Home » Ermee omgaan » Blogs » Reuk- en smaakstoornis blog

Reuk- en smaakstoornis blog -Anosmie

Reuk- en smaakstoornissen komen vaak voor bij mensen met hersenletsel. Er zijn verschillende stoornissen op dit vlak en ik heb anosmie. Dat wil zeggen dat ik helemaal niets meer ruik en dus ook geen geurprikkels kan verwerken.

 

Ik weet nog goed wanneer ik er achter kwam dat ik niets rook. Dat was al best een tijdje na mijn ongeluk. De trap bij mij thuis werd opnieuw bekleed met tapijt en dat moest er op gelijmd worden. Iedereen had last van de lucht van de lijm, behalve ik. Ik rook er helemaal niets van.

Ineens besefte ik dat ik niet alleen de lijm voor de trap niet rook, maar dat ik echt helemaal niets meer rook.

 

Dat verklaarde ook meteen waarom mijn eten me al een tijd niet smaakte. Ik dacht tot dat moment dat dat kwam doordat ik me niet goed voelde door mijn ongeluk, maar het bleek dus een andere (ook ongeluk-gerelateerde) oorzaak te hebben.

 

Niets meer kunnen ruiken, of een andere reukstoornis hebben, is in mijn ogen een onderschat probleem. Allereerst omdat het gevaarlijk is dat je sommige dingen niet ruikt (denk aan een gaslucht of brand), maar ook omdat je reukvermogen ook een rol speelt in het maken van herinneringen.

Wie herinnert zich niet de geur van de groentesoep die je oma altijd maakte? Of de geur van een pasgeboren kindje? Of hoe lekker het buiten kan ruiken als het net geregend heeft?

 

Ik kan me al die geuren nog herinneren, maar ik zal ze nooit meer ruiken. Ik weet niet hoe mijn kinderen nu ruiken en toch snuffel ik nog wel eens aan hun haar als ik ze knuffel.

Ik leerde Tieme na mijn ongeluk pas kennen natuurlijk, dus ik heb geen idee hoe hij ruikt.

Ik heb het wel eens aan mijn dochter gevraagd, ze zei toen: ‘hij ruikt gewoon naar Tieme’, dus dat maakte een hoop duidelijk ;)

 

En ik weet natuurlijk ook niet hoe ik zelf ruik. Dat is best weleens lastig.

Ik douche elke dag (soms wel 2x), maar ik blijf er een beetje onzeker over soms.

Vroeger vond ik het heerlijk om douchegel en parfum te testen en te kopen. Nu koop ik gewoon wat ik vroeger ook kocht, omdat ik zeker weet dat ik het dan lekker vind ruiken. Of tenminste, omdat ik dan vind dat ik lekker ruik voor anderen natuurlijk…

 

Naast dat ik niets meer ruik, proef ik ook bijna niets meer.

Alleen de basissmaken zoet, zuur, zout, bitter en unami kan ik nog waarnemen. Dat gaat namelijk via je tong en niet via je hersenen.

Die groentesoep van oma waar ik het net over had, vind ik nu ineens niet zo lekker meer, want het smaakt vooral naar zout water met zachte stukjes. En een haring, wat ik voor mijn ongeluk echt heerlijk vond, is nu ineens heel erg vies.

Structuur is vooral erg belangrijk nu bij eten. Als er iets te kauwen valt, beleef ik er het meeste plezier aan. En als het er een beetje leuk uitziet op mijn bord, is dat ook fijner. Het oog wil ook wat tenslotte.

 

(En voor de volledigheid: de kattenbak verschonen is ook zonder reukvermogen geen pretje hoor, want dat wil het oog dan weer liever niet zien natuurlijk!)

 

Ik maak er weleens grapjes over, bijvoorbeeld als iemand me vraagt wat voor smaak thee ik wil (‘doe maar wat, ik proef het toch niet!’), maar het is natuurlijk helemaal niet leuk en erg lastig. En zonde van de thee met smaakjes en de kookkunst van oma.


Sylvana