Home » Informatie » Hersencellen en Neurotransmitters

Zenuwcellen en Neurotransmitters - eenvoudige uitleg

Voordat we iets vertellen over signaalstoffen of neurotransmitters moeten we iets uitleggen wáár dat gebruikt wordt in het lichaam. Het wordt gebruikt door zenuwcellen en hersencellen. Een hersencel is ook een zenuwcel dus we noemen het op deze pagina voor het gemak alleen maar zenuwcellen. De Latijnse naam voor zenuwcel is neuron. Er zijn wel 125 miljard neuronen.

Zenuwcel opbouw

Cellichaam met een celkern en met uitlopers:
De meeste zenuwcellen of neuronen bestaan uit:

  • een cellichaam (soma) met een celkern (nucleus)
  • een lange uitloper, het axon.
  • meerdere kleine uitlopers, de dendrieten.


Neurieten:

De axonen en dendrieten samen heten neurieten.

Axon:
Iedere zenuwcel (neuron) heeft maar één axon, te vergelijken met een lange elektriciteit kabel met vele eindvertakkingen.

Het axon stuurt informatie als elektrische signalen vanuit het cellichaam door naar andere hersencellen en naar het ruggenmerg (het centraal zenuwstelsel).

 

Dendrieten:

Iedere zenuwcel (neuron) heeft meerdere dendrieten, de uitlopers van het cellichaam zelf. Dendriet betekent letterlijk "boom". Een dendriet ontvangt informatie uit het lichaam, de weefsels en uit de zintuigen (het perifeer zenuwstelsel).

 

Synapsen:
De dendrieten maken contact met de uiteinden van de axonen. De synapsen zijn de  verbindingspunten waar de axonen en dendrieten samenkomen. 

 

Verschillende soorten zenuwcellen

  • Sensorische zenuwcellen (neuronen) zenden een signaal naar het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg).
  • Interneuronen zenden een signaal naar een ander zenuwcel (neuron) binnen het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg).
  • Motoneuronen zenden een signaal naar spieren en klieren.

 

Grijze cellen en witte stof

De grijze stof vormt de schors van de grote hersenen (cortex cerebri) en van de kleine hersenen (cortex cerebelli). De schors is echt een dun laagje van twee tot zes millimeter dik.

Daaronder ligt de witte stof met de uitlopers van de neuronen, de neurieten. Het beschermlaagje myeline rondom de axonen geeft de witte kleur aan de witte stof.

 

Grijze stof = informatie ontvangen

De grijze stof in de hersenen heeft als functie het verwerken van informatie.

De grijsbruine kleur komt door het mengsel van bloedvaten en celkernen/ lichamen van zenuwcellen. Het bevat:

  • dendrieten
  • korte axonen
  • celkern /cel-lichaam neuronen
  • steuncellen (gliacellen)

 

De witte stof = onderling communiceren

De witte stof in de hersenen heeft als functie  het verzorgen van de communicatie tussen de zenuwcellen. De witte kleur komt van de myeline, het omhulsel dat voor de elektrische geleiding zorgt. Het axon stuurt informatie door naar andere hersencellen en ruggenmerg (het centraal zenuwstelsel).

Het bevat:

  • lange, gemyeliniseerde axonen (gemyeliniseerd is met een vettig laagje isolatiestof)

 


Hersenletselweetje 1

Bij hersenletsel kan er schade opgetreden zijn in al deze onderdelen. Een axon kan afgescheurd zijn bijvoorbeeld. Hersencellen kunnen dan niet meer met elkaar communiceren of kunnen niet meer met spieren en klieren communiceren.

1-grijs-wit-axon-scheurt-aflarge-1.jpg

 

Als een cellichaam beschadigd raakt kan het hele neuron afsterven.


 

Het zenuwstelsel

zenuwstelsel.jpg

 

Het perifeer zenuwstelsel:
Het perifeer zenuwstelsel bevat de zenuwen die van de hersenen en ruggenmerg naar de andere weefsels in je lichaam lopen en omgekeerd.

Het perifere zenuwstelsel zorgt er voor dat:

  • signalen van je lichaam en zintuigen bij je hersenen terecht komen.
  • signalen vanuit je hersenen terecht komen bij je spieren en organen.

Het perifere zenuwstelsel heeft:

  • sensorische zenuwen om zintuiglijke informatie door te geven aan de hersenen. (pijn, warmte kou, en houdingsinformatie)
  • motorische zenuwen om informatie aan de spieren door te geven.

 


Het autonome zenuwstelsel:

Het autonome zenuwstelsel wordt ook wel het vegetatieve zenuwstelsel genoemd. Het regelt alle automatische functies in het lichaam zoals bloeddruk, hartslag, ademhaling en spijsvertering. Het autonome zenuwstelsel hoort strikt genomen bij het perifere zenuwstelsel.

Het autonome zenuwstelsel is opgedeeld in:

  • sympathische zenuwen
  • parasympatische zenuwen

Zie onze speciale pagina over dit zenuwstelsel.

 

Signaalstoffen of neurotransmitters

Neurotransmitters zijn de signaalstofjes die zenuwimpulsen overdragen tussen zenuwcellen (neuronen) en/of kliercellen en spiercellen. Je zou het boodschappers kunnen noemen bestaande uit een chemische substantie. Elke boodschap begint met een elektrisch signaal.


Elke zenuwcel heeft een bepaalde elektrische lading die afgevuurd wordt als er een specifieke grens bereikt is. Daarbij komen de neurotransmitters vrij.

 

Neurotransmitters worden in de uiteinden (synaps) van een zenuwcel gemaakt en  richting het celmembraan van de celuitloper, het axon vervoerd. Een deel van de neurotransmitters is altijd klaar om uitgescheiden te worden en een deel wordt opgeslagen in kleine 'zakjes' tot ze gebruikt kunnen worden. 

 
synaps2.jpg

Steuncellen (gliale cellen) en zenuwcellen werken samen om teveel opstapeling Kalium (K+) en neurotransmitters te voorkomen. Ze willen altijd een evenwicht bewaren.

 


Hersenletselweetje 2

Bij een ongeluk met het hoofd kunnen neurotransmitters aan de buitenkant van de zenuwcellen vrijkomen. Ze zijn dan giftig voor de zenuwcellen en daardoor sterven er helaas in de eerste 24 uur na een hoofd trauma vaak nog wat hersencellen af.

Axonen kunnen afbreken bij traumatisch hersenletsel. Dat hoeft niet altijd zichtbaar te zijn op een CT-scan of MRI -scan. Lees daarover meer op de pagina hersenscans uitgelegd. Meestal gaat het dan om diffuus letsel (verspreid over het hoofd).

 



Remmende en activerende neurotransmitters

Er zijn neurotransmitters die de activiteit van een andere zenuwcel stimuleren of juist afremmen. De belangrijkste stimuleer-neurotransmitter is glutamaat. De belangrijkste remmer is GABA.

Glycine

Gedraagt zich als remmende neurotransmitter. Wordt voornamelijk door neuronen in het ruggenmerg gebruikt.

 

Norepinefrine

Is zowel een neurotransmitter als een hormoon.Maakt deel uit van het vecht of vluchtsysteem. Het werkt meestal prikkelend maar soms remmend.

GABA (Gamma amino boterzuur)

GABA is de belangrijkste remmende neurotransmitter. Het dempt de activiteit van de hersenen. Het kan zorgen voor slaperigheid en moeheid. GABA wordt aangemaakt uit glutamaat. Stress-gerelateerde boodschappen worden door GABA geblokkeerd. 

Glutamaat

Glutamaat is de meest voorkomende prikkelende neurotransmitter. Bijna alle prikkelende neuronen zijn glutamergisch.

 

Serotonine

Serotonine is betrokken bij vele functies, waaronder gemoedstoestanden en zintuiglijke waarneming. In het ruggenmerg is serotonine remmend in de pijn paden,

Acetylcholine
Acetylcholine wordt door het ruggenmerg gebruikt om de spieren te beheersen. Het wordt in de hersenen gebruikt om het geheugen te reguleren. Het werkt als een prikkelende neurotransmitter. Het is ook de neurotransmitter van het parasympatisch zenuwstelsel, dat zorgt voor de ontspanning en voor het herstel van het lichaam. 


Dopamine

Produceert gevoelens van plezier wanneer het wordt vrijgegeven door het beloningssysteem van de hersenen. Het werkt meestal remmend. Bij de ziekte van Parkinson wordt er te weinig dopamine gemaakt. En de cellen die dopamine maken en gebruiken in de hersenen, dopaminerge neuronen, sterven door de ziekte van Parkinson. Dopamine is een belangrijke neurotransmitter van de basala ganglia. De basala ganglia zijn belangrijke hersenstructuren voor het laten beginnen van een beweging. De zenuwbanen (de verbindingen) tussen de frontale hersenschors en de basale ganglia zijn gevoelig voor dopamine. Een teveel en een tekort kan schadelijk zijn voor aandacht en concentratie, individueel afhankelijk of mensen dunnere of dikkere zenuwbanen hebben tussen deze hersengebieden.

Noradrenaline
Noradrenaline is de neurotransmitter van het sympatische zenuwstelsel.

Endorfine
Endorfine is een neurotransmitter met een pijn dempende werking.

 

Medicijnen of middelen die neurotransmitters remmen of stimuleren

Er bestaan middelen en medicijnen die de werking van een neurotransmitter kunnen stimuleren of juist kunnen afremmen.
Agonisten zijn stoffen die de werking van een neurotransmitter stimuleren. Antagonisten zijn stoffen die de werking van neurotransmitters juist remmen.

De zenuwcel met alle Latijnse namen