen de korte samenvatting? Volg dan deze link.
Wil je alleen de mogelijke klachten lezen per kerngroep en per aangrenzende hersengebieden lezen? Volg deze link.
Wil je meer weten over de anatomie, functies en mogelijke schade per kerngroep?
Volg dan deze link.
Thalamus: meest bedrade gedeelte van de hersenen
De thalamus is een belangrijk schakelstation diep in de hersenen. Vrijwel alle zintuiglijke informatie – zoals wat je ziet, voelt en hoort – wordt via de thalamus doorgestuurd naar de hersenschors.
Het helpt om aandacht te geven aan belangrijke informatie en minder belangrijke prikkels te filteren.
Ook helpt het bij bewegen, geheugen, emoties én bij bewust, wakker en alert zijn.
Het speelt een rol bij akinetisch mutisme. Dat is een syndroom, een gevolg van hersenletsel waarbij de persoon niet meer of verminderd spreekt (mutisme) en niet of verminderd beweegt (akinesie). De persoon kan je met de ogen volgen maar lijkt verder apathisch en doet uit zichzelf bijna niets.
Thalamus is afgeleid van het Griekse woord voor verborgen centrale binnenkamer of slaapkamer; θάλαμος , omdat het diep in de hersenen ligt en de 'centrale' vormt.
Het is een diepgelegen centrale kern in de hersenen
- vrijwel alle zintuiglijke informatie (behalve reuk) komt er eerst binnen
- het verdeelt en regelt informatie voordat die naar de hersenschors gaat
- het staat via duizenden verbindingen in contact met bijna alle delen van de cortex
Je kunt de thalamus daarom zien als de centrale binnenkamer waar informatie eerst binnenkomt en wordt doorgestuurd
Poort naar de hersenschors
De verbindingen van de thalamus naar de hersenschors (cortex) lopen ook weer terug van de hersenschors (cortex) naar de thalamus.
Dat wordt het het Thalamo-cortico-thalame circuit genoemd. Het resultaat hiervan is dat kleine thalamus-letsels hersenschors syndromen kunnen 'nabootsen' en dat in sommige syndromen de specialisatie van de hersenhelft te herkennen is.
Als poort naar de hersenschors moet de thalamus veel zintuiglijke prikkels doorgeven (behalve geur), maar moet ook prikkels filteren, waardoor je je als je gezond bent kunt 'afsluiten' voor bepaalde prikkels. Het is daarmee één van de zogenoemde "filters" (prikkelfilter); een regelcentrum om de hersenen te helpen richten op belangrijke en onbelangrijke prikkels.
De belangrijkste kerngroepen van de thalamus en aangrenzende structuren (in het diencephalon)
Belangrijk om te weten: De thalamus werkt nauw samen met andere hersengebieden. De genoemde klachten kunnen passen bij schade aan een bepaalde kerngroep, maar worden vaak mede bepaald door de samenwerking tussen verschillende hersennetwerken.
De volgende anatomische termen verklaren de namen van de kerngroepen:
Onderstaande afbeelding is een schematische anatomische weergave. De exacte vorm, grootte en onderlinge begrenzing van de kerngroepen kunnen per anatomische doorsnede en per anatomisch naslagwerk enigszins verschillen.
Bespreking van de afbeelding van de thalamus van opzij gezien (lateraal aanzicht) met aangrenzende metathalamus.
Deze afbeelding toont de belangrijkste kerngroepen van de thalamus in een lateraal aanzicht. De thalamus bestaat uit verschillende kerngroepen die informatie ontvangen, verwerken en doorgeven aan de hersenschors. Niet alle kerngroepen zijn vanuit dit aanzicht volledig zichtbaar. Daarom zijn verborgen of gedeeltelijk verborgen structuren aangegeven met een gebogen grijze pijl, terwijl rechte zwarte pijlen wijzen naar structuren die rechtstreeks zichtbaar zijn.
De lamina medullaris interna (Y-vormige witte stofbaan) verdeelt de thalamus in verschillende anatomische kerngroepen. De intralaminaire kernen liggen in deze witte stofbaan. De midline-kernen liggen direct langs de derde ventrikel en zijn vanuit een lateraal aanzicht nauwelijks zichtbaar. De reticulaire kern vormt een dunne schil aan de buitenzijde van de thalamus en speelt een belangrijke rol bij het regelen van de informatie die de thalamus verwerkt.
Aan de achterzijde liggen het lateraal knievormig lichaam (LGN) en het mediaal knievormig lichaam (MGN). Samen vormen zij de metathalamus. Het LGN verwerkt informatie uit het gezichtsvermogen, terwijl het MGN betrokken is bij de verwerking van gehoorinformatie.
Deze illustratie is gebaseerd op de anatomische indeling zoals beschreven in Gray's Anatomy, aangevuld en gecontroleerd met Mai & Paxinos en Blumenfeld.
We werken per onderdeel dit uit:
- 📍 Waar liggen deze kernen?
- ⬅️ Ontvangen informatie van
- ➡️ Sturen informatie naar
- 🧠 Wat doen deze kernen?
- ⚠️ Mogelijke gevolgen van schade
- 🏠 Wat merk je hiervan in het dagelijks leven?
- 💡 Belangrijk om te weten
- 👩⚕️ Verdieping voor zorgprofessionals
- 📚 Anatomische referenties
Deze opsomming is geschreven in begrijpelijke taal (B1-niveau), maar is inhoudelijk gebaseerd op gezaghebbende anatomische en neurologische literatuur, waaronder Gray's Anatomy, Mai & Paxinos en Blumenfeld. Waar wetenschappelijke inzichten nog in ontwikkeling zijn, is dat in de tekst aangegeven. Zo combineren we begrijpelijke uitleg met actuele medische kennis.
Twee specifieke kernen: het pulvinar achterin de thalamus en een kern midden onderin, de nucleus reticularis thalami, hebben deels overlappende functies:
Anatomische opmerking
De metathalamus en epithalamus behoren niet tot de dorsale thalamus. Ze worden in deze opsomming toch opgenomen, omdat ze volgens de anatomische atlassen van Gray's Anatomy, Mai & Paxinos en en klinische huidige neurologie kennis van Blumenfeld samen met de thalamus worden beschreven, als onderdelen van het diencephalon (tussenhersenen).
- Gray's Anatomy: The Anatomical Basis of Clinical Practice (meest recente editie)
- Mai JK & Paxinos G. Atlas of the Human Brain
- Blumenfeld H. Neuroanatomy Through Clinical Cases
Korte samenvatting
De thalamus herbergt meer dan 50 afzonderlijke kernen, die zijn georganiseerd in functioneel diverse kerngroepen. Elke groep is verbonden met specifieke symptomen die kunnen optreden bij letsel. In de tekst hierboven gaan we uitgebreid in op gevolgen van letsel van de belangrijkste kerngroepen.
Deze kernen fungeren als schakelstations, waarbij informatie uit andere delen van het zenuwstelsel wordt doorgegeven aan specifieke gebieden in de hersenschors (cortex). Belangrijk om te weten: De thalamus werkt nauw samen met andere hersengebieden. De klachten die we op deze pagina noemen, kunnen passen bij schade aan een bepaalde kerngroep, maar worden vaak mede bepaald door de samenwerking tussen verschillende hersennetwerken. In de tekst hieronder gaan we in op de klachten per kerngroep.

De mogelijke gevolgen van beschadiging van de thalamus en per kerngroep
Belangrijk om te weten
De thalamus werkt nauw samen met andere hersengebieden. De genoemde klachten kunnen passen bij schade aan een bepaalde kerngroep, maar worden vaak mede bepaald door de samenwerking tussen verschillende hersennetwerken. Niet iedereen met een beschadiging van de thalamus krijgt dezelfde klachten. Welke klachten ontstaan, hangt onder andere af van:
- welke kerngroep is aangedaan
- hoe groot het letsel is
- of één of meerdere kerngroepen zijn beschadigd
- welke hersengebieden verder betrokken zijn.
Veel klachten kunnen ook een andere oorzaak hebben. Deze lijst laat zien welke klachten kúnnen voorkomen bij een beschadiging van de thalamus of aangrenzende structuren.
We werken de volgende gevolgen uit:
- Geheugen
- Executieve functies
- Aandacht en concentratie
- Bewegen
- Gevoelsverandering en pijn
- Zien
- Visuele aandacht
- Horen
- Zintuiglijke overprikkeling
- Emoties
- Gedrag
- Vermoeidheid
- Verminderde mentale belastbaarheid
- Slaap
- Bewustzijn
- Taal
- Ruimtelijke oriëntatie
💡
Voor elke gevolg verwijzen we naar de uitleg over de kerngroepen van de thalamus zoals in het groene uitklapmenu hierboven en nummers bij onderstaande afbeelding:
Eerst de samenvattende tabel met de belangrijkste functie en klachten
| Nr. Kerngroep / structuur © | Belangrijkste functie © | Mogelijke klachten bij schade © |
|---|---|---|
| 1 AN – Anterieure kerngroep | Geheugen en leren | Moeite met nieuwe informatie onthouden. Moeite om gebeurtenissen in de juiste volgorde te plaatsen. |
| 2 MD – Mediodorsale kern | Denken, plannen, emoties, werkgeheugen | Vergeetachtigheid. Moeite met plannen. Minder initiatief. Veranderingen in emoties en gedrag. Woordvindingsproblemen. |
| 3 LD – Laterale dorsale kern | Oriëntatie en geheugen | Moeite met ruimtelijke oriëntatie. Lichte geheugenproblemen. |
| 4 LP – Laterale posterieure kern | Verwerken van visuele informatie en aandacht | Moeite met visuele informatie verwerken. Moeite met visuele aandacht. |
| 5 - Pulvinar | Selecteren van belangrijke zintuiglijke informatie en aandacht | Moeite met aandacht. Moeite met drukke beelden. Zintuiglijke overprikkeling (als één van de vele hersenstructuren!). Woordvindingsproblemen. |
| 6 VA – Ventrale anterieure kern | Starten van bewegingen | Moeite om bewegingen te beginnen. Trager bewegen. |
| 7 VL – Ventrale laterale kern | Coördinatie en vloeiend bewegen | Minder vloeiende bewegingen. Coördinatieproblemen. Bewegingsarmoede. |
| 8 VPL – Ventrale posterolaterale kern | Gevoel uit romp, armen en benen | Gevoelsverlies. Tintelingen. Verminderd pijn- en temperatuurgevoel. Thalamuspijn. |
| 9 VPM – Ventrale posteromediale kern | Gevoel uit gezicht. Smaak | Gevoelsverlies in het gezicht. Verminderde smaak (zeldzaam). Thalamuspijn in het gezicht. |
| 10 Intralaminaire kernen | Alertheid, aandacht en bewustzijn | Vermoeidheid. Verminderde alertheid. Bewustzijnsstoornissen bij uitgebreide schade. |
| 11 Midline-kernen | Geheugen, emoties en limbisch systeem | Lichte geheugenproblemen. Veranderingen in emoties. |
| 12 Reticulaire kern | Filteren van informatie in de thalamus | Moeite met prikkels filteren. Zintuiglijke overprikkeling (als één van de vele hersenstructuren!). Problemen met achtergrondgeluid. |
| 13A LGN – Lateraal knievormig lichaam | Doorgeven van visuele informatie | Gezichtsvelduitval. Lichtgevoeliger. |
| 13B MGN – Mediaal knievormig lichaam | Doorgeven van gehoorinformatie | Moeite met geluid verwerken. Moeite met achtergrondgeluid. |
| 14 Epithalamus | Verbinding tussen limbisch systeem en slaap-waakregulatie | Veranderingen in emoties, motivatie en slaap-waakritme. |
| 14A Habenulaire kernen | Verwerken van beloning, teleurstelling en motivatie | Minder motivatie. Moeite met teleurstellingen. Stemmingsveranderingen. |
| 14B Epifyse | Aanmaak van melatonine | Verstoring van het slaap-waakritme. |
| © Hersenletsel-uitleg |
Mogelijke gevolgen
Geheugen
Mogelijke klachten:
moeite met het onthouden van nieuwe informatie → 1.AN - anterieure kerngroep, 2. MD- Medidorsale kern
Vergeetachtigheid → 2. MD Mediodorsale kern
Moeite om gebeurtenissen in de juiste volgorde te plaatsen →1. AN - anterieure kerngroep
Moeite om ervaringen goed op te slaan → 1.AN anterieure kerngroep
Lichte geheugenproblemen → 11. Midline-kernen
Aandacht en concentratie
Mogelijke klachten:
Sneller afgeleid zijn → 2. MD-Mediodorsale kern
Moeite om de aandacht vast te houden → 2. MD - Mediodorsale kern, 5.Pulvinar
Moeite om meerdere dingen tegelijk te doen → 5. Pulvinar
Trager informatie verwerken → 10 Intralaminaire kernen
Bewegen
Trager bewegen → 6.VA- ventrale anterieure kern, 7.VL - Ventrale laterale kern)
Minder vloeiende bewegingen → 7.VL-Ventrale laterale kern
Coördinatieproblemen → 7.VL-Ventrale laterale kern
Moeite met het starten van een beweging → 6.VA-ventrale anterieure kern
Minder nauwkeurige bewegingen → 7.VL-Ventrale laterale kern
Gevoelsverandering en pijn
Een doof of tintelend gevoel aan één lichaamshelft → 8.VPL - Ventrale posterolaterale kern, 9.VPM-Ventrale posteromediale kern
Verminderd gevoel voor aanraking → 8.VPL - Ventrale posterolaterale kern, 9.VPM-Ventrale posteromediale kern
Minder goed temperatuur voelen → 8.VPL -Ventrale posterolaterale kern, 9.VPM-Ventrale posteromediale kern
Minder goed pijn voelen → 8.VPL - Ventrale posterolaterale kern, 9.VPM- Ventrale posteromediale kern
Brandende of hevige pijn zonder duidelijke oorzaak → 8.VPL- Ventrale posterolaterale kern, 9.VPM- Ventrale posteromediale kern
Het syndroom van Déjerine-Roussy / Thalamisch pijnsyndroom
Thalamische pijn treedt op na een beroerte (CVA) in de thalamus.
De pijn is dan voelbaar aan de andere kant van het lichaam dan waar de beroerte plaatsvond, dus in één lichaamshelft.
De pijn kan plaatselijk zijn of in een groter gebied voelbaar in de benen, armen, of in het gezicht.
De pijn kent brandende, stekende en prikkende, tintelende sensaties. Veranderingen in het weer of bepaalde bewegingen of activiteiten kunnen het verder verergeren.
Kenmerken:
- brandende pijn
- stekende of schietende pijn
- prikkende of tintelende sensaties
- pijn in arm, been en/of gezicht aan de tegenovergestelde lichaamszijde;
- pijn bij lichte aanraking (allodynie)
- overmatige pijnreactie (hyperalgesie)
- verergering door kou, warmte, weersveranderingen, beweging of stress.
Lees meer op: https://www.hersenletsel-uitleg.nl/gevolgen/lichamelijke-gevolgen/pijn#thalamischepijn
Zien
Mogelijke klachten:
Moeite met het verwerken van visuele informatie.
→ 4. LP – Laterale posterieure kern
→ 5. Pulvinar
Moeite om een drukke omgeving goed te overzien.
→ 5. Pulvinar
Moeite met het herkennen van belangrijke visuele informatie tussen veel andere prikkels.
→ 5. Pulvinar
Gezichtsvelduitval aan de tegenoverliggende kant van het gezichtsveld.
→ 13a. LGN – Lateraal knievormig lichaam (metathalamus)
Gezichtsvelduitval aan de tegenoverliggende kant van het gezichtsveld.
💡Belangrijk om te weten
De thalamus zorgt er niet voor dat je kunt zien. Dat gebeurt vooral in de hersenschors achter in de hersenen. De thalamus helpt wel bij het doorgeven en selecteren van visuele informatie.
Visuele aandacht
Mogelijke klachten:
Moeite om de aandacht op een voorwerp of persoon te richten. → 5. Pulvinar
Moeite om de aandacht vast te houden tijdens het kijken.
→ 5. Pulvinar
→ 2. MD – Mediodorsale kern
Moeite om een voorwerp terug te vinden in een drukke omgeving. → 5. Pulvinar
Sneller afgeleid worden door beweging in de omgeving.→ 5. Pulvinar
→ 4. LP – Laterale posterieure kern
💡Belangrijk om te weten
Visuele aandacht is iets anders dan goed kunnen zien. De ogen kunnen normaal werken, terwijl het toch moeilijk is om de aandacht op de juiste visuele informatie te richten. Dit gaat niet over zintuiglijke overprikkeling.
Horen
Mogelijke klachten:
Moeite met het verwerken van geluid.
→ 13b. MGN – Mediaal knievormig lichaam (metathalamus)
Moeite om verschillen tussen geluiden te herkennen.
→ 13b. MGN – Mediaal knievormig lichaam (metathalamus)
Moeite om spraak goed te verstaan in een drukke omgeving.
→ 13b. MGN – Mediaal knievormig lichaam (metathalamus)
→ 12. Reticulaire kern
→ 5. Pulvinar
💡Belangrijk om te weten
Het gehoor zelf kan normaal zijn, terwijl het verwerken van geluiden in de hersenen toch moeilijker verloopt.
Zintuiglijke overprikkeling
💡Belangrijk om te weten
Zintuiglijke overprikkeling gaat over de belasting door zintuiglijke informatie én over de afgenomen belastbaarheid voor zintuiglijke prikkels als gevolg van hersenletsel. Hierdoor kunnen gewone prikkels, die voorheen geen probleem waren, als te veel of te intens worden ervaren.
De thalamus speelt hierbij een belangrijke rol, maar werkt nauw samen met andere hersengebieden. Zintuiglijke overprikkeling ontstaat meestal niet door één hersengebied alleen. Op deze pagina bespreken we namelijk alléén de rol van de thalamus, de metathalamus en de epithalamus.
! Andere hersengebieden die ook een rol kunnen spelen, worden op deze pagina niet verder uitgewerkt!
Mogelijke effecten:
Moeite om spraak goed te verstaan in een drukke omgeving.
→ 13b. MGN – Mediaal knievormig lichaam (metathalamus)
→ 12. Reticulaire kern
→ 5. Pulvinar
Geluiden komen harder of intenser binnen.
→ 13b. MGN – Mediaal knievormig lichaam (metathalamus)
→ 12. Reticulaire kern
Moeite met achtergrondgeluiden.
→ 12. Reticulaire kern
→ 13b. MGN – Mediaal knievormig lichaam (metathalamus)
→ 5. Pulvinar
Licht wordt sneller als hinderlijk ervaren.
→ 13a. LGN – Lateraal knievormig lichaam (metathalamus)
→ 5. Pulvinar
Moeite met drukke beelden of veel beweging om je heen.
→ 5. Pulvinar
→ 4. LP – Laterale posterieure kern
Aanraking kan sneller als te veel worden ervaren.
→ 8. VPL – Ventrale posterolaterale kern
→ 9. VPM – Ventrale posteromediale kern
Pijnprikkels kunnen heftiger worden ervaren.
→ 8. VPL – Ventrale posterolaterale kern
→ 9. VPM – Ventrale posteromediale kern
Emoties
Mogelijke klachten:
Minder goed grip hebben op emoties.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 14A. Habenulaire kernen
Sneller emotioneel reageren.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
Minder emotie laten zien dan voorheen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
Stemmingsveranderingen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 14A. Habenulaire kernen
Minder motivatie.
→ 14A. Habenulaire kernen
Moeite om met teleurstellingen om te gaan.
→ 14A. Habenulaire kernen
Minder plezier ervaren bij activiteiten die vroeger leuk waren.
→ 14A. Habenulaire kernen
💡Belangrijk om te weten
Emoties ontstaan door samenwerking van verschillende hersengebieden. De mediodorsale kern en de habenulaire kernen spelen hierbij een belangrijke rol, maar werken nauw samen met onder andere de prefrontale hersenschors en andere onderdelen van het limbische systeem.
Gedrag
Mogelijke klachten:
Minder initiatief nemen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
Moeite met plannen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
Moeite om een activiteit zelfstandig te beginnen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 6. VA – Ventrale anterieure kern (wanneer het starten van bewegingen meespeelt)
Veranderingen in sociaal gedrag.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
Minder flexibel kunnen inspelen op veranderingen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
💡Belangrijk om te weten
Veranderingen in gedrag betekenen niet dat iemands persoonlijkheid volledig verandert. Vaak gaat het om subtiele veranderingen in initiatief, plannen, sociale interactie en het aanpassen aan nieuwe situaties.
Slaap
Mogelijke klachten:
Verstoring van het slaap-waakritme.
→ 14. Epithalamus
→ 14B. Epifyse
Moeite met inslapen of doorslapen.
→ 14B. Epifyse (wanneer de melatoninehuishouding is verstoord)
Overdag sneller vermoeid zijn.
→ 14. Epithalamus
→ 10. Intralaminaire kernen (wanneer ook de alertheid is verminderd)
💡Belangrijk om te weten
Het slaap-waakritme wordt door meerdere hersengebieden geregeld. De epifyse maakt het hormoon melatonine aan en staat onder invloed van signalen uit verschillende hersennetwerken. De epithalamus speelt hierin een ondersteunende rol.
Bewustzijn en alertheid
Mogelijke klachten:
Sneller slaperig zijn.
→ 10. Intralaminaire kernen
Minder alert zijn.
→ 10. Intralaminaire kernen
Moeite om langdurig wakker en alert te blijven.
→ 10. Intralaminaire kernen
Ernstige stoornissen van het bewustzijn bij uitgebreide beschadiging.
→ 10. Intralaminaire kernen
💡Belangrijk om te weten
De intralaminaire kernen maken deel uit van een groter netwerk dat betrokken is bij alertheid en bewustzijn. Ernstige bewustzijnsstoornissen ontstaan meestal alleen wanneer meerdere onderdelen van dit netwerk beschadigd zijn.
Vermoeidheid
Mogelijke klachten:
Mentale vermoeidheid.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 10. Intralaminaire kernen
Sneller uitgeput zijn na een gesprek, activiteit of drukke omgeving.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 10. Intralaminaire kernen
Minder lang activiteiten kunnen volhouden.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 10. Intralaminaire kernen
Meer tijd nodig hebben om te herstellen na lichamelijke of mentale inspanning.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 10. Intralaminaire kernen
Sneller behoefte hebben aan rustmomenten gedurende de dag.
→ 10. Intralaminaire kernen
Gevoel dat de hersenen "vol" zijn na veel informatie.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 10. Intralaminaire kernen
💡 Belangrijk om te weten
Vermoeidheid na hersenletsel is meer dan gewone moeheid. Veel mensen ervaren dat hun hersenen sneller uitgeput raken en meer hersteltijd nodig hebben.
De thalamus speelt een belangrijke rol bij alertheid, aandacht en het verwerken van informatie. Toch ontstaat mentale vermoeidheid meestal niet door één hersengebied alleen. Verschillende hersennetwerken werken hierbij samen.
In deze opsomming bespreken we alléén de rol van de thalamus. Andere hersengebieden die ook bijdragen aan mentale vermoeidheid worden op deze pagina niet verder uitgewerkt.
Verminderde mentale belastbaarheid
Wat betekent mentale belastbaarheid?
Mentale belastbaarheid is de hoeveelheid inspanning die de hersenen kunnen verwerken voordat klachten ontstaan. Na hersenletsel kan deze belastbaarheid afnemen. Daardoor kunnen activiteiten die vroeger weinig moeite kostten, nu veel energie vragen.
Mentale belastbaarheid bestaat uit verschillende onderdelen.
Twee belangrijke vormen zijn cognitieve belastbaarheid en zintuiglijke belastbaarheid:
1) Cognitieve belastbaarheid
Mogelijke effecten:
- Moeite om langere tijd na te denken.
- Minder lang kunnen concentreren.
- Moeite om veel informatie tegelijk te verwerken.
- Sneller fouten maken wanneer een taak langer duurt.
- Moeite om meerdere taken tegelijk uit te voeren.
- Meer rustpauzes nodig hebben tijdens denken of werken.
Mogelijk betrokken kerngroepen
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 10. Intralaminaire kernen
→ 5. Pulvinar
2) Zintuiglijke belastbaarheid
Mogelijke effecten:
- Geluid wordt sneller als te veel ervaren.
- Achtergrondgeluiden kosten veel energie.
- Licht wordt sneller hinderlijk.
- Drukke beelden vragen veel inspanning.
- Aanrakingen kunnen sneller te intens aanvoelen.
- Meerdere prikkels tegelijk zijn moeilijk vol te houden.
- Na een drukke omgeving is langere hersteltijd nodig.
Mogelijk betrokken kerngroepen
→ 12. Reticulaire kern
→ 5. Pulvinar
→ 10. Intralaminaire kernen
→ 13a. LGN – Lateraal knievormig lichaam (metathalamus)
→ 13b. MGN – Mediaal knievormig lichaam (metathalamus)
→ 8. VPL – Ventrale posterolaterale kern
→ 9. VPM – Ventrale posteromediale kern
💡 Belangrijk om te weten
Cognitieve belastbaarheid en zintuiglijke belastbaarheid beïnvloeden elkaar vaak. Iemand die veel zintuiglijke prikkels moet verwerken, kan zich daarna ook minder goed concentreren of minder lang nadenken. Andersom kan langdurige mentale inspanning ervoor zorgen dat iemand gevoeliger wordt voor geluid, licht of andere zintuiglijke prikkels.
Hoewel deze vormen van belastbaarheid met elkaar samenhangen, zijn het niet dezelfde functies. Het is daarom belangrijk om ze van elkaar te onderscheiden.
Overige vermelde problemen na letsel in de thalamus zijn:
Woordvindingsproblemen
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 4. LP – Laterale posterieure kern
→ 5. Pulvinar
Kan voorkomen, vooral bij een beschadiging van de linker thalamus.
Verminderde smaak
→ 9. VPM – Ventrale posteromediale kern
(Zeldzaam)!!
Taal
Mogelijke klachten:
Moeite om op een woord te komen (woordvindingsproblemen).
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 4. LP – Laterale posterieure kern
→ 5. Pulvinar
(vooral bij een beschadiging van de linker thalamus)
Langzamer spreken doordat het juiste woord niet direct gevonden wordt.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 5. Pulvinar
(vooral links)
Soms een verkeerd woord gebruiken terwijl je eigenlijk iets anders bedoelt.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 5. Pulvinar
(minder vaak voorkomend)
Moeite om een zin goed op te bouwen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
(minder vaak voorkomend)
Moeite om gesproken taal goed te begrijpen.
→ 5. Pulvinar
→ 4. LP – Laterale posterieure kern
(zeldzaam, meestal bij uitgebreidere of linkszijdige beschadigingen)
Moeite om een gesprek te volgen wanneer er veel achtergrondgeluid is.
→ 13B. MGN – Mediaal knievormig lichaam (metathalamus)
→ 12. Reticulaire kern
→ 5. Pulvinar
(dit is meestal een probleem van de verwerking van informatie en niet van het taalbegrip zelf)
Woordvinden (anomie) is veruit de meest voorkomende taalstoornis na thalamusletsel.
Taalproductie (het vormen van zinnen en vloeiend spreken) is veel minder vaak aangedaan en meestal alleen bij uitgebreidere of linkszijdige laesies.
Taalbegrip is nog zeldzamer als direct gevolg van een geïsoleerde thalamuslaesie.
🏠 Wat merk je hiervan in het dagelijks leven?
Je kunt bijvoorbeeld merken dat:
- een woord "op het puntje van je tong" ligt, maar niet komt
- je meer tijd nodig hebt om iets te vertellen
- gesprekken meer energie kosten
- je soms een ander woord gebruikt dan je bedoelt
- je moeite hebt om een gesprek te volgen wanneer meerdere mensen tegelijk praten
- je sneller de draad van een gesprek kwijtraakt
💡 Belangrijk om te weten
De thalamus is geen taalcentrum. De belangrijkste taalgebieden liggen in de hersenschors, vooral in de linkerhersenhelft.
De thalamus speelt wel een belangrijke rol in de netwerken die taal ondersteunen. Daardoor kunnen problemen ontstaan met het vinden van woorden, het vloeiend spreken of het verwerken van taal. Deze klachten zijn vaak subtiel en verschillen per persoon.
Executieve functies (doelgericht handelen)
Mogelijke klachten
Moeite met het maken van een plan.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
Moeite om een taak stap voor stap uit te voeren.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
Moeite om overzicht te houden.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
Moeite om prioriteiten te stellen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
Moeite om een activiteit te beginnen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 6. VA – Ventrale anterieure kern (wanneer ook het starten van bewegingen is aangedaan)
Moeite om een activiteit af te maken.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
Moeite om van aanpak te veranderen wanneer iets niet lukt.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
Minder goed problemen oplossen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
Sneller impulsief reageren.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
Minder goed kunnen inschatten wat het gevolg van een keuze kan zijn.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
🏠 Wat merk je hiervan in het dagelijks leven?
Zie onze speciale pagina over deze problematiek.
Je kunt bijvoorbeeld merken dat:
- het moeilijker is om een dag te plannen
- koken volgens een recept meer moeite kost
- boodschappen doen zonder lijstje lastiger wordt
- je sneller vastloopt wanneer er iets onverwachts gebeurt
- je vaker hulp nodig hebt om overzicht te houden
- je een taak begint, maar niet afmaakt
- het moeilijker is om keuzes te maken
💡 Belangrijk om te weten
Executieve functies helpen je om doelgericht te handelen. Ze zorgen ervoor dat je kunt plannen, organiseren, keuzes maken, problemen oplossen en je gedrag kunt aanpassen wanneer een situatie verandert.
De mediodorsale kern speelt hierbij een belangrijke rol doordat zij nauw samenwerkt met de prefrontale hersenschors. Schade aan deze kern kan ervoor zorgen dat het moeilijker wordt om kennis en vaardigheden in het dagelijks leven toe te passen, ook wanneer de intelligentie zelf behouden blijft.
Zie onze speciale pagina over deze problematiek.
Ruimtelijke oriëntatie
Bijvoorbeeld:
- moeite de weg vinden
- moeite overzicht houden
- moeite met ruimtelijke aandacht
vooral:
- 5. Pulvinar
- 4 LP – Laterale posterieure kern
Download hieronder Engelstalige info over de gevolgen van een thalamus beroerte door Emmanuel Carrera en Julie Bogousslavsky . M.D.
Bronnen:
Cairns, H., RC Oldfield, JB Pennybacker, D. Whitteridge: akinetische mutisme met epidermoïd cyste op de 3e ventrikel . In: Brain . Volume 64, 1941, p 273-290.
Carrera, E., & Bogousslavsky, J. (2006). The thalamus and behavior: Effects of anatomically distinct strokes. Neurology, 66(12), 1817–1823. https://doi.org/10.1212/01.wnl.0000219679.95223.4c
Eyskens, E., Feenstra, L., Meinders, A., Vandenbroucke, J. P., & Van Weel, C. (1997). Codex Medicus (10e ed.). Maarssen, Nederland: Elsevier Gezondheidszorg.
File:Thalamus3.PNG - Wikimedia Commons. (2007, 20 januari). Geraadpleegd van https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Thalamus3.PNG
Haaxma, R. (2013). Neurologie van cognitie en gedrag in hoofdlijnen. Houten, Nederland: Springer Media.
Herrero, M., Barcia, C., & Navarro, J. (2002). Functional anatomy of thalamus and basal ganglia. Child's Nervous System, 18(8), 386–404. https://doi.org/10.1007/s00381-002-0604-1
Hersenletsel uitleg | Hersenletsel-uitleg.nl. (z.d.). Geraadpleegd van https://www.hersenletsel-uitleg.nl/
Kuks, J. B. M., Snoek, J. W., Oosterhuis, H. G. J. H., & Fock, J. M. (2003). Klinische neurologie (15e ed.). Houten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.
Palm, J. (2012). Omgaan met Hersenletsel. Assen, Nederland: Van Gorcum.
Schuurman, P. R., Bosch, D. A., Bossuyt, P. M., Bonsel, G. J., Van Someren, E. J., De Bie, R. M., . . . Speelman, J. D. (2000). A Comparison of Continuous Thalamic Stimulation and Thalamotomy for Suppression of Severe Tremor. New England Journal of Medicine, 342(7), 461–468. https://doi.org/10.1056/nejm200002173420703
Sherman, S. M. (2005). Thalamic relays and cortical functioning. Progress in Brain Research, , 107–126. https://doi.org/10.1016/s0079-6123(05)49009-3
Thalamus. (z.d.-a). Geraadpleegd van http://medicaltextbooksrevealed.s3.amazonaws.com/files/11185-53.pdf
Thalamus. (z.d.-b). Geraadpleegd van http://zlab.rutgers.edu/modules/teaching/docs/Thalamus/Thalamus%20Lecture.pdf
Thalamus. (z.d.-c). Geraadpleegd van http://www.neuroanatomy.wisc.edu/coursebook/thalamus.pdf
Wikipedia-bijdragers. (z.d.). Bestand:Thalamus3.PNG - Wikipedia. Geraadpleegd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Thalamus3.PNG
Zesiewicz, T. A., Elble, R., Louis, E. D., Hauser, R. A., Sullivan, K. L., Dewey, R. B., . . . Weiner, W. J. (2005). Practice Parameter: Therapies for essential tremor: Report of the Quality Standards Subcommittee of the American Academy of Neurology. Neurology, 64(12), 2008–2020. https://doi.org/10.1212/01.wnl.0000163769.28552.cd
Anatomische bronnen:
- Gray's Anatomy: The Anatomical Basis of Clinical Practice (meest recente editie)
- Mai & Paxinos – Atlas of the Human Brain
- Blumenfeld – Neuroanatomy Through Clinical Cases