Thalamus 

image

De Thalamus is het gele gedeelte op de tekening hierboven, is een belangrijke hersenkern en wordt gerekend tot de tussenhersenen, samen met de hypofyse en hypothalamus. Het is het meest 'bedrade' gedeelte van de hersenen. Letsel in de thalamus kent dan ook grote gevolgen.

Inleiding

Woord vooraf: Het brein werkt als één geheel samen. Hersenfuncties lopen verspreid door de hersengebieden en komen voort uit de uitwisseling tussen de gebieden. Toch zijn er wel klachten aan te wijzen per hersengebied.

Wil je alleen de korte samenvatting? Volg dan deze link.

Wil je alleen de mogelijke klachten lezen per kerngroep en per aangrenzende hersengebieden lezen? Volg deze link. 

Wil je meer weten over de anatomie, functies en mogelijke schade per kerngroep?

Volg dan deze link. 

Thalamus: meest bedrade gedeelte van de hersenen

De thalamus is een belangrijk schakelstation diep in de hersenen. Vrijwel alle zintuiglijke informatie – zoals wat je ziet, voelt en hoort – wordt via de thalamus doorgestuurd naar de hersenschors.
Het helpt om aandacht te geven aan belangrijke informatie en minder belangrijke prikkels te filteren.
Ook helpt het bij bewegen, geheugen, emoties én bij bewust, wakker en alert zijn.
Het speelt een rol bij akinetisch mutisme. Dat is een syndroom, een gevolg van hersenletsel waarbij de persoon niet meer of verminderd spreekt (mutisme) en niet  of verminderd beweegt (akinesie). De persoon kan je met de ogen volgen maar lijkt verder apathisch en doet uit zichzelf bijna niets.

Thalamus  is afgeleid van het Griekse woord voor verborgen centrale binnenkamer of slaapkamer; θάλαμος , omdat het diep in de hersenen ligt en de 'centrale' vormt.

Het is een diepgelegen centrale kern in de hersenen

  • vrijwel alle zintuiglijke informatie (behalve reuk) komt er eerst binnen
  • het verdeelt en regelt informatie voordat die naar de hersenschors gaat
  • het staat via duizenden verbindingen in contact met bijna alle delen van de cortex

Je kunt de thalamus daarom zien als de centrale binnenkamer waar informatie eerst binnenkomt en wordt doorgestuurd

Poort naar de hersenschors

De verbindingen van de thalamus naar de hersenschors (cortex) lopen ook weer terug van de hersenschors (cortex) naar de thalamus.

Dat wordt het het Thalamo-cortico-thalame circuit genoemd. Het resultaat hiervan is dat kleine thalamus-letsels hersenschors syndromen kunnen 'nabootsen' en dat in sommige syndromen de specialisatie van de hersenhelft te herkennen is. 

 

Als poort naar de hersenschors moet de thalamus veel zintuiglijke prikkels doorgeven (behalve geur), maar moet ook prikkels filteren, waardoor je je als je gezond bent kunt 'afsluiten' voor bepaalde prikkels. Het is daarmee één van de zogenoemde "filters" (prikkelfilter); een regelcentrum om de hersenen te helpen richten op belangrijke en onbelangrijke prikkels.

De belangrijkste kerngroepen van de thalamus en aangrenzende structuren (in het diencephalon) 

Belangrijk om te weten: De thalamus werkt nauw samen met andere hersengebieden. De genoemde klachten kunnen passen bij schade aan een bepaalde kerngroep, maar worden vaak mede bepaald door de samenwerking tussen verschillende hersennetwerken.
De volgende anatomische termen verklaren de namen van de kerngroepen:

Onderstaande afbeelding is een schematische anatomische weergave. De exacte vorm, grootte en onderlinge begrenzing van de kerngroepen kunnen per anatomische doorsnede en per anatomisch naslagwerk enigszins verschillen.

Bespreking van de afbeelding van de thalamus van opzij gezien (lateraal aanzicht) met aangrenzende metathalamus.

Deze afbeelding toont de belangrijkste kerngroepen van de thalamus in een lateraal aanzicht. De thalamus bestaat uit verschillende kerngroepen die informatie ontvangen, verwerken en doorgeven aan de hersenschors. Niet alle kerngroepen zijn vanuit dit aanzicht volledig zichtbaar. Daarom zijn verborgen of gedeeltelijk verborgen structuren aangegeven met een gebogen grijze pijl, terwijl rechte zwarte pijlen wijzen naar structuren die rechtstreeks zichtbaar zijn.

De lamina medullaris interna (Y-vormige witte stofbaan) verdeelt de thalamus in verschillende anatomische kerngroepen. De intralaminaire kernen liggen in deze witte stofbaan. De midline-kernen liggen direct langs de derde ventrikel en zijn vanuit een lateraal aanzicht nauwelijks zichtbaar. De reticulaire kern vormt een dunne schil aan de buitenzijde van de thalamus en speelt een belangrijke rol bij het regelen van de informatie die de thalamus verwerkt.

Aan de achterzijde liggen het lateraal knievormig lichaam (LGN) en het mediaal knievormig lichaam (MGN). Samen vormen zij de metathalamus. Het LGN verwerkt informatie uit het gezichtsvermogen, terwijl het MGN betrokken is bij de verwerking van gehoorinformatie.

Deze illustratie is gebaseerd op de anatomische indeling zoals beschreven in Gray's Anatomy, aangevuld en gecontroleerd met Mai & Paxinos en Blumenfeld.

We werken per onderdeel dit uit:

  • 📍 Waar liggen deze kernen?
  • ⬅️ Ontvangen informatie van
  • ➡️ Sturen informatie naar
  • 🧠 Wat doen deze kernen?
  • ⚠️ Mogelijke gevolgen van schade
  • 🏠 Wat merk je hiervan in het dagelijks leven?
  • 💡 Belangrijk om te weten
  • 👩‍⚕️ Verdieping voor zorgprofessionals
  • 📚 Anatomische referenties

Deze opsomming is geschreven in begrijpelijke taal (B1-niveau), maar is inhoudelijk gebaseerd op gezaghebbende anatomische en neurologische literatuur, waaronder Gray's Anatomy, Mai & Paxinos en Blumenfeld. Waar wetenschappelijke inzichten nog in ontwikkeling zijn, is dat in de tekst aangegeven. Zo combineren we begrijpelijke uitleg met actuele medische kennis.

1. Anterieure kerngroep (AN)

📍 Waar ligt deze kerngroep?
Aan de voorkant (rostraal) van de dorsale (rugzijde) thalamus. Vormt een belangrijk knooppunt in het limbische netwerk.
(Dat limbisch netwerk zorgt voor het begrijpen, regelen en verwerken van emoties)

⬅️ Ontvangt informatie van
Vooral de mammillaire lichamen (limbisch netwerk).

➡️ Stuurt informatie naar
De gyrus cinguli.

🧠 Wat doet deze kerngroep?
• Helpt bij het vormen van nieuwe herinneringen
• Helpt bij het onthouden van gebeurtenissen
• Ondersteunt het leren van nieuwe informatie
• Koppelt herinneringen aan emoties.

⚠️ Mogelijke gevolgen van schade
• Moeite met het onthouden van nieuwe informatie
• Vergeetachtigheid - 
Problemen met het herinneren van recente gebeurtenissen
 Soms moeite om gebeurtenissen chronologisch te herinneren
• Soms moeite met leren
• Soms moeite om gebeurtenissen in de juiste volgorde te herinneren.
• Soms veranderingen in motivatie of emoties.

🏠 Wat merk je hiervan in het dagelijks leven?
Nieuwe afspraken of gesprekken worden sneller vergeten. Onvermogen tot het inprenten van informatie (anterograde amnesie) en geheugenstoornissen.

💡 Belangrijk om te weten
Geïsoleerde schade is zeldzaam.
Deze kerngroep maakt deel uit van de kring van Papez, een netwerk in de hersenen dat belangrijk is voor geheugen en emoties. Ze 
spelen een rol bij het episodisch geheugen (de levensgebeurtenissen, het levensverhaal.

2. Mediodorsale kerngroep (MD)

Het is een van de grootste associatieve kerngroepen van de thalamus en staat via uitgebreide verbindingen in contact met de prefrontale hersenschors en delen van het limbische netwerk.

📍 Waar ligt deze kerngroep?
De mediodorsale kerngroep (MD) ligt aan de binnenzijde (mediaal) van de dorsale thalamus, direct naast de derde ventrikel

⬅️ Ontvangt informatie van
Limbische structuren en andere delen van de hersenen.

➡️ Stuurt informatie naar
Hersengebieden die betrokken zijn bij plannen en beslissen.

🧠 Wat doet deze kerngroep? Deze kerngroep werkt nauw samen met de prefrontale hersenschors en speelt een belangrijke rol bij zogenoemde executieve functies zoals  organiseren; overzicht houden;  gevolgen van keuzes afwegen.

• Plannen
• Beslissingen nemen
• Aandacht vasthouden
• Werkgeheugen (informatie kort onthouden en gebruiken)
• Emoties verwerken (het beoordelen van emoties,  het aanpassen van   gedrag aan sociale situaties,het reguleren van emotionele reacties)
• Sociaal gedrag

• Het afwegen van keuzes en de gevolgen daarvan.

⚠️ Mogelijke gevolgen van schade

Vaak voorkomende gevolgen

  • moeite met plannen en organiseren
  • problemen met concentratie
  • sneller afgeleid zijn
  • moeite met het nemen van beslissingen
  • vergeetachtigheid, vooral bij nieuwe informatie
  • minder initiatief name.

Soms voorkomende gevolgen

  • veranderingen in sociaal gedrag
  • minder goed kunnen inschatten wat passend gedrag is
  • vlakker reageren op emoties of juist emotioneler reageren
  • moeite om overzicht te houden bij ingewikkelde taken
  • soms veranderingen in sociaal gedrag
  • een gat in het geheugen wordt soms met verzinsels (anterograde amnesie) opgevuld. Vergeten van de volgorde (volgorde amnesie). Er is schade bij de executieve functies: uitvoerende functiestoornisssen/ (executieve functiestoornissen).

🏠 Wat merk je hiervan in het dagelijks leven?het moeilijker wordt om een dag te plannen

  • het langer duurt om keuzes te maken
  • meerdere taken tegelijk sneller te veel worden
  • gesprekken moeilijker te volgen zijn als er veel informatie tegelijk wordt gegeven
  • afspraken sneller worden vergeten
  • anderen merken dat iemand minder initiatief neemt of anders reageert in sociale situaties.

💡 Belangrijk om te weten
Intelligentie blijft meestal behouden, maar het kan moeilijker worden om kennis goed toe te passen in het dagelijks leven.

Verdieping voor de professional

Akinetisch mutisme kan ontstaan wanneer bepaalde delen van de thalamus, vooral de paramediane thalamus (met name de mediodorsale kern (MD) en delen van de intralaminaire kernen), aan beide kanten beschadigd raken. Meestal gebeurt dit door een beroerte in het verzorgingsgebied van de paramediane thalamische arteriën.

De thalamus speelt hierbij drie belangrijke rollen:

  1. Bewustzijn en waakzaamheid – De intralaminaire kernen maken deel uit van het opstijgende activeringssysteem (ARAS). Beschadiging vermindert de mentale activatie.
  2. Motivatie om te handelen – De mediodorsale kern is verbonden met de prefrontale cortex en het limbische systeem. Bij schade verdwijnt vaak de innerlijke aandrang om te beginnen met spreken of bewegen.
  3. Starten van gedrag – De thalamus vormt een schakel in de fronto-thalamo-basale-ganglia-netwerken die nodig zijn om vrijwillige handelingen op gang te brengen.

Het gevolg is dat iemand wakker lijkt en de ogen open heeft, maar nauwelijks spontaan spreekt of beweegt. De spieren zijn meestal niet verlamd en taal hoeft niet ernstig gestoord te zijn; het grootste probleem is het niet op gang komen van doelgericht gedrag.

3. Laterale dorsale kerngroep (LD)

📍Waar ligt deze kerngroep? 

De laterale dorsale kerngroep (LD) ligt aan de boven-zijkant van de dorsale thalamus, direct achter de anterieure kerngroep. De LD maakt deel uit van het limbische netwerk en staat via verbindingen in contact met onder andere de cingulaire hersenschors en de hippocampus.

🧠 Helpt bij geheugen, ruimtelijke oriëntatie en aandacht.

  • Het vormen en ophalen van herinneringen
  • Het oriënteren in de ruimte
  • Het herkennen van de omgeving
  • Het richten van de aandacht op belangrijke informatie
  • Het combineren van ruimtelijke informatie met herinneringen

⚠️Mogelijke gevolgen van schade 

Vaak voorkomende gevolgen

  • Moeite met het oriënteren in een bekende omgeving
  • Problemen met het ruimtelijk geheugen
  • Minder goed overzicht houden in een onbekende omgeving

Soms voorkomende gevolgen

  • Moeite met het terugvinden van bekende routes
  • Verminderde aandacht voor ruimtelijke informatie
  • Lichte problemen met het onthouden van plaatsen of locaties.

 🏠 Wat merk je in het dagelijks leven? 

  • Het moeilijker is om de weg te vinden in een vertrouwde omgeving
  • Het langer duurt om een nieuwe route te onthouden
  • Je sneller het overzicht kwijtraakt in een druk gebouw, zoals een ziekenhuis of winkelcentrum
  • Je soms moet nadenken over een route die vroeger vanzelf ging.

💡 Belangrijk om te weten 
Een beschadiging van alléén de laterale dorsale kerngroep komt zelden voor. Klachten ontstaan meestal doordat ook andere delen van het geheugen- en oriëntatienetwerk zijn beschadigd. Daardoor zijn de verschijnselen vaak mild en kunnen ze gemakkelijk over het hoofd worden gezien.

 

4. Laterale posterieure kerngroep (LP)

📍 Waar ligt deze kerngroep? Ligt achter de LD = Laterale dorsale kerngroep,  zie tabblad hierboven bij 4 en vóór het pulvinar, zie tabblad hieronder bij 5.

🧠 Wat doet deze kerngroep? De LP = Laterale posterieure kerngroep helpt de hersenen vooral om betekenis te geven aan wat je ziet, in samenwerking met andere hersengebieden.

  • Het combineren van visuele informatie met informatie uit andere zintuigen
  • Het richten van de aandacht op belangrijke gebeurtenissen in de omgeving
  • Het herkennen van de ruimtelijke positie van voorwerpen
  • Het verwerken van complexe visuele informatie
  • Het samenwerken van verschillende hersengebieden tijdens het waarnemen

⚠️ Gevolgen van letsel. Schade kan leiden tot moeite met overzicht houden en visuele aandacht.

Vaak voorkomende gevolgen

  • Moeite met het richten van de aandacht op wat je ziet
  • Problemen met het verwerken van complexe visuele informatie
  • Minder goed overzicht houden in een drukke omgeving
  • Moeite met de ruimtelijke oriëntatie

Soms voorkomende gevolgen

  • Verminderde oog-handcoördinatie bij visuele taken
  • Moeite met het inschatten van de plaats van voorwerpen

Soms minder aandacht voor prikkels aan de tegenoverliggende zijde van de ruimte, vooral bij uitgebreider letsel.

🏠 Wat merk je in het dagelijkse leven? 

  • Het moeilijker wordt om iets terug te vinden op een volle tafel
  • Drukke omgevingen, zoals een supermarkt of station, sneller onoverzichtelijk zijn
  • Het meer moeite kost om een voorwerp te pakken dat je ziet liggen
  • Je soms iets over het hoofd ziet terwijl je er wel naar kijkt.

💡Belangrijk om te weten! Het is geen primair visueel centrum. Een beschadiging van alleen de laterale posterieure kerngroep komt zelden voor.
Klachten ontstaan meestal samen met schade aan andere delen van de thalamus of de pariëtale hersenschors. Hierdoor kunnen de verschijnselen per persoon verschillen.

5. Pulvinar

📍Waar ligt deze kerngroep?

 Grootste achterste deel van de dorsale thalamus.

🧠Wat doet deze kerngroep?

Helpt bij aandacht, complexe visuele verwerking en integratie van informatie.

  • Het pulvinar helpt bij het samenvoegen van informatie van verschillende zintuigen, zoals zien, horen en voelen. Dit zorgt ervoor dat de hersenen een duidelijker beeld van de omgeving krijgen.
  • Het pulvinar helpt de hersenen om snel te bepalen waar je aandacht naartoe moet gaan en om informatie uit verschillende hersengebieden met elkaar te verbinden
  • Het richten en vasthouden van de aandacht
  • Het verwerken van complexe visuele informatie Het pulvinar werkt samen met de visuele delen van de hersenen. Het ontvangt informatie van de superieure colliculi (een deel van de middenhersenen)
  • Het helpt bij het verwerken van visuele reflexen
  • Het helpt de aandacht te richten op belangrijke visuele details zoals kleur, vorm of locatie in een complexe omgeving
  • Het herkennen van voorwerpen en gezichten
  • Het combineren van informatie uit verschillende zintuigen
  • Het oriënteren in de ruimte
  • Het filteren van belangrijke en minder belangrijke informatie
  • Leren en onthouden, vooral als het gaat om dingen die we zien en visuele herinneringen
  • Het verwerken van emotionele prikkels met name hoe we met emoties omgaan en hoe we contact maken met anderen.

⚠️ Mogelijke gevolgen van schade 
Schade kan leiden tot problemen met aandacht en ruimtelijke oriëntatie.

Vaak voorkomende gevolgen: 

  • Moeite met het richten van de aandacht
  • Problemen met het verwerken van complexe visuele informatie
  • Moeite om overzicht te houden in een drukke omgeving
  • Problemen met de ruimtelijke oriëntatie
  • Langzamer verwerken van visuele prikkels

 

Soms voorkomende gevolgen

  • Moeite met het herkennen van voorwerpen of gezichten in een drukke omgeving
  • Verminderde aandacht voor prikkels aan de tegenoverliggende zijde van de ruimte
  • Moeite met het combineren van informatie uit verschillende zintuigen
  • Problemen met oogbewegingen tijdens het zoeken naar een voorwerp.

Bij schade aan het pulvinar kunnen de visuele reflexen verstoord zijn, wat kan leiden tot problemen met het richten van de aandacht op belangrijke visuele details.

Ook een ander deel van de thalamus, de nucleus reticularis thalami, helpt waarschijnlijk om de hersenen te laten focussen op de belangrijkste details van wat je ziet.

🏠Wat merk je hiervan in het dagelijks leven?

Moeite om een voorwerp terug te vinden in een drukke omgeving.

💡Belangrijk om te weten! Werkt nauw samen met meerdere hersengebieden. Neglect en stoornissen van de visuele aandacht kunnen voorkomen, maar zijn meestal ernstiger wanneer ook de pariëtale hersenschors of andere thalamuskernen zijn beschadigd.

 

Twee specifieke kernen: het pulvinar achterin de thalamus en een kern midden onderin, de nucleus reticularis thalami, hebben deels overlappende functies:

6. Ventrale anterieure kerngroep (VA)

📍 Waar ligt deze kerngroep? Voorzijde van de ventrale thalamus.

De ventrale anterieure kerngroep (VA) ligt aan de voorzijde van de ventrale thalamus, vóór de ventrale laterale kerngroep (VL). De VA ontvangt vooral informatie uit de basale ganglia en stuurt deze door naar de premotorische hersenschors en de supplementaire motorische schors. 

⬅️ Ontvangt informatie van
De basale ganglia; 
vooral de globus pallidus internus (GPi) en de substantia nigra pars reticulata (SNr).

➡️ Stuurt informatie naar
Hersengebieden die bewegingen voorbereiden.

🧠 Wat doet deze kerngroep?
Helpt bij het voorbereiden en opstarten van vrijwillige bewegingen.

Het zorgt ervoor dat bewegingen goed worden voorbereid voordat ze worden uitgevoerd.

  • Het voorbereiden van bewegingen
  • Het plannen van doelgerichte bewegingen
  • Het kiezen van de juiste beweging
  • Het opstarten van vrijwillige bewegingen
  • Het soepel laten verlopen van opeenvolgende bewegingen

Ventrale anterieure kern (VA) (voorste kern) helpt bij het aansturen van bewegingen via verbindingen met de basale ganglia, dat zijn de basale kernen die belangrijk zijn voor beweging, evenwicht, houding en oogbewegingen.

⚠️Mogelijke gevolgen van schade Schade kan leiden tot moeite met het starten van bewegingen.

Vaak voorkomende gevolgen

  • Moeite met het starten van een beweging
  • Langzamere bewegingen
  • Minder vloeiende bewegingen
  • Moeite met het plannen van opeenvolgende bewegingen

Soms voorkomende gevolgen

  • Minder spontane bewegingen
  • Problemen met het uitvoeren van aangeleerde bewegingen
  • Lichte coördinatieproblemen bij complexe bewegingen.

 🏠Wat merk je hiervan in het dagelijks leven?

Dagelijkse handelingen beginnen minder soepel.

  • Het langer duurt voordat je een beweging begint
  • Je aarzelend begint met lopen
  • Je meer moeite hebt om meerdere bewegingen achter elkaar uit te voeren
  • Handelingen zoals aankleden of koken meer tijd kosten
  • Je bewegingen minder vanzelfsprekend aanvoelen.

  💡 Belangrijk om te weten! Spierkracht blijft meestal behouden.

De VA stuurt de spieren niet rechtstreeks aan. Deze kerngroep helpt vooral bij het voorbereiden en plannen van bewegingen. De spierkracht blijft meestal behouden, maar het starten en organiseren van bewegingen kan moeilijker verlopen.

Voor zorgprofessionals:

De VA ontvangt afferente projecties vanuit de globus pallidus internus (GPi) en de substantia nigra pars reticulata (SNr). De efferente projecties verlopen voornamelijk naar de premotorische cortex (BA6) en de supplementary motor area (SMA).

 

7. Ventrale laterale kerngroep (VL)

📍 Waar ligt deze kerngroep?
Kort: Achter de VA ventrale anterieure kerngroep (zie uitklapmenu 6.) in de ventrale thalamus. 

Uitgebreid: De ventrale laterale kerngroep (VL) ligt in het ventrale deel van de dorsale thalamus, direct achter de ventrale anterieure kerngroep (VA) en vóór de gevoelskernen (VPL zie 8. en VPM zie 9.).

De VL vormt een belangrijke schakel tussen de kleine hersenen, de basale ganglia en de motorische hersenschors.

⬅️ Ontvangt informatie van

  • De kleine hersenen (cerebellum) (de belangrijkste input komt van de nucleus dentatus van de kleine hersenen)
  • De basale ganglia

➡️ Stuurt informatie naar

  • De primaire motorische hersenschors
  • Hersengebieden die betrokken zijn bij het uitvoeren van vrijwillige bewegingen 

Hierdoor helpt de VL om bewegingen nauwkeurig en vloeiend uit te voeren.

 

🧠 Wat doet deze kerngroep?

  • Het uitvoeren van vrijwillige bewegingen
  • Het soepel laten verlopen van bewegingen
  • Het coördineren van bewegingen
  • Het nauwkeurig aansturen van arm- en beenbewegingen
  • Het aanpassen van bewegingen tijdens het uitvoeren

De VL helpt ervoor te zorgen dat bewegingen vloeiend, nauwkeurig en goed gecoördineerd verlopen.

 

⚠️ Mogelijke gevolgen van schade
• Minder soepele bewegingen
• Coördinatieproblemen
• Moeite met nauwkeurige bewegingen.

Vaak voorkomende gevolgen:

  • Minder soepele bewegingen
  • Problemen met de coördinatie
  • Moeite met nauwkeurige bewegingen
  • Trager uitvoeren van bewegingen
  • Moeite met het aanpassen van een beweging tijdens het uitvoeren

Soms voorkomende gevolgen:

  • Lichte evenwichtsproblemen
  • Moeite met fijne handbewegingen
  • Minder vloeiende spraak als ook andere motorische gebieden zijn aangedaan.

 

 

🏠 Wat merk je hiervan in het dagelijks leven?

  • Schrijven minder netjes gaat
  • Een kopje of glas minder stevig wordt vastgehouden
  • Knoopjes dichtmaken of een sleutel omdraaien meer moeite kost
  • Bewegingen minder vloeiend verlopen
  • Lopen minder soepel aanvoelt.

 

 

💡 Belangrijk om te weten

Geïsoleerde schade aan de VL is zeldzaam. De klachten hangen af van de grootte van het letsel en van andere betrokken hersengebieden.

De spierkracht blijft vaak grotendeels behouden, maar de bewegingen kunnen minder nauwkeurig en minder vloeiend worden uitgevoerd.

De VL stuurt de spieren niet rechtstreeks aan. Deze kerngroep helpt vooral om bewegingen goed af te stemmen voordat de spieren worden aangestuurd door de motorische hersenschors.

👩‍⚕️

Verdieping voor zorgprofessionals Belangrijkste afferente verbindingen

  • Nucleus dentatus van het cerebellum (via de pedunculus cerebellaris superior)
  • Globus pallidus internus (vooral naar specifieke VL-subkernen)

Belangrijkste efferente verbindingen

  • Primaire motorische cortex (M1; Brodmann area 4)
  • Premotorische cortex
  • Supplementaire motorische cortex (SMA)

Klinische relevantie

De VL speelt een centrale rol in de cerebello-thalamo-corticale en deels in de basale-ganglia-thalamo-corticale circuits. Laesies kunnen leiden tot ataxie, dysmetrie, intentietremor of verminderde motorische coördinatie, afhankelijk van de precieze locatie en uitgebreidheid van het letsel.


Primaire bron

  • Gray's Anatomy: The Anatomical Basis of Clinical Practice (meest recente editie)

Aanvullende anatomische bronnen

  • Mai & Paxinos – Atlas of the Human Brain
  • Blumenfeld – Neuroanatomy Through Clinical Cases

Ondersteunende klinische literatuur

  • Recente neuroanatomische en klinisch-neurologische literatuur over de cerebello-thalamo-corticale en basale-ganglia-thalamo-corticale netwerken.

 

8. Ventrale posterolaterale kerngroep (VPL)

📍 Waar ligt deze kerngroep?
Kort: Achter de VL in de ventrale thalamus.

Uitgebreid: De ventrale posterolaterale kerngroep (VPL) ligt in het achterste deel van de ventrale thalamus, direct achter de ventrale laterale kerngroep (VL) en naast de ventrale posteromediale kerngroep (VPM).

De VPL is de belangrijkste gevoelskern voor de romp, armen en benen.

⬅️ Ontvangt informatie via de lemniscus medialis en de tractus spinothalamicus.
Gevoelsbanen uit romp, armen en benen.

➡️ Stuurt informatie naar
De primaire gevoelsschors 
(somatosensorische hersenschors)

Hier wordt de gevoelsinformatie bewust waargenomen en herkend.

🧠 Wat doet deze kerngroep? 
De VPL zorgt ervoor dat gevoelsinformatie uit het lichaam de hersenschors bereikt, zodat je bewust kunt voelen wat er gebeurt.

  • Het voelen van aanraking
  • Het waarnemen van pijn
  • Het voelen van warmte en kou
  • Het herkennen van trillingen
  • Het aanvoelen van de stand van armen en benen zonder te kijken
  • Het herkennen waar een aanraking op het lichaam plaatsvindt /lichaamshouding (proprioceptie voor de balans)   


⚠️ Mogelijke gevolgen van schade
Vaak voorkomende gevolgen

  • Verminderd gevoel aan de tegenoverliggende lichaamshelft
  • Minder goed voelen van aanraking
  • Minder goed voelen van pijn of temperatuur
  • Minder goed voelen van trillingen
  • Moeite om de stand van een arm of been goed aan te voelen zonder te kijken
  • Tintelingen of een doof gevoel

Soms voorkomende gevolgen

  • Brandende of stekende pijn (thalamuspijn) Centrale post-stroke pijn (thalamuspijnsyndroom) ontstaat meestal bij letsels van de posterolaterale thalamus, waarbij de VPL vaak betrokken is.
  • Overgevoeligheid voor aanraking
  • Moeite om voorwerpen op de tast te herkennen, terwijl de spierkracht normaal is.

🏠 Wat merk je hiervan in het dagelijks leven?Je voelt minder goed waar je voet staat tijdens het lopen

  • Je merkt minder snel dat iets warm of koud is
  • Je laat gemakkelijker iets uit je hand vallen zonder duidelijke reden
  • Je moet vaker naar je handen of voeten kijken om precies te weten waar ze zijn
  • Aanraking kan anders aanvoelen dan vroeger.

💡 Belangrijk om te weten
De spierkracht blijft meestal normaal.

De VPL verwerkt alleen gevoelsinformatie uit de romp, armen en benen.

Gevoelsinformatie uit het gezicht wordt namelijk verwerkt door de ventrale posteromediale kerngroep (VPM) (uitklapmenu hieronder)

De spierkracht blijft meestal behouden. De problemen hebben vooral betrekking op het gevoel.

👩‍⚕️Verdieping voor zorgprofessionals

Belangrijkste afferente verbindingen

  • Lemniscus medialis
  • Tractus spinothalamicus
  • Trigeminothalamische banen eindigen niet in de VPL maar in de VPM

Belangrijkste efferente verbindingen

  • Primaire somatosensorische cortex (S1; Brodmann 3, 1 en 2)

Klinische relevantie

Een laesie van de VPL veroorzaakt doorgaans een contralaterale hemisensibele uitval van romp en extremiteiten. Afhankelijk van de omvang en locatie van het letsel kunnen stoornissen ontstaan van:

  • fijne tast
  • vibratiezin
  • proprioceptie
  • pijn- en temperatuurzin.

Bij sommige patiënten ontwikkelt zich een centraal pijnsyndroom (Déjerine-Roussy-syndroom).

Primaire bron

  • Gray's Anatomy: The Anatomical Basis of Clinical Practice (meest recente editie)

Aanvullende anatomische bronnen

  • Mai JK & Paxinos G. Atlas of the Human Brain
  • Blumenfeld H. Neuroanatomy Through Clinical Cases

Ondersteunende literatuur

  • Recente neuroanatomische en klinisch-neurologische literatuur over de somatosensorische thalamus en centrale pijnsyndromen.

9. Ventrale posteromediale kerngroep (VPM)

📍 Waar ligt deze kerngroep?
Kort: Mediaal (midden) naast de VPL.
Uitgebreid:
De ventrale posteromediale kerngroep (VPM) ligt in het achterste deel van de ventrale thalamus, direct naast de ventrale posterolaterale kerngroep (VPL).

De VPM is de belangrijkste gevoelskern voor het gezicht. Daarnaast verwerkt deze kerngroep ook smaakinformatie.

⬅️ Ontvangt informatie via de trigeminothalamische banen (gezichtssensibiliteit) en de tractus solitarius (smaak).

  • De gevoelszenuwen uit het gezicht
  • De mondholte
  • De tong
  • De smaakbanen

Deze banen geven informatie door over:

  • Aanraking
  • Druk
  • Pijn
  • Temperatuur
  • De stand van de kaak tijdens het kauwen
  • Smaak

➡️ Stuurt informatie naar

  • De primaire gevoelsschors voor het gezicht
  • De smaakschors (gustatoire hersenschors)

Hier wordt de gevoels- en smaakinformatie bewust waargenomen.

🧠 Wat doet deze kerngroep? Helpt bij:

  • Het voelen van aanraking in het gezicht
  • Het waarnemen van pijn in het gezicht
  • Het voelen van warmte en kou in het gezicht
  • Het herkennen waar een aanraking op het gezicht plaatsvindt
  • Het aanvoelen van de stand van de kaak tijdens het kauwen
  • Het verwerken van smaakinformatie

De VPM zorgt ervoor dat gevoels- en smaakinformatie uit het gezicht en de mond de hersenschors bereikt, zodat je deze bewust kunt waarnemen.

⚠️ Mogelijke gevolgen van schade

Vaak voorkomende gevolgen van schade:

  • Verminderd gevoel in de tegenoverliggende helft van het gezicht
  • Minder goed voelen van aanraking in het gezicht
  • Minder goed voelen van pijn of temperatuur in het gezicht
  • Een doof of tintelend gevoel in het gezicht
  • Minder goed proeven

Soms voorkomende gevolgen van schade

  • Brandende of stekende pijn in het gezicht (centrale aangezichtspijn)
  • Overgevoeligheid voor aanraking van het gezicht
  • Moeite om voedsel goed in de mond te voelen tijdens het kauwen.

🏠 Wat merk je hiervan in het dagelijks leven?

  • Je voelt minder goed wanneer je gezicht wordt aangeraakt
  • Eten of drinken minder smaak heeft
  • Je minder goed voelt of er nog voedsel in je mond zit
  • Warm of koud eten anders aanvoelt
  • Scheren, tandenpoetsen of make-up aanbrengen moeilijker gaat doordat het gevoel in het gezicht is veranderd.

💡 Belangrijk om te weten
De VPM verwerkt gevoel uit het gezicht, niet uit armen of benen.
Geïsoleerde VPM-laesies zijn zeldzaam. Centrale aangezichtspijn kan optreden wanneer de posteromediale thalamus is aangedaan.

De VPM verwerkt gevoelsinformatie uit het gezicht en smaakinformatie.

Gevoelsinformatie uit de romp, armen en benen wordt namelijk verwerkt door de ventrale posterolaterale kerngroep (VPL); zie uitklapmenu hierboven.

De spierkracht van de kauwspieren en gezichtsspieren blijft meestal behouden. De problemen hebben vooral betrekking op het gevoel en soms op de smaak.

👩‍⚕️ Verdieping voor zorgprofessionals

Belangrijkste afferente verbindingen

  • Trigeminothalamische banen (nucleus principalis en nucleus spinalis nervi trigemini)
  • Tractus solitarius via de parabrachiale en thalamische projecties (gustatoire informatie)

Belangrijkste efferente verbindingen

  • Primaire somatosensorische cortex (gezichtsrepresentatie; Brodmann 3, 1 en 2)
  • Gustatoire cortex (insula en operculum frontoparietale)

Klinische relevantie

Een laesie van de VPM veroorzaakt doorgaans een contralaterale sensibele uitval van het gezicht. Afhankelijk van de omvang en locatie van het letsel kunnen stoornissen ontstaan van:

  • fijne tast
  • pijn- en temperatuurzin
  • proprioceptie van de kaak
  • smaak.

Sommige patiënten ontwikkelen centrale aangezichtspijn of andere vormen van neuropathische pijn.

Primaire bron

  • Gray's Anatomy: The Anatomical Basis of Clinical Practice (meest recente editie)

Aanvullende anatomische bronnen

  • Mai JK & Paxinos G. Atlas of the Human Brain
  • Blumenfeld H. Neuroanatomy Through Clinical Cases

Ondersteunende literatuur

  • Recente neuroanatomische en klinisch-neurologische literatuur over de somatosensorische en gustatoire thalamus.

 

10. Intralaminaire kernen (CM/Pf)

📍Waar ligt deze kerngroep? 

De intralaminaire kernen liggen midden in de Y-vormige lamina medullaris interna van de dorsale thalamus. De twee belangrijkste kernen zijn:

  • Centromediane kern (CM)
  • Parafasciculaire kern (Pf)

⬅️ Ontvangen informatie van
Door hun centrale ligging kunnen zij informatie uit verschillende hersengebieden met elkaar verbinden. Zij ontvangen informatie vanuit het reticulaire activatiesysteem, de basale ganglia en spinothalamische systemen.

 

  • De hersenstam
  • De basale ganglia
  • De kleine hersenen
  • Andere delen van de thalamus
  • Pijnbanen uit het lichaam

Deze informatie gaat onder andere over:

  • Alertheid
  • Beweging
  • Pijn
  • Aandacht

➡️ Sturen informatie naar

  • De hersenschors
  • De basale ganglia, vooral het striatum
  • Andere thalamuskernen

Hierdoor helpen zij verschillende hersennetwerken met elkaar samen te werken.

🧠Wat doen deze kerngroepen?
De intralaminaire kernen helpen de hersenen om belangrijke informatie op te merken en hierop te reageren.

  • Het vasthouden van de aandacht
  • Alert blijven
  • Het verwerken van pijnprikkels
  • Het opstarten en ondersteunen van bewegingen
  • Het schakelen tussen verschillende hersennetwerken
  • Het bewust waarnemen van belangrijke prikkels

 

⚠️Mogelijke gevolgen van schade 

Vaak voorkomende gevolgen van schade

  • Verminderde alertheid
  • Problemen met de aandacht
  • Sneller vermoeid raken
  • Moeite om informatie goed te verwerken
  • Minder initiatief

Soms voorkomende gevolgen

  • Problemen met het opstarten van bewegingen
  • Veranderingen in de pijnbeleving
  • Langzamer reageren op gebeurtenissen
  • Bij uitgebreid letsel (bilaterale laesies): verminderd bewustzijn / ernstige bewustzijnsstoornissen
  • Soms chronische pijn.

 

🏠 Wat merk je in het dagelijkse leven?

  • Je sneller bent afgeleid
  • Het meer moeite kost om je aandacht ergens bij te houden
  • Je sneller moe bent tijdens gesprekken of lezen
  • Het langer duurt voordat je ergens op reageert
  • Je minder energie hebt om activiteiten te beginnen.

 

💡Belangrijk om te weten 
De centromediane (CM) en parafasciculaire (Pf) kern zijn de belangrijkste intralaminaire kernen.

Veel leerboeken beschrijven ze te eenvoudig als "kernen voor alertheid". Dat is inmiddels achterhaald. De centromediane kern (CM) en de parafasciculaire kern (Pf) spelen ook een belangrijke rol bij aandacht, motorische netwerken, pijnverwerking en bewustzijn.

De intralaminaire kernen regelen niet één specifieke functie. Ze helpen verschillende hersengebieden met elkaar samen te werken.

Daardoor kunnen de klachten per persoon verschillen.

Bij een klein letsel zijn de klachten vaak mild, terwijl uitgebreider letsel invloed kan hebben op de aandacht en het bewustzijn.

👩‍⚕️Verdieping voor zorgprofessionals

Belangrijkste afferente verbindingen

  • Ascenderend reticulair activerend systeem (ARAS)
  • Spinothalamische banen
  • Globus pallidus internus
  • Cerebellaire projecties
  • Andere thalamuskernen

Belangrijkste efferente verbindingen

  • Diffuse projecties naar de cerebrale cortex
  • Sterke projecties naar het striatum (nucleus caudatus en putamen)
  • Verbindingen met andere thalamuskernen

Klinische relevantie
De CM/Pf-complexen spelen een belangrijke rol binnen de thalamo-striatale netwerken. Zij zijn betrokken bij aandacht, arousal, pijnmodulatie en motorische controle. Bilaterale laesies kunnen leiden tot ernstige stoornissen van het bewustzijn. De centromediane kern is daarnaast een erkend doelwit voor deep brain stimulation (DBS) bij therapieresistente epilepsie en wordt onderzocht bij bewegingsstoornissen.

11. Midline-kernen

📍Waar liggen deze kerngroepen? 

De midline-kernen liggen direct naast de derde ventrikel, precies in het midden van de thalamus. Ze vormen een smalle rij kleine kernen langs de binnenrand van de dorsale thalamus.

Door hun centrale ligging kunnen zij informatie uit verschillende hersengebieden met elkaar verbinden.

⬅️ Ontvangen informatie van

  • Het limbische systeem (onder andere de hypothalamus en hippocampus)
  • De hersenstam
  • Andere delen van de thalamus
  • De prefrontale hersenschors

Deze informatie gaat onder andere over:

  • Emoties
  • Geheugen
  • Alertheid
  • Motivatie

    De midline-kernen ontvangen uitgebreide verbindingen vanuit limbische structuren, de formatio reticularis en de prefrontale cortex. De precieze verbindingen verschillen per subkern.
    Moderne neuroanatomie laat zien dat deze kernen een verbinding vormen tussen geheugen, emoties, motivatie, aandacht en arousal/alertheid.

➡️ Sturen informatie naar

  • De prefrontale hersenschors
  • Het limbische systeem
  • Andere delen van de thalamus
  • De nucleus accumbens en andere delen van de basale voorhersenen

Hierdoor helpen zij verschillende hersennetwerken met elkaar samen te werken.

Moderne studies laten zien dat de midline-kernen een belangrijke schakel vormen tussen limbische en cognitieve netwerken.

🧠
Wat doen deze kerngroepen? 

De midline-kernen helpen bij:

  • Het vasthouden van de aandacht
  • Het vormen en ophalen van herinneringen
  • Het verwerken van emoties
  • Het vasthouden van motivatie
  • Het bewust verwerken van belangrijke informatie
  • Het samenwerken van verschillende hersennetwerken

De midline-kernen helpen de hersenen om belangrijke informatie te onthouden, emoties te verwerken en de aandacht vast te houden.

 ⚠️Mogelijke gevolgen van schade 
Geïsoleerde beschadigingen zijn zeldzaam. De klachten hangen sterk af van de grootte en de plaats van het letsel.

Vaak voorkomende gevolgen

  • Moeite met het onthouden van nieuwe informatie
  • Problemen met de aandacht
  • Sneller afgeleid zijn
  • Minder initiatief
  • Sneller geestelijk vermoeid raken


Soms voorkomende gevolgen

  • Veranderingen in emoties
  • Minder motivatie
  • Moeite om informatie goed te verwerken
  • Bij uitgebreid letsel: verminderd bewustzijn.

🏠 Wat merk je in het dagelijkse leven? 

Iemand met schade aan deze kerngroepen kan bijvoorbeeld merken dat:

  • Je sneller vergeet wat kort geleden is gebeurd
  • Het moeilijker is om een gesprek goed te blijven volgen
  • Je sneller bent afgeleid
  • Het meer moeite kost om ergens aan te beginnen
  • Je sneller moe bent na activiteiten waarbij je goed moet nadenken.

 💡Belangrijke om te weten! 
Deze kernen maken deel uit van het limbische netwerk.

De midline-kernen hebben niet één duidelijke taak. Ze helpen verschillende hersengebieden met elkaar samen te werken.

Daardoor kunnen de klachten per persoon verschillen.

Een klein letsel geeft vaak milde klachten, terwijl uitgebreider letsel invloed kan hebben op geheugen, aandacht, motivatie en bewustzijn.

👩‍⚕️ Verdieping voor zorgprofessionals

Belangrijkste afferente verbindingen

  • Hippocampus (indirect via limbische circuits)
  • Hypothalamus
  • Formatio reticularis
  • Amygdala (indirect)
  • Mediodorsale en andere thalamuskernen
  • Prefrontale cortex

Belangrijkste efferente verbindingen

  • Mediale prefrontale cortex
  • Anterieure cingulaire cortex
  • Nucleus accumbens
  • Hippocampale en parahippocampale netwerken
  • Andere mediale thalamuskernen

Klinische relevantie

De midline-kernen vormen samen met de mediodorsale kern en de anterieure kerngroep een belangrijk onderdeel van de limbisch-thalamo-corticale netwerken. Ze spelen een rol bij episodisch geheugen, aandacht, motivatie, arousal en emotionele regulatie.

Onderzoek van de laatste jaren laat zien dat vooral de nucleus reuniens een belangrijke verbinding vormt tussen de hippocampus en de mediale prefrontale cortex. Deze verbinding lijkt belangrijk voor werkgeheugen, ruimtelijk geheugen en cognitieve flexibiliteit.

Bilaterale beschadiging van de midline-kernen kan leiden tot stoornissen van geheugen, aandacht en bewustzijn.

📚 Anatomische referenties

Primaire bron

  • Gray's Anatomy: The Anatomical Basis of Clinical Practice (meest recente editie)

Aanvullende anatomische bronnen

  • Mai JK & Paxinos G. Atlas of the Human Brain
  • Blumenfeld H. Neuroanatomy Through Clinical Cases

Ondersteunende literatuur

  • Recente neuroanatomische en functionele MRI-studies over de midline-thalamus, limbisch-thalamo-corticale netwerken en de rol van de nucleus reuniens bij geheugen en aandacht.

Veel oudere leerboeken schrijven dat de midline-kernen vooral "het bewustzijn regelen". Dat is tegenwoordig een te beperkte beschrijving. Moderne neuroanatomie laat zien dat deze kernen een verbinding vormen tussen geheugen, emoties, motivatie, aandacht en arousal.

12. Reticulaire kern

📍 Waar ligt deze kerngroep? 

De reticulaire kern (TRN) ligt als een dunne schil aan de buitenzijde van de dorsale thalamus. De kern ligt tussen de thalamus en de capsula interna en omsluit een groot deel van de buitenkant van de thalamus.

In tegenstelling tot de andere thalamuskernen ligt de reticulaire kern niet ín de dorsale thalamus, maar er direct omheen.

 

⬅️ Ontvangt informatie van van zowel thalamo-corticale als cortico-thalamische verbindingen.

  • De hersenschors
  • Andere thalamuskernen

Deze informatie gaat onder andere over:

  • Gevoel
  • Beweging
  • Zien
  • Horen
  • Aandacht

➡️ Stuurt informatie naar

  • Andere thalamuskernen

De reticulaire kern stuurt geen informatie rechtstreeks naar de hersenschors.

Hij helpt andere thalamuskernen te bepalen welke informatie wel of niet wordt doorgestuurd.

 

🧠 Wat doet deze kerngroep? 
Het is het "gating network" binnen de thalamo-corticale circuits

De reticulaire kern helpt bij:

  • Het selecteren van belangrijke informatie
  • Het onderdrukken van minder belangrijke prikkels
  • Het richten van de aandacht
  • Het regelen van het slaap-waakritme
  • Het coördineren van de informatie-uitwisseling tussen de thalamus en de hersenschors

De reticulaire kern werkt als een regelcentrum. Hij helpt de hersenen om zich te richten op belangrijke informatie en minder belangrijke prikkels tijdelijk te onderdrukken.

 

⚠️ Mogelijke gevolgen van schade 
Geïsoleerde letsels van de TRN zijn zeldzaam.

Vaak voorkomende gevolgen

  • Moeite om de aandacht vast te houden
  • Sneller afgeleid zijn
  • Problemen met het filteren van prikkels
  • Overgevoeligheid voor geluiden of andere prikkels
  • Verstoorde slaap

Soms voorkomende gevolgen

  • Moeite om je te concentreren in een drukke omgeving
  • Langzamer verwerken van informatie
  • Veranderingen in het slaap-waakritme.

 

 

 

🏠 Wat merk je in het dagelijks leven? 

Iemand met schade aan deze kerngroep kan bijvoorbeeld merken dat:

  • Je sneller bent afgeleid door geluiden of bewegingen om je heen
  • Het moeilijk is om een gesprek te volgen in een drukke ruimte
  • Je meer moeite hebt om je aandacht bij één taak te houden
  • Je sneller overprikkeld raakt
  • Je minder goed slaapt of moeite hebt om in slaap te vallen.

 

💡 Belangrijk om te weten!
De reticulaire kern stuurt geen informatie rechtstreeks naar de hersenschors.

De reticulaire kern verwerkt zelf geen gevoel, beweging, zien of horen.

Hij helpt vooral om te bepalen welke informatie op dat moment belangrijk is en doorgestuurd moet worden naar de hersenschors.

Daardoor speelt deze kerngroep een belangrijke rol bij aandacht, concentratie en slaap.

👩‍⚕️Verdieping voor zorgprofessionals

Belangrijkste afferente verbindingen

  • Collateralen van thalamo-corticale projecties
  • Collateralen van cortico-thalamische projecties
  • Beperkte modulerende input vanuit cholinerge en monoaminerge systemen

Belangrijkste efferente verbindingen

  • GABA-erge projecties naar vrijwel alle specifieke en associatieve thalamuskernen

Belangrijk: de TRN projecteert niet rechtstreeks naar de cerebrale cortex.

Klinische relevantie

De reticulaire kern bestaat vrijwel volledig uit GABA-erge neuronen en vormt het belangrijkste inhiberende netwerk van de thalamus. Zij reguleert de synchronisatie van thalamo-corticale activiteit en speelt een rol bij:

  • selectieve aandacht
  • sensorische filtering
  • slaapspoelen tijdens de non-REM-slaap
  • regulatie van thalamo-corticale ritmes

    Stoornissen van de TRN worden in verband gebracht met onder andere:

    • absence-epilepsie
    • aandachtstekortstoornissen
    • schizofrenie
    • slaapstoornissen

    Voor veel van deze aandoeningen is de TRN waarschijnlijk één van meerdere betrokken netwerken. De precieze bijdrage wordt nog onderzocht.


    📚 Anatomische referenties

    Primaire bron

    • Gray's Anatomy: The Anatomical Basis of Clinical Practice (meest recente editie)

    Aanvullende anatomische bronnen

    • Mai JK & Paxinos G. Atlas of the Human Brain
    • Blumenfeld H. Neuroanatomy Through Clinical Cases

    Ondersteunende literatuur

    • Recente neuroanatomische en neurofysiologische literatuur over de nucleus reticularis thalami, GABA-erge inhibitie, thalamo-corticale netwerken en aandacht- en slaapregulatie.

Anatomische opmerking
De metathalamus en epithalamus behoren niet tot de dorsale thalamus. Ze worden in deze opsomming toch opgenomen, omdat ze volgens de anatomische atlassen van Gray's Anatomy, Mai & Paxinos en en klinische huidige neurologie kennis van Blumenfeld samen met de thalamus worden beschreven, als onderdelen van het diencephalon (tussenhersenen).

  • Gray's Anatomy: The Anatomical Basis of Clinical Practice (meest recente editie)
  • Mai JK & Paxinos G. Atlas of the Human Brain
  • Blumenfeld H. Neuroanatomy Through Clinical Cases

13. Metathalamus (LGN en MGN) als anatomisch onderdeel van het diencephalon


📍 Waar ligt de metathalamus?

De metathalamus ligt aan de achter-onderzijde van de thalamus, direct onder het pulvinar.

De metathalamus bestaat uit twee afzonderlijke structuren:

  • Lateraal knievormig lichaam (LGN)
  • Mediaal knievormig lichaam (MGN)


Zie volgend uitklapmenu.

Hoewel de metathalamus vaak samen met de thalamus wordt beschreven, behoort het anatomisch niet tot de dorsale thalamus. Het vormt een apart onderdeel van het diencephalon (tussenhersenen).

13A. Lateraal knievormig lichaam (LGN)

📍 Waar ligt deze kern?

Het lateraal knievormig lichaam (LGN) ligt aan de buitenzijde van de metathalamus, direct onder het pulvinar. Het LGN is het belangrijkste schakelstation voor het zien.

⬅️ Ontvangt informatie van

  • Het netvlies (retina) van beide ogen

De informatie gaat via de oogzenuw en de optische banen naar het LGN , via de tractus opticus na gedeeltelijke kruising in het chiasma opticum.

➡️ Stuurt informatie naar

  • De primaire visuele hersenschors in de achterhoofdskwab (occipitale cortex)

Hier wordt de informatie verder verwerkt tot wat we bewust zien.


🧠 Wat doet deze kern?

Het LGN helpt bij:

  • Het doorgeven van visuele informatie
  • Het herkennen van contrasten
  • Het verwerken van kleur
  • Het verwerken van beweging
  • Het richten van de visuele aandacht

Het LGN is meer dan een doorgeefstation. Het helpt ook om belangrijke visuele informatie te selecteren voordat deze de hersenschors bereikt.

⚠️ Mogelijke gevolgen van schade

  • Gezichtsvelduitval aan de tegenovergestelde zijde
  • Moeite met het verwerken van visuele informatie
  • Problemen met het herkennen van beweging
  • Minder goed overzicht houden tijdens het kijken


🏠 Wat merk je hiervan in het dagelijks leven?

Je kunt bijvoorbeeld merken dat:

  • Je een deel van je omgeving niet ziet.
  • Je mensen of voorwerpen aan één kant mist.
  • Lezen moeilijker wordt.
  • Drukke beelden lastig te overzien zijn.

💡 Belangrijk om te weten

Het LGN maakt het zien niet mogelijk, maar zorgt ervoor dat visuele informatie goed wordt voorbereid voordat deze de hersenschors bereikt.


13B. Mediaal knievormig lichaam (MGN)

📍 Waar ligt deze kern?

Het mediaal knievormig lichaam (MGN) ligt aan de binnenzijde van de metathalamus, naast het LGN.

Het MGN is het belangrijkste schakelstation voor het horen.

⬅️ Ontvangt informatie van

  • De gehoorbanen uit de hersenstam
  • Vooral vanuit de colliculus inferior

Deze informatie gaat over:

  • Toonhoogte
  • Geluidssterkte
  • Richting van geluid
  • Klankpatronen

➡️ Stuurt informatie naar

  • De primaire gehoorschors in de slaapkwab (temporale cortex)

Hier worden geluiden bewust waargenomen en herkend.

🧠 Wat doet deze kern?

Het MGN helpt bij:

  • Het doorgeven van geluidsinformatie
  • Het herkennen van verschillende geluiden
  • Het onderscheiden van spraak en andere geluiden
  • Het bepalen waar geluid vandaan komt
  • Het richten van de aandacht op belangrijke geluiden


⚠️ Mogelijke gevolgen van schade

  • Moeite met het verwerken van geluiden
  • Moeite om spraak te begrijpen in een drukke omgeving
  • Problemen met het herkennen van geluidsbronnen
  • Verminderde verwerking van complexe geluiden

Een enkel letsel in het MGN veroorzaakt meestal geen volledige doofheid, omdat de gehoorbanen aan beide zijden van de hersenen vertegenwoordigd zijn.

🏠 Wat merk je hiervan in het dagelijks leven?

Je kunt bijvoorbeeld merken dat:

  • Je gesprekken moeilijker kunt volgen als er veel achtergrondgeluid is.
  • Je moeite hebt om te bepalen waar een geluid vandaan komt.
  • Muziek anders klinkt of moeilijker te herkennen is.
  • Het meer inspanning kost om gesproken taal te begrijpen.

 

💡 Belangrijk om te weten

Het MGN zorgt ervoor dat geluidsinformatie goed wordt voorbereid voordat deze de gehoorschors bereikt.

Daardoor helpt deze kern bij het herkennen en begrijpen van geluiden.

👩‍⚕️ Verdieping voor zorgprofessionals

Lateraal knievormig lichaam (LGN)

Belangrijkste afferente verbindingen

  • Retina via de tractus opticus
  • Corticale feedback vanuit de visuele cortex
  • Nucleus reticularis thalami

Belangrijkste efferente verbindingen

  • Radiatio optica
  • Primaire visuele cortex (V1)


Mediaal knievormig lichaam (MGN)

Belangrijkste afferente verbindingen

  • Colliculus inferior via het brachium colliculi inferioris
  • Auditieve hersenstamkernen
  • Nucleus reticularis thalami

Belangrijkste efferente verbindingen

  • Radiatio acustica
  • Primaire auditieve cortex (Heschl)

Klinische relevantie

Het LGN vormt het belangrijkste thalamische relais van het visuele systeem en bestaat uit zes gelaagde neuronlagen met gescheiden verwerking van magnocellulaire, parvocellulaire en koniocellulaire informatie.

Het MGN vormt het belangrijkste thalamische relais van het auditieve systeem en speelt een rol bij temporele verwerking, auditieve aandacht en spraakverwerking. Door de bilaterale organisatie van de auditieve banen leidt een unilaterale MGN-laesie meestal niet tot volledige uitval van het gehoor.

📚 Anatomische referenties

Primaire bron

  • Gray's Anatomy: The Anatomical Basis of Clinical Practice (meest recente editie)

Aanvullende anatomische bronnen

  • Mai JK & Paxinos G. Atlas of the Human Brain
  • Blumenfeld H. Neuroanatomy Through Clinical Cases

Ondersteunende literatuur

  • Recente neuroanatomische literatuur over de visuele en auditieve thalamus, corticothalamische feedback en sensorische informatieverwerking.

14. Epithalamus

📍 Waar ligt de epithalamus?

De epithalamus ligt boven en achter de dorsale thalamus, tegen het dak van de derde ventrikel.

Het vormt een klein maar belangrijk onderdeel van de tussenhersenen (diencephalon).

🧩 Uit welke onderdelen bestaat de epithalamus?

De epithalamus bestaat uit vier belangrijke onderdelen. Deze bespreken we in de volgende uitklapmenu's:

LET OP! De epithalamus is geen zelfstandig functioneel centrum. Deze onderdelen werken nauw met elkaar samen, maar hebben ieder een eigen functie en eigen gespecialiseerde taak.

🧠 Wat doet de epithalamus?

De verschillende onderdelen van de epithalamus werken samen en helpen onder andere bij:

  • het verwerken van emoties en motivatie
  • het beoordelen van beloning en teleurstelling
  • het aanpassen van gedrag op basis van eerdere ervaringen
  • het uitwisselen van informatie tussen delen van het limbische systeem
  • het regelen van het slaap-waakritme via de epifyse en het hormoon melatonine

Daarnaast vormt de epithalamus een verbinding tussen het limbische systeem, de hersenstam en andere delen van de tussenhersenen.


  • ⚠️ Mogelijke gevolgen van schade


De gevolgen hangen af van welk onderdeel van de epithalamus is beschadigd.

  • Schade aan de habenulaire kernen geeft andere klachten dan schade aan de epifyse.
  • Een beschadiging van de stria medullaris thalami is weer iets anders dan een beschadiging van de commissura habenularum.

🏠 Wat merk je hiervan in het dagelijks leven?

De klachten verschillen per persoon en hangen af van welk onderdeel van de epithalamus is aangedaan. Wanneer één onderdeel van de epithalamus minder goed werkt (wat zeldzaam is), kun je bijvoorbeeld merken dat:

  • Je minder gemotiveerd bent om dingen te ondernemen.
  • Het moeilijker is om met teleurstellingen om te gaan.
  • Je minder goed leert van eerdere ervaringen.
  • Je emoties sneller veranderen of moeilijker onder controle zijn.
  • Je dag- en nachtritme verstoord raakt wanneer ook de epifyse of haar verbindingen zijn aangedaan.
  • Je moeite hebt om je aan te passen aan veranderende situaties.
  • Je gevoeliger bent voor stress.
  • Je je soms minder goed kunt concentreren.

💡 Belangrijk om te weten

De epithalamus is geen onderdeel van de dorsale thalamus.

Toch wordt het vaak samen met de thalamus beschreven, omdat beide structuren deel uitmaken van de tussenhersenen (diencephalon) en nauw met elkaar verbonden zijn.

👩‍⚕️ Verdieping voor zorgprofessionals

De epithalamus bestaat uit meerdere anatomische structuren met verschillende functies. De habenulaire kernen vormen het belangrijkste neuronale onderdeel en zijn betrokken bij limbisch-mesencefale circuits. De stria medullaris thalami is de belangrijkste afferente baan naar de habenula, terwijl de commissura habenularum beide habenulaire kernen met elkaar verbindt. De epifyse is een neuro-endocriene klier die melatonine produceert en een rol speelt bij de regulatie van het circadiane ritme.

📚 Anatomische referenties

Primaire bron

  • Gray's Anatomy: The Anatomical Basis of Clinical Practice (meest recente editie)

Aanvullende anatomische bronnen

  • Mai JK & Paxinos G. Atlas of the Human Brain
  • Blumenfeld H. Neuroanatomy Through Clinical Cases

Ondersteunende literatuur

  • Recente neuroanatomische literatuur over de epithalamus, de habenulaire kernen en limbische netwerken.
 
 

 

 

14A. Habenulaire kernen

14A. Habenulaire kernen
📍 Waar liggen deze kernen?

De habenulaire kernen liggen aan de achter-bovenkant van de thalamus, als onderdeel van de epithalamus. Ze liggen vlak vóór de epifyse (pijnappelklier) en naast de derde ventrikel.

Er zijn twee habenulaire kernen:

  • de mediale habenulaire kern
  • de laterale habenulaire kern

Samen vormen zij een belangrijk verbindingscentrum tussen het limbische systeem, de hersenstam en andere delen van de tussenhersenen.

⬅️ Ontvangen informatie van

De habenulaire kernen ontvangen informatie uit verschillende hersengebieden, waaronder:

  • het limbische systeem
  • de hypothalamus
  • de basale voorhersenen
  • de prefrontale hersenschors (indirect)
  • andere delen van de tussenhersenen

Deze informatie gaat onder andere over:

  • emoties
  • motivatie
  • beloning
  • stress
  • gedrag

Een groot deel van deze informatie bereikt de habenulaire kernen via de stria medullaris thalami.

➡️ Sturen informatie naar

De habenulaire kernen sturen informatie vooral via de fasciculus retroflexus (hebenulo-interpedunculaire baan)
naar:

  • de hersenstam
  • de interpedunculaire kern
  • gebieden die betrokken zijn bij de aanmaak en regeling van:
    • dopamine
    • serotonine
    • noradrenaline

Hierdoor kunnen de habenulaire kernen invloed uitoefenen op stemming, motivatie en gedrag.

🧠 Wat doen deze kernen?

De habenulaire kernen helpen bij:

  • het verwerken van teleurstellingen
  • het aanpassen van gedrag wanneer iets niet goed verloopt
  • het afwegen van beloningen en nadelen
  • motivatie
  • het verwerken van stressvolle gebeurtenissen
  • het beïnvloeden van stemming
  • het leren van ervaringen

De habenulaire kernen helpen de hersenen om te bepalen of een ervaring positief of negatief is. Op basis daarvan kan het gedrag worden aangepast.

⚠️ Mogelijke gevolgen van schade

Omdat beschadiging van alleen de habenulaire kernen zeldzaam is, kunnen de klachten per persoon verschillen.

Mogelijke gevolgen zijn:

  • moeite met motivatie
  • veranderingen in stemming
  • moeite om van ervaringen te leren
  • veranderingen in het reageren op beloning of teleurstelling
  • veranderingen in emotionele verwerking

Bij uitgebreider letsel kunnen ook problemen ontstaan met aandacht of stressregulatie.

Er zijn weinig gegevens over enkele (geïsoleerde) habenulaire letsels bij mensen. Veel kennis komt uit dieronderzoek en beeldvormend onderzoek.

🏠 Wat merk je hiervan in het dagelijks leven?

Iemand met schade aan deze kernen kan bijvoorbeeld merken dat:

  • Het moeilijker is om gemotiveerd te blijven.
  • Je minder goed leert van eerdere ervaringen.
  • Teleurstellingen je sterker of juist minder sterk raken.
  • Het lastiger is om keuzes te maken op basis van eerdere ervaringen.
  • Je stemming sneller verandert.

Omdat deze klachten ook bij andere hersenaandoeningen kunnen voorkomen, is vaak niet duidelijk of de habenulaire kernen alleen verantwoordelijk zijn.

💡 Belangrijk om te weten

De habenulaire kernen regelen geen emoties op zichzelf.

Ze helpen verschillende hersengebieden samen te werken die betrokken zijn bij motivatie, leren, stemming en het verwerken van beloning en teleurstelling.

Onderzoek naar de precieze functies van de habenulaire kernen is nog volop in ontwikkeling.

👩‍⚕️ Verdieping voor zorgprofessionals

Anatomische indeling

De habenula bestaat uit:

  • Nucleus habenularis medialis
  • Nucleus habenularis lateralis

Beide kernen verschillen in verbindingen, neurotransmitters en functies.

Belangrijkste afferente verbindingen

  • Stria medullaris thalami
  • Septale kernen
  • Hypothalamus
  • Basale voorhersenen
  • Limbische structuren

Belangrijkste efferente verbindingen

  • Fasciculus retroflexus (habenulo-interpedunculaire baan)
  • Interpedunculaire kern
  • Dopaminerge gebieden (onder andere ventraal tegmentaal gebied)
  • Serotonerge raphekernen
  • Noradrenerge locus coeruleus (indirect)

Klinische relevantie

De laterale habenula speelt een belangrijke rol bij het coderen van negatieve beloningsvoorspellingen, aversief leren en motivatie. De mediale habenula is sterker betrokken bij de verbinding met de interpedunculaire kern en cholinerge regulatie.

Functionele MRI- en connectiviteitsstudies suggereren een rol van de habenula bij:

  • depressieve stoornissen
  • verslavingsproblematiek
  • chronische pijn
  • angststoornissen

Er bestaat echter nog geen volledige consensus over de exacte bijdrage van de habenula aan deze aandoeningen. De meeste gegevens zijn afkomstig uit experimenteel en translationeel onderzoek.

 

📚 Anatomische referenties

Primaire bron

  • Gray's Anatomy: The Anatomical Basis of Clinical Practice (meest recente editie)

Aanvullende anatomische bronnen

  • Mai JK & Paxinos G. Atlas of the Human Brain
  • Blumenfeld H. Neuroanatomy Through Clinical Cases

Ondersteunende literatuur

  • Recente neuroanatomische en neurowetenschappelijke literatuur over de habenulaire kernen, de fasciculus retroflexus, limbische circuits en de modulatie van dopamine-, serotonine- en noradrenalinesystemen.

14B. Stria medullaris thalami (zenuwbaan naar de habenulaire kernen)

Wat is dit?

De stria medullaris thalami is een zenuwbaan die informatie naar de habenulaire kernen brengt.

📍 Ligging

De zenuwbaan loopt langs de boven-binnenzijde van de thalamus naar de habenula.

Functie

De stria medullaris vervoert informatie vanuit verschillende delen van het limbische systeem naar de habenulaire kernen.

Daardoor speelt deze zenuwbaan een rol bij de verwerking van emoties, motivatie en beloning.

14C. Commissura habenularum (zenuwverbinding tussen de habenulaire kernen)

Wat is dit?

De commissura habenularum is een zenuwverbinding tussen de linker en rechter habenulaire kern.

📍 Ligging

De verbinding ligt vóór de epifyse, boven het dak van de derde ventrikel.

Functie

De commissuur zorgt ervoor dat beide habenulaire kernen informatie met elkaar kunnen uitwisselen.

14D. Epifyse (pijnappelklier)

➡️ Verwijzing naar onze speciale pagina over de pijnappelklier of epifyse.

Korte samenvatting

De thalamus herbergt meer dan 50 afzonderlijke kernen, die zijn georganiseerd in functioneel diverse kerngroepen. Elke groep is verbonden met specifieke symptomen die kunnen optreden bij letsel. In de tekst hierboven gaan we uitgebreid in op gevolgen van letsel van de belangrijkste kerngroepen.

Deze kernen fungeren als schakelstations, waarbij informatie uit andere delen van het zenuwstelsel wordt doorgegeven aan specifieke gebieden in de hersenschors (cortex). Belangrijk om te weten: De thalamus werkt nauw samen met andere hersengebieden. De klachten die we op deze pagina noemen, kunnen passen bij schade aan een bepaalde kerngroep, maar worden vaak mede bepaald door de samenwerking tussen verschillende hersennetwerken. In de tekst hieronder gaan we in op de klachten per kerngroep.


Thalamus31.png

De mogelijke gevolgen van beschadiging van de thalamus en per kerngroep

Belangrijk om te weten

De thalamus werkt nauw samen met andere hersengebieden. De genoemde klachten kunnen passen bij schade aan een bepaalde kerngroep, maar worden vaak mede bepaald door de samenwerking tussen verschillende hersennetwerken. Niet iedereen met een beschadiging van de thalamus krijgt dezelfde klachten. Welke klachten ontstaan, hangt onder andere af van:

  • welke kerngroep is aangedaan
  • hoe groot het letsel is
  • of één of meerdere kerngroepen zijn beschadigd
  • welke hersengebieden verder betrokken zijn.

Veel klachten kunnen ook een andere oorzaak hebben. Deze lijst laat zien welke klachten kúnnen voorkomen bij een beschadiging van de thalamus of aangrenzende structuren.

We werken de volgende gevolgen uit:

  • Geheugen
  • Executieve functies
  • Aandacht en concentratie
  • Bewegen
  • Gevoelsverandering en pijn
  • Zien
  • Visuele aandacht
  • Horen
  • Zintuiglijke overprikkeling
  • Emoties
  • Gedrag
  • Vermoeidheid
  • Verminderde mentale belastbaarheid
  • Slaap
  • Bewustzijn
  • Taal
  • Ruimtelijke oriëntatie

💡

Voor elke gevolg verwijzen we naar de uitleg over de kerngroepen van de thalamus zoals in het groene uitklapmenu hierboven en nummers bij onderstaande afbeelding:

Eerst de samenvattende tabel met de belangrijkste functie en klachten

Nr. Kerngroep / structuur © Belangrijkste functie © Mogelijke klachten bij schade ©
1 AN – Anterieure kerngroep Geheugen en leren Moeite met nieuwe informatie onthouden. Moeite om gebeurtenissen in de juiste volgorde te plaatsen.
2 MD – Mediodorsale kern Denken, plannen, emoties, werkgeheugen Vergeetachtigheid. Moeite met plannen. Minder initiatief. Veranderingen in emoties en gedrag. Woordvindingsproblemen.
3 LD – Laterale dorsale kern Oriëntatie en geheugen Moeite met ruimtelijke oriëntatie. Lichte geheugenproblemen.
4 LP – Laterale posterieure kern Verwerken van visuele informatie en aandacht Moeite met visuele informatie verwerken. Moeite met visuele aandacht.
5 - Pulvinar Selecteren van belangrijke zintuiglijke informatie en aandacht Moeite met aandacht. Moeite met drukke beelden. Zintuiglijke overprikkeling (als één van de vele hersenstructuren!). Woordvindingsproblemen.
6 VA – Ventrale anterieure kern Starten van bewegingen Moeite om bewegingen te beginnen. Trager bewegen.
7 VL – Ventrale laterale kern Coördinatie en vloeiend bewegen Minder vloeiende bewegingen. Coördinatieproblemen. Bewegingsarmoede.
8 VPL – Ventrale posterolaterale kern Gevoel uit romp, armen en benen Gevoelsverlies. Tintelingen. Verminderd pijn- en temperatuurgevoel. Thalamuspijn.
9 VPM – Ventrale posteromediale kern Gevoel uit gezicht. Smaak Gevoelsverlies in het gezicht. Verminderde smaak (zeldzaam). Thalamuspijn in het gezicht.
10 Intralaminaire kernen Alertheid, aandacht en bewustzijn Vermoeidheid. Verminderde alertheid. Bewustzijnsstoornissen bij uitgebreide schade.
11 Midline-kernen Geheugen, emoties en limbisch systeem Lichte geheugenproblemen. Veranderingen in emoties.
12 Reticulaire kern Filteren van informatie in de thalamus Moeite met prikkels filteren. Zintuiglijke overprikkeling (als één van de vele hersenstructuren!). Problemen met achtergrondgeluid.
13A LGN – Lateraal knievormig lichaam Doorgeven van visuele informatie Gezichtsvelduitval. Lichtgevoeliger.
13B MGN – Mediaal knievormig lichaam Doorgeven van gehoorinformatie Moeite met geluid verwerken. Moeite met achtergrondgeluid.
14 Epithalamus Verbinding tussen limbisch systeem en slaap-waakregulatie Veranderingen in emoties, motivatie en slaap-waakritme.
14A Habenulaire kernen Verwerken van beloning, teleurstelling en motivatie Minder motivatie. Moeite met teleurstellingen. Stemmingsveranderingen.
14B Epifyse Aanmaak van melatonine Verstoring van het slaap-waakritme.
© Hersenletsel-uitleg

Mogelijke gevolgen

Geheugen

Mogelijke klachten:

moeite met het onthouden van nieuwe informatie → 1.AN - anterieure kerngroep, 2. MD- Medidorsale kern

Vergeetachtigheid → 2. MD Mediodorsale kern

Moeite om gebeurtenissen in de juiste volgorde te plaatsen →1. AN - anterieure kerngroep

Moeite om ervaringen goed op te slaan → 1.AN anterieure kerngroep

Lichte geheugenproblemen → 11. Midline-kernen


Aandacht en concentratie

Mogelijke klachten:

Sneller afgeleid zijn → 2. MD-Mediodorsale kern

Moeite om de aandacht vast te houden → 2. MD - Mediodorsale kern, 5.Pulvinar

Moeite om meerdere dingen tegelijk te doen → 5. Pulvinar

Trager informatie verwerken → 10 Intralaminaire kernen


Bewegen

Trager bewegen → 6.VA- ventrale anterieure kern, 7.VL - Ventrale laterale kern)

Minder vloeiende bewegingen → 7.VL-Ventrale laterale kern

Coördinatieproblemen → 7.VL-Ventrale laterale kern

Moeite met het starten van een beweging → 6.VA-ventrale anterieure kern

Minder nauwkeurige bewegingen → 7.VL-Ventrale laterale kern


Gevoelsverandering en pijn

Een doof of tintelend gevoel aan één lichaamshelft → 8.VPL - Ventrale posterolaterale kern, 9.VPM-Ventrale posteromediale kern

Verminderd gevoel voor aanraking → 8.VPL - Ventrale posterolaterale kern, 9.VPM-Ventrale posteromediale kern

Minder goed temperatuur voelen → 8.VPL -Ventrale posterolaterale kern, 9.VPM-Ventrale posteromediale kern

Minder goed pijn voelen → 8.VPL - Ventrale posterolaterale kern, 9.VPM- Ventrale posteromediale kern

Brandende of hevige pijn zonder duidelijke oorzaak → 8.VPL- Ventrale posterolaterale kern, 9.VPM- Ventrale posteromediale kern

Het syndroom van Déjerine-Roussy / Thalamisch pijnsyndroom

Thalamische pijn treedt op na een beroerte (CVA) in de thalamus.
De pijn is dan voelbaar aan de andere kant van het lichaam dan waar de beroerte plaatsvond, dus in één lichaamshelft.

De pijn kan plaatselijk zijn of in een groter gebied voelbaar in de benen, armen, of in het gezicht.

De pijn kent brandende, stekende en prikkende, tintelende sensaties. Veranderingen in het weer of bepaalde bewegingen of activiteiten kunnen het verder verergeren.

Kenmerken:

  • brandende pijn
  • stekende of schietende pijn
  • prikkende of tintelende sensaties
  • pijn in arm, been en/of gezicht aan de tegenovergestelde lichaamszijde;
  • pijn bij lichte aanraking (allodynie)
  • overmatige pijnreactie (hyperalgesie)
  • verergering door kou, warmte, weersveranderingen, beweging of stress.


Lees meer op: https://www.hersenletsel-uitleg.nl/gevolgen/lichamelijke-gevolgen/pijn#thalamischepijn

Zien

Mogelijke klachten:

Moeite met het verwerken van visuele informatie.
→ 4. LP – Laterale posterieure kern
→ 5. Pulvinar

Moeite om een drukke omgeving goed te overzien.
→ 5. Pulvinar

Moeite met het herkennen van belangrijke visuele informatie tussen veel andere prikkels.
→ 5. Pulvinar

Gezichtsvelduitval aan de tegenoverliggende kant van het gezichtsveld.
→ 13a. LGN – Lateraal knievormig lichaam (metathalamus)

Gezichtsvelduitval aan de tegenoverliggende kant van het gezichtsveld.

💡Belangrijk om te weten

De thalamus zorgt er niet voor dat je kunt zien. Dat gebeurt vooral in de hersenschors achter in de hersenen. De thalamus helpt wel bij het doorgeven en selecteren van visuele informatie.


Visuele aandacht

Mogelijke klachten:

Moeite om de aandacht op een voorwerp of persoon te richten. → 5. Pulvinar

Moeite om de aandacht vast te houden tijdens het kijken.
→ 5. Pulvinar
→ 2. MD – Mediodorsale kern

Moeite om een voorwerp terug te vinden in een drukke omgeving. → 5. Pulvinar

Sneller afgeleid worden door beweging in de omgeving.→ 5. Pulvinar
→ 4. LP – Laterale posterieure kern

💡Belangrijk om te weten

Visuele aandacht is iets anders dan goed kunnen zien. De ogen kunnen normaal werken, terwijl het toch moeilijk is om de aandacht op de juiste visuele informatie te richten. Dit gaat niet over zintuiglijke overprikkeling.

Horen

Mogelijke klachten:

Moeite met het verwerken van geluid.
→ 13b. MGN – Mediaal knievormig lichaam (metathalamus)

Moeite om verschillen tussen geluiden te herkennen.
→ 13b. MGN – Mediaal knievormig lichaam (metathalamus)

Moeite om spraak goed te verstaan in een drukke omgeving.
→ 13b. MGN – Mediaal knievormig lichaam (metathalamus)
→ 12. Reticulaire kern
→ 5. Pulvinar

💡Belangrijk om te weten

Het gehoor zelf kan normaal zijn, terwijl het verwerken van geluiden in de hersenen toch moeilijker verloopt.

Zintuiglijke overprikkeling

💡Belangrijk om te weten

Zintuiglijke overprikkeling gaat over de belasting door zintuiglijke informatie én over de afgenomen belastbaarheid voor zintuiglijke prikkels als gevolg van hersenletsel. Hierdoor kunnen gewone prikkels, die voorheen geen probleem waren, als te veel of te intens worden ervaren.

De thalamus speelt hierbij een belangrijke rol, maar werkt nauw samen met andere hersengebieden. Zintuiglijke overprikkeling ontstaat meestal niet door één hersengebied alleen. Op deze pagina bespreken we namelijk alléén de rol van de thalamus, de metathalamus en de epithalamus.

! Andere hersengebieden die ook een rol kunnen spelen, worden op deze pagina niet verder uitgewerkt!

Mogelijke effecten:

Moeite om spraak goed te verstaan in een drukke omgeving.
 → 13b. MGN – Mediaal knievormig lichaam (metathalamus)
 → 12. Reticulaire kern
 → 5. Pulvinar


Geluiden komen harder of intenser binnen.

→ 13b. MGN – Mediaal knievormig lichaam (metathalamus)
→ 12. Reticulaire kern

Moeite met achtergrondgeluiden.
→ 12. Reticulaire kern
→ 13b. MGN – Mediaal knievormig lichaam (metathalamus)
→ 5. Pulvinar

Licht wordt sneller als hinderlijk ervaren.
→ 13a. LGN – Lateraal knievormig lichaam (metathalamus)
→ 5. Pulvinar

Moeite met drukke beelden of veel beweging om je heen.
→ 5. Pulvinar
→ 4. LP – Laterale posterieure kern

Aanraking kan sneller als te veel worden ervaren.
→ 8. VPL – Ventrale posterolaterale kern
→ 9. VPM – Ventrale posteromediale kern

Pijnprikkels kunnen heftiger worden ervaren.
→ 8. VPL – Ventrale posterolaterale kern
→ 9. VPM – Ventrale posteromediale kern

 

Emoties

Mogelijke klachten:

Minder goed grip hebben op emoties.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 14A. Habenulaire kernen

Sneller emotioneel reageren.
→ 2. MD – Mediodorsale kern

Minder emotie laten zien dan voorheen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern

Stemmingsveranderingen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 14A. Habenulaire kernen

Minder motivatie.
→ 14A. Habenulaire kernen

Moeite om met teleurstellingen om te gaan.
→ 14A. Habenulaire kernen

Minder plezier ervaren bij activiteiten die vroeger leuk waren.
→ 14A. Habenulaire kernen

💡Belangrijk om te weten

Emoties ontstaan door samenwerking van verschillende hersengebieden. De mediodorsale kern en de habenulaire kernen spelen hierbij een belangrijke rol, maar werken nauw samen met onder andere de prefrontale hersenschors en andere onderdelen van het limbische systeem.

Gedrag

Mogelijke klachten:

Minder initiatief nemen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern

Moeite met plannen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern

Moeite om een activiteit zelfstandig te beginnen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 6. VA – Ventrale anterieure kern (wanneer het starten van bewegingen meespeelt)

Veranderingen in sociaal gedrag.
→ 2. MD – Mediodorsale kern

Minder flexibel kunnen inspelen op veranderingen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern

💡Belangrijk om te weten

Veranderingen in gedrag betekenen niet dat iemands persoonlijkheid volledig verandert. Vaak gaat het om subtiele veranderingen in initiatief, plannen, sociale interactie en het aanpassen aan nieuwe situaties.

Slaap

Mogelijke klachten:

Verstoring van het slaap-waakritme.
→ 14. Epithalamus
→ 14B. Epifyse

Moeite met inslapen of doorslapen.
→ 14B. Epifyse (wanneer de melatoninehuishouding is verstoord)

Overdag sneller vermoeid zijn.
→ 14. Epithalamus
→ 10. Intralaminaire kernen (wanneer ook de alertheid is verminderd)

💡Belangrijk om te weten

Het slaap-waakritme wordt door meerdere hersengebieden geregeld. De epifyse maakt het hormoon melatonine aan en staat onder invloed van signalen uit verschillende hersennetwerken. De epithalamus speelt hierin een ondersteunende rol.

Bewustzijn en alertheid

Mogelijke klachten:

Sneller slaperig zijn.
→ 10. Intralaminaire kernen

Minder alert zijn.
→ 10. Intralaminaire kernen

Moeite om langdurig wakker en alert te blijven.
→ 10. Intralaminaire kernen

Ernstige stoornissen van het bewustzijn bij uitgebreide beschadiging.
→ 10. Intralaminaire kernen

💡Belangrijk om te weten

De intralaminaire kernen maken deel uit van een groter netwerk dat betrokken is bij alertheid en bewustzijn. Ernstige bewustzijnsstoornissen ontstaan meestal alleen wanneer meerdere onderdelen van dit netwerk beschadigd zijn.

Vermoeidheid

Mogelijke klachten:

Mentale vermoeidheid.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 10. Intralaminaire kernen

Sneller uitgeput zijn na een gesprek, activiteit of drukke omgeving.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 10. Intralaminaire kernen

Minder lang activiteiten kunnen volhouden.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 10. Intralaminaire kernen

Meer tijd nodig hebben om te herstellen na lichamelijke of mentale inspanning.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 10. Intralaminaire kernen

Sneller behoefte hebben aan rustmomenten gedurende de dag.
→ 10. Intralaminaire kernen

Gevoel dat de hersenen "vol" zijn na veel informatie.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 10. Intralaminaire kernen

💡 Belangrijk om te weten

Vermoeidheid na hersenletsel is meer dan gewone moeheid. Veel mensen ervaren dat hun hersenen sneller uitgeput raken en meer hersteltijd nodig hebben.

De thalamus speelt een belangrijke rol bij alertheid, aandacht en het verwerken van informatie. Toch ontstaat mentale vermoeidheid meestal niet door één hersengebied alleen. Verschillende hersennetwerken werken hierbij samen.

In deze opsomming bespreken we alléén de rol van de thalamus. Andere hersengebieden die ook bijdragen aan mentale vermoeidheid worden op deze pagina niet verder uitgewerkt.

Verminderde mentale belastbaarheid

Wat betekent mentale belastbaarheid?

Mentale belastbaarheid is de hoeveelheid inspanning die de hersenen kunnen verwerken voordat klachten ontstaan. Na hersenletsel kan deze belastbaarheid afnemen. Daardoor kunnen activiteiten die vroeger weinig moeite kostten, nu veel energie vragen.

Mentale belastbaarheid bestaat uit verschillende onderdelen.
Twee belangrijke vormen zijn cognitieve belastbaarheid en zintuiglijke belastbaarheid:

1) Cognitieve belastbaarheid

Mogelijke effecten:

  • Moeite om langere tijd na te denken.
  • Minder lang kunnen concentreren.
  • Moeite om veel informatie tegelijk te verwerken.
  • Sneller fouten maken wanneer een taak langer duurt.
  • Moeite om meerdere taken tegelijk uit te voeren.
  • Meer rustpauzes nodig hebben tijdens denken of werken.

Mogelijk betrokken kerngroepen

→ 2. MD – Mediodorsale kern

→ 10. Intralaminaire kernen

→ 5. Pulvinar

2) Zintuiglijke belastbaarheid

Mogelijke effecten:

  • Geluid wordt sneller als te veel ervaren.
  • Achtergrondgeluiden kosten veel energie.
  • Licht wordt sneller hinderlijk.
  • Drukke beelden vragen veel inspanning.
  • Aanrakingen kunnen sneller te intens aanvoelen.
  • Meerdere prikkels tegelijk zijn moeilijk vol te houden.
  • Na een drukke omgeving is langere hersteltijd nodig.

Mogelijk betrokken kerngroepen

→ 12. Reticulaire kern

→ 5. Pulvinar

→ 10. Intralaminaire kernen

→ 13a. LGN – Lateraal knievormig lichaam (metathalamus)

→ 13b. MGN – Mediaal knievormig lichaam (metathalamus)

→ 8. VPL – Ventrale posterolaterale kern

→ 9. VPM – Ventrale posteromediale kern


💡 Belangrijk om te weten

Cognitieve belastbaarheid en zintuiglijke belastbaarheid beïnvloeden elkaar vaak. Iemand die veel zintuiglijke prikkels moet verwerken, kan zich daarna ook minder goed concentreren of minder lang nadenken. Andersom kan langdurige mentale inspanning ervoor zorgen dat iemand gevoeliger wordt voor geluid, licht of andere zintuiglijke prikkels.

Hoewel deze vormen van belastbaarheid met elkaar samenhangen, zijn het niet dezelfde functies. Het is daarom belangrijk om ze van elkaar te onderscheiden.

Overige vermelde problemen na letsel in de thalamus zijn:

Woordvindingsproblemen

→ 2. MD – Mediodorsale kern

→ 4. LP – Laterale posterieure kern

→ 5. Pulvinar

Kan voorkomen, vooral bij een beschadiging van de linker thalamus.

Verminderde smaak

→ 9. VPM – Ventrale posteromediale kern

(Zeldzaam)!!

Taal

Mogelijke klachten:

Moeite om op een woord te komen (woordvindingsproblemen).
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 4. LP – Laterale posterieure kern
→ 5. Pulvinar
(vooral bij een beschadiging van de linker thalamus)

Langzamer spreken doordat het juiste woord niet direct gevonden wordt.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 5. Pulvinar
(vooral links)

Soms een verkeerd woord gebruiken terwijl je eigenlijk iets anders bedoelt.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 5. Pulvinar
(minder vaak voorkomend)

Moeite om een zin goed op te bouwen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
(minder vaak voorkomend)

Moeite om gesproken taal goed te begrijpen.
→ 5. Pulvinar
→ 4. LP – Laterale posterieure kern
(zeldzaam, meestal bij uitgebreidere of linkszijdige beschadigingen)

Moeite om een gesprek te volgen wanneer er veel achtergrondgeluid is.
→ 13B. MGN – Mediaal knievormig lichaam (metathalamus)
→ 12. Reticulaire kern
→ 5. Pulvinar
(dit is meestal een probleem van de verwerking van informatie en niet van het taalbegrip zelf)

Woordvinden (anomie) is veruit de meest voorkomende taalstoornis na thalamusletsel.

Taalproductie (het vormen van zinnen en vloeiend spreken) is veel minder vaak aangedaan en meestal alleen bij uitgebreidere of linkszijdige laesies.

Taalbegrip is nog zeldzamer als direct gevolg van een geïsoleerde thalamuslaesie.

 

🏠 Wat merk je hiervan in het dagelijks leven?

Je kunt bijvoorbeeld merken dat:

  • een woord "op het puntje van je tong" ligt, maar niet komt
  • je meer tijd nodig hebt om iets te vertellen
  • gesprekken meer energie kosten
  • je soms een ander woord gebruikt dan je bedoelt
  • je moeite hebt om een gesprek te volgen wanneer meerdere mensen tegelijk praten
  • je sneller de draad van een gesprek kwijtraakt

    💡 Belangrijk om te weten

    De thalamus is geen taalcentrum. De belangrijkste taalgebieden liggen in de hersenschors, vooral in de linkerhersenhelft.

    De thalamus speelt wel een belangrijke rol in de netwerken die taal ondersteunen. Daardoor kunnen problemen ontstaan met het vinden van woorden, het vloeiend spreken of het verwerken van taal. Deze klachten zijn vaak subtiel en verschillen per persoon.

👩‍⚕️ Verdieping voor zorgprofessionals (uitklapmenu)

👩‍⚕️ Verdieping voor zorgprofessionals

Een thalamische afasie is een relatief zeldzaam taalstoornisbeeld dat vooral wordt beschreven na laesies van de linker thalamus, met name van de mediodorsale kern (MD), de pulvinar en in mindere mate de laterale posterieure kern (LP). Het klinische beeld bestaat vaak uit woordvindingsproblemen (anomie), verminderde verbale vloeiendheid en semantische parafasieën, terwijl de articulatie en herhaling meestal relatief goed behouden blijven. Taalbegripsstoornissen zijn doorgaans mild en treden vooral op bij uitgebreidere laesies of verstoring van de thalamo-corticale taalnetwerken.

De huidige literatuur ondersteunt het idee dat de taalstoornis niet uitsluitend wordt veroorzaakt door beschadiging van één thalamische kern, maar door verstoring van de verbindingen tussen de thalamus en de frontale, temporale en pariëtale taalgebieden.

Executieve functies (doelgericht handelen)

Mogelijke klachten

Moeite met het maken van een plan.
→ 2. MD – Mediodorsale kern

Moeite om een taak stap voor stap uit te voeren.
→ 2. MD – Mediodorsale kern

Moeite om overzicht te houden.
→ 2. MD – Mediodorsale kern

Moeite om prioriteiten te stellen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern

Moeite om een activiteit te beginnen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern
→ 6. VA – Ventrale anterieure kern (wanneer ook het starten van bewegingen is aangedaan)

Moeite om een activiteit af te maken.
→ 2. MD – Mediodorsale kern

Moeite om van aanpak te veranderen wanneer iets niet lukt.
→ 2. MD – Mediodorsale kern

Minder goed problemen oplossen.
→ 2. MD – Mediodorsale kern

Sneller impulsief reageren.
→ 2. MD – Mediodorsale kern

Minder goed kunnen inschatten wat het gevolg van een keuze kan zijn.
→ 2. MD – Mediodorsale kern


🏠 Wat merk je hiervan in het dagelijks leven?

Zie onze speciale pagina over deze problematiek.
Je kunt bijvoorbeeld merken dat:

  • het moeilijker is om een dag te plannen
  • koken volgens een recept meer moeite kost
  • boodschappen doen zonder lijstje lastiger wordt
  • je sneller vastloopt wanneer er iets onverwachts gebeurt
  • je vaker hulp nodig hebt om overzicht te houden
  • je een taak begint, maar niet afmaakt
  • het moeilijker is om keuzes te maken


💡 Belangrijk om te weten

Executieve functies helpen je om doelgericht te handelen. Ze zorgen ervoor dat je kunt plannen, organiseren, keuzes maken, problemen oplossen en je gedrag kunt aanpassen wanneer een situatie verandert.

De mediodorsale kern speelt hierbij een belangrijke rol doordat zij nauw samenwerkt met de prefrontale hersenschors. Schade aan deze kern kan ervoor zorgen dat het moeilijker wordt om kennis en vaardigheden in het dagelijks leven toe te passen, ook wanneer de intelligentie zelf behouden blijft.

Zie onze speciale pagina over deze problematiek.

👩‍⚕️ Verdieping voor zorgprofessionals (uitklapmenu)

👩‍⚕️ Verdieping voor zorgprofessionals

De mediodorsale kern (MD) heeft uitgebreide wederzijdse verbindingen met de prefrontale cortex, waaronder de dorsolaterale, orbitofrontale en mediale prefrontale gebieden. Via deze verbindingen draagt de MD bij aan executieve functies zoals werkgeheugen, cognitieve flexibiliteit, planning, besluitvorming, gedragsregulatie en doelgericht handelen.

Laesies van de MD kunnen leiden tot een dysexecutief syndroom, waarbij patiënten moeite hebben met plannen, organiseren, initiatief nemen en het aanpassen van gedrag aan veranderende omstandigheden. Deze stoornissen ontstaan door verstoring van de thalamo-prefrontale netwerken en niet uitsluitend door beschadiging van de MD zelf.

Ruimtelijke oriëntatie

Bijvoorbeeld:

  • moeite de weg vinden
  • moeite overzicht houden
  • moeite met ruimtelijke aandacht

vooral:

  • 5. Pulvinar
  • 4 LP – Laterale posterieure kern

Download hieronder Engelstalige info over de gevolgen van een thalamus beroerte door Emmanuel Carrera en Julie Bogousslavsky . M.D.

Thalamus and behavior

PDF – 706,0 KB 4360 downloads

Bronnen:

Cairns, H., RC Oldfield, JB Pennybacker, D. Whitteridge: akinetische mutisme met epidermoïd cyste op de 3e ventrikel . In: Brain . Volume 64, 1941, p 273-290.

Carrera, E., & Bogousslavsky, J. (2006). The thalamus and behavior: Effects of anatomically distinct strokes. Neurology, 66(12), 1817–1823. https://doi.org/10.1212/01.wnl.0000219679.95223.4c

Eyskens, E., Feenstra, L., Meinders, A., Vandenbroucke, J. P., & Van Weel, C. (1997). Codex Medicus (10e ed.). Maarssen, Nederland: Elsevier Gezondheidszorg.

File:Thalamus3.PNG - Wikimedia Commons. (2007, 20 januari). Geraadpleegd van https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Thalamus3.PNG

Haaxma, R. (2013). Neurologie van cognitie en gedrag in hoofdlijnen. Houten, Nederland: Springer Media.

Herrero, M., Barcia, C., & Navarro, J. (2002). Functional anatomy of thalamus and basal ganglia. Child's Nervous System, 18(8), 386–404. https://doi.org/10.1007/s00381-002-0604-1

Hersenletsel uitleg | Hersenletsel-uitleg.nl. (z.d.). Geraadpleegd van https://www.hersenletsel-uitleg.nl/

Kuks, J. B. M., Snoek, J. W., Oosterhuis, H. G. J. H., & Fock, J. M. (2003). Klinische neurologie (15e ed.). Houten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.

Palm, J. (2012). Omgaan met Hersenletsel. Assen, Nederland: Van Gorcum.

Schuurman, P. R., Bosch, D. A., Bossuyt, P. M., Bonsel, G. J., Van Someren, E. J., De Bie, R. M., . . . Speelman, J. D. (2000). A Comparison of Continuous Thalamic Stimulation and Thalamotomy for Suppression of Severe Tremor. New England Journal of Medicine, 342(7), 461–468. https://doi.org/10.1056/nejm200002173420703

Sherman, S. M. (2005). Thalamic relays and cortical functioning. Progress in Brain Research, , 107–126. https://doi.org/10.1016/s0079-6123(05)49009-3

Thalamus. (z.d.-a). Geraadpleegd van http://medicaltextbooksrevealed.s3.amazonaws.com/files/11185-53.pdf

Thalamus. (z.d.-b). Geraadpleegd van http://zlab.rutgers.edu/modules/teaching/docs/Thalamus/Thalamus%20Lecture.pdf

Thalamus. (z.d.-c). Geraadpleegd van http://www.neuroanatomy.wisc.edu/coursebook/thalamus.pdf

Wikipedia-bijdragers. (z.d.). Bestand:Thalamus3.PNG - Wikipedia. Geraadpleegd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Thalamus3.PNG

Zesiewicz, T. A., Elble, R., Louis, E. D., Hauser, R. A., Sullivan, K. L., Dewey, R. B., . . . Weiner, W. J. (2005). Practice Parameter: Therapies for essential tremor: Report of the Quality Standards Subcommittee of the American Academy of Neurology. Neurology, 64(12), 2008–2020. https://doi.org/10.1212/01.wnl.0000163769.28552.cd

Anatomische bronnen:

  • Gray's Anatomy: The Anatomical Basis of Clinical Practice (meest recente editie)
  • Mai & Paxinos – Atlas of the Human Brain
  • Blumenfeld – Neuroanatomy Through Clinical Cases
"Thalamus3" door Original uploader was Albert Kok at nl.wikipedia - Originally from nl.wikipedia; description page is/was here.. Licentie Publiek domein via Wikimedia Commons.