Grenzen ...

Mensen met hersenletsel moeten hun wereld opnieuw gaan verkennen, een nieuwe vorm van leven vinden. Ze moeten hun grenzen weer (her)kennen, ze bewaken en ze in acht nemen. Soms er ook bewust overheen gaan. Elk hersenletsel verschilt. Het verschilt van mens tot mens en waar in het brein het letsel bevindt. Tel daarbij op dat er miljarden verbindingen zijn, dan zijn er ook miljarden mogelijkheden in verschillen aan te wijzen afhankelijk welke verbinding verbroken is.

 

Het vergt daarom ook kennis van de hersengebieden om iets te kunnen zeggen over wat de persoon met hersenletsel zou moeten doen met grenzen. Het vergt ook de juiste timing, maar daarover later in de slotsom.

Linker versus rechterhersenhelft

Grosso modo (dus in het algemeen) kunnen mensen met letsel in de linkerhersenhelft wat faalangstiger zijn om de grenzen over te gaan of de nieuwe grenzen te verkennen, en mensen met letsel in de rechterhersenhelft kunnen iets overmoediger zijn... die zien vaker de grens niet. Dat kán komen door anosognosie, een beperkt ziekte-inzicht, of een beperkter inzicht in eigen gedrag en de problemen. Ook hier moeten we zeggen dat ieder mens verschilt en elk letsel verschilt.


Frontaalkwab

Mensen met letsel in de frontaalkwab kunnen zelfs redelijk grenzeloos zijn, omdat in dit hersengebied de impulscontrole en de besluitvorming en het beheersen van gedrag en emoties zit. De frontaalkwab met de rede en ratio ontwikkelt zich nog tot ongeveer 25 jaar en het inschatten van gevaar hangt hier mee samen. Het emotionele brein is daarentegen iets eerder ontwikkeld bij pubers. Jongeren zien dus minder gevaar en als zij letsel hebben opgelopen kunnen zij de grenzen van wat veilig en verantwoord is, te ver willen oprekken.

Persevereren

Een geheel andere vorm van grenzeloosheid noemt men persevereren. Ook dat komt vaak voor bij frontaalkwab letsel. Het komt van het woord persevere, en betekent letterlijk ‘voortzetten’. In de psychologie wordt onder persevereren verstaan het doorgaan met een handeling, een woord, een beweging of zelfs een emotie. 

Het is een beetje te vergelijken met het verschijnsel van een liedje dat maar niet uit je hoofd wil gaan. Soms gaat dat liedje zelfs door in je dromen. Iemand die persevereert door hersenletsel kan dezelfde constante hinder ervaren. Mensen ervaren het als akelig.

Voor de persoon die persevereert is het vaak niet mogelijk om dit gedrag, de emotie of handeling te stoppen, zelfs niet als er negatieve consequenties aan vast zitten. Diegene ziet waarschijnlijk ook geen andere mogelijkheden om het te stoppen.  Lees meer op de pagina persevereren.


Het middenbrein

Letsel in het middenbrein kent weer heel andere gevolgen. Het middenbrein kent drie circuits die elkaar beïnvloeden. De circuits maken gebruik van elkaars systeem en ga je aan het ene iets veranderen, dan verander je gelijk iets aan het andere.

 

De circuits zijn: "denken en associëren", "motivatie, iets willen doen" en "motoriek".
Verander je iets in de motoriek, meer bewegen, dan kan de stemming, het denken en de motivatie verbeteren en omgekeerd. Daarmee kunnen mensen soms de grenzen gaan verleggen.

Niet iedereen kán opnieuw gaan bewegen, helaas, en diegene zal de grenzen van onvermogen dichterbij ervaren.


Neurofatigue

Mensen met hersenletsel zijn veel sneller door hun energie heen. Hersenmoeheid, organische vermoeidheid en neurofatigue zijn enkele woorden die gebruikt worden voor dit fenomeen.
Gemiddeld kost het iemand met hersenletsel vijf maal meer energie voor elke handeling dan een gezond mens.

Wie voor het letsel gewend was door te bikkelen en over de eigen grenzen heen te gaan van fysiek en mentaal kunnen, heeft een grotere kans op een uitputting of burn-out. Lees meer op de pagina neurofatigue.
De dag energie moet eigenlijk bewust gepland worden met voldoende rust vooraf, nadien en tussendoor. Wie deze grenzen negeert riskeert een terugval of uitputting.

Wie advies wil geven aan iemand met hersenletsel is het misschien raadzaam om eerst de 15 misvattingen te lezen over hersenletsel


Slotsom en conclusie

Wie het eigen letsel eenmaal begrijpt moet het dan alsnog, soms na jaren, de omgeving gaan uitleggen dat de grenzen echt gerespecteerd moeten worden. Maar als je spreekt over jaren na het letsel dat iemand de eigen grenzen leert kennen, wil de omgeving dan nog iets over letsel horen?

 

Veel omstanders worden letsel-moe. Dat wil zeggen dat die mensen onvoldoende zicht hebben op de chronische fase van hersenletsel en dat jaren ná het letsel, de persoon met hersenletsel nóg steeds tegen dingen aan kan lopen, weer nieuwe inzichten leert over zichzelf en over waar hij of zij mee moet dealen.

 

Juist met respect voor het herkennen van de juiste grenzen, zou iemand wel beter kunnen gaan functioneren.

Omgekeerd...als de omstanders de persoon met letsel de grenzen moet gaan uitleggen, zonder dat die grenzen uit zichzelf herkend worden, kan dat uitlopen op veel weerstand.

Alles heeft dus met timing te maken...hoe vaak moet iemand tegen grenzen gebotst zijn om te erkennen dat er een nieuwe grens ligt ..?!