D-E-F

D
Decerebratie is een ernstige beschadiging aan de grote hersenen waardoor deze niet meer functioneren.

Decorumverlies Bij iemand met dementie kan het besef van fatsoen wegvallen. Dit wordt decorumverlies genoemd. Dan kan iemand sociale situaties niet goed meer inschatten. Het gevoel van schaamte valt weg. Hierdoor kunnen vervelende of pijnlijke situaties ontstaan.


Deficiëntie is een tekort aan iets hebben.
Deformatie is een verandering van vorm.

Degeneratie is een geleidelijke achteruitgang in functioneren.
Dehydratie is een tekort aan vocht hebben; uitdroging.

Deletie betekent dat er een stukje erfelijk materiaal mist.

Delier - ook wel delirium genoemd is een acute verwardheid die binnen enkele uren of dagen optreedt door één of meerdere lichamelijke oorzaken. Een delier is een gevolg van een operatie, infectie, medicatie of ziekte. Het kan gepaard gaan met hallucinaties.

 

Dementie Dementie is een chronische hersenaandoening die de hersenen onherstelbaar aantast. Hierdoor gaan de hersenfuncties steeds meer achteruit. Functies als het onthouden, het denken, het oriënteren en het taalgebruik. Maar ook handelingen als aankleden en schoolse vaardigheden als rekenen, worden lastiger.
Voor iemand met dementie wordt communiceren steeds moeilijker. Ook neemt het vermogen om voor zichzelf te zorgen af.
 
Dementie - AlzheimerDe ziekte van Alzheimer is een vorm van dementie dat wordt veroorzaakt door een stapeling van eiwitten (amyloïd en tau-eiwit) in hersencellen. Deze cellen gaan hierdoor kapot. Uiteindelijk blijven er steeds minder cellen over. De ziekte begint in het gedeelte van de hersenen waar het geheugen zetelt, de hippocampus.
 
 
 
 




 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Demyeliniserend / demyelinisatie is wanneer het geleidingslaagje rondom zenuwweefsel of hersencellen kapot gaat.

 

Dendriet is een kleine uitloper van een zenuwcel. Zie deze pagina.

 

Denervatie is als een spier geen signaal meer krijgt van een zenuw die het moet aansturen.

 

Depressie na CVA Ongeveer 30 tot 40 procent van de mensen die een CVA of TIA hebben doorgemaakt wordt in de periode nadien depressief. De belangrijkste beinvloedende factor is de totale duur en ernst van de impact die de CVA heeft op het dagelijkse leven van de patient.

Er is meer kans op depressie bij een beroerte in de rechterhersenhelft. Een grotere cognitieve achteruitgang kan het gevolg zijn van de depressie.


Derealisatie
is als iemand het gevoel heeft dat iets niet echt gebeurd is. Als in een droom.

Desoriëntatie is als iemand niet weet of welke dag het is, of waar diegene is of wie de persoon zelf is. Dus niet georiënteerd in óf tijd, en/óf plaats en/óf persoon.


Diadochokinese is snel en afwisselende bewegingen maken met bijvoorbeeld de handen linksom, rechtsom bewegen.

Diagnostiek hersenaandoeningen


Diencefaal syndroom komt vaak bij kinderen voor bij wie een hersentumor in het midden van de hersenen is geconstateerd. Zij hebben wel een normale lengtegroei maar er is een afname van gewicht.


Diffuus is verspreid over een orgaan. Bij diffuus hersenletsel is er verspreid  over de hersenen letsel. Zie onze speciale pagina.


Diplopie is dubbelzien.

Dissectie van halsslagader Een inwendige scheuring van de halsslagader kan oorzaak zijn van CVA hersenbloeding /herseninfarct.

 
Draaiduizeligheid van centrale oorsprong Het gevoel dat men draait, rondtolt, valt of schommelt. Kan een aandoening van de nervus vestibularis zijn (de zenuw die het binnenoor bedient) of van de centrale nucleus (kern) van de nervus vestibularis (evenwichtszenuw) in de hersenstam. Elke afname van de bloedtoevoer naar de vestibulaire nuclei in de hersenstam kan leiden tot draaiduizeligheid van centrale oorsprong. Dit komt voor bij een ziekte van de vertebro-basilaire slagader (slagader naar de hersenen),arteriosclerose (aderverkalking) of hoge bloeddruk. Tot de overige oorzaken van draaiduizeligheid van centrale oorsprong behoren zenuwtumoren, hoofdletsel en multiple sclerose
 
Draaiduizeligheid van perifere oorsprong Het gevoel dat men draait, rondtolt, valt of schommelt door een ontsteking van of letsel aan de vestibulaire zenuw (neuronitis, trauma), ziekten van het vestibulaire apparaat, zoals de ziekte van Ménière, labyrintitis en een perilymfatische fistel (een abnormale verbinding tussen het binnenoor en het middenoor), benigne paroxismale positieduizeligheid, infecties zoals herpes en syfilis en bepaalde geneesmiddelen, zoals streptomycine (antibioticum), furosemide (diureticum) en kinine kunnen allemaal draaiduizeligheid van perifere oorsprong veroorzaken.
 

 

Duizeligheid Het gevoel in een willekeurig vlak rond te draaien of te tuimelen. Het kan veroorzaakt worden door verschillende lichamelijke aandoeningen.


Dura mater is het harde hersenvlies direct onder de schedel. Zie de afbeelding op de pagina waar we u naar linken.

 

Dwanghuilen is een gevolg van hersenletsel waarbij iemand ongecontroleerd moet huilen maar waarbij de emotie niet overeenkomt. Kortom men is niet echt verdrietig. Zie de pagina pseudobulbair effect.

 

Dwanglachen is een gevolg van hersenletsel waarbij iemand ongecontroleerd moet lachen of lach in lachbuien maar het komt niet overeen met de emotie die gepast is of die gevoeld wordt. De persoon kan het gewoonweg niet stoppen. Zie de pagina pseudobulbair effect.

 

Dwarslaesie Een dwarslaesie is een beschadiging van het ruggenmerg. Het ruggenmerg verbindt de Hersenen met het lichaam. Als die verbinding verbroken wordt of beschadigt, kunnen de hersenen het lichaam niet goed meer besturen. Het lichaam raakt voor een deel of helemaal verlamd. Lopen gaat niet meer en het gevoel in een deel van het lichaam is weg. De controle over de spieren is weg, ook over bijvoorbeeld de blaas- en darmspieren.

 

Dysartrie Een spraakstoornis waarbij de spieren die nodig zijn voor de ademhaling, de stem en de uitspraak zijn aangetast. Mensen met dysartrie zijn vaak moeilijk te verstaan. Ze spreken bijvoorbeeld:

onduidelijk , met ‘dubbele tong’, een te zachte stem , een geknepen stem , een hese stem, monotoon , te veel door de neus (open-nasaal). Zie ook onze pagina over afasie en dysarthrie.

 
Dyscalculie  RekenstoornisProblemen met tellen,op de vingers tellen. Problemen met inzicht (hoofdrekenen, het schatten van hoeveelheden). Moeite met het oplossen van de som. Moeite om de getallen te onthouden waarmee de berekening gemaakt zijn. Problemen met volgorde (getallen op volgorde zetten, recepten lezen, klokkijken).  Problemen met ruimtelijke oriëntatie (rekenhandelingen, plattegrond lezen). Problemen met het interpreteren van codes en patronen (muzieknoten, talen). Vaak langzaam werken. Langer nadenken voordat iemand iets weer weet. 
  
Dysdiadochokinese is het niet kunnen uitvoeren van snelle bewegingen die heen en weer gaan.
 

Dyslexie Woordblindheid is een stoornis die zich kenmerkt door problemen met verwerken van geschreven taal. Deze verworven dyslexie is vaak het gevolg van een hersenbeschadiging 

 

Dysfagie is een slikstoornis, probleem met slikken dat vaak optreedt na hersenletsel.

Dysfasie is een probleem met spreken, begrijpen en uiten van taal. Zie ook de pagina afasie. Dys betekent moeite met. A is geen.


Dysmetrie is als iemand bij een gerichte beweging, vóór of naast of áchter het gewenste eindpunt/ doel uitkomt.


Dysplasie is niet goed aangelegd zijn voor de geboorte.

 

Dyspraxie De hersenen verwerken informatie niet op de juiste wijze. Hierdoor worden bepaalde boodschappen niet goed aan het lichaam doorgegeven. Het 'doen of handelen' (de praxis) verloopt dan ook niet goed. Hierbij kan het gaan om problemen in het bedenken van wat iemand wil gaan doen (plannen), maar het kan ook gaan om problemen in het handelen zelf. Dit komt tot uiting in de coördinatie van de beweging. Lees meer..

Zie ook Apraxie

 

Dystonie a samentrekken spiergroepen Aanhoudende samentrekking van spieren of spiergroepen en/of herhaalde bewegingen. Soms kan een lichaamsdeel als gevolg van de aandoening een onnatuurlijke stand aannemen.

Dystonie b samentrekken spiergroepen. Plotselinge stoornis in de spierspanning. Het gaat hier om een gevoel van onrust, waarbij het onmogelijk is een tijd achter elkaar te zitten, liggen of staan. Dit symptoom kan optreden als bijwerking van een geneesmiddel.

 

E

Echolalie is het automatisch herhalen van woorden die anderen zeggen.

EEG Een elektro-encefalografie (EEG)= een hersenfilmpje is een methode om de hersenfunctie te onderzoeken om zo achter de oorzaak van de klachten te komen.

Eetbuien Iemand die een eetbuienstoornis heeft, eet binnen korte tijd grote hoeveelheden voedsel. Daarbij heeft hij het gevoel dat hij geen controle heeft over wat of hoeveel hij eet. Oorzaak veelzijdig, soms door een aandoening in de hersenen die hongergevoel geeft waardoor mensen veel meer gaan eten. Dit komt voort uit de hypothalamus. 

 
Elektromyografie Een diagnostisch onderzoek om de activiteit te meten van spieren en de zenuwen die de spieren controleren. Als een zenuw een spier stimuleert, worden elektrische signalen opgewekt waardoor de spier samentrekt.
Het elektromyogram (EMG) is een hulpmiddel om afwijkingen op te sporen in de spierfunctie, in de zenuw die de spier controleert of in de overgang tussen de zenuw en de spier.
 
Embolie Een losgeraakte bloedprop:Doordat de slagader volledig afgesloten wordt, krijgen de verdere vertakkingen van het bloedvat geen bloed meer. In het weefsel dat door de slagader bediend wordt, ontstaat zo ischemie: onder andere een tekort aan zuurstof. Als dit zo ingrijpend is dat een stuk van het (hersen)weefsel afsterft, spreekt men van een (hersen)infarct.
 
Emotionele geheugen = gevoel dat bij je herinnering op komt
 

Emotionele intelligentie Werken met verstand én gevoel. Iemand met een hoge emotionele intelligentie kan zijn eigen emoties en die van anderen goed herkennen. Hij kan dit gebruiken om problemen aan te pakken en zijn eigen gedrag en dat van anderen te sturen. Wordt gemeten in EQ.

 
Empathie ‘emotioneel afstemmen' op anderen. Inlevings- en invoelingsvermogen.
 
Encefalitis a hersenontsteking. Ontsteking en zwelling van hersenweefsel.
 
Encefalitis b hersenontsteking " " " "'
 
Encefalopathie Is een algemene term voor aantasting van de hersenfuncties. De verschijnselen kunnen variëren van een geringe verandering in de geestelijke toestand van de betreffende persoon tot coma. 
 

Ependymoom Een kwaadaardige hersentumor die ontstaat in de ependymcellen. Deze hersencellen bekleden de binnenkant van de hersenholten (ventrikels) en het centrale kanaal van het ruggenmerg. Daardoor komen ependymomen ook in het ruggenmerg voor.
De hersentumor komt voor bij 1 op de 400.000 kinderen.


Epiduraal heeft te maken met de ruimte tussen het harde hersenvlies en het schedelbot, buiten het harde hersenvlies (dura mater).

Epidurale bloedingOok wel epiduraal hematoom genoemd. Bloeding waarbij zich bloed ophoopt in de ruimte tussen het schedelbot en de dura mater, het buitenste hersenvlies.

Een epidurale bloeding kenmerkt zich doordat na een hoofdtrauma, mogelijk vergezeld gaand van een tijdelijk bewustzijnsverlies, er na een helder interval opnieuw bewustzijnsverlies optreedt. Voorafgaande verschijnselen zijn hoofdpijn, braken, verwardheid, insulten en hemiparese. Onbehandeld kan een epidurale bloeding tot de dood leiden. 

 

 

Epilepsie Een afwijking in de hersenen waardoor er kortdurend bewustzijnsverlies optreedt. Dit gebeurt in aanvallen.

Epilepsie eerste hulp

 

Episodisch is af en toe voorkomend

 

Episodisch geheugen omvat autobiografische herinneringen, levensverhaal 

 

Ergotherapie

Eten en drinken en dementie

 
 
Extensie is strekken
 
Extinctiefenomeen is als er van twee kanten iets wordt aangeboden iemand het niet kan waarnemen of voelen, terwijl als diegene het van links óf rechts wordt aangeboden dat wel lukt.
 
Exophtalmus is als de oogbol uit de oogkas bolt, naar buiten en naar voren toe.
 
Exotropie is als de ogen van elkaar af staan waardoor iemand scheelziet.
Extensoren zijn de strekspieren.

F

Facomatose is een neurocutane ziekte, dat wil zeggen dat er  een hersenaandoening is waarbij er naast zenuwafwijkingen ook moedervlekken voorkomen op de huid.


Facialis
is gezicht

Facialisparese is een aangezichtsverlamming, verlamming van de spieren van het gezicht.

Falx is een hard vlies tussen de linker- en rechter hersenhelft.

 

FAS, Foetaal Alcohol Syndroom

 

FAS, Foreign Accent syndroom, (buitenlandsaccentsyndroom)na een hersenletsel kunnen er veranderingen optreden in de motorische hersenschors; in de gebieden die verantwoordelijk zijn voor de aansturing van de spraakmotoriek (centrum van Broca, frontale kwab, gyrus frontalis inferior). Daardoor kan iemand met een buitenlands accent gaan spreken. Het eigen accent raakt men kwijt.

 

FAST-test = Face-Arm-Speech-Time-test is een snelle test om een beroerte of CVA bij iemand te herkennen.

  • Face (gezicht): vraag aan de persoon om te lachen of de tanden te laten zien. Als de mond scheef staat of een mondhoek naar beneden hangt, kan dit duiden op een beroerte CVA.
  • Arm (arm): vraag aan de persoon om beide armen op te tillen en voor zich uit te strekken met de binnenzijde van de hand naar boven. Als een arm wegzakt of stuurloos lijkt kan dit duiden op een beroerte/ CVA.
  • Speech (spraak): vraag aan de persoon of aan omstanders of er verandering in het spreken is opgetreden. Als de persoon onduidelijk spreekt of niet meer uit de woorden kan komen, kan dit duiden op een beroerte/CVA. Ook kunt u de persoon vragen tot 10 te tellen; wanneer hij getallen herhaalt, verkeerd uitspreekt of bij een bepaald getal blijft steken, kan dit het gevolg zijn van een beroerte/ CVA.
  • Time (tijd): Probeer van de persoon zelf, indien deze nog kan spreken, of van omstanders te weten te komen hoelang deze verschijnselen zich al voordoen. Dit is van belang voor de hulpdiensten in verband met de verdere behandeling van het beroerte /CVA. Hoe sneller men in een ziekenhuis is, hoe beter.

 

Flauwvallen

Flexie is buigen

Flexoren zijn de buigspieren

Flikkerscotoom /flikkerscotoma zijn flitsen die gezien worden voor de ogen en een voorbode zijn van een migraine aanval. Ze worden geleidelijk groter.

 

fMRI is een functionele MRI-scan. Daarbij worden beelden gemaakt van de hersenen terwijl iemand opdrachten moet uitvoeren en er gekeken kan worden waar er op dat moment meer hersenactiviteit is.


Focaal hersenletsel is letsel op een bepaalde plek in de hersenen. Dit in tegenstelling tot diffuus hersenletsel waarbij letsel meer verspreid is over de hersenen.

 

Foramen betekent opening.

Fractuur betekent een breuk. Bijvoorbeeld schedelfractuur of schedelbasisfractuur.


Freezing komt voor bij de ziekte van Parkinson en is het niet meer kunnen bewegen, de voeten zijn als het ware vastgeplakt aan de grond; letterlijk een 'bevroren' stand.

 

Friedreichse Ataxie/ ataxie van Friedreich AvF  a

Friedreichse Ataxie/ataxie van Friedreich AvF   b

Frontaal kwab is de voorhoofdskwab. Het deel van de hersenen aan de voorkant in het voorhoofd. Het heeft belangrijke functies zie onze speciale pagina.