Angst en hersenstructuren

Angst is een emotie die bij dreigend gevaar, maar ook bij ingebeeld gevaar, een reactie prikkelt in het brein. Dat kan leiden tot een automatische reactie als een vecht-,vlucht- of verstijfreactie.


Op zich is angst een aangeboren emotie die op tijd kan waarschuwen voor gevaar, maar het kan een geconditioneerde, aangeleerde emotie worden.

Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 70 % van de mensen vecht of vlucht bij gevaar. 15 % van de mensen is in staat deze angstreacties te remmen en rationeel te reageren. Zij zijn in staat om bijvoorbeeld te helpen bij evacuaties bij een ramp. De laatste 15 % van de mensen verstart en kan helemaal niets meer doen.

Bij angst is er een fractie van een seconde dat de hartslag in eerste instantie daalt en iemand hyperalert doodstil staat met alle zintuigen open om een beslissing te nemen (parasympathische reactie = rem op het systeem). 


Kippenvel, haren recht overeind, grote ogen
Direct daarna gaat de hartslag omhoog en bereidt het lichaam zich voor op de actie om te vluchten of te vechten (sympathische reactie = actie van het systeem). Haren gaan overeind staan (kippenvel), de spieren worden aangespannen, de zintuigen worden scherper, de pupillen verwijden zich en de oren gaan wijd open middels kleine spiertjes. Doordat de hypofyse endorfines aanmaakt voelt het lichaam minder pijn.

Als het gevaar is geweken, wordt in het lichaam nog meer endorfine en dopamine aangemaakt om de balans weer te herstellen.


Flexibel schakelen
Het is belangrijk dat een mens flexibel tussen de parasympathische reactie (rem) en sympathische reactie (actie) kan schakelen om met de normale gevaren in het leven om te kunnen gaan. Denk aan het belang om op tijd te vluchten van brand, gevaarlijke slangen of aanstormend verkeer. 

Dit automatische reageren op angst is wel een beetje te trainen, denk aan scherpschutters die zich als het ware in een 'dood'-stille positie brengen (de parasympathische rem op het zenuwstelsel) met een vertraagde hartslag om beter waar te kunnen nemen.


Meer angst meer hersenverbindingen in het angstsysteem

Hoe vaker iemand negatieve ervaringen heeft gehad met sterke gevoelens, hoe meer hersenverbindingen er aangelegd worden in het angstnetwerk.

 

Mensen met deze ervaringen zullen sneller verstarren in een angstsituatie en daarna wegvluchten.

Mensen die als kind angstige dingen hebben meegemaakt hebben sterkere verstarreacties en kunnen dan niet goed handelen.

Mensen met agressie of met meer testosteron zullen sneller over dat verstarmoment heen gaan en gaan vechten.

 


Hypofyse, hormonen en bijnieren
Bij angst gaat een signaal van de hypofyse naar de bijnieren waar stresshormonen als adrenaline en cortisol aangemaakt worden.

Teveel cortisol in het bloed en chronische stress hebben een bewezen negatieve invloed op het lichaam en met name op het immuunsysteem, op hart en bloedvaten en dit kan leiden tot het krimpen van de hippocampus en andere hersenstructuren.

 

Bij de groep mensen die verstart en vlucht wordt er meer cortisol aangemaakt. 

Bij de mensen die vechten, het gevaar aangaan, is er een hogere testosteron spiegel, dat geldt voor zowel vrouwen als mannen.

 

 

Thalamus, prefrontale hersenschors, amygdala en hippocampus

  • De thalamus regelt het bewustzijn en waakzaamheid bij schrik of angst

  • De prefrontale kwab regelt de bewustwording van hoe te handelen bij schrik of angst

  • De amygdala is het emotiecentrum van de angst

  • De hippocampus is het geheugencentrum van de angst

 

Binnenkomende informatie tijdens stress en angst kan in de hersenen via twee wegen worden verwerkt. Via een korte route (onbewuste) en een lange (bewuste) route.

De thalamus geeft op de korte route snel informatie aan de amygdala of middels de lange route aan de hersenschors van de voorhoofdskwab. Daar wordt geanalyseerd wat er gedaan moet worden en pas dan wordt de informatie naar de amygdala gestuurd. 

In de amygdala wordt ook de angstherinnering opgeslagen.
Bij mensen met agressie bleek de amygdala vergroot.

Een tweede angstsysteem verloopt via het tussenstation van de hippocampus dat betrokken is bij aangeleerde emoties. Dit gebied is belangrijk voor geheugen en associaties. Traumatische herinneringen worden daar als het ware onder invloed van de adrenaline ingebrand. 

De hippocampus is en de amygdala kunnen elkaar beïnvloeden. Zij kunnen daarmee een emotie oproepen of versterken. Op basis van een angstige herinnering kan de hippocampus de amygdala alarmeren om klaar te staan om te vechten of vluchten.

Mensen met hersenletsel aan de hippocampus kunnen vaak niet benoemen waarvoor ze angstig zijn, maar voelen wel een onbewuste reactie van angst.


Angstgeheugen en angstassociatie
Het is nuttig dat het lichaam angstige herinneringen opslaat om in de toekomst snel gevaar te herkennen en te kunnen vermijden. Daarom is het angstgeheugen of emotionele geheugen een ander systeem dan het bewuste geheugen. Het hormoon noradrenaline lijkt een belangrijke rol te spelen bij de vorming van dit angst- of emotioneel geheugen.

 

Als angst gevolgd wordt door een pijnprikkel worden angstassociaties gevormd. Elk neutraal feit kan middels angstassociaties aan het angstgeheugen worden toegevoegd.

Zonder dat iemand zich het bewust is kan het lichaam daardoor later  "zich iets herinneren" en dit kan een angstreactie geven.

 

Angst wordt dus opgeslagen en kan op een willekeurig moment de kop op steken. Iemand kan daardoor sneller reageren met angst.

Impulsiviteit

In een MRI kan die hersenactiviteit gemeten worden. Als met magnetische impulsen de voorhoofdskwab (frontaalkwab) een beetje beïnvloed wordt zie je dat mensen impulsiever worden. Automatische neigingen kunnen dan minder goed worden gecontroleerd.

Mensen met hersenletsel in de voorhoofdskwab hebben ook een verminderde controle op de emotie. 

Mensen met een verhoogd testosteron, dat vaker bij psychopaten gezien wordt, vertoonden minder controle van de voorhoofdskwab op de emotie. De emoties worden dan geremd in de amygdala (amandelvormige kern), zij waren daardoor impulsiever en sneller agressief.

 

angdoux.jpg

College door prof. psychopathologie Karin Roelofs. Universiteit van Nederland.

Bronnen:
J.E. Le Doux.The Emotional Brain: The Mysterious Underpinnings of Emotional Life, 1996, Simon & Schuster, 1998 Touchstone edition: ISBN 0-684-83659-9


Maha L, Szabuniewicz C and Fiocco A.J. .Can anxiety damage the brain? Curr Opin Psychiatry 2016, 29:56 – 63

McEwen BS, Stellar E. Stress and the individual. Mechanisms leading to disease. Arch Intern Med 1993; 153:2093 – 2101.

Taylor CT, Aupperle RL, Flagan T, et al. Neural correlates of a computerized attention modification program in anxious subjects. Soc Cogn Affect Neurosci 2014; 9:1379 – 1387.
131.

Lucassen PJ., Pruessner J, Sousa N., Almeida OFX, Van Dam AM, Rajkowska G, Swaab DF, Czéhcorresponding B. Neuropathology of stress Acta Neuropathol. 2014; 127(1): 109–135.

R.M. Visser The neural dynamics of fear memory
http://dare.uva.nl/search?metis.record.id=501016http://dare.uva.nl/search?metis.record.id=501016  https://pure.uva.nl/ws/files/2714598/167826_09_Summary_Samenvatting.pdf

Albert Kok image
College door prof. psychopathologie Karin Roelofs. Universiteit van Nederland.