Basale ganglia

Het brein werkt als één geheel samen. Hersenfuncties lopen verspreid door de hersengebieden en komen voort uit de uitwisseling tussen de gebieden. Toch zijn er wel klachten aan te wijzen per hersengebied.

 

De basale ganglia worden ook wel de basale kernen (nuclei basales) of diepe kernen genoemd.

Ganglia is meervoud van ganglion. Het woord ganglion betekent een groep zenuwcellen met dezelfde functie.

De basale ganglia vormen geen anatomische structuur die je eenvoudig kunt aanwijzen. Hoewel ze anatomisch verspreid liggen, vormen ze via vele paden een sterke functionele eenheid. Dat wil zeggen dat deze groep van kernen vergelijkbare functies hebben. Sommige auteurs beschouwen zelfs negen kernen als onderdeel van de basale ganglia. De kleine hersenen en de basale ganglia vormen samen wat ook wel het extrapiramidale systeem wordt genoemd. 

Functies

🧠 Wat doen de basale ganglia?

De basale ganglia helpen je hersenen om de juiste keuzes te maken. Ze zorgen ervoor dat belangrijke acties soepel verlopen en dat onnodige acties worden geremd. Ze werken daarbij nauw samen met de grote hersenen (cortex cerebri), de thalamus en de kleine hersenen.

Samengevat hebben de basale ganglia vijf belangrijke functies:

  • 🚶 Beweging regelen
    Ze helpen om bewegingen soepel te starten, uit te voeren en weer te stoppen. Ook zorgen ze ervoor dat ongewenste bewegingen worden onderdrukt.

    Ze reguleren evenwicht, houding, oogbewegingen en de start en planning van bewegingen. Ze werken samen met hersengebieden die beweging regelen en verbinden de thalamus met de motorische cortex. 
    👀 Oogbewegingen sturen
    Ze helpen je ogen snel en nauwkeurig naar een voorwerp of persoon te bewegen. Daardoor kun je gemakkelijk van het ene punt naar het andere kijken en je aandacht verplaatsen

  • 🎯 Automatische handelingen aanleren
    Door veel te oefenen worden sommige handelingen vanzelfsprekend: De basale ganglia spelen hierbij een belangrijke rol. De basale ganglia regelen automatische bewegingen, zoals autorijden, fietsen, breien, balans houden, lopen, typen of autorijden. Bij volwassenen zijn ook de reflexen voor houding hier opgeslagen.
  • 🧩 Denken en plannen ondersteunen
    Ze helpen bij het kiezen van een passende reactie, het plannen van handelingen, het wisselen tussen taken en het nemen van beslissingen.
  • 😊 Motivatie en beloning verwerken
    Ze spelen een rol bij motivatie, het ervaren van beloning en het aanleren van gedrag dat succes oplevert. Hierdoor beïnvloeden ze ook initiatief en doorzettingsvermogen.
  • ⚖️ Het juiste gedrag kiezen
    De basale ganglia helpen om uit meerdere mogelijke acties de meest passende te kiezen. Tegelijk remmen zij acties die op dat moment minder geschikt zijn.

💡 Belangrijk om te weten

De basale ganglia sturen bewegingen, oogbewegingen en gedrag niet rechtstreeks aan. Ze werken als een soort regelcentrum dat voortdurend beoordeelt welke beweging, gedachte of handeling het beste past bij de situatie. Daarna geven ze via de thalamus signalen terug aan de grote hersenschors (cortex cerebri), waar de uiteindelijke aansturing plaatsvindt.

Deze samenwerking maakt het mogelijk om soepel te bewegen, doelgericht te handelen en flexibel te reageren op veranderingen. Daarom kunnen beschadigingen van de basale ganglia niet alleen leiden tot bewegingsproblemen, maar ook tot veranderingen in denken, motivatie, emoties en gedrag, motivatie, beloning,  respons op stimuli, verslaving en gewoontevorming.

De basale ganglia kunnen bijdragen aan neuropathologie van depressie, vooral in relatie tot het limbische systeem. Bij schizofrenie zijn cognitieve stoornissen, zoals geheugenproblemen en leerachterstand, gekoppeld aan schade in dit gebied.

👩‍⚕️ Verdieping voor zorgprofessionals (uitklapmenu)

De basale ganglia als parallelle functionele lussen

De basale ganglia functioneren niet als één enkele schakel in de motoriek, maar als een verzameling van parallelle cortico-basal-ganglia-thalamo-corticale circuits. Elk circuit verwerkt informatie uit een specifiek deel van de hersenschors en stuurt deze via de basale ganglia en de thalamus terug naar vrijwel hetzelfde corticale gebied. Hierdoor kunnen verschillende functies grotendeels onafhankelijk van elkaar worden gereguleerd.

Hoewel de circuits anatomisch gedeeltelijk overlappen, worden zij functioneel onderscheiden in de volgende lussen.


1. Motorische lus

Belangrijkste functie

Regulatie van willekeurige bewegingen.

Belangrijkste corticale gebieden

  • Primaire motorische schors
  • Premotorische schors
  • Supplementaire motorische schors

Belangrijkste onderdelen van de basale ganglia

  • Putamen
  • Globus pallidus externus (GPe)
  • Globus pallidus internus (GPi)
  • Nucleus subthalamicus
  • Substantia nigra pars reticulata (SNr)

Functies

  • Initiëren van bewegingen
  • Selecteren van gewenste bewegingen
  • Onderdrukken van ongewenste bewegingen
  • Reguleren van bewegingssnelheid
  • Reguleren van bewegingskracht
  • Automatiseren van geoefende motorische vaardigheden

Bij schade

  • Bradykinesie
  • Hypokinesie
  • Rigiditeit
  • Tremor (afhankelijk van de aandoening)
  • Dystonie
  • Chorea
  • Dyskinesieën

2. Oculomotorische lus

Belangrijkste functie

Regulatie van vrijwillige oogbewegingen.

Belangrijkste corticale gebieden

  • Frontale oogvelden (Frontal Eye Fields)
  • Supplementary Eye Field

Belangrijkste onderdelen van de basale ganglia

  • Nucleus caudatus
  • Substantia nigra pars reticulata (SNr)

Belangrijkste verbindingen

  • Colliculus superior
  • Thalamus

Functies

  • Initiëren van saccades
  • Onderdrukken van ongewenste oogbewegingen
  • Verplaatsen van visuele aandacht
  • Selecteren van relevante visuele doelen

Bij schade

  • Moeite met het starten van saccades
  • Langzamere oogbewegingen
  • Verminderde visuele exploratie
  • Moeite met het richten van de aandacht

3. Associatieve (cognitieve) lus

Belangrijkste functie

Executieve functies.

Belangrijkste corticale gebieden

  • Dorsolaterale prefrontale cortex

Belangrijkste onderdelen van de basale ganglia

  • Nucleus caudatus
  • GPi
  • SNr

Functies

  • Plannen
  • Organiseren
  • Werkgeheugen
  • Probleemoplossing
  • Cognitieve flexibiliteit
  • Taakwisseling
  • Aandachtscontrole

Bij schade

  • Dysexecutief syndroom
  • Traag denken
  • Verminderde mentale flexibiliteit
  • Moeite met plannen
  • Verminderde initiatiefname

4. Limbische lus

Belangrijkste functie

Motivatie, emoties en beloningsgestuurd gedrag.

Belangrijkste corticale gebieden

  • Anterieure cingulaire cortex
  • Limbische cortex

Belangrijkste onderdelen van de basale ganglia

  • Nucleus accumbens
  • Ventraal pallidum

Belangrijkste verbindingen

  • Amygdala
  • Hippocampus
  • Ventraal tegmentaal gebied (VTA)

Functies

  • Motivatie
  • Beloning
  • Bekrachtigingsleren
  • Emotionele betekenis
  • Initiatief
  • Doelgericht gedrag

Bij schade

  • Apathie
  • Verminderde motivatie
  • Initiatiefverlies
  • Anhedonie
  • Veranderingen in beloningsgevoeligheid

4. Orbitofrontale lus

Gedragsregulatie

sociale controle

responsinhibitie

waardering van beloning


5. Anterieure cingulaire (limbische) lus

motivatie

initiatief

emotionele betekenis

beloning

 


Klinisch belang

In de praktijk beïnvloeden deze lussen elkaar voortdurend. Daardoor kunnen aandoeningen van de basale ganglia, zoals de ziekte van Parkinson, de ziekte van Huntington, dystonie of vaatschade, niet alleen leiden tot bewegingsstoornissen, maar ook tot problemen met oogbewegingen, aandacht, planning, motivatie, emoties en gedrag. Welke klachten op de voorgrond staan, hangt af van welke circuits het meest zijn aangedaan.


📚 Anatomische referenties

  • Gray's Anatomy: The Anatomical Basis of Clinical Practice.
  • Mai JK, Paxinos G. The Human Nervous System.
  • Blumenfeld H. Neuroanatomy Through Clinical Cases.
  • Alexander GE, DeLong MR, Strick PL. Parallel organization of functionally segregated circuits linking basal ganglia and cortex. Annual Review of Neuroscience. 1986.

    auteursrecht: Hersenletsel-uitleg team neurologie

Waar in de hersenen?

De basale ganglia als functionele eenheid

De basale ganglia bestaan uit meerdere diepe hersenkernen die via uitgebreide zenuwverbindingen samenwerken als één functionele eenheid.  Op de afbeelding s zijn de volgende onderdelen genummerd:

1. Caudate nucleus /Nucleus caudatus (staartkern)
Samen met het putamen vormt de nucleus caudatus het dorsale striatum 

2. Putamen (schelp)
Samen met de nucleus caudatus vormt het putamen het dorsale striatum 

5. Nucleus accumbens  (accumbenskern)
De nucleus accumbens vormt de ventrale overgang tussen de nucleus caudatus en het putamen en behoort tot het ventrale striatum.

Opmerking: Ook de olfactorische tuberkel (tuberculum olfactorium) behoort tot het ventrale striatum, maar is niet afgebeeld in deze coronale doorsnede.

3. Globus pallidus externus (GPe)

4. Globus pallidus internus (GPi)

Samen vormen GPe en GPi de Globus pallidus  (bleke bol).

6. Subthalamische kern /Nucleus subthalamicus (onderthalamische kern)

7. Zwarte kern (substantia nigra pars compacta) (SNc)

8. Zwarte kern (substantia nigra pars reticulata) (SNr)

Samen vormen SNc en SNr de substantia nigra (zwarte kern).


Belangrijk om te weten

  • Dorsale striatum = nucleus caudatus + putamen.
  • Ventrale striatum = nucleus accumbens + olfactorische tuberkel.
  • Lentiforme kern. (nucleus lentiformis) = putamen + globus pallidus (GPe en GPi).
  • De olfactorische tuberkel behoort anatomisch tot het ventrale striatum, maar is in deze doorsnede niet zichtbaar.
  • De basale ganglia vormen geen één aaneengesloten anatomische structuur, maar een functioneel netwerk van anatomisch gescheiden kernen.
  • De basale ganglia bestaan uit meerdere diepe hersenkernen.

Zijaanzicht van de basale ganglia structuren:


Anatomy_of_the_basal_ganglia.jpg©

Picture info see footnotes Lim Fiez Holt

Anatomie en functie van de deelgebieden van de basale ganglia

Corpus striatum

Het corpus striatum betekent letterlijk 'het gestreepte lichaam' en is op te delen in:

1.  Het striatum dorsale (aan de rugzijde) met twee onderdelen:

  • Het putamen speelt een cruciale rol in de regulatie van motoriek, zowel bij vrijwillige als onvrijwillige bewegingen. Het bereidt de ledematen voor op actie en ondersteunt bij het uitvoeren van bewegingen. Daarnaast is het putamen betrokken bij leren en de motorische controle van spraak, zoals bij spraakarticulatieproblemen zoals spraakapraxie en dysartrie. Verder speelt het een belangrijke rol bij taalfuncties, beloningsprocessen, cognitieve functies en verslaving.

    Schade aan het putamen kan leiden tot verschillende problemen, zoals bewegingsstoornissen, problemen met het denken en psychische / psychiatrische klachten. Dit kan bijvoorbeeld onwillekeurige, schokkerige bewegingen of trillingen veroorzaken, zoals bij de ziekte van Huntington. Bij de ziekte van Parkinson is er een tekort aan dopamine in het achterste deel van het putamen. Dit zorgt voor stijfheid, trillingen, problemen met coördinatie en evenwichtsstoornissen.

    Het restless legs syndrome (rusteloze benen) kan ook een gevolg zijn van letsel aan het putamen. Het restless legs syndrome veroorzaakt schokken van de benen en een pijnlijke drang om de benen te bewegen.

    Schade aan het putamen wordt in verband gebracht met verschillende aandoeningen, zoals de ziekte van Alzheimer, Lewy body dementie, OCD (dwangstoornis), bipolaire stoornis, het Tourette-syndroom en ADHD (aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit). Een kleiner putamen wordt ook vaak gezien bij mensen met een depressie, Williams-syndroom, autisme en schizofrenie.

    Het putamen en de globus pallidus vormen samen, qua vorm (niet qua functie), de lenskern, ook wel de lentiforme of lenticulaire kern genoemd.

 

Afbeelding van het Putamen:

  • nucleus caudatus / caudate nucleus (staartkern) heeft de vorm van een langgerekte C in beide hersenhelften. Het speelt een belangrijke rol in ons emotionele en sociale leven. Dit gebied werkt samen met andere hersenstructuren om beloningen te verwerken, zoals de positieve emoties die we voelen bij wederzijdse genegenheid of een hechte verbinding met anderen. Daarnaast speelt de caudate nucleus een rol in het versterken van sociale banden door het koppelen van positieve ervaringen aan specifieke mensen of situaties.

    De functie bestaat uit:
      • motivatie en beloning, inclusief verlangen naar beloning
      • het doorgeven van informatie over waar je lichaam zich bevindt
      • het zorgen voor een goede houding van je lichaam, armen en benen
      • het zorgen dat je bewegingen precies zijn
      • het bepalen van hoe snel je beweegt
      • het opslaan van herinneringen, kort en lang
      • taal begrijpen
      • nieuwe dingen leren
      • het verwerken van feedback

De informatie gaat via de putamen en globus pallidus naar de thalamus, en komt daarna in de frontale hersenschors terecht.

Recent onderzoek toonde aan dat er iets verandert in de caudate nucleus, dat de vermoeidheid bij Multiple Sclerose en traumatisch hersenletsel kan verklaren. 

 

Afbeelding van de nucleus caudatus / caudate nucleus:

2. Het striatum ventrale (aan de buikzijde)
Dit ventrale deel wordt beschouwd als horend bij het limbisch systeem.

  • Nucleus accumbens is een onderdeel van het beloningssysteem in de hersenen en speelt een rol bij gedrag. Het helpt bij pijnbestrijding door de afgifte van dopamine en serotonine, die een rol spelen bij pijn en plezier. Meer uitleg vind je op de pagina over pijn en hersengebieden.

  • Olfactorische tuberkel (tuberculum olfactorium) maakt deel uit van het reukkanaal voor geurwaarneming.

Bepaalde delen van de nucleus caudatus en het putamen worden ook tot het striatum ventrale gerekend.

Globus pallidus of Pallidum

De globus pallidus ook wel de bleke bol genoemd, is verder verdeeld in twee segmenten: het interne segment (globus pallidus internus) en het externe segment (globus pallidus externus). Beide segmenten werken samen met andere hersengebieden om soepele en precieze bewegingen mogelijk te maken.

Functie
De globus pallidus helpt bij het regelen van bewegingen en speelt een rol bij het leren. Het gebruikt hiervoor dopamine, een stof die in de substantia nigra (zwarte kern) wordt gemaakt. Het stuurt informatie van de basale ganglia naar de thalamus via GABA, een stof die zorgt voor het remmen van bewegingen.

Beschadiging /letsel door
De globus palllidus kan beschadigd worden door koolmonoxidevergiftiging, zuurstoftekort (hypoxie), vergiftiging met een zwaar slaap- en kalmeringsmiddel barbituraat (barbituraatintoxicatie), cyanidevergiftiging, waterstofsulfidevergiftiging, ernstige langdurige lage bloedsuikerspiegels (hypoglykemie), lage bloeddruk (hypotensie) en bij koperstapeling in het lichaam; de ziekte van Wilson.

Gevolgen van beschadiging
Schade in de globus pallidus betreft leerfuncties en bewegingsstoornissen.

Pallidus of pallidum betekent letterlijk het bleke binnenste gebied. (zie ook volgende alinea).

 

Afbeelding van de Globus pallidus:

Lentiforme of lenticulaire kern (lenskern)

Het putamen en de globus pallidus vormen samen de lenskern of de lentiforme of lenticulaire kern. Het dankt zijn naam aan de vorm van een lens.
De globus pallidus is het kegelvormige deel van de lentiforme kern waarvoor het putamen een kap vormt.

Er is alleen een anatomische verbinding, geen functionele eenheid. Beiden worden gescheiden door een dunne laag witte stof; de mediale medullaire lamina.

Functie
De lenskern is belangrijk bij leren, motivatie en bij motorische vaardigheden.
Het wordt soms in verband gebracht met agressie bij een beschadiging.

Deze lenskern wordt beschreven bij verschillende aandoeningen, zoals bij atypische parkinsonsyndromen (MSA, PSP), de ziekte van Wilson (koperstapeling) of dystonie.

Subthalamische kern

De subthalamische kern of nucleus subthalamicus (Luys’ bodies ) omvat:

  • Dorsale (motorische) deel, dat input ontvangt van de primaire motorische cortex.
  • Ventrolaterale (associatieve) deel, dat input ontvangt van de prefrontale cortex en frontale oogvelden.
  • Ventromediale (limbische) deel, dat input ontvangt van de cortex anterior cingulate.

De subthalamische kern is betrokken bij vrijwillige en onvrijwillige bewegingen, associatief leren en bij limbische functies.
Voor de bewegingsstoornissen die kunnen ontstaan bij schade aan de subthalamische kern, zie onderaan deze pagina.

Zwarte kern / Substantia nigra

De zwarte kern, ook wel substantia nigra genoemd, ligt in het voorste deel van de middenhersenen (mesencephalon). Deze kern zorgt ervoor dat de basale ganglia dopamine krijgen, een stof die belangrijk is voor verschillende functies. Hoewel de zwarte kern in de middenhersenen ligt, wordt het qua functie gezien als onderdeel van de basale ganglia. De zwarte kern speelt een rol bij vrijwillige bewegingen, je ruimtelijke oriëntatie, leren, het regelen van je stemming en het beloningssysteem van de hersenen.


Het bestaat uit:

  • De pars compacta (SNc) aan de rugzijde met melanine gevulde neuronen. Melanine is de donkere kleur (pigment) waaraan de zwarte kern de naam dankt. Het voorziet het striatum van dopamine en is erg belangrijk om signalen door te geven van de basale ganglia naar de thalamus. Het is betrokken bij motorische controle en coördinatie. Vanuit de substantia nigra, lopen zenuwbanen naar het striatum (gestreept lichaam). Dat wordt de nigrostriatale route genoemd.
    Het verlies van dopamine-neuronen in dit gedeelte (SNc) lijkt verantwoordelijk voor het ontstaan van de ziekte van Parkinson en enkele andere parkinsonsyndromen.
    Dopamine is een signaalstofje (neurotransmitter) dat gerelateerd is aan bewegingsaandoeningen, psychiatrische stoornissen en gedragsproblemen. Lees meer over dopamine via deze link.

  • De pars reticulata (SNr) aan de buikzijde en is belangrijk bij regulatie van oogbewegingen.

Letsel in onderdelen van de basale ganglia

Beschadigingen in de basale ganglia kunnen door verschillende soorten hersenletsel veroorzaakt worden, waaronder een hersenbloeding, herseninfarct, tumor of stil infarct (SCI, silent cerebral infarct) dat niet opgemerkt wordt behalve tijdens een toevallige hersenscan.

Bewegingsstoornissen

De gevolgen van beschadigingen in de basale ganglia kunnen de volgende bewegingsstoornissen zijn:

  • Ataxie is een evenwichts- en coördinatiestoornis, een stoornis van het bewegen. De balans en de coördinatie van het bewegen zijn aangedaan. Iemand met ataxie heeft een onzeker looppatroon en beweegt zijn armen, benen en romp 'schokkerig' en ongecontroleerd.
  • Athetose wordt gekenmerkt door voortdurende, langzame, onwillekeurige bewegingen van vingers, handen, voeten en tenen, soms armen, benen, nek en tong. Vaak staan de vingers overstrekt. De gewrichten kronkelen of wringen zich continu of langzaam rollend. Als de gezichtsspieren mee bewegen lijkt het alsof het gezicht een grimas vertoont. De nekspieren lijken verdikt (hypertrofie) doordat de nekspieren veelvuldig samentrekken en het hoofd dan draait.



Filmpje Athetose

  • Ballisme (proximale chorea) wordt gekenmerkt door onwillekeurige, slingerende onregelmatige, grove bewegingen. Het is verwant aan chorea maar ballisme is langzamer dan chorea en betreft vaak zoals de naam proximale chorea aangeeft; proximale lichaamsdelen. Proximaal betekent dichterbij staand bij het centrum van het lichaam dan een ander lichaamsdeel. In het geval van ballisme betreft het de heup, de dijen, bovenarmen en schouders. Het heupgewricht ligt proximaal van het kniegewricht. De bovenarmen liggen proximaal van de onderarmen. Het tegenovergestelde is distaal.
    Ballisme wordt vaak veroorzaakt door schade aan de subthalamische kern. Dat is een onderdeel van de basale ganglia.
    Ook de Globus pallidus, Putamen of Caudate nucleus, de andere delen van de basale ganglia kunnen verstoord zijn.
    Tijdens de slaap kunnen de bewegingen tot rust komen, maar bij opwinding worden de bewegingen sterker. Oorzaken van ballisme kunnen zijn: een bloeding, een infarct, een tumor of metastase (uitzaaiing) of een infectie.
    Als het aan één zijde van het lichaam voorkomt, heet dat hemiballisme.
    Ballisme komt van het Griekse woord voor gooien en slingeren. Ballisme is één van de hyperkinetische bewegingsstoornissen. Hyperkinetisch betekent: met overmatige energie. Zie het filmpje bij hemiballisme. Dat is ballisme aan één zijde van het lichaam.
  • Bradykinesie wordt gekenmerkt door een algemene traagheid van beweging en is de meest voorkomende vorm van verminderd bewegen (hypokinesie). Iemand kan bijvoorbeeld een paar maal in de stoel heen en weer bewegen voordat hij of zij op kan staan. Automatische bewegingen bijvoorbeeld het knipperen van de ogen, gaan minder snel en soepel. Dit komt bijvoorbeeld voor bij de ziekte van Parkinson, bij andere aandoeningen en door ouderdom.
  • Chorea wordt gekenmerkt door plotse, onregelmatige, onwillekeurige, ongerichte (doelloze),voortdurende, 'dansgelijkende', soms sierlijke bewegingen van het gezicht, handen, de armen, de nek of de romp. De bewegingen kunnen seconden tot minuten aanhouden en zijn niet ritmisch van aard. De bewegingen zijn niet te onderdrukken met de wil en er is geen bewegingsdrang. Chorea is Grieks voor dans. Dit wordt veroorzaakt door letsel in de Rode Kern of door letsel in de basale ganglia. Er zijn verschillende ziektebeelden die zich presenteren met chorea maar de meest kenmerkende is de ziekte van Huntington. Daar vindt degeneratie plaats van striatale GABA neuronen, waardoor de kop van de Caudate nucleus kleiner wordt (atrofie).  Zie filmje chorea:



Filmpje demonstratie chorea

Dystonie wordt gekenmerkt door onwillekeurige, aanhoudende spiersamentrekkingen; spasmen in spieren of spiergroepen. Hierdoor kunnen repetitieve of draaiende bewegingen of een onnatuurlijke stand van het lichaamsdeel ontstaan. De vaak pijnlijke bewegingen gaan vaak gepaard met een tremor.

Dystonie vormen kunnen worden ingedeeld naar oorzaak, beginleeftijd, of naar verdeling over het lichaam.

Het kunnen enkele spiergroepen betreffen (focale dystonie) bijvoorbeeld bij spasmodische torticollis, of meerdere spiergroepen (gegeneraliseerde dystonie = uitgebreide dystonie). Dan zijn één of beide benen, de romp en tenminste één ander lichaamsdeel betrokken.

Bij spasmodische torticollis (Cervicale dystonie) is er een dystonie van de nek- en halsspieren. Als het hoofd scheef staat wordt dat laterocollis genoemd. Als de nek naar één kant gedraaid staat heet dat rotatie-torticollis. Als het hoofd naar achteren gedraaid staat heet dat retrocollis.
De oogleden kunnen in een kramp dicht blijven. Dat heet blefarospasme; letterlijk ’ooglid-samentrekking’.

Voorts zijn er nog verdelingen te maken naar segmentaal (dystonie betreft twee aangrenzende lichaamsdelen), hemidystonie (dystonie betreft één lichaamshelft, meestal door hersenletsel) en multifocaal (in een aantal lichaamsdelen dat niet aan elkaar grenst).

Symptomen van dystonie kunnen zijn:

  • Abnormale houding van de nek, tenen, handen of andere delen van het lichaam.
  • Het  onwillekeurig draaien van de nek bij vermoeidheid of stress.
  • Ongecontroleerd snel knipperen met de ogen.
  • Spasmen van de oogleden waardoor de oogleden gesloten blijven.
  • Kramp in de voet of de neiging van een voet om om te draaien na lopen.
  • Problemen met schrijven waardoor het handschrift verslechtert na  enige regels schrijven.  


Dystonie is een van de aandoeningen die kunnen volgen op beschadigingen van de basale ganglia. Dystonie kan ook een genetische oorzaak hebben.
Meer en zeer uitgebreide info kunt u vinden bij de Dystonie vereniging.

  • Hemiballisme /hemiballismus wordt dat gekenmerkt door wilde, onwillekeurige, slingerende, grove bewegingen van de ledematen, aan één kant van het lichaam. Het is verwant aan chorea maar ballisme is langzamer dan chorea. Ballisme wordt vaak veroorzaakt door schade aan de subthalamische kern.
    Dat is een onderdeel van de basale ganglia.
    Ook de Globus pallidus, Putamen of Caudate nucleus, de andere delen van de basale ganglia kunnen verstoord zijn.
    Tijdens de slaap kunnen de bewegingen tot rust komen, maar bij opwinding worden de bewegingen sterker. Oorzaken van ballisme kunnen zijn: een bloeding, een infarct, een tumor of metastase (uitzaaiing) of een infectie.
    Zie meer info hierboven bij Ballisme.


  • Hemiballismus-hemichorea (HBHC) syndroom is een zeldzame hyperkinetische bewegingsstoornis. Kenmerkend zijn onvrijwillige, onregelmatige, continue, eenzijdige bewegingen van het lichaam. De oorzaak ligt is een beschadiging van de basale ganglia door een herseninfarct, hersenbloeding, auto-immuunziekten. Hoewel zeldzaam, is een te hoge bloedsuiker (hyperglycemie) een andere mogelijke oorzaak van HBHC-syndroom, ook bekend als chorea-hyperglycemie-basaal gangliasyndroom in deze context.
    De diagnose kan worden gesteld als er een drietal (triade) afwijkingen zijn: chorea, hoge bloedsuiker (hyperglycemie) en radiologische afwijkingen in het een specifiek deel van de basale ganglia; het striatum.



Filmpje hemiballisme

  • Hemichorea is chorea aan één zijde van het lichaam. Zie hierboven bij Chorea.
  • Hyperkinetische bewegingsstoornissen worden gekenmerkt door teveel en ongewenste, verhoogde spieractiviteit zoals bij de ziekte van Huntington. Het zijn ongewilde overmatige normale en abnormale bewegingen. Soms gepaard gaande met athetose, ballisme, beven en/of chorea. Hyperkinetisch betekent: met overmatige energie.
  • Myoclonus / myoclonie is een kortdurende, schokkerige, onwillekeurige en meestal aritmische (soms ritmische) beweging, met steeds dezelfde beweging. Er is geen bewegingsdrang. Een myoclonie is niet onderdrukbaar met de wil. Het komt van de woorden 'myo' dat spier betekent en 'clonus' dat schok betekent. Het kan voorkomen als onschuldige spiersamentrekking maar ook voorkomen bij epilepsiesyndromen naast naast absences en tonisch-clonische aanvallen. Ze heten subcorticale myoclonieën als ze door subcorticale (ónder de hersenschors gelegen) hersengebieden veroorzaakt worden zoals de basale ganglia.

    Myoclonieën kunnen worden veroorzaakt worden door genetische aandoeningen, stofwisselingsziekten (metabole ziekten), hersenaandoeningen (encefalopathie) veroorzaakt door slecht functionerende nieren, lever of schildklier of door COVID-19. De hersenletseloorzaken kunnen zijn: traumatisch hersenletsel, hersenontsteking/ encefalitis, auto-immuunontsteking van de hersenen, herseninfarct/ ischaemisch CVA en zuurstoftekort (hypoxisch-ischaemische encefalopathie/ HIE). Tot slot kunnen myoclonieën veroorzaakt worden door medicijnen. Myoclonieën kunnen ook naast andere bewegingsstoornissen voorkomen, denk aan ataxie, dystonie of chorea.
  • Tremoren worden gekenmerkt door abnormale onwillekeurige, ritmische bewegingen van de hand, van het hoofd of andere lichaamsdelen.
  • Tics zijn plotselinge, korte, snelle en terugkerende, niet-ritmische en stereotype semi-vrijwillige motorische bewegingen die seconden duren. Er is een bewegingsdrang. Tics komen steeds in dezelfde beweging voor. Er zijn mogelijk meerdere tics. De tics zijn kortdurend onderdrukbaar en heten daarom semi-vrijwillige bewegingen. Met name het Striatum, een deel van de basale ganglia speelt een rol.
    Bij de aandoening PANDAS, krijgen kinderen tics na het doormaken van een streptokokkeninfectie (na bijvoorbeeld een keelontsteking of wondje). De tics gaan dan gepaard met gedragsstoornissen. Tics kunnen ook veroorzaakt worden door medicijnen. De website kinderneurologie heeft uitgebreide informatie.

Parkinsonisme

De combinatie van houdingsproblemen bij letsel in de basale ganglia wordt parkinsonisme genoemd, omdat ze doen denken aan de ziekte van Parkinson. 

  • veranderd bewegingspatroon, vertraagde beweging 
  • moeite met praten, woordvindingsproblemen
  • moeite met de houding en bewegingen
  • tremoren; beven, schudden en trillen 
  • onvrijwillige bewegingen, spasmes
  • verhoogde spierspanning, spierstijfheid
  • abnormale lichaamshouding
  • moeite met evenwicht en moeite met lopen
  • moeite met zien door niet kunnen sturen van de oogbeweging
  • moeite met het aanvangen van een beweging, in gang blijven en het weer stoppen van een beweging
  • ongecontroleerde herhaalde bewegingen zoals in tics, ook in het uiten van kreten.

Er zijn veel ziekten die lijken op de klachten van het ziektebeeld bij Parkinson. De aandoeningen die lijken op de ziekte van Parkinson worden atypische parkinsonismen genoemd.

Onder de atyische parkinsonismen vallen onder andere vasculair parkinsonisme en multiple systeematrofie (MSA) en progressieve supranucleaire paralyse (PSP).

 

Spasticiteit hoort niet onder de gevolgen van beschadiging aan de basale ganglia. Lees over spasmen en spasticiteit.

Bij de volgende aandoeningen en omstandigheden zijn de basale ganglia betrokken:

Disorders Of The Basal Ganglia

PDF – 215,1 KB 1902 downloads

bronnen:

©Hersenletsel-uitleg
Basal ganglia dysfunction
. (z.d.). Medlineplus. https://medlineplus.gov/ency/article/001069.htm
Bhagwat NM, Joshi AS, Rao G, et al. Uncontrolled hyperglycaemia: a reversible cause of hemichorea–hemiballismus. Case Rep. 2013;2013:bcr2013010229. https://jmedicalcasereports.biomedcentral.com/articles/10.1186/s13256-022-03577-3#ref-CR2

Blausen, B. (2014). Medical gallery of Blausen Medical 2014. WikiJournal of Medicine, 1(2). https://doi.org/10.15347/wjm/2014.010 Picture By BruceBlaus.Blausen.com staff (2014). "Medical gallery of Blausen Medical 2014". WikiJournal of Medicine 1 (2). DOI:10.15347/wjm/2014.010. ISSN 2002-4436. - Own work, CC BY 3.0,

Cecil, R. L. F., Goldman, L., & Schafer, A. I. (2012). Goldman’s Cecil Medicine,Expert Consult Premium Edition -- Enhanced Online Features and Print, Single Volume,24. Elsevier Gezondheidszorg.

Daroff, R. B., Jankovic, J., Mazziotta, J. C., Pomeroy, S. L., & Bradley, W. G. (2016). Bradley’s Neurology in Clinical Practice (6de editie). Elsevier Gezondheidszorg.

Eyskens, E., Deen, H. M., Feenstra, L., Meinders, A. E., & Vandenbroucke, J. P. (1997). Codex medicus (10de editie). Elsevier Gezondheidszorg.

Ghandili, M., & Munakomi, S. (2021). Neuroanatomy Putamen. StatPearls Publishing LLC.

Grahn, J. A., Parkinson, J. A., & Owen, A. M. (2009). The role of the basal ganglia in learning and memory: Neuropsychological studies. Behavioural Brain Research, 199(1), 53–60. https://doi.org/10.1016/j.bbr.2008.11.020

Hersenletsel uitleg | Hersenletsel-uitleg.nl. (z.d.). https://www.hersenletsel-uitleg.nl/. https://www.hersenletsel-uitleg.nl/

Kéri, S. (2008). Interactive memory systems and category learning in schizophrenia. Neuroscience & Biobehavioral Reviews, 32(2), 206–218. https://doi.org/10.1016/j.neubiorev.2007.07.003

Kuks, J. B. M., Snoek, J. W., Oosterhuis, H. J. G. H., & Fock, J. M. (2003). Klinische neurologie (15de editie). Bohn Stafleu van Loghum.

Lentiform Nucleus - an overview | ScienceDirect Topics. (z.d.). Https://Www.Sciencedirect.Com/. https://www.sciencedirect.com/topics/neuroscience/lentiform-nucleus

Life Science Databases. (2009, 25 september). Caudate nucleus [Illustratie]. Wikimedia. https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=7894172 次のアドレスからこのファイルで使用している画像を取得できますURL., CC BY-SA 2.1 jp, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=7894172

Lim, S. J., Fiez, J. A., & L.L.H. (2014, 1 augustus). Anatomy of the basal ganglia [Illustratie]. wikemedia.org. https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Anatomy_of_the_basal_ganglia.jpg

Merchut, M. P. (2011, 30 juni). Disorders of the Basal Ganglia. PDF. http://www.stritch.luc.edu/lumen/MedEd/neurology/Disorders%20of%20the%20Basal%20Ganglia.pdf

Postle, B. R., & D’Esposito, M. (1999). Dissociatie van menselijke caudate nucleus-activiteit in ruimtelijk en niet-ruimtelijk werkgeheugen: een gebeurtenisgerelateerd fMRI-onderzoek. Cognitive Brain research., 8(2), 107–115.

Stathis, P., Panourias, P. G., Themistocleous, M. S., & Sakas, D. E. (2007). Connections of the basal ganglia with the limbic system: implications for neuromodulation therapies of anxiety and affective disorders. Acta Neurochir Suppl, 97, 575–586. https://doi.org/10.1007/978-3-211-33081-4_67

Van Wijk, R., & Van Nieuwenhuijze, O. (2010). Jaarboek Integrale Geneeskunde 2007. https://www.bol.com/nl/nl/b/tijdschrift-integrale-geneeskunde-stich/13692921/.

Wylie, G. R., Dobryakova, E., DeLuca, J., Chiaravalloti, N., Essad, K., & Genova, H. (2017). Cognitive fatigue in individuals with traumatic brain injury is associated with caudate activation. Scientific Reports, 7(1). https://doi.org/10.1038/s41598-017-08846-6

Yatsu, F. M. (2004). Neurology in Clinical Practice: The Neurological Disorders, 4th ed. Neurology, 62(9), 1657.2-1657. https://doi.org/10.1212/wnl.62.9.1657-a